← België

Arrest 260948 - Dierenwelzijn - 07/10/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 oktober 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.948 Rolnummer: A. 233700/VII-41122 Zaak: Arrest 260948 - Dierenwelzijn - 07/10/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-10-14 Raadplegingen: 83 - laatst gezien 2026-06-17 05:00 Fiche Arrest nr 260.948 van 7 oktober 2024 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Vernietiging Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ecli_input ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR260.948 ecli_prefixe ECLI ecli_pays BE ecli_cour RVSCE ecli_cour_old RVSCE ecli_annee 2024 ecli_ordre ARR260.948 ecli_typedec ARR260 ecli_datedec ecli_chambre ecli_nosuite Invalid ECLI ID - no_ordre - Invalid type decision ARR260 ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR260.948 invalide Invalid ECLI ID - no_ordre - Invalid type decision ARR260 RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 260.948 van 7 oktober 2024 in de zaak A. é.700/VII-41.122 In zake : J.V. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Koen Van Wynsberge kantoor houdend te 9860 Oosterzele Kwaadbeek 47A bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jean-François De Bock en Joy Moens kantoor houdend te 1180 Brussel Bosveldweg 70 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 20 mei 2021, strekt tot de nietig-verklaring van “de beslissing tot administratieve inbeslagname en verkoop genomen door de inspecteur-dierenarts […] bij Proces-Verbaal afgesloten op 21 maart 2021 en van het besluit van de secretaris-generaal van het Departement Omgeving van 22 maart 2021 houdende bestemmingsbeslissing […] tot openbare verkoop van 53 runderen op bevel van de Dienst Dierenwelzijn”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR260.948 VII-41.122-1/15 Eerste auditeur Melissa Celis heeft op 29 december 2023 een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een laatste memorie met verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Verzoeker heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 juni 2024 Staatsraad Francis Van Nuffel heeft verslag uitgebracht. Advocaat Koen Van Wynsberge, die verschijnt voor verzoeker, is gehoord. Eerste auditeur Melissa Celis heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 (hierna : RvS-wet). III. Feiten 3.
  3. Verzoeker exploiteert een landbouwbedrijf. 3.2 Bij een controle op 3 maart 2021 treft de lokale politie in een stal op het bedrijf van verzoeker verschillende dode koeien aan, alsook 56 runderen die dorstig lijken. Via de echtgenote van verzoeker vernemen de inspecteurs van politie dat verzoeker zou te kampen hebben met een depressie. Het proces-verbaal met deze vaststellingen wordt overgemaakt aan de inspectie Dierenwelzijn van de verwerende partij met vraag om spoedig ter plaatse te komen. ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR260.948 VII-41.122-2/15 3.
  4. Op 4 maart 2021 verkrijgt de echtgenote van verzoeker van een organisatie voor bedrijfshulp de toezegging dat vanaf 8 maart 2021 een bedrijfsverzorger ondersteuning zal bieden. 3.
  5. Op 5 maart 2021 komt de inspecteur-dierenarts bij de inspectie Dierenwelzijn van de verwerende partij ter plaatse. Na de nodige vaststellingen beslist hij om 56 runderen in beslag te nemen. Hij beslist meteen ook dat 53 van deze dieren openbaar dienen te worden verkocht en opgehaald, en dat de drie overige dieren ter plaatse dienen te worden geëuthanaseerd. Deze verkoop, ophaling en euthanasie worden nog dezelfde dag georganiseerd. De inspecteur-dierenarts maakt van dit alles een proces-verbaal op, dat op 21 maart 2021 wordt afgesloten. In dat proces-verbaal wordt het volgende vermeld : “Ten jare tweeduizendeenentwintig, de vijfde van de maand maart Wij […] verklaren wat volgt: Aanleiding Wij ontvangen op woensdag 03 maart 2021 een oproep tot het leveren van bijstand aan de lokale politie […] betreffende de onbehoorlijke wijze van houden van landbouwdieren met sterk nadelige invloed op hun welzijn […]. […] Blijkbaar zou onkunde een oorzaak kunnen vormen van abnormaal hoge sterfte. […] Voorbereiding Verbalisant contacteert op donderdag 04 maart 2021 verschillende runderhandelaars om hun beschikbaarheid na te gaan mocht tot een inbeslagname dienen overgegaan. Vrijdag 05 maart
  6. […] Omstreeks 11h45 komen wij, samen met leden van de lokale politie en medewerkers van FAVV, aan op het adres […]. Wij treffen er Mevrouw [V.], echtgenote van betrokkene […]. Mevrouw [V.] vergezelt ons de hele tijd van onze controle in de verschillende stallen. Wij treffen de heer [T.], zoon van betrokkene. Vaststellingen op 05 maart 2021 In een eerste stal […] Wij leggen de heer [T.], die op het moment van onze controle onderhoud van de uitbating uitvoert, de maatregel op de drinkbakjes leeg te maken zodat alle runderen over drinkwater beschikken en de onreine boxen direct uit te [mesten], uit te [ruimen] en in te strooien. Hierop geeft de heer [T.] direct gunstig gevolg en begint met verplaatsing van dieren en uitmesting van de boxen. ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR260.948 VII-41.122-3/15 In een tweede stal […] Wij melden mevrouw [V.] dat het onderhoud, ruimen van hoge hoeveelheden mest in boxen, en de dagelijkse verzorging, voederen – drenken, van de runderen onvoldoende is en dat is vastgesteld dat onvoldoende bekwaam personeel beschikbaar is om deze taken naar behoren uit te voeren. Hierop verkrijgen wij antwoord dat vanaf maandag 08 maart 21 in deze uitbating bijkomende hulp en ondersteuning zal geboden, Wij verkrijgen hiervan de gegevens. Wij delen om 12h29 onze beslissing mee dat het aantal runderen zal dienen verminderd. In de achterste stal […] In deze achterste stal zijn […] 56 levende runderen aanwezig en liggen drie dode runderen. Deze runderen staan in een hoge natte mestlaag wat wijst op ondermaats onderhoud en onbehoorlijk onderhoud. De verschillende boxen zijn niet voldoende ingestrooid en lange tijd niet voorzien van geschikte bodembedekking. Deze runderen staan continu met klauwen en onderpoten […] in natte mest wat een nadelige invloed heeft op hun welzijn voornamelijk op hun klauwen. In de voerstrook vooraan elke kant, ligt beschimmelde gehakselde maïs. Wij vernemen dat vers maïs telkens bovenop restanten van vorige maïs verstrekking wordt gestort zonder eerst de oude resten te verwijderen en af te voeren. De voedingstoestand van deze kudde is onvoldoende. Tweederde van de drinkbakjes liggen vol oud voer waardoor runderen hieruit niet kunnen drinken. Ongeveer een derde van deze kudde reageert trager dan normaal. De alertheid is veel minder dan normaal bij dergelijke kudde. Verschillende runderen vertonen likzucht. Wij stellen vast dat de toestand in deze derde – achterste – stal, in vergelijking met de twee andere stallen veel slechter is op vlak van dierenwelzijn. Gelet op de verminderde alertheid en voedingstoestand van runderen, het hoge sterfte percentage, blijvende sterfte, de talrijke oude bevuilingen in de ruimtes waar dieren gehouden, de onreine omgeving waarin landbouwdieren gehouden, vele tekenen wijzen op onbehoorlijk beheer, onaangepaste of onvoldoende voerverstrekking, langdurig slecht onderhoud van de inrichting en ondermaatse verzorgingen van dieren, niet alle runderen hebben beschikking over water, dringende acties vereist zijn op vlak van dierenwelzijn. Wij brengen mevrouw [V.] op de hoogte van onze vastgestelde inbreuken en dat onmiddellijk een einde dient gesteld aan de persistentie van de kritieke tekorten. Wij vernemen [dat] in deze stal zich een gezinsdrama afspeelde met een verdringing reactie bij het gezin voor deze locatie. […] Maatregelen : Administratieve Inbeslagname : Wij nemen om 12h55 de beslissing, overeenkomstig art. 42 §1 van de dierenwelzijnswet, alle runderen aanwezig op 05 maart 2021 in de achterste beschreven stal, administratief in beslag te nemen. Wij beslissen over te gaan ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR260.948 VII-41.122-4/15 tot openbare verkoop van verplaatsbare runderen die deze uitbating mogen verlaten. Wij delen onze genomen beslissing mee aan mevrouw [V.]. [Verzoeker] komt op ons toegestapt. Wij verduidelijken onze genomen beslissing en stellen hem voor zijn veehandelaar te vragen ter plaatse te komen opdat deze ook een bod zou kunnen uitbrengen. Beslissing tot administratieve in beslagname conform art 42 § 1 van Wet 14/08/1986 Wij beslissen 05/03/2021 om 12h55 tot administratieve in beslagname van alle 56 levende runderen uit deze achterste stal. Bestemmingsbeslissing conform art 42 §2 van Wet 14/08/1986 Bestemming van deze 56 dieren : - 53 ervan, die deze locatie mogen verlaten gezien voorzien van een wettelijk vereiste identificatie oormerk openbaar te verkopen en deze dieren nog diezelfde dag te laten weghalen door de bieder van het hoogste bod, - 3 levende runderen gemerkt […] dienen ter plaatse geëuthanaseerd gezien deze de uitbating niet mogen verlaten om redenen van voedselveiligheid […] Wij contacteren verschillende veehandelaars om hen te vragen naar hun interesse […] De openbare verkoop wordt afgesloten om 16h02 na ontvangst van het laatste bod onder gesloten enveloppe. […] Op 05 maart 2021 om 16h14 wordt de bestemmingsbeslissing genomen alle 53 levende runderen aanwezig op de achterste stal [die de uitbating mogen verlaten], toe te wijzen aan de bieder van het hoogste bod [J.] […] Om 17h15 komt de bedrijfsdierenarts […] ter plaatse, euthanaseert […] de drie runderen gemerkt […]. De bieder van het hoogste bod komt omstreeks 18h55 ter plaatse. […] Om 21h23 is het laatste rund er opgeladen en wordt weggevoerd. […] Uitnodiging tot verhoor Wij nodigen betrokkene uit voor een verhoor. Wij verzenden deze uitnodiging eveneens aan lokale politie met de vraag betrokkene hiervan een afschrift te bezorgen. Inbreuken vastgesteld op 05 maart 2021 […] Navolgend onderzoek Op dinsdag 09 maart 2021 om 09h35 neemt verbalisant telefonisch contact met een medewerker van de ondersteunende organisatie ingeschakeld om fysieke bijstand te leveren aan deze uitbating om er een deel van dringend vereiste werkzaamheden met [betrekking] tot het houden van runderen er uit te voeren. Er wordt vernomen dat op maandag 08 en dinsdag 09 maart 2021 effectieve ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR260.948 VII-41.122-5/15 werkzaamheden door deze ondersteunende organisatie ter plaatse werden/worden gerealiseerd. Er zou al veel weggeruimd zijn uit boxen van de achterste stal waarbij verschillende restanten van kadavers zijn aangetroffen. Wij delen mee dat deze derde stal, indien hierin terug dieren zouden gehouden, voorafgaand na een grondige reiniging, deze dient ontsmet. Wij vernemen dat deze ondersteunende organisatie verder 1 dag per week er werkzaamheden zullen uitvoeren als hulp aan deze uitbating. Er is vernomen dat deze uitbating een bijkomende kracht zoekt om er 20h per week te helpen in de runderhouderij.” 3.
  7. Voor de beslissing tot inbeslagname van de 56 runderen wordt door de inspecteur-dierenarts een afzonderlijk document opgemaakt dat eveneens op 21 maart 2021 wordt ondertekend. 3.
  8. Op 22 maart 2021 ondertekent de secretaris-generaal van het departement Omgeving van de verwerende partij een bestemmingsbeslissing om 53 van de in beslag genomen runderen openbaar te verkopen, en de 3 overige in beslag genomen dieren te euthanaseren. De beslissing luidt als volgt : “Historiek PV van politie […] dd 03/03/2021 met onderstaande overtredingen: o Vier runderen uitgebroken tot +/- 1 km van vermelde uitbating, met ernstige dorsttekenen o Runderen gehouden in stal gelegen achteraan, die geen beschikking hebben over drinkwater o Aanwezigheid van 27 dode runderen in deze stal, vermoedelijk gestorven door watergebrek o Er is een erg verhoogde sterfte op vermeld bedrijf, mogelijks veroorzaakt door onkunde o Aanwezigheid van een kudde runderen achteraan deze uitbating die fel beginnen loeien bij betreding, mogelijks wijzend op hulpgeroep o Aanwezigheid van runderen uit wanhoop op zoek naar water o Dierenarts verklaart dat de runderen in deze stal, zijn verwaarloosd o Betrokkene is totaal niet bezorgd over het welzijn van deze runderen, begeeft zich op vraag van politie niet naar deze runderen en biedt geen enkele hulp of enige bijstand voor deze dieren Op vraag van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen FAVV, tot het leveren van bijstand betreffende de onbehoorlijke wijze van houden van landbouwdieren met sterk nadelige invloed op hun welzijn in de uitbating van betrokkene, wordt een gezamenlijke controle uitgevoerd op 05/03/
  9. Tijdens die controle 05/03/2021, worden alle 56 levende runderen, aanwezig […] in de stal achteraan […] door de dienst dierenwelzijn van de Vlaamse ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR260.948 VII-41.122-6/15 Overheid administratief in beslag genomen in toepassing van Art 42 §1 van de Dierenwelzijnswet van 14/08/1986/ De vaststellingen zijn geacteerd in het aanvankelijk PV met nummer […] afgesloten 21/03/
  10. Op 05/03/2021 werden alle 53 runderen die dit beslag mogen verlaten, openbaar verkocht en die dag nog overgebracht naar de bieder van het hoogste bod […]. Op 05/03/2021 werden de drie runderen gemerkt […], die het bedrijf niet mochten verlaten, nog die dag geëuthanaseerd. Bestemming Voor deze openbaar verkochte 53 runderen wordt in toepassing van Art. 42§2 van de Dierenwelzijnswet bestemmingsbeslissing […]verkoop opgesteld: Alle 53 runderen voorzien van officiële oormerken, aanwezig op 05/03/2021 op het bedrijf [van verzoeker] worden allen in toepassing van Art. 42 §2 van de Dierenwelzijnswet, op bevel van de Dienst Dierenwelzijn, openbaar verkocht en toegewezen aan de bieder van het hoogste bod. Voor de drie runderen gemerkt […] wordt in toepassing van Art. 42 §2 van de Dierenwelzijnswet, bestemmingsbeslissing […] opgesteld: De drie runderen voorzien van merken […], aanwezig op 05/03/2021 op het bedrijf [van verzoeker], worden allen in toepassing van Art. 42 §2 van de Dierenwelzijnswet, op bevel van de Dienst Dierenwelzijn, geëuthanaseerd. Motivatie van de beslissing Gelet op de inbreuken, geacteerd in PV […] d.d. 21/03/2021: - Onvoldoende of onaangepaste of ongeschikte voeding verschaffen aan runderen met vermagering, abnormaal hoge sterfte - Gebouwen waar deze runderen gehouden, onvoldoende tot niet onderhouden - Houden van runderen op hoge natte mesthopen en onvoldoende onderhoud realiseren van lig- en staanplaatsen - Krengen in deze stal en er laten verrotten, kadavers in verre gaande staat van ontbinding binnen bereik van levende runderen in deze stal aanhouden, vormt een vermijdbaar risico op het ontwikkelen van gezondheidsproblemen voor dieren gehouden op dit beslag - Onvoldoende acties realiseren om een einde te stellen aan voortduring van alle ernstige tekorten - Aanwezigheid van runderen met hoog dorstgevoel, niet alle runderen hebben beschikking over drinkwater - Geen behoorlijk toezicht [gerealiseerd] op deze runderen Gelet op het feit dat betrokkene in een periode van ruim 48h onvoldoende verbeteringen realiseerde en er geen aanwijzingen kunnen gevonden worden dat betrokkene direct er dringend te nemen acties zou nemen; Gelet op het feit dat betrokkene niet aangeeft de runderen in deze achterste stal, er levensnoodzakelijke verbeteringen aan te bieden en essentieel vereiste zorgen zal bieden waardoor het risico op verderzetting van tekorten bijzonder groot is en de kans dat daadwerkelijk een einde zal gesteld aan pertinentie van tekorten bijzonder klein is en de kans groot is op verder verslechtering van de omgeving voor deze dieren met vermijdbaar risico op blijvende hoge sterfte; Gelet op het feit dat het onverantwoord was de dieren ter plaatse te laten gezien het welzijn van de dieren niet gegarandeerd kon worden; ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR260.948 VII-41.122-7/15 Gelet op het feit dat direct verbeteracties vereist zijn voor deze dieren daar aangetroffen; Gelet op bovenstaande vaststellingen waaruit blijkt dat de dieren niet gehouden worden volgens hun ethologische en fysiologische behoeften; Gelet op het feit dat de 53 runderen nog enige economische waarde hebben en kunnen verkocht worden; Gelet op het feit dat de drie FAVV gemerkte runderen het bedrijf niet mogen verlaten en dat geen garantie kan bekomen dat deze drie dieren in dit beslag na 05/03/2021 wel zullen gehouden conform dierenwelzijn.” IV. Ontvankelijkheid van het beroep tegen de inbeslagname Exceptie
  11. De verwerende partij werpt op dat het beroep niet ontvankelijk is in zoverre het gericht wordt tegen de beslissing tot inbeslagname van de dieren. Uit artikel 42, § 3, van de wet van 14 augustus 1986 ‘betreffende de bescherming en het welzijn der dieren’ (hierna : dierenwelzijnswet) volgt immers dat de inbeslagname van rechtswege wordt opgeheven door de bestemmingsbeslissing, zodat het beroep tegen de eerste bestreden beslissing geen voorwerp meer heeft. Beoordeling
  12. Het eerste bestreden besluit betreft de beslissing van de inspecteur-dierenarts bij de inspectie Dierenwelzijn van 5 maart 2021 tot inbeslagname van runderen én tot openbare verkoop van de in beslag genomen runderen, geacteerd in het proces-verbaal dat op 21 maart 2021 werd afgesloten. Met dit eerste bestreden besluit worden in werkelijkheid twee afzonderlijke beslissingen genomen, zoals dit ook duidelijk blijkt uit het proces-verbaal : eerst de beslissing tot inbeslagname van de dieren op grond van artikel 42, § 1, van de dierenwelzijnswet, en vervolgens de beslissing tot bestemming van de in beslag genomen dieren, op grond van artikel 42, § 2, van de dierenwelzijnswet.
  13. Uit artikel 42, § 3, van de dierenwelzijnswet volgt dat de inbeslagname van rechtswege wordt opgeheven, hetzij door het nemen van de bestemmingsbeslissing, hetzij door het verstrijken van twee maanden in geval de ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR260.948 VII-41.122-8/15 bestemmingsbeslissing uitblijft. Hieruit volgt dat het bestuur na een inbeslagname niet verplicht is tot het nemen van een bestemmingsbeslissing, en de beslissingstermijn kan laten voorbijgaan. Bij gebreke aan een andersluidende wettelijke bepaling, herleeft deze termijn van twee maanden dan ook niet na de vernietiging van de bestemmingsbeslissing. Wanneer de bestemmingsbeslissing wordt vernietigd op een ogenblik dat deze termijn van twee maanden is verstreken, wordt de inbeslagname dan ook geacht van rechtswege te zijn opgeheven. Het principe van de retroactieve werking van de vernietigingsarresten van de Raad van State doet niet anders besluiten. Dat principe houdt in dat de vernietigde beslissing geacht wordt volledig en retroactief ongedaan te zijn gemaakt, en dat in het rechtsverkeer zal worden gehandeld alsof ze nooit genomen is. Hoewel het vernietigingsarrest de zaken aldus weer in de toestand brengt waarin ze zich bevonden vóór het bestreden besluit werd genomen, de juridische fictie reikt niet zo ver dat zou moeten worden aangenomen dat de tijd heeft stilgestaan.
  14. De bestreden beslissing tot inbeslagname van de dieren van verzoeker is meer dan twee maanden oud. Zij wordt dan ook geacht van rechtswege te zijn opgeheven, of de bestreden bestemmingsbeslissingen nu worden vernietigd of niet. Het beroep heeft dan ook geen voorwerp in zoverre het wordt gericht tegen de beslissing tot inbeslagname, zijnde de eerste beslissing die met het eerste bestreden besluit werd genomen. V. Ontvankelijkheid van het beroep tegen de bestemmingsbeslissingen Exceptie
  15. De verwerende partij wijst erop dat de dieren die het voorwerp uitmaken van de bestreden beslissingen inmiddels werden verkocht of geëuthanaseerd. De vernietiging van de bestemmingsbeslissing kan bijgevolg ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR260.948 VII-41.122-9/15 niet meer ertoe leiden dat de dieren aan verzoeker worden teruggegeven, zodat hij uit die vernietiging geen voordeel meer kan halen. Het beroep tegen de bestemmingsbeslissing zou bijgevolg niet ontvankelijk zijn. Beoordeling
  16. De in beslag genomen dieren hebben het voorwerp uitgemaakt van twee bestemmingsbeslissingen. Zoals blijkt uit het proces-verbaal dat op 21 maart 2021 werd afgesloten, heeft de inspecteur-dierenarts immers op 5 maart 2021 uitdrukkelijk de bestemming van deze dieren bepaald. Vervolgens heeft de secretaris-generaal van het departement Omgeving op 22 maart 2021 de beslissing genomen om aan de dieren de bestemming te geven die reeds op 5 maart 2021 was bepaald. Het verzoekschrift tot nietigverklaring wordt gericht tegen beide bestemmingsbeslissingen.
  17. In het verzoekschrift tot nietigverklaring zet verzoeker uiteen dat de verkoop van de dieren “zowel een financiële als een emotionele impact (heeft) op verzoeker en op diens bedrijf”. Verzoeker situeert het nadeel dat hij beweert te ondergaan ten gevolge van de bestreden beslissingen dan ook niet enkel op financieel vlak, maar ook op moreel vlak. Dit aangevoerde moreel nadeel volstaat om te getuigen van het vereiste belang bij het vernietigingsberoep.
  18. De exceptie wordt verworpen. Het beroep is ontvankelijk in zoverre het wordt gericht tegen de bestemmingsbeslissingen. ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR260.948 VII-41.122-10/15 VI. Onderzoek van het eerste onderdeel van het eerste middel tot nietigverklaring Standpunten van de partijen
  19. Verzoeker voert in het eerste middel de schending aan van : - artikel 42, § 1, gelezen in samenhang met de artikelen 34, 42, § 1/1 en 42, § 2, van de dierenwelzijnswet ; - de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’ ; - het zorgvuldigheidsbeginsel en het redelijkheidsbeginsel als beginselen van behoorlijk bestuur. Het eerste onderdeel van het middel komt op tegen de omstandigheid dat de eerste bestreden beslissing overgaat tot de administratieve inbeslagname én de onmiddellijke verkoop van de dieren. Verzoeker wijst erop dat artikel 42, § 1, van de dierenwelzijnswet bepaalt dat de in artikel 34 van de wet bedoelde personen slechts kunnen overgaan tot administratief beslag en “indien nodig het onderbrengen van de dieren in een geschikte opvangplaats”. Door op het ogenblik van de inbeslagname meteen ook te beslissen tot verkoop van de dieren zou de toezichthouder volgens verzoeker zijn bevoegdheden hebben overschreden. De omstandigheid dat de dieren ingevolge de eerste bestreden beslissing al hun definitieve bestemming hadden verkregen, leidde er vervolgens toe dat de dienst die wel bevoegd was om de bestemmingsbeslissing te nemen, niets anders kon dan in het tweede bestreden besluit die bestemming te bevestigen zonder hieraan een eigen onderzoek te wijden.
  20. De verwerende partij antwoordt dat uit de gegevens van het administratief dossier blijkt dat de inspecteur-dierenarts enkel beslist heeft tot de administratieve inbeslagname, en dat de bestemmingsbeslissing -met het tweede bestreden besluit- genomen werd door de dienst Dierenwelzijn. De bewering dat beide beslissingen door de inspecteur-dierenarts zouden zijn genomen, zou dan ook feitelijk onjuist zijn. ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR260.948 VII-41.122-11/15 Volgens de verwerende partij blijkt uit de gemaakte vaststellingen voldoende dat de situatie ter plaatse bijzonder schrijnend was en dat dringende maatregelen nodig waren. Er kon niet gewacht worden tot bijkomende werkkrachten de boerderij zouden komen versterken. Nu er geen mogelijkheid bestond om de dieren na inbeslagname op een andere plaats te herbergen, bestond er voor de verwerende partij geen andere mogelijkheid dan de dieren onmiddellijk openbaar te verkopen. De verwerende partij besluit dat zij volstrekt redelijk en zorgvuldig heeft gehandeld. Alles wordt uitgebreid toegelicht in de bestemmingsbeslissing die dan ook afdoende gemotiveerd is. Beoordeling
  21. Artikel 42 van de dierenwelzijnswet bepaalt : “§
  22. Wanneer de in artikel 34 bedoelde overheidspersonen een inbreuk op deze wet, haar uitvoeringsbesluiten of Europese verordeningen of beschikkingen/besluiten vaststellen en deze inbreuk over levende dieren gaat, kunnen zij deze dieren administratief in beslag nemen en indien nodig onderbrengen in een geschikte opvangplaats. […] §1/
  23. In de in §1 bedoelde gevallen wordt een kopie van het in artikel 34, § 3, bedoelde proces-verbaal bezorgd aan de Dienst. §
  24. De Dienst bepaalt de bestemming van het dier dat overeenkomstig paragraaf 1 in beslag werd genomen. Deze bestemming bestaat uit het al dan niet tegen waarborgsom teruggeven aan de verantwoordelijke van het dier, het verkopen, het in volle eigendom geven aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon, het slachten of het zonder verwijl doden.” Deze bepaling maakt aldus een onderscheid tussen de beslissing tot inbeslagname, die genomen wordt door “de in artikel 34 bedoelde overheidspersonen” en de bestemmingsbeslissing die genomen wordt door “de Dienst”. Om “de Dienst” toe te laten de bestemmingsbeslissing te nemen, bezorgt de overheidspersoon die tot de inbeslagname is overgaan, haar een kopie van zijn proces-verbaal. ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR260.948 VII-41.122-12/15
  25. Uit het proces-verbaal van de inspecteur-dierenarts dat op 21 maart 2021 werd afgesloten, blijkt dat hij op 5 maart 2021 zowel heeft beslist tot de inbeslagname van 56 runderen op het bedrijf van verzoeker, als over de bestemming die aan deze in beslag genomen dieren wordt gegeven (verkoop van 53 dieren, zonder verwijl doden van 3 dieren). Het wordt niet betwist dat de betrokken inspecteur-dierenarts een “in artikel 34 bedoelde overheidspersoon“ is, die als zodanig niet kan worden vereenzelvigd met “de Dienst”. Hij beschikt dan ook niet over de bevoegdheid om na de inbeslagname te beslissen over de bestemming die aan de in beslag genomen dieren dient gegeven te worden. De bestemmingsbeslissing van de inspecteur-dierenarts van 5 maart 2021 schendt artikel 42, § 1, gelezen in samenhang met de artikelen 34, 42, §1/1 en 42, § 2, van de dierenwelzijnswet.
  26. De omstandigheid dat nadien, op een ogenblik dat de dieren al hun definitieve bestemming hebben gekregen, door de secretaris-generaal van het departement Omgeving -van wie niet wordt betwist dat hij bevoegd is om op treden als “de Dienst” - alsnog een bestemmingsbeslissing werd genomen, kan aan deze bevoegdheidsoverschrijding niet verhelpen. Het behoorde de inspecteur-dierenarts om na de inbeslagname een kopie van het proces-verbaal daarvan over te maken aan “de Dienst”, waarna deze de bestemmingsbeslissing kon nemen.
  27. De eventuele hoogdringendheid waarmee de bestemmings-beslissing moest genomen worden, kan de handelwijze van de betrokken inspecteur-dierenarts evenmin wettigen. Niets verzet zich immers ertegen dat “de Dienst” in spoedeisende gevallen de bestemmingsbeslissing zou nemen onmiddellijk na de inbeslagname, mits de inspecteur-dierenarts haar meteen een kopie bezorgt van het proces-verbaal en op de dringende noodzaak wijst van de te nemen bestemmingsbeslissing.
  28. In zoverre het eerste middel in zijn eerste onderdeel gericht wordt tegen de beslissing van de inspecteur-dierenarts van 5 maart 2021 (geacteerd in het proces-verbaal dat op 21 maart 2021 werd afgesloten) tot verkoop van in ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR260.948 VII-41.122-13/15 beslag genomen runderen, is het gegrond en verantwoordt het de vernietiging van die beslissing.
  29. De onwettigheid van de bestemmingsbeslissing van de inspecteur-dierenarts van 5 maart 2021 leidt tot de onwettigheid van de op 22 maart 2021 door de secretaris-generaal van het departement Omgeving genomen bestemmingsbeslissing. De feitelijke situatie die door de onwettige bestemmings-beslissing van 5 maart 2021 was ontstaan, ontnam immers aan de bevoegde overheidsdienst elke nuttige mogelijkheid om zelf te onderzoeken wat de meest gepaste bestemming zou zijn voor deze dieren. De ‘Dienst’ heeft de bevoegdheid die haar door artikel 42, § 2, van de dierenwelzijnswet is voorbehouden, aldus niet op een wettige wijze kunnen uitoefenen. Ook de bestemmingsbeslissing van 22 maart 2021 wordt bijgevolg vernietigd. BESLISSING
  30. De Raad van State vernietigt : - de beslissing van de inspecteur-dierenarts van de inspectie Dierenwelzijn van 5 maart 2021 tot bestemming van de runderen die op het bedrijf van verzoeker in beslag werden genomen; - het besluit van de secretaris-generaal van het departement Omgeving van 22 maart 2021 houdende de bestemmingsbeslissing tot verkoop van 53 runderen die op het bedrijf van verzoeker in beslag werden genomen.
  31. Het beroep wordt verworpen in zoverre het gericht wordt tegen de beslissing van de inspecteur-dierenarts van de inspectie Dierenwelzijn van 5 maart 2021 tot inbeslagname van runderen op het bedrijf van verzoeker. ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR260.948 VII-41.122-14/15
  32. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan verzoeker. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zeven oktober tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, Peter Sourbron, staatsraad, Francis Van Nuffel, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Carlo Adams ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR260.948 VII-41.122-15/15 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.948 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.