← België

Arrest 260938 - Dossiers in verband met die geschillenberechting (fiscaliteit) - 07/10/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 oktober 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.938 Rolnummer: A. 241548/XIV-39397 Zaak: Arrest 260938 - Dossiers in verband met die geschillenberechting (fiscaliteit) - 07/10/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-10-11 Raadplegingen: 147 - laatst gezien 2026-06-18 13:26 Fiche Arrest nr 260.938 van 7 oktober 2024 Fiscaliteit - Dossiers in verband met die geschillenberechting (fiscaliteit) Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.938 no lien 279136 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 260.938 van 7 oktober 2024 in de zaak A. 241.548/XIV-39.397 In zake: XXXX tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën Rechtskundige dienst FOD Financiën North Galaxy – Toren B, 26ste verdieping met kantoren te 1030 Brussel Koning Albert II-laan 33, bus 15 alwaar woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 22 februari 2024, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de administrateur-generaal van de Algemene Administratie van de Thesaurie van 30 januari 2023 waarbij aan verzoekster een administratieve geldboete van 500 euro is opgelegd omwille van het ontbreken van een registratie in het UBO-register van de uiteindelijke begunstigden van een informatieplichtige. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. XIV-39.397-1/4 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 september
  3. Kamervoorzitter Geert Debersaques heeft verslag uitgebracht. Verzoekster en adviseur Selim Dedeli, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. Op 30 januari 2023 legt de administrateur-generaal van de Algemene Administratie van de Thesaurie aan verzoekster een administratieve geldboete van 500 euro op omwille van het niet mededelen van informatie aan het UBO-register van de uiteindelijke begunstigden van een informatieplichtige. Dit is de bestreden beslissing. IV. Toepassing kortedebattenprocedure Ontvankelijkheid - Ambtshalve exceptie wegens gebrek aan middel Uiteenzetting van de ambtshalve exceptie
  6. In het auditoraatsverslag wordt ambtshalve aangevoerd dat het verzoekschrift geen middelen bevat in de zin van artikel 2, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.938 XIV-39.397-2/4 bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna: de algemene procedureregeling), omdat niet wordt aangegeven welke rechtsregel door de bestreden beslissing zou zijn geschonden en op welke wijze dit zou zijn gebeurd. Beoordeling
  7. Artikel 2, § 1, eerste lid, 3°, van de algemene procedureregeling vereist dat het verzoekschrift tot nietigverklaring “een uiteenzetting van de feiten en de middelen” bevat. Luidens het tweede lid van die bepaling bestaat het middel “uit de vermelding van de rechtsregel waarvan de schending aangevoerd wordt en van de wijze waarop die rechtsregel concreet overtreden zou zijn.” Opdat een middel ontvankelijk zou zijn, is minstens vereist dat summier doch duidelijk de beweerde onregelmatigheid van de bestreden beslissing wordt aangegeven. De vereiste om een middel voldoende duidelijk en nauwkeurig te formuleren strekt er toe het tegensprekelijke karakter van de schriftelijke procedure en het recht van verdediging van de verwerende partij te waarborgen. Het komt overigens niet aan de Raad van State toe om uit een juridisch niet-onderbouwde uiteenzetting zelf middelen te construeren die voldoen aan de vereiste van de algemene procedureregeling.
  8. De gegeven uiteenzetting in het verzoekschrift beperkt zich tot een doorlopende uiteenzetting van feiten die niet beantwoordt aan het begrip middel in de zin als hiervoor is omschreven. Het verzoekschrift bevat aldus geen middel in de zin als hiervoor is omschreven. De uiteenzetting van de middelen in het verzoekschrift is een substantiële vereiste. Het ontbreken van enig middel in het verzoekschrift heeft dan ook de niet-ontvankelijkheid van het beroep tot gevolg. XIV-39.397-3/4
  9. De exceptie is gegrond. Conclusie
  10. Het beroep is niet ontvankelijk. Het auditoraat heeft terecht gemeend dat de zaak met korte debatten een oplossing kan krijgen. BESLISSING
  11. De Raad van State verwerpt het beroep.
  12. Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 24 euro.
  13. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoekster weggelaten. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zeven oktober tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Geert Debersaques XIV-39.397-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.938 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.937 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.