id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.843 Rolnummer: A. 232152/VII-40946 Zaak: Arrest 260843 - Dierenwelzijn - 30/09/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-10-10 Raadplegingen: 86 - laatst gezien 2026-06-17 05:04 Fiche Arrest nr 260.843 van 30 september 2024 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 260.843 van 30 september 2024 in de zaak A. 232.152/VII-40.946 In zake : B.M. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Vicky Verlent kantoor houdend te 2600 Berchem Potvlietlaan 4 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Isabelle Cooreman kantoor houdend te 1082 Brussel Keizer Karellaan 586, bus 9 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 2 november 2020, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de secretaris-generaal van het departement Omgeving van 2 september 2020 waarmee in toepassing van artikel 42 van de wet van 14 augustus 1986 ‘betreffende de bescherming en het welzijn der dieren’ aan de op 7 juli 2020 bij verzoeker in beslag genomen dieren de bestemming wordt gegeven dat zij in volle eigendom worden toegekend aan het opvangcentrum waar zij verblijven. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. VII-40.946-1/5 Eerste auditeur Anja Somers heeft op 29 december 2023 een verslag opgesteld. Verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van de procedure en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 juni
- Staatsraad Francis Van Nuffel heeft verslag uitgebracht. Advocaat Vicky Verlent, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Joeri Leten, die loco advocaat Isabelle Cooreman verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 (hierna : RvS-wet). III. Feiten 3.
- Op 7 juli 2020 neemt de lokale politie bij een controle in de woning van verzoeker zeven Afrikaanse sporenschildpadden, één groene leguaan en één witoorpenseelaapje in beslag. In afwachting van de bestemmingsbeslissing worden zij overgebracht naar een opvangcentrum. 3.2 Verzoeker wordt over deze feiten gehoord door de lokale politie op 27 augustus
- Eveneens op 27 augustus 2020 verstuurt de advocaat van verzoeker een brief waarin hij aanvoert dat de inbeslagname onwettig is. VII-40.946-2/5 3.
- Op 2 september 2020 beslist de verwerende partij om de in beslag genomen dieren in volle eigendom over te dragen aan het opvangcentrum waar zij verblijven. Het betreft de bestreden beslissing. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Standpunten van de partijen
- In het verzoekschrift zet verzoeker uiteen dat hij belang heeft bij de vernietiging van de bestreden bestemmingsbeslissing omdat hij enorm gehecht is aan de dieren waarvan hij de eigenaar was. Hij wijst erop dat hij om die reden verzocht had dat de in beslag genomen dieren, minstens de reptielen, hem onder voorwaarden zouden worden teruggegeven.
- De verwerende partij werpt op dat het belang waarop verzoeker zich beroept, niet wettig is. De dieren die het voorwerp uitmaken van de bestreden beslissing, komen niet voor op de zogenaamde positieve lijsten die werden vastgesteld in uitvoering van artikel 3bis, § 1, van de wet van 14 augustus 1986 ‘betreffende het welzijn en de bescherming der dieren’ (hierna : dierenwelzijnswet), zodat het verboden is om ze te houden. Verzoeker zou dan ook met zijn annulatieberoep een voordeel nastreven dat door de wet is verboden.
- In de memorie van wederantwoord wijst verzoeker erop dat wanneer het bestuur een einde stelt aan een vermeende illegale situatie, de persoon die hiervan de gevolgen ondervindt, wel degelijk belang heeft om aan te voeren dat het besluit niet op wettige wijze tot stand is gekomen. Bovendien kan niet worden uitgesloten dat verzoeker alsnog de vereiste erkenning zou verkrijgen om de dieren te kunnen houden. Minstens zou hij in geval van vernietiging van het besluit in de mogelijkheid zijn om de dieren te verkopen of over te dragen aan een persoon die wel over de vereiste erkenning beschikt. VII-40.946-3/5 Beoordeling
- Het beroep tot nietigverklaring bedoeld in artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan op grond van artikel 19 van deze wetten slechts op ontvankelijke wijze worden ingesteld door een partij die doet blijken van een benadeling of van een belang. Deze vereiste betekent dat de bestreden handeling nadelig moet zijn voor de verzoekende partij, en dat de gevorderde vernietiging aan dat nadeel kan verhelpen. Het belang moet wettig zijn, wat inhoudt dat het met de nietigverklaring nagestreefde voordeel geen illegale toestand in het leven mag roepen. Een verzoekende partij heeft geen stelplicht om haar belang bij het beroep reeds in het inleidend verzoekschrift te omschrijven of toe te lichten. Wanneer een verzoekende partij dit echter toch doet, bakent zij zelf de grenzen af van het debat over het belang.
- Blijkens de uiteenzetting in het verzoekschrift ziet verzoeker zijn belang enkel in de mogelijkheid dat de in beslag genomen dieren hem na de vernietiging zouden kunnen worden teruggegeven. Hij betwist echter niet dat de in beslag genomen dieren behoren tot soorten of categorieën die niet voorkomen op een lijst die werd vastgesteld in uitvoering van artikel 3bis, § 1, van de dierenwelzijnswet, en dat hij niet beschikt over een erkenning om deze dieren te houden. Deze dieren mogen dan ook niet aan verzoeker worden teruggegeven, zelfs niet voor een korte periode waarbinnen hij ervoor zorg zou moeten dragen ze over te dragen aan een persoon die wel over de vereiste erkenning beschikt. Elke bestemmingsbeslissing die in die zin zou worden genomen na de gebeurlijke vernietiging van het bestreden besluit, zou onwettig zijn.
- Het voordeel dat verzoeker nastreeft met de door hem gevraagde VII-40.946-4/5 vernietiging, roept terug een situatie in het leven die strijdig is met een dwingende verbodsbepaling, die bovendien strafrechtelijk kan worden beteugeld. Hij getuigt in deze omstandigheden niet van een wettig belang bij de vernietiging.
- Het beroep is niet ontvankelijk. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op dertig september tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, Peter Sourbron, staatsraad, Francis Van Nuffel, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Carlo Adams VII-40.946-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.843 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div