id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 oktober 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.066 Rolnummer: A. 236809/VII-41584 Zaak: Arrest 261066 - Kansspelen - 17/10/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-10-21 Raadplegingen: 101 - laatst gezien 2026-06-17 04:49 Fiche Arrest nr 261.066 van 17 oktober 2024 Justitie - Kansspelen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.066 no lien 279382 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 261.066 van 17 oktober 2024 in de zaak A. 236.809/VII-41.584 In zake : de NV DERBY bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Nicolas Bonbled en Junior Geysens kantoor houdend te 1000 Brussel Bischoffsheimlaan 33 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de STAD GENK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Wim Mertens en Philippe Dreesen kantoor houdend te 3580 Beringen Paalsesteenweg 81 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 12 juli 2022, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de gemeenteraad van de stad Genk van 26 april 2022 om geen convenant af te sluiten met de nv Derby voor het verder exploiteren van een kansspelinrichting klasse IV, op het adres André Dumontlaan 82 te Genk. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Wendy Depester heeft op 16 februari 2023 een verslag opgesteld. VII-41.584-1/14 De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 30 mei
- Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Junior Geysens, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Philippe Dreesen, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Wendy Depester heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoekende partij exploiteert een wedkantoor aan de André Dumontlaan 82 te Genk. Zij beschikt daartoe over een vergunning F2 die op 8 mei 2019 door de Kansspelcommissie werd verleend voor een geldigheidstermijn van drie jaar. 3.
- Op 16 december 2021 richt de verzoekende partij een aanvraag tot het stadsbestuur om een convenant af te sluiten voor de verdere exploitatie van de inrichting, zoals wordt vereist door de artikelen 43/4, § 1, vierde lid, en 43/5, eerste lid, van de wet van 7 mei 1999 ‘op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers’ (hierna: kansspelwet). 3.
- Over de aanvraag worden een aantal adviezen ingewonnen. VII-41.584-2/14 3.
- Op 26 april 2022 beslist de gemeenteraad van de stad Genk om “niet akkoord [te gaan] met het afsluiten van een convenant met betrekking tot de uitbating van een vaste kansspelinrichting klasse IV t.p. André Dumontlaan 82 te 3600 Genk, aangevraagd door Derby nv […].” Deze beslissing steunt op de volgende motieven: “Aanleiding en context In de wetswijzing van 7 mei 2019 werd de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen gewijzigd. Hierin werd opgenomen dat voor de uitbating van een wedkantoor een convenant tussen stad en uitbater noodzakelijk is. Het convenant is conform de informatieve nota van de kansspelcommissie sedert 25 mei 2021 vereist bij het indienen van een vraag tot toekenning of hernieuwing van vergunning F
- Argumentatie De heer [Y.B.], gedelegeerd bestuurder van Derby nv, […] heeft een aanvraag ingediend om een hernieuwing van de vergunning F2 te bekomen van de kansspelcommissie om een wedkantoor, kansspelinrichting klasse IV te exploiteren, gelegen te André Dumontlaan 82 te 3600 Genk. Het aantal wedkantoren met een vergunning F2 (van de kansspelcommissie) is
- Conform de wet behoort de beslissing om al dan niet dergelijke convenanten af te sluiten tot de discretionaire bevoegdheid van de gemeente. Artikel 43/5, 5° van de wet van 7 mei 1999 bepaalt ondubbelzinnig dat de aanvrager ervoor moet zorgen dat de kansspelinrichting klasse IV niet gevestigd wordt in de nabijheid van onderwijsinstellingen, ziekenhuizen, plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht, zulks behoudens met redenen omklede afwijking die door de gemeente wordt toegestaan. In de parlementaire voorbereidingen staat verder nog te lezen: ‘Dat convenant bepaalt waar de kansspelinrichting wordt gevestigd, inzonderheid rekening houdend met onderwijsinstellingen, ziekenhuizen, plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht, plaatsen waar erediensten worden gehouden of gevangenissen.’ Hieruit blijkt dat de concrete omstandigheden die een weigering om een convenant te sluiten kunnen verantwoorden, niet beperkt zijn tot die inrichtingen die uitdrukkelijk vermeld staan in artikel 43/5, 5° van de wet. Het Grondwettelijk Hof heeft dit nog bevestigd in het arrest nr. 177/2021 van 9 december
- De wetgever heeft de gemeente de mogelijkheid gegeven om per concreet dossier na te gaan of de voorgestelde locatie al dan niet in de nabijheid van kwetsbare inrichtingen gelegen is. Die bepalingen strekken er in het bijzonder toe de sociale risico’s in verband met de ligging van de vaste kansspelinrichtingen klasse IV te beperken en de spelers te beschermen. VII-41.584-3/14 In het kader van een concreet individueel dossier is het nabijheidsonderzoek een belangrijk en zelfs een determinerend motief in de afweging van de gemeente om al dan niet een convenant af te sluiten. De door Derby nv voorgestelde vestigingsplaats bevindt zich op het adres André Dumontlaan 82, 3600 Genk. Deze vestigingsplaats bevindt zich in de nabijheid van tal van kwetsbare inrichtingen. Elke besproken locatie wordt opgenomen in een omgevingsplan als bijlage. Zij zijn elk gelegen binnen een straal van 1 km vanaf de voorgestelde vestigingsplaats. De hierna aangeduide afstandsmaten betreft de afstand in vogelvlucht. Na concreet onderzoek blijkt dat de locatie zich in de nabijheid van diverse onderwijsinstellingen bevindt. Dit betreft volgende locaties: T2 Campus- Educathor is gelegen op 430m. Dit betreft een opleidingsaanbod op de site Thor Park voor basis, secundair, hoger en volwassenonderwijs. Scholen die niet over de nodige infrastructuur beschikken, kunnen hier o.a. gebruik maken van de allernieuwste technieken om de leerplandoelstellingen te behalen. Ook SyntraPXL en VDAB bieden op deze campussen opleidingen aan. Op een afstand van 550m in de Oude Driesstraat is basisschool VBS Oud Waterschei gelegen. Deze overweging op zich volstaat om het sluiten van een convenant te weigeren. De voorgestelde locatie bevindt zich in de nabijheid van een ziekenhuis. Op een wandelafstand van 900m ligt de Campus André Dumont van het ZOL. Deze overweging op zich volstaat om het sluiten van de convenant te weigeren. De voorgestelde locatie bevindt zich in de nabijheid van plaatsen waar regelmatig erediensten worden gehouden. De evangelistische baptistenkerk Beth-El ligt op 190m van de voorgestelde vestigingsplaats. De Christus- Koningkerk in de Kerkeweg te Waterschei ligt op 700m. Onze-Lieve- Vrouw-Terhemelopneming in de Lieve Vrouwstraat op 850m. Deze overweging op zich volstaat om het sluiten van de convenant te weigeren. De voorgestelde locatie bevindt zich in de nabijheid van plaatsen die vooral door jongeren bezocht worden: • In het tegenovergelegen Thor Park is de kinderopvang Thor Familia gevestigd op een afstand van 280m. • Daarnaast heeft het tegenover gelegen Thor Park nog andere faciliteiten die overwegend jongeren aantrekken, zoals de horecazaak Thor Central of het outdoor zomerterras Thor Terrazza. Dit is ook een terrein waar evenementen, zoals de festivals Isle of Thor en Afro Latino, georganiseerd worden en die vooral door jongeren bezocht worden. De hoofdparkeerplaats van Thor Park bevindt zich pal tegenover de voorgestelde vestigingsplaats. • Jeugdwerking Gigos in de Binnenlaan is op 940m gelegen. Deze organisatie houdt zich bezig met jeugdwelzijnswerk om kwetsbare jongeren ontwikkelingskansen aan te bieden. • In de Stalenstraat heeft Kind en Taal vzw nog een vestigingsplaats op 935m met een aanbod voor zowel kinderen als ouders op vlak van taal- en denkontwikkeling alsook opvoedingsondersteuning. • Tennisclub Rapid Waterschei met een aanbod aan jeugdlessen is op 620m gelegen. • Sportclub Edele Handboog Waterschei is verderop nog gelegen op 550m van de voorgestelde vestigingsplaats. VII-41.584-4/14 • Op een afstand van 1.200m is het stadion van KRC Genk gelegen. Deze club heeft een belangrijke jeugdwerking. Daarnaast worden de thuiswedstrijden door veel jongeren bijgewoond. Op 1.880m is nog Jeugd Sport Calcio Genk gelegen in de Steenbeukstraat. De nabijheid van elk van de hiervoor genoemde plaatsen volstaat op zich om het sluiten van de convenant te weigeren. Daarnaast kunnen ook motieven die verwijzen naar de hoge concentratie aan sociaal en economisch zwakken in de gemeente, het lage gemiddelde inkomen, de hoge concentratie aan werklozen e.d. in aanmerking worden genomen bij het oordeel om al dan niet een convenant af te sluiten (RvS nr. 100.398, 26 oktober 2001). Gokken kan schulden en financiële problemen veroorzaken. Het brengt mensen tot armoede en leidt tot gezondheids- en sociale problemen. Uit de resultaten van de bevraging van de stadsmonitor m.b.t. het thema ‘armoede’ voor Centrumstad Genk blijkt dat de armoedecijfers in Genk boven het gemiddelde liggen. Zo heeft 16,8% van de Genkse bevolking betalingsmoeilijkheden tegenover een gemiddelde van 14,9% van het totaal centrumsteden. Gelet op de socio-economische achterstelling is het bijgevolg niet wenselijk om een wedkantoor toe te laten op de voorgestelde locatie. De voorgestelde locatie bevindt zich in de nabijheid van organisaties die zich direct of indirect inzetten voor sociaal en economisch zwakken: • De VDAB heeft een vestigingsplaats op de tegenovergelegen T2 Campus-Educathor op 430m. De hoofdparkeerplaats bevindt zich pal tegenover de voorgestelde locatie. Zij hebben een aanbod voor niet- of laaggeschoolde werkzoekende volwassenen. Dergelijke opleidingen kaderen binnen het proces van arbeidsintegratie voor betrokkenen die op dat ogenblik bijzonder kwetsbaar zijn. • Jeugdwerking Gigos in de Binnenlaan is op 940m gelegen. Deze organisatie houdt zich bezig met jeugdwelzijnswerk om kwetsbare jongeren ontwikkelingskansen aan te bieden. • In de Stalenstraat heeft Kind en Taal vzw nog een vestigingsplaats op ca. 935m met een aanbod voor zowel kinderen als ouders op vlak van taal- en denkontwikkeling alsook opvoedingsondersteuning. Taal- en ontwikkelingsachterstand hangen dikwijls samen met een onderliggende problematiek van kansarmoede. De nabijheid van elk van de hiervoor genoemde plaatsen volstaat op zich om het sluiten van de convenant te weigeren. Ontvangen adviezen: • Advies Veiligheidshuis/Dienst Gebiedsgerichte Werking: Het Veiligheidshuis en dienst Gebiedsgerichte Werking geven negatief advies: in het kader van het Genkse drugbeleidsplan streven we naar een evenwichtige aanpak, waarbij we vanuit verschillende invalshoeken de problematiek rond middelengebruik en ook gedragsverslaving (zoals onder andere gokken en gamen) benaderen. Zowel vanuit preventie, hulpverlening als repressie, trachten we het aantal gokmogelijkheden eerder te beperken. In onze stad is er een overaanbod aan gokmogelijkheden, zeker in vergelijking met andere steden en gemeenten. Vandaar dat we eerder een uitdoofbeleid adviseren. VII-41.584-5/14 Vanuit het Genkse Drugbeleid zetten we sterk in op preventie rond middelengebruik en verslaving. Ook gokken en gamen zijn opgenomen in ons drugbeleid. Sinds een aantal jaren ligt de focus voornamelijk op gokken en de mogelijke risico’s die daarmee gepaard gaan. Ons beleid voorziet een hulpaanbod voor mensen die in de problemen komen door hun gokgedrag. Eveneens wordt er door Stad Genk via politie en de afdeling veiligheid ingezet op de handhaving van de afspraken en regels met betrekking tot gokken. Het belangrijkste instrument in het voorkomen van de ontwikkeling van een gokstoornis is een uitgewerkte, evidence-based preventie. Hoewel gokken onder de 18 jaar verboden is, merken we via de laatste leerlingenbevraging van de VAD (Vlaams expertisecentrum alcohol en andere drugs) dat jongeren reeds op vroege leeftijd in aanraking komen met gokken. Zelfs voordat ze meerderjarig zijn. Adolescentie is een belangrijke ontwikkelingsperiode. Problematisch gokgedrag start vaak in de (vroege) adolescentie en jonge problematische gokkers startten vaker vroeger met gokken dan hun leeftijdsgenoten die niet problematisch gokken. Verschillende risicofactoren die eerder besproken werden, zoals impulsiviteit, hyperactiviteit, gedragsproblemen en onaangepaste coping, vinden hun oorsprong in de adolescentie. Naast impulsiviteit als persoonlijkheidskenmerk, is impulsiviteit ook kenmerkend voor de adolescentie door de ongelijke rijping van de hersenstructuren, waarin de prefrontale cortex trager ontwikkelt dan de andere structuren. Dit maakt adolescenten kwetsbaar voor impulsief gokgedrag (Shead, Derevensky & Gupta, 2010; Brezing, Derevensky & Potenza, 2010) wat de doelgroep jongeren betreft, hebben we binnen Genk te maken met een bovengemiddeld kwetsbare doelgroep. Dit geldt zowel voor de jongeren, als de context waarin ze opgroeien. Als we de algemene armoedecijfers (zie bijlage) bekijken, zien we een gelijkaardige trend. Stad Genk heeft de laatste jaren heel wat inspanningen geleverd om de cijfers naar een Vlaams gemiddelde terug te brengen. De meest recente cijfers tonen ook aan dat de geleverde inspanningen bijdragen aan een verbetering in de cijfers. Desalniettemin zien we de noodzaak om deze extra inspanningen minstens te blijven voortzetten. […]” IV. Onderzoek van het enige middel Standpunt van de partijen
- In een enig middel wordt de schending aangevoerd van de artikelen 43/4 en 43/5 van de kansspelwet, van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’ (hierna: motiveringswet), van het zorgvuldigheidsbeginsel en van de materiëlemotiveringsplicht. VII-41.584-6/14 In een eerste middelonderdeel stelt de verzoekende partij dat in de bestreden beslissing enkel gebruik wordt gemaakt van “afstanden in vogelvlucht” en dat er als bijlage bij deze beslissing geen omgevingsplan is gevoegd. De werkelijke wandelafstand tot alle in de bestreden beslissing genoemde beschermde plaatsen zou evenwel significant hoger liggen en de enige in de bestreden beslissing opgenomen beschermde plaats die binnen een werkelijke wandelafstand van 500 meter zou liggen, met name kinderopvang Thor Familia, zou niet te beschouwen zijn als een plaats die vooral door jongeren wordt bezocht, zodat in werkelijkheid in de nabijheid van het wedkantoor geen enkele inrichting gevestigd is die door de wetgever wordt beschermd. Als tweede middelonderdeel wordt aangevoerd dat de weigeringsbeslissing mede steunt op de nabijheid van plaatsen waar erediensten worden gehouden en van organisaties die zich direct of indirect inzetten voor sociaal-economisch zwakkeren, terwijl dergelijke plaatsen en inrichtingen niet vermeld worden in artikel 43/5 van de kansspelwet. De aanwezigheid van dergelijke inrichtingen in de (ruime) omgeving van het wedkantoor is daarom geen afdoende reden om het afsluiten van een convenant te weigeren. Minstens moet dit gepaard gaan met gegevens die erop wijzen dat, gelet op de concrete lokale omstandigheden, het wedkantoor een grote aantrekkingskracht uitoefent op de categorieën van personen die de wetgever wenst te beschermen. De verzoekende partij besluit dat de feitelijke toestand in de onmiddellijke omgeving van het wedkantoor onjuist, minstens onzorgvuldig, wordt beschreven in de bestreden beslissing.
- De verwerende partij antwoordt, wat het eerste middelonderdeel betreft, dat enkel wanneer uit de concrete omstandigheden van de zaak blijkt dat de reële wandel- of verplaatsingsafstand beduidend verschilt van de afstand in vogelvlucht, de vermelding van de afstand in vogelvlucht mogelijk niet kan volstaan. Voorts benadrukt zij dat wanneer gebruik wordt gemaakt van afstanden in vogelvlucht en de reële wandel- of verplaatsingsafstanden niet beduidend verschillen van deze afstanden in vogelvlucht, er geen omgevingsplan moet worden toegevoegd. De verwerende partij wijst erop dat als wordt uitgegaan van ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.066 VII-41.584-7/14 de verplaatsingsafstanden, zoals beschreven door de verzoekende partij, het merendeel van de in de bestreden beslissing vermelde plaatsen “zich zelfs binnen een (reële) afstand tussen 500 m en 1000 m [bevindt], hetgeen de Raad van State in het arrest nr. 208.789 van 9 november 2010 voldoende achtte om tot de toepassing van de prohibitieve nabijheidscriteria te besluiten”. Met betrekking tot de kritiek dat bepaalde in de bestreden beslissing vermelde plaatsen niet voornamelijk door jongeren zouden worden bezocht, repliceert de verwerende partij dat “[d]e nabijheid van de onderwijsinstelling ‘T2 Campus-Educathor’ […] op zichzelf reeds [volstaat] om de aanvraag […] te weigeren”. Uit de bestreden beslissing blijkt dat deze plaats zich op 430 meter (in vogelvlucht) en op 550 meter (in reële wandelafstand) van het wedkantoor bevindt. Dit verschil in afstand van 120 meter is niet beduidend. Tot slot geeft de verwerende partij nog aan dat haar zogenaamde anti-gokpolitiek niet relevant is aangezien dit geen motief vormt voor het nemen van de bestreden beslissing. Met betrekking tot het tweede middelonderdeel wijst zij op haar discretionaire bevoegdheid om de geschiktheid van de voorgestelde vestigingsplaats te beoordelen. De omstandigheden die tot een weigering van het convenant kunnen leiden zijn dan ook veel ruimer dan de ligging nabij onderwijsinstellingen, ziekenhuizen en plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht. Ook andere locale toestanden kunnen volgens de verwerende partij een weigering van het convenant verantwoorden, zoals onder andere de nabijheid van plaatsen waar erediensten worden gehouden en van gevangenissen. Tot slot merkt zij nog op dat de verzoekende partij “geen wettigheidskritiek [levert] op de motieven met betrekking tot de ligging nabij de T2 Campus-Educathor op 430 m en nabij de campus André Dumont van het ZOL op 900 m (Ziekenhuis Oost- Limburg)”.
- In haar memorie van wederantwoord dupliceert de verzoekende partij dat arrest nr. 208.789 van de Raad van State van 9 november 2010 niet relevant is omdat in die zaak de afstanden noch de kwalificatie van de aangehaalde plaatsen werden betwist, terwijl zulks wel het geval is in voorliggend annulatieberoep. Vervolgens herhaalt zij dat elke in de bestreden beslissing vermelde afstand in werkelijkheid betekenisvol groter is, dat de kinderopvang Thor ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.066 VII-41.584-8/14 Familia ten onrechte in aanmerking wordt genomen in het kader van het nabijheidsonderzoek, dat de inrichting T2 Campus-Educathor zich in belangrijke mate tot volwassenen richt en dat een afstand van 550 meter in de gegeven omstandigheden als voldoende ruim moet worden beschouwd “gelet op het feit dat het Thor Park ruimtelijk afgescheiden is van de André Dumontlaan”. Daarnaast benadrukt de verzoekende partij nogmaals dat de kinderopvang Thor Familia, horecazaak Thor Central, het outdoor zomerterras Thor Terrazza, de sportclubs Tennisclub Rapid Waterschei en Sportclub Edele Handboog Waterschei, het stadion van KRC Genk en de basisschool VBS Oud Waterschei niet te beschouwen zijn als plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht. Tot slot laat zij gelden dat er ten aanzien van plaatsen die niet worden opgesomd in artikel 43/5, eerste lid, punt 5, van de kansspelwet geen uitdrukkelijk wettelijk vermoeden van kwetsbaarheid bestaat, zodat deze plaatsen maar in aanmerking kunnen worden genomen “indien de concrete lokale omstandigheden zulks verantwoorden”.
- De verzoekende partij beklemtoont in haar laatste memorie dat de opgegeven afstanden in vogelvlucht “significante verschillen” vertonen met de reële wandel- of verplaatsingsafstanden en dat zelfs een “verschil van 120 meter” moet beschouwd worden als een “significante afwijking”. Voorts stelt zij dat het Thor Park een “afgesloten domein” is en dat het kennelijk onredelijk is om aan te nemen dat het wedkantoor in de nabijheid van dit domein gelegen is. Hetzelfde geldt voor de beweerde nabijheid van de Campus André Dumont van het ziekenhuis Oost-Limburg die op een wandelafstand van 1.000 meter gelegen is. Beoordeling A. Eerste middelonderdeel
- Artikel 43/4, § 1, vierde lid, van de kansspelwet kent aan de gemeente een discretionaire bevoegdheid toe die onder meer betrekking heeft op de beoordeling van de plaats waar een kansspelinrichting kan worden gevestigd. Op grond van voormelde bepaling moet de exploitatie van een vaste kansspelinrichting klasse IV immers geschieden krachtens een convenant dat VII-41.584-9/14 “voorafgaandelijk wordt gesloten tussen de gemeente van vestiging en de uitbater” waarin wordt bepaald “waar de kansspelinrichting wordt gevestigd”, alsook waarbij “de nadere voorwaarden, de openings- en sluitingsuren, de openings- en sluitingsdagen […] en wie het gemeentelijk toezicht waarneemt” worden vastgesteld. De beoordelingsbevoegdheid van de gemeente houdt in wezen in dat op grond van een in concreto onderzoek van de eigen en particuliere omstandigheden van elke zaak, geval per geval wordt uitgemaakt of al dan niet een convenant kan worden gesloten. Ter nakoming van artikel 43/5, eerste lid, punt 5, van de kansspelwet moet de gemeente er over waken dat “de kansspelinrichting klasse IV niet gevestigd wordt in de nabijheid van onderwijsinstellingen, ziekenhuizen, [en] plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht”.
- De wetgever heeft er bewust voor gekozen om het begrip “in de nabijheid van” niet te vervangen door de aanduiding van een precieze afstand en om de invulling van die notie over te laten aan het gemeentebestuur, weliswaar onder controle van de rechter (Parl.St., Senaat, 1998-1999, nr. 1-419/17, p. 139 en 140; Parl.St., Kamer, 1998-1999, nr. 1795/8, p. 55 en 56).
- Het nabijheidsverbod voor onderwijsinstellingen beoogt scholieren en studenten - zijnde één van de categorieën van personen die de wetgever in het bijzonder heeft willen beschermen - te behoeden voor de verleiding om een kansspelinrichting op te zoeken omdat zij de inrichting niet ver verwijderd weten of omdat het slechts een minimale inspanning vergt om ze te bereiken. De concrete beoordeling van de nabijheid betreft ipso facto de aantrekkingskracht van de kansspelinrichting en van de inspanning om er te geraken. De opgave van de afstand tot de kansspelinrichting voor wat een aantal onderwijsinstellingen betreft, volstaat in beginsel om te besluiten dat van de kansspelinrichting een aantrekkingskracht uitgaat op in het bijzonder scholieren en studenten.
- Het bepalen van de prohibitieve nabijheid aan de hand van afstanden in vogelvlucht is op zich geen onwettige werkwijze. De afstand in vogelvlucht kan alleen problematisch zijn wanneer uit de concrete omstandigheden van de zaak blijkt dat de reële verplaatsingsafstand beduidend verschilt van de afstand in vogelvlucht en op grond van de werkelijke verplaatsingsafstand niet in ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.066 VII-41.584-10/14 redelijkheid kan worden besloten dat van de kansspelinrichting een grote aantrekkingskracht uitgaat op de categorieën van personen die de wetgever specifiek heeft willen beschermen.
- Een zelfstandig motief voor de weigering om een convenant af te sluiten is de vaststelling dat het wedkantoor gelegen is in de nabijheid van twee onderwijsinstellingen, met name de “T2 Campus-Educathor” en de “basisschool VBS Oud Waterschei”. De motivering van de bestreden beslissing vermeldt ter zake: “Na concreet onderzoek blijkt dat de locatie zich in de nabijheid van diverse onderwijsinstellingen bevindt. Dit betreft volgende locaties: T2 Campus- Educathor is gelegen op 430 m. Dit betreft een opleidingsaanbod op de site Thor Park voor basis, secundair, hoger en volwassenonderwijs. Scholen die niet over de nodige infrastructuur beschikken, kunnen hier o.a. gebruik maken van de allernieuwste technieken om de leerplandoelstellingen te behalen. Ook SyntraPXL en VDAB bieden op deze campussen opleidingen aan. Op een afstand van 550 m in de Oude Driesstraat is basisschool VBS Oud Waterschei gelegen.” Daarenboven vermeldt de motivering van de bestreden beslissing een ander zelfstandig weigeringsmotief: “De voorgestelde locatie bevindt zich in de nabijheid van een ziekenhuis. Op een wandelafstand van 900 m ligt de Campus André Dumont van het ZOL.”
- In de eerste plaats wordt niet aangenomen dat de ‘T2 Campus- Educathor’ onmogelijk beschouwd kan worden als een onderwijsinstelling in de zin van artikel 43/5, eerste lid, punt 5, van de kansspelwet. Ter zake is het niet relevant dat het onderwijsaanbod zich gedeeltelijk of zelfs hoofdzakelijk tot volwassenen zou richten. Het algemene voorschrift van artikel 43/5, eerste lid, punt 5, van de kansspelwet is immers niet beperkt tot instellingen waar onderwijs wordt verstrekt aan jongeren. VII-41.584-11/14 Met betrekking tot de prohibitieve nabijheid van de ‘T2 Campus- Educathor’ wordt vervolgens vastgesteld dat een verschil van slechts 120 meter tussen de afstand in vogelvlucht (430 meter) en de reële wandelafstand (550 meter) geen doorslaggevend feitelijk element heeft kunnen zijn bij de beoordeling van de convenantsaanvraag. Meer nog, dit verschil in afstand kan zelfs als verwaarloosbaar worden aangemerkt wanneer rekening wordt gehouden met het feit dat de toegangsweg tot het Thor Park zich ongeveer recht tegenover de vestigingsplaats van het wedkantoor bevindt en het, gelet op de plaatselijke inrichting, aannemelijk is dat dagdagelijks scholieren en studenten zich voorbij het wedkantoor moeten begeven op weg naar de betrokken campus. Om voormelde redenen wordt niet aangenomen dat de onderwijsinstelling ‘T2 Campus- Educathor’ ten onrechte werd beschouwd als behorende tot de prohibitieve nabijheid van het wedkantoor, zoals dat begrip dient opgevat te worden volgens artikel 43/5, eerste lid, punt 5, van de kansspelwet.
- Met betrekking tot de nabijheid van de Campus André Dumont van het ziekenhuis Oost-Limburg (ZOL) wordt in het middel niet aangetoond dat een verschil van slechts 100 meter tussen de in de bestreden beslissing opgegeven afstand in vogelvlucht en de reële wandelafstand, significant is voor de beoordeling van de convenantsaanvraag.
- Aangezien de motieven in zake de nabije ligging van de onderwijsinstelling ‘T2 Campus-Educathor’ en de campus van het ziekenhuis Oost-Limburg, waarvan de onwettigheid niet wordt aangetoond, op zich volstaan om de strekking van de bestreden beslissing te schragen, ontbreekt de verdere noodzaak om de wettigheid te onderzoeken van andere, hoe dan ook als overtollig aan te merken motieven, zoals bijvoorbeeld het betrekken bij het nabijheidsonderzoek van de kinderopvang ‘Thor Familia’. De gebeurlijke gegrondheid van de kritiek op die motieven kan immers niet leiden tot de nietigverklaring van de bestreden beslissing. VII-41.584-12/14 B. Tweede middelonderdeel
- De ligging van het wedkantoor in de nabijheid van een onderwijsinstelling en een ziekenhuis volstaat op zich om het sluiten van het gevraagde convenant te weigeren. In die omstandigheden is het niet nodig ook de kritiek op bijkomende weigeringsmotieven aangaande de beweerde nabijheid van “plaatsen waar regelmatig erediensten worden gehouden” en van “organisaties die zich direct of indirect inzetten voor sociaal en economisch zwakken” te onderzoeken. Die motieven zijn immers eveneens als overtollig aan te merken. C. Conclusie.
- Het enige middel is, in zoverre ontvankelijk, niet gegrond. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 22 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. VII-41.584-13/14 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zeventien oktober tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, Peter Sourbron, staatsraad, Frédéric Vanneste, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Carlo Adams VII-41.584-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.066 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.