← België

Arrest 260833 - Dierenwelzijn - 30/09/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.833 Rolnummer: A. 236540/XII-9547 Zaak: Arrest 260833 - Dierenwelzijn - 30/09/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-10-10 Raadplegingen: 93 - laatst gezien 2026-06-14 03:56 Fiche Arrest nr 260.833 van 30 september 2024 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.833 no lien 279037 identiques ecli_input ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR ecli_prefixe ECLI ecli_pays BE ecli_cour RVSCE ecli_cour_old RVSCE ecli_annee 2019 ecli_ordre ARR ecli_typedec ecli_datedec ecli_chambre ecli_nosuite Invalid ECLI ID - no_ordre - 1 elements ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR invalide Invalid ECLI ID - no_ordre - 1 elements ecli_input ECLI:BE:GHCC:2020.ARR ecli_prefixe ECLI ecli_pays BE ecli_cour GHCC ecli_cour_old ecli_annee 2020.ARR ecli_ordre ecli_typedec ecli_datedec ecli_chambre ecli_nosuite Invalid ECLI ID - 4 element(

  1. s)ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI ECLI:BE:GHCC:2020.ARR invalide Invalid ECLI ID - 4 element(
  2. s)ecli_input ECLI:BE:GHCC:2010.ARR ecli_prefixe ECLI ecli_pays BE ecli_cour GHCC ecli_cour_old ecli_annee 2010.ARR ecli_ordre ecli_typedec ecli_datedec ecli_chambre ecli_nosuite Invalid ECLI ID - 4 element(
  3. s)ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI ECLI:BE:GHCC:2010.ARR invalide Invalid ECLI ID - 4 element(
  4. s)RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIIe KAMER nr. 260.833 van 30 september 2024 in de zaak A. 236.540/XII-9547 In zake : A.D.D. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Annelies Uytterhaegen kantoor houdend te 9550 Hillegem Provincieweg 477 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jean-François De Bock kantoor houdend te 1180 Brussel Bosveldweg 70 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 31 mei 2022, strekt tot de nietigverklaring van “de bestemmingsbeslissing dd. 13 mei 2022 [...], genomen door de Vlaamse Overheid, afdeling Dierenwelzijn, in toepassing van artikel 42, § 2 van de Wet van 14/08/1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren, waarbij zes honden in volle eigendom werden gegeven aan het asiel dat daarmee instemt”. II. Verloop van de rechtspleging 2. Bij arrest nr. 253.947 van 9 juni 2022 is de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. XII-9547-1/8 Verzoekster heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Melissa Celis heeft een verslag opgesteld. Verzoekster heeft een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 september 2024. Staatsraad Ann Coolsaet heeft verslag uitgebracht. Advocaat Annelies Uytterhaegen, die verschijnt voor verzoekster en advocaat Gert Opdebeeck, die loco advocaat Jean-François De Bock verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Melissa Celis heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. Op 8 april 2022 stelt de inspectiedienst Dierenwelzijn op het adres W. in O. overtredingen op de dierenwelzijnswetgeving vast, neemt onder meer zes geïdentificeerde honden waarvan verzoekster de eigenaar is administratief in beslag en brengt de honden in afwachting van de bestemmingsbeslissing over naar een erkend dierenasiel. XII-9547-2/8 3.2. Op basis van de vaststellingen door de inspectiedienst Dierenwelzijn van 8 april 2022, het dierenartsenverslag van 8 april 2022, de informatie uit het asiel van 11 mei 2022 en na verhoor van verzoekster op 22 en 25 april 2022 en van verzoeksters zoon op 22 april 2022, beslist het afdelingshoofd van de afdeling Dierenwelzijn van het departement Omgeving op 13 mei 2022 om in toepassing van artikel 42, § 2, van de wet van 14 augustus 1986 ‘betreffende de bescherming en het welzijn der dieren’ (hierna: de wet van 14 augustus 1986) onder meer de zes nader geïdentificeerde honden van verzoekster in volle eigendom te geven aan het asiel waar de honden in afwachting van een bestemmingsbeslissing waren overgebracht, dat daarmee instemt. Dit is de bestreden beslissing. 3.3. Op 25 augustus 2022 wordt één van de aan het asiel toegewezen honden in het asiel geëuthanaseerd. De andere vijf aan het asiel toegewezen honden waarvan verzoekster de teruggave wenst, worden op verschillende tijdstippen door derden geadopteerd. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Exceptie wat het belang van verzoekster betreft Standpunt van de partijen 4. De verwerende partij werpt in de memorie van antwoord op dat verzoekster geen belang heeft bij de vernietiging van de bestreden beslissing. Zij zet uiteen dat de bestreden beslissing aanleiding heeft gegeven tot een eigendomsoverdracht overeenkomstig het burgerlijk recht. Zoals dit het geval is bij overheidsopdrachten kan de bestreden beslissing enkel op ontvankelijke wijze worden aangevochten, indien die nog geen aanleiding heeft gegeven tot het ontstaan van een overeenkomst overeenkomstig het burgerlijk recht. Het dierenasiel in kwestie heeft de eigendomsoverdracht aanvaard, zodat de situatie op burgerrechtelijk vlak is gewijzigd en vaststaat. Het is daardoor onmogelijk geworden de in beslag genomen dieren aan verzoekster terug te bezorgen. XII-9547-3/8 Daarenboven wijst de verwerende partij erop dat de betrokken dieren niet enkel in volle eigendom werden overgedragen aan het dierenasiel, maar dat één hond inmiddels is overleden en de andere vijf honden door derden zijn geadopteerd. De nietigverklaring kan in die omstandigheden verzoekster geen enkel voordeel opleveren, aldus de verwerende partij. 5. Verzoekster licht in het verzoekschrift haar belang toe als volgt, wat zij herneemt in de memorie van wederantwoord. Zij wijst erop dat de bestreden beslissing een nadeel inhoudt, met name dat haar honden, waarmee zij een emotionele band heeft en waarmee zij een inkomen genereert, werden weggenomen. Zij had puppy’s die zij had kunnen verkopen, wat thans niet meer mogelijk is. Bovendien kan zij met de in beslag genomen honden niet meer fokken. Zij ervaart door de bestreden beslissing dus zowel emotionele schade, als economische schade, die kunnen worden verholpen door de nietigverklaring. In de laatste memorie betwist verzoekster de exceptie van niet-ontvankelijkheid, nadat die in het auditoraatsverslag werd bijgevallen. Verzoekster meent over het vereiste belang te beschikken daar, indien de bestreden beslissing wordt vernietigd, “kan worden besloten” om de honden aan haar terug te geven. Verder wijst verzoekster erop dat zij een procedure tot nietigverklaring van “de koopovereenkomst aan derden” aanhangig “kan” maken. Bovendien is het volgens verzoekster “overduidelijk” dat de bestreden beslissing blijk geeft van een slechte handelwijze van de verwerende partij en dat de gevolgen daarvan enkel door een vernietiging kunnen worden weggenomen. Zelfs indien de teruggave van de honden niet langer mogelijk zou zijn, dan nog is er sprake van het vereiste belang. Verzoekster wil immers alle mogelijke nadelige gevolgen van de bestreden beslissing verijdelen. Verzoekster besluit dat zij bijgevolg over een moreel belang beschikt. Beoordeling 6. Gelet op artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, kan het beroep tot nietigverklaring bedoeld bij artikel 14 van deze wet, voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State worden ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.833 XII-9547-4/8 gebracht “door elke partij welke doet blijken van een benadeling of van een belang”. Die vereiste is erop gericht de rechtszekerheid te dienen en een goede rechtsbedeling te verzekeren (RvS (A.V.) 22 maart 2019, nr. 244.015, Moors, ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR. 244.015). Een verzoekende partij beschikt over dit rechtens vereiste belang indien twee voorwaarden vervuld zijn: vooreerst dient zij door de bestreden administratieve rechtshandeling een persoonlijk, rechtstreeks, zeker, actueel en wettig nadeel te lijden; voorts moet de eventueel tussen te komen nietigverklaring van die rechtshandeling haar een direct en persoonlijk voordeel verschaffen, hoe miniem ook (RvS (A.V.) 15 januari 2019, nr. 243.406, Van Dooren, ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR. 243.406). Het belang moet niet alleen bestaan bij het instellen van het beroep maar moet voortduren tot aan de sluiting van het debat (RvS (A.V.) 22 maart 2019, nr. 244.015, Moors, ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR. 244.015), zonder dat de verzoekende partij noodzakelijk elk belang bij de nietigverklaring verliest wanneer zij het initiële voordeel niet meer kan ambiëren (cf. GwH 9 juli 2020, nr. 105/2020, ECLI:BE:GHCC:2020.ARR. 105, punt B.11.2. en B.12.2). Het staat aan de Raad van State te oordelen of de verzoekende partij die een zaak voor de Raad brengt, doet blijken van een belang bij haar beroep. De Raad van State dient er over te waken dat het belangvereiste niet op een buitensporig restrictieve of formalistische wijze wordt toegepast (GwH 30 september 2010, nr. 109/2010, ECLI:BE:GHCC:2010.ARR. 109, punt 4.3.; GwH 9 juli 2020, nr. 105/2020, ECLI:BE:GHCC:2020.ARR. 105, punt B.9.3.; EHRM 17 juli 2018, Vermeulen, t. België, ECLI:CE:ECHR:2018:0717JUD000547506, punten 42 e.v.). Er is voor een verzoekende partij geen stelplicht om haar belang bij het beroep te omschrijven of toe te lichten. Echter, doet zij dat wel, hetzij in haar verzoekschrift, hetzij (wanneer haar belang in twijfel wordt getrokken) bij een eerstvolgende procedurele gelegenheid, dan schetst zij daarmee ook de contouren XII-9547-5/8 waarom het haar te doen is en moet de Raad van State met die door de verzoekende partij vastgelegde grenzen van het gerechtelijk debat rekening houden. 7. Verzoekster voert zowel een moreel belang aan erin bestaande dat zij emotioneel lijdt onder het wegnemen van de dieren, alsook een economisch belang daar zij met de in beslag genomen honden niet meer kan fokken. De vernietiging van de bestreden beslissing kan er evenwel niet meer toe leiden dat de dieren aan verzoekster worden terugbezorgd. Eén van de zes honden die het voorwerp vormen van het beroep is immers overleden en het eigendomsrecht over de andere vijf honden is overgedragen aan derden. In de mate verzoekster haar belang steunt op de mogelijkheid dat de dieren aan haar worden terugbezorgd, blijkt derhalve dat dit belang niet langer actueel is. 8. Verder wijst verzoekster erop dat zij ook een economisch nadeel lijdt, daar zij de puppy’s wou verkopen. In het auditoraatsverslag kon verzoekster hierover het volgende lezen: “Wat de pups betreft die met de bestreden beslissing ook in volle eigendom worden gegeven aan het asiel dat daarmee instemt, moet worden opgemerkt dat het beroep tot nietigverklaring zich niet uitstrekt tot de bestemming van deze dieren. Zoals reeds aangegeven in dit auditoraatsverslag […], vordert verzoekster met haar beroep immers enkel de nietigverklaring van de bestreden bestemmingsbeslissing voor wat de zes volwassen honden betreft die in volle eigendom worden gegeven aan het asiel dat daarmee instemt.” Verzoekster betwist deze conclusie maar brengt, na kennisneming van het auditoraatsverslag, geen (inhoudelijke) argumenten in tegen deze beoordeling van het auditoraat. In die omstandigheden en na eigen onderzoek, ziet de Raad van State geen reden om het anders te zien dan het auditoraat en oordeelt aldus, de redenering van het auditoraatsverslag bijvallend, dat het voorwerp van het beroep zich niet uitstrekt tot de bestemming van de puppy’s, die - zoals blijkt uit het administratief dossier - intussen overigens overleden zijn. XII-9547-6/8 9. Verder voert verzoekster ter staving van haar belang aan dat zij een procedure tot nietigverklaring van de koopovereenkomst aanhangig kan maken. De omstandigheid dat verzoekster een procedure voor de burgerlijke rechtbank aanhangig zou kunnen maken, verleent verzoekster evenwel geen voldoende rechtstreeks belang bij de vernietiging van de bestreden beslissing. Verzoekster zou haar belang dan uitsluitend ontlenen aan het onwettig verklaren door de Raad van State van de bestreden beslissing om de toekenning van een mogelijke vordering voor de burgerlijke rechtbank te faciliteren, wat een onvoldoende rechtsreeks belang is. 10. In de mate dat verzoekster haar belang staaft door erop te wijzen dat de bestreden beslissing blijkt geeft van een slechte handelwijze en dat zij alle mogelijke nadelige gevolgen van de bestreden beslissing wil verijdelen, overtuigt verzoekster evenmin. Allereerst wordt herhaald (zie supra, nr. 9) dat het loutere belang om de bestreden beslissing onwettig te horen verklaren niet volstaat. Voorts gaat verzoekster niet verder dan het poneren van een loutere veronderstelling en aanname zonder enig begin van bewijs dat is gesteund op concrete en verifieerbare gegevens, die door de Raad van State op hun merites kunnen worden onderzocht, zodat zij bijgevolg aan de hand van dit argument niet op overtuigende wijze aantoont dat de nietigverklaring van de bestreden beslissing nog een voordeel in haren hoofde verschaft en zij nog doet blijken van een actueel belang. 11. De exceptie is gegrond. V. Rechtsplegingsvergoeding 12. De Raad van State kan luidens artikel 30/1, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State een rechtsplegingsvergoeding toekennen, die een forfaitaire tegemoetkoming is in de kosten en honoraria van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij. Te dezen wordt het beroep verworpen omwille van de definitieve toestand die is ontstaan door de definitieve adoptie van vijf honden door derden en door het overlijden van één hond. In deze omstandigheden kan de verwerende partij niet worden beschouwd als een “in het ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.833 XII-9547-7/8 gelijk gestelde partij” in de zin van artikel 30/1, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Zij kan bijgevolg geen aanspraak maken op een rechtsplegingsvergoeding. BESLISSING 1. De Raad van State verwerpt het beroep. 2. Verzoekster wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro en een bijdrage van 44 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op dertig september tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Chantal Bamps, kamervoorzitter, Ann Coolsaet, staatsraad, Frédéric Vanneste, staatsraad, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Chantal Bamps XII-9547-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.833 Gerelateerde publicatie(
  5. s)citeert: ECLI:CE:ECHR:2018:0717JUD000547506 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.