← België

Arrest 261094 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 18/10/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 oktober 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.094 Rolnummer: A. 242152/X-18702 Zaak: Arrest 261094 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 18/10/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-10-29 Raadplegingen: 100 - laatst gezien 2026-06-17 04:50 Fiche Arrest nr 261.094 van 18 oktober 2024 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 261.094 van 18 oktober 2024 in de zaak A. 242.152/X-18.702 In zake: M.R. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Joris Lagey en Eline Hoogmartens kantoor houdend te 2640 Mortsel Eggestraat 30 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Koen Geelen, Sarah Jacobs en Jarien Bloemen kantoor houdend te 3500 Hasselt Gouverneur Roppesingel 131 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de BV M. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Hanne Lambregts kantoor houdend te 2000 Antwerpen Amerikalei 122/ 14 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 14 juni 2024, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van 1° de beslissing van de burgemeester van de stad Antwerpen van 19 april 2024 om aan de bv M. de toelating te geven voor het plaatsen van een horecaterras ter hoogte van het pand aan de U.-straat 298 te Antwerpen, en van 2° de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen van dezelfde dag om van die toelating kennis te nemen. X-18.702-1/8 II. Verloop van de rechtspleging
  2. Met een verzoekschrift van 6 augustus 2024 heeft de tussenkomende partij gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. Verzoeker diende een “aanvullende nota” in. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 oktober
  3. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Eline Hoogmartens, die verschijnt voor verzoeker, advocaat Manon De Weser, die loco advocaten Koen Geelen, Sarah Jacobs en Jarien Bloemen verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Hanne Lambregts, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. De bv M. baat de horecazaak V. uit, gelegen U.-straat 298 te Antwerpen, op de hoek van de U.-straat en de D.V.-straat. Verzoeker woont in de aanpalende woning in de D.V.-straat. X-18.702-2/8 Op 15 september 2023 verleent de burgemeester met toepassing van het algemeen reglement privatieve inname openbaar domein open horecaterrassen (hierna: het terrasreglement) aan de bv M. een terrasvergunning voor een terraszone 1 en
  6. Bij beslissing van 22 december 2023 weigert de burgemeester de aanvraag van een bijkomende terraszone. Een nieuwe aanvraag van een bijkomende terraszone, ingediend op 23 februari 2024, wordt door de burgemeester op 19 april 2024 ingewilligd. Het college van burgemeester en schepenen neemt van de beslissing dezelfde dag kennis. IV. Tussenkomst
  7. De bv M. is de begunstigde van de bestreden toelating. Zij vraagt op goede grond in het debat te mogen tussenkomen. V. Schorsingsvoorwaarden
  8. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat er minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden, en dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring. X-18.702-3/8 VI. Voorwaarde van een ernstig middel A. Eerste tot derde middel Uiteenzetting van de middelen
  9. Verzoeker voert in een eerste middel de schending aan van artikel 3, vierde lid, van het terrasreglement doordat het terras waarvoor toelating wordt gegeven zich “ontegensprekelijk niét ter hoogte van de eigen horecazaak” bevindt.
  10. Volgens een tweede middel is er sprake van “schending van het (interne) motiveringsbeginsel en schending hogere norm” doordat de burgemeester besluit aan de tussenkomende partij een toelating te geven voor het plaatsen van een horecaterras ter hoogte van het pand U.-straat 298 te Antwerpen, terwijl de aangeduide terraszone zich niet ter hoogte van de eigen horecazaak bevindt.
  11. In een derde middel wordt artikel 4, derde lid, van het terrasreglement geschonden genoemd doordat de parkeerplaats die de locatie van de aanvraag uitmaakt niet stedenbouwkundig vergund werd, noch vergund geacht kan worden voor de hoofdfunctie restaurant of café. Beoordeling
  12. Artikel 3, § 4, van het terrasreglement schrijft voor: “Eilandterrassen op een parkeerplaats kunnen enkel aangevraagd worden ter hoogte van de eigen horecazaak.” Artikel 4, § 3, van het terrasreglement bepaalt: “Bij een aanvraag voor een eilandterras op een parkeerplaats: De uitbating biedt eten en/of drinken aan om ter plaatsen te consumeren en werd op de locatie van de aanvraag stedenbouwkundig vergund of ‘vergund geacht’ voor de hoofdfunctie dancing, restaurant of café.” X-18.702-4/8
  13. Het is niet betwist dat de tussenkomende partij in het pand aan de U.-straat 298 te Antwerpen een (vergunde) reca-inrichting uitbaat. De bestreden terrastoelating vermeldt als locatie “[U.- straat] 298 bus 1, 2600 Antwerpen”. Het gaat om een eilandterras op een parkeerplaats. De terraszone situeert zich op het eerste gezicht tegenover het aan de gevel aangebrachte huisnummer “298”. Ze lijkt daarmee wel degelijk beschouwd te mogen worden als “ter hoogte van” het etablissement van de tussenkomende partij gelegen.
  14. Uit het voorgaande volgt dat op het eerste gezicht artikel 3, § 4, van het terrasreglement niet geschonden is, dat de toelating van de burgemeester niet onterecht gewag maakt van een horecaterras ter hoogte van het pand U.-straat 298 te Antwerpen, en dat evenmin artikel 4, § 3, van het terrasreglement miskend lijkt. Het eerste tot en met derde middel zijn niet ernstig. B. Vierde middel Uiteenzetting van het middel
  15. Een vierde middel leidt verzoeker af uit de schending van artikel 6 van het terrasreglement en uit de schending van het motiveringsbeginsel. Toegelicht wordt dat niettegenstaande de verplichting om de aanvraag te beoordelen “in functie van de plaatselijke omstandigheden zoals onder meer de openbare orde en veiligheid en de doorgang voor weggebruikers”, geen enkele beoordeling in die zin wordt gegeven. Evenmin is er enig advies gevraagd aan de dienst Stadsontwikkeling, afdeling Mobiliteit, of aan de politiezone. Nochtans is dit wettelijk vereist, en mocht het minimaal verwacht worden “in het bijzonder gelet op de vorige, zeer recente weigeringsbeslissing d.d. 22 december 2023”. X-18.702-5/8 Beoordeling
  16. Artikel 6 van het terrasreglement schrijft voor dat de aanvraag onder meer beoordeeld wordt “in functie van de plaatselijke omstandigheden zoals onder meer de openbare orde en veiligheid en de doorgang voor weggebruikers”. Anders dan verzoeker meent, heeft de burgemeester met het oog op een beslissing over de aanvraag van de tussenkomende partij wel degelijk het advies van de dienst Stadsontwikkeling, afdeling Mobiliteit, en van de politiezone ingewonnen (administratief dossier, stukken 2 tot 4). De adviezen waren gunstig. Vooralsnog blijkt ook niet dat bij de beoordeling en het verlenen van de gevraagde toelating, geen rekening is gehouden met de voorwaarden in de adviezen.
  17. Hieruit lijkt te volgen dat artikel 6 van het terrasreglement niet geschonden is. Het vierde middel is niet ernstig. C. Vijfde middel Uiteenzetting van het middel
  18. Luidens een vijfde middel is het vertrouwensbeginsel geschonden. Toegelicht wordt dat verzoeker rechtmatig ervan mocht uitgaan dat het college van burgemeester en schepenen bij zijn eerdere standpunten zou blijven dat de aanvraag niet voor vergunning in aanmerking komt. Er is geen relevante, legitieme reden om hierop terug te komen en het is wettelijk ook niet mogelijk. Beoordeling
  19. Met zijn verwijzing naar eerdere standpunten van de verwerende partij refereert verzoeker in de eerste plaats aan de weigering van een derde terraszone bij beslissing van 22 december 2023 en ook aan een passus in de vergunning die de tussenkomende partij op 15 september 2023 kreeg voor terraszone 1 en
  20. X-18.702-6/8
  21. De tussenkomende partij vroeg in het najaar van 2023 een toelating aan voor een derde terraszone. Die toelating werd haar, wegens het ongunstige advies van de politiezone, geweigerd op 22 december
  22. Naar het de Raad van State in de huidige stand van de procedure voorkomt, betreft de thans bestreden toelating van 19 april 2024 een nieuwe aanvraag van een derde terraszone op een ándere locatie dan de locatie van de aanvraag die op 22 december 2023 geweigerd werd. De horecazaak van de tussenkomende partij ligt op de hoek van de U.-straat en de D.V.-straat. De weigering van 22 december 2023 betreft “het plaatsen van een eilandterras op een parkeerplaats aan de zijde van de [D.V.-straat]”, terwijl het thans bestreden burgemeestersbesluit een locatie in de U.-straat betreft. De weigeringsbeslissing van 22 december 2023 lijkt dan ook niet van aard een rechtmatig vertrouwen bij verzoeker te kunnen staven dat de bestreden toelating van 19 april 2024 niet zou worden verleend.
  23. Een dergelijk vertrouwen kan verzoeker ogenschijnlijk evenmin putten uit de passus in de toelating van 15 september 2023 dat het “[r]ekening houdend met artikel 3 en 12§1 uit het terrasreglement […] niet mogelijk [is] om een terras te plaatsen op de parkeerstrook”. Ook wat die zinsnede betreft wordt in de huidige stand van de procedure ten minste geoordeeld dat het niet voldoende zeker is of ze wel betrekking heeft op een terras (op de parkeerstrook) op precies dezelfde locatie als de locatie waarvoor de thans bestreden toelating geldt.
  24. Het vijfde middel is niet ernstig. D. Conclusie
  25. Bij gebrek aan ernstige middelen is alvast één van de cumulatieve grondvoorwaarden voor een schorsing niet vervuld. X-18.702-7/8 Deze vaststelling volstaat om de vordering in haar geheel te verwerpen. BESLISSING
  26. De bv M. wordt toegelaten in het debat tussen te komen.
  27. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op achttien oktober tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-18.702-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.094 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.530 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.