id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 oktober 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.903 Rolnummer: A. 234112/IX-9911 Zaak: Arrest 260903 - Varia (onderwijs en cultuur) - 02/10/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-10-07 Raadplegingen: 87 - laatst gezien 2026-06-17 05:07 Fiche Arrest nr 260.903 van 2 oktober 2024 Onderwijs en cultuur - Varia (onderwijs en cultuur) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 260.903 van 2 oktober 2024 in de zaak A. 234.112/IX-9911 In zake : de GEMEENTE WUUSTWEZEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joris Claes kantoor houdend te 2000 Antwerpen Graaf van Hoornestraat 51 bij wie woonplaats wordt gekozen en eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stijn Verbist kantoor houdend te 3550 Heusden-Zolder Pastoor Paquaylaan 184 tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Bart Staelens en Joost Hoste kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46 bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 15 juli 2021, strekt tot de nietigverklaring van de beslissingen van de Vlaamse minister van Onderwijs van 14 mei 2021 om in het deeltijds kunstonderwijs voor het schooljaar 2021-2022 de onderwijsbevoegdheid in het domein beeldende en audiovisuele kunsten, cluster 1, de opties beeldatelier in de eerste, tweede en derde graad, respectievelijk het structuuronderdeel derde graad jongeren beeldende en audiovisuele kunsten in de gemeentelijke academie voor Muziek, Woord en Dans te Wuustwezel niet toe te kennen. IX-9911-1/6 II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 251.875 van 19 oktober 2021 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen verworpen. De verzoekende partij heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij en de verzoekende partij hebben een laatste memorie ingediend. Met toepassing van artikel 90, § 1, derde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, is de zaak verwezen naar een kamer met één lid. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 september
- Staatsraad Jurgen Neuts heeft verslag uitgebracht. Advocaat Joris Claes, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Carolien Cleynen, die loco advocaten Bart Staelens en Joost Hoste verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. IX-9911-2/6 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Met beslissingen van 14 mei 2021 weigert de Vlaamse minister van Onderwijs voor het schooljaar 2021-2022 de aanvragen van de verzoekende partij tot onderwijsbevoegdheid voor cluster 1 van het domein beeldende en audiovisuele kunsten, opties beeldatelier in de eerste, tweede en derde graad en tot oprichting van het structuuronderdeel derde graad jongeren beeldende en audiovisuele kunsten. IV. Ontvankelijkheid van het beroep
- Met een brief van 12 juni 2024 deelt de raadsman van de verwerende partij aan de Raad van State twee ministeriële besluiten mee. Daaruit blijkt dat aan de verzoekende partij, met ingang van 1 september 2024, de onderwijsbevoegdheid voor het domein beeldende en audiovisuele kunsten, cluster 1, opties beeldatelier wordt toegekend én dat aan haar, eveneens met ingang van 1 september 2024, wordt toegestaan om de structuuronderdelen eerste en tweede graad beeldende en audiovisuele kunsten, derde graad jongeren beeldende en audiovisuele kunsten en derde graad volwassenen beeldende en audiovisuele kunsten op te richten. De verwerende partij “[gaat] […] ervan uit dat de procedure doelloos is geworden”.
- Ter terechtzitting vraagt de verzoekende partij vooreerst dat, “voor zover het beroep doelloos is geworden”, de gedingkosten ten laste van de verwerende partij zouden worden gelegd. Voorts dringt zij aan op de nietigverklaring van de bestreden beslissingen “voor de duidelijkheid in het IX-9911-3/6 rechtsverkeer”. Tot slot wordt nog betoogd dat “eventueel” een schadevergoeding tot herstel zou worden ingediend. Beoordeling
- Het voordeel dat de verzoekende partij met het voorliggende beroep oorspronkelijk nastreefde bestond er essentieel in, door de nietigverklaring, een nieuwe kans te verwerven om de door haar aangevraagde onderwijsbevoegdheid en oprichting van een structuuronderdeel toegekend te krijgen. Hangende het geding is aan de verzoekende partij toegekend wat zij heeft gevraagd. 7.
- Zelf ziet de verzoekende partij reden om de bestreden beslissingen te vernietigen “voor de duidelijkheid in het rechtsverkeer”. In dat verband moet haar dan worden tegengeworpen dat op duidelijke en ondubbelzinnige wijze het ene ministeriële besluit van 24 mei 2024 de gevraagde onderwijsbevoegdheid toekent en het andere de oprichting van het structuuronderdeel toestaat. Waarom er in die omstandigheden toch nog “onduidelijkheid” zou bestaan in het rechtsverkeer waarvoor alleen de vernietiging van de bestreden beslissing heil kan brengen, licht de verzoekende partij niet nader toe. De Raad van State ziet evenmin spontaan een reden waarom hij op die vraag zou moeten ingaan. 7.
- Die vraag van de verzoekende partij geeft er overigens blijk van dat zij zelf alvast geen ándere reden meer ziet voor de nietigverklaring. Samengenomen met het voorgaande, is dat een reden om haar een gebrek aan actueel belang te verwijten. IX-9911-4/6
- Als de verzoekende partij, tot slot, bedoelt dat zij, bij gebrek aan actueel belang, met een “eventuele” vordering tot schadevergoeding tot herstel nog een onderzoek door de Raad van State naar de (on)wettigheid van de door haar bestreden rechtshandelingen beoogt, moest zij, zoals de algemene vergadering van de Raad van State in arrest nr. 244.015 van 22 maart 2019 heeft geoordeeld, effectief zo een vordering ter behandeling aan de Raad hebben voorgelegd. Bij sluiting van het debat – en overigens op datum van dit arrest – is bij de Raad geen vordering van de verzoekende partij in die zin bekend. De voormelde ministeriële besluiten werden op 24 mei 2024 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht. De brief van de raadsman van de verwerende partij van 12 juni 2024 waarin hij schetst wat volgens hem de procedurele gevolgen zijn voor de voorliggende zaak, werd tevens in kopie aan de raadslieden van de verzoekende partij bezorgd. De terechtzitting over deze zaak heeft plaatsgevonden op 16 september
- Dat betekent dat de verzoekende partij méér dan drie maanden de tijd heeft gehad om die vordering tot schadevergoeding tot herstel voor te bereiden en in te stellen. Dat is ruimschoots voldoende tijd.
- Het beroep is onontvankelijk. V. Kosten
- Volgens de verwerende partij zijn de nieuwe beslissingen een goedkeuring van een nieuwe aanvraag. Verzoekster spreekt dat niet tegen door de loutere vraag om de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen “voor zover het beroep doelloos is”. Er is bijgevolg geen reden om de verwerende partij tot de kosten te veroordelen. BESLISSING IX-9911-5/6
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 40 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 924 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op twee oktober tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Jurgen Neuts, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Jurgen Neuts IX-9911-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.903 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.875 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.