id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 oktober 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.957 Rolnummer: A. 242554/XII-9728 Zaak: Arrest 260957 - Dierenwelzijn - 08/10/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-10-10 Raadplegingen: 158 - laatst gezien 2026-06-18 21:17 Fiche Arrest nr 260.957 van 8 oktober 2024 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.957 no lien 279273 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 260.957 van 8 oktober 2024 in de zaak A. 242.554/XII-9.728 In zake: J.D. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Koen Van Wynsberge kantoor houdend te 9860 Oosterzele Kwaadbeek 47a bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Filip Vincke kantoor houdend te 8580 Avelgem Leopoldstraat 63 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 23 juli 2024, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het “besluit van het Afdelingshoofd van de Afdeling Dierenwelzijn van het Departement Omgeving van 31 mei 2024, ondertekend op 5 juni 2024 […] waarbij 19 honden (12 volwassen honden en 7 pups) in volle eigendom worden gegeven aan het opvangcentrum waar de dieren momenteel verblijven.” II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Anja Somers heeft een verslag opgesteld. XII-9.728-1/6 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 3 oktober
- Staatsraad Frédéric Vanneste heeft verslag uitgebracht. Advocaat Koen Van Wynsberge, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Filip Vincke, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Naar aanleiding van een melding voert een interventieploeg van de lokale politie op 14 april 2024 een controle uit bij verzoeker. Naar aanleiding van de vaststellingen begeeft een hoofdinspecteur zich op 15 april 2024 naar het betrokken terrein en doet dat de vaststellingen die worden weergegeven in het proces-verbaal. 3.
- Op basis van de vaststellingen worden er 19 honden in beslag genomen 3.3 De honden worden onderzocht in een asiel. De bevindingen worden weergegeven in een verslag van de dierenarts. 3.
- Met een schrijven van 15 april 2024 wordt verzoeker uitgenodigd voor verhoor op 24 april
- De uitnodiging vermeldt “U zal gehoord worden over feiten die u ten laste kunnen worden gelegd en die een XII-9.728-2/6 misdrijf betreffen waarvoor een vrijheidsstraf kan worden opgelegd, meer bepaald: Inbreuken op Dierenwelzijn”. 3.
- Verzoeker wordt gehoord op 24 april 2024, dit verhoor wordt weergegeven in bijlage 2 bij PV nr DE.63.L4.005844/2024 3.
- Op 31 mei 2024 neemt de verwerende partij de beslissing om de 19 honden in toepassing van artikel 42, § 2, van de wet van 14 augustus 1986 ‘betreffende de bescherming en het welzijn der dieren’ in volle eigendom te geven aan het opvangcentrum waar de dieren momenteel verblijven. Dit is de bestreden beslissing. IV. Schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. V. Spoedeisendheid Standpunt van verzoeker
- Verzoeker meent dat de vordering spoedeisend is omdat de dieren die in beslag werden genomen in volle eigendom aan het omvangcentrum werden gegeven. Dit opvangcentrum kan naar eigen goeddunken beschikken over de dieren en deze aan een andere eigenaar toekennen. Aangezien verzoeker niet op de hoogte is van welk opvangcentrum de dieren opvangt, kan er geen vordering tegen het opvangcentrum worden ingediend of kan er geen voorlopige maatregel worden gevorderd. Verzoeker wil de doorverkoop van de dieren vermijden en wenst niet voor een ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.957 XII-9.728-3/6 voldongen feit te worden geplaatst. Evenmin is het voor verzoeker mogelijk om een voorlopige maatregel te vorderen voor de burgerlijke rechtbank. De schorsing dient te worden bekomen teneinde de doorverkoop van de honden door het opvangcentrum te vermijden. Onder de hoofding belang vermeldt verzoeker ook dat de beslissing hem een financieel en moreel nadeel berokkent.
- Volgens de verwerende partij is verzoeker bij zijn verzoek tot schorsing niet voldoende diligent opgetreden door anderhalve maand te wachten met het verzoek. Beoordeling
- Naar eis van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet het verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, 4°, van het procedurereglement kort geding van 5 december
- Dit houdt in dat het aan verzoeker toevalt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de gevolgen van een – voortdurende – tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. Verzoeker moet, wil hij de spoedeisendheid verantwoorden, concreet aantonen aan de hand van verifieerbare gegevens en stavingsstukken dat de vernietiging van het bestreden besluit na de afwikkeling van de annulatieprocedure, onherroepelijk te laat zou komen om het nadeel op te vangen of zijn belangen veilig te stellen. Voorts kan luidens artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, een vordering tot schorsing worden gevorderd “op elk moment” en dus niet meer, zoals in de voorheen bestaande regelgeving, noodzakelijk in een enig verzoekschrift samen met de vernietiging. Met deze regeling heeft de wetgever precies de situaties willen verlaten waarbij ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.957 XII-9.728-4/6 “geen enkele bijzondere gebeurtenis vereist dat de Raad van State zich bij spoedeisendheid over de zaak die haar wordt voorgelegd uitspreekt” (memorie van toelichting, Parl.St. Senaat, 2012-13, nr. 5-2277/1, 4). De spoedeisendheid “zal worden vastgesteld wanneer de verzoeker het resultaat van [de] procedure [ten gronde] niet kan afwachten om zijn beslissing te verkrijgen, op straffe zich in een toestand te bevinden met onherroepelijke schadelijke gevolgen” (memorie van toelichting, Parl.St. Senaat, 2012-13, nr. 5-2277/1, 13). Bovendien mag een nieuwe vordering worden ingediend, indien die steunt op nieuwe elementen die de spoedeisendheid van deze vordering rechtvaardigen (artikel 17, § 2, derde lid, gecoördineerde wetten op de Raad van State). Uit wat voorafgaat, volgt dat niet zal volstaan te stellen dat de doorlooptijd van een annulatieprocedure te lang duurt of dat het resultaat van een annulatieprocedure niet kan worden afgewacht.
- Verzoeker verzuimt om aan de hand van concrete, precieze en dienstige gegevens uiteen te zetten in welke mate hij onherroepelijke schadelijke gevolgen zou ondergaan indien het resultaat van het beroep tot nietigverklaring zou moeten worden afgewacht. Verzoeker wenst te vermijden dat de honden worden doorverkocht, maar verliest daarbij uit het oog dat de honden door de bestreden beslissing reeds in volle eigendom zijn overgedragen aan het opvangcentrum. De gevraagde schorsing van de bestreden beslissing kan niet verhinderen dat het opvangcentrum deze doorverkoopt aan een derde. De vrees voor een eventuele doorverkoop kan de spoedeisendheid niet schragen.
- Verzoeker toont evenmin aan de hand van concrete gegevens aan dat hij ingevolge het financieel nadeel de duur van de annulatieprocedure niet zal kunnen overbruggen. Hij beperkt er zich toe te stellen dat de bestreden beslissing hem een financieel nadeel berokkent. XII-9.728-5/6 VI. Conclusie
- Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op acht oktober tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Frédéric Vanneste, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Frédéric Vanneste XII-9.728-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.957 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.696 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.