id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 oktober 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.095 Rolnummer: A. 240911/X-18549 Zaak: Arrest 261095 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 18/10/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-10-23 Raadplegingen: 90 - laatst gezien 2026-06-17 04:50 Fiche Arrest nr 261.095 van 18 oktober 2024 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 261.095 van 18 oktober 2024 in de zaak A. 240.911/X-18.549 In zake : A.D. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michiel Deweirdt kantoor houdend te 9000 Gent Molenaarsstraat 111/1 A bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de STAD GENT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Thomas Eyskens kantoor houdend te 1000 Brussel Bischoffsheimlaan 33 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 8 januari 2024, strekt tot de nietig-verklaring van de beslissing van de stad Gent van 9 november 2023, waarmee een vergunning voor de inname van het openbaar domein door een nieuw terras wordt geweigerd. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Adjunct-auditeur Daniël Plas heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van X-18.549-1/6 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 september
- Staatsraad David D’Hooghe heeft verslag uitgebracht. Advocaat Laurens Mertens, die loco advocaat Michiel Deweirdt verschijnt voor verzoeker, en advocaat Maartje Jongbloet, die loco advocaat Thomas Eyskens verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De besloten vennootschap A. (hierna bv A.) baat een horecazaak uit, gelegen aan de Zwijnaardsesteenweg te Gent. 3.
- De bv A. dient op 25 augustus 2022 een aanvraag in voor het plaatsen van een terras bij de horecazaak. 3.
- Op 8 december 2022 verleent het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent een vergunning aan de bv A. X-18.549-2/6 3.
- Op 14 september 2023 dient verzoeker namens de bv A. opnieuw een aanvraag in voor een vergunning voor het plaatsen van een terras bij de voormelde horecazaak. 3.
- Bij beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent van 9 november 2023 wordt de vergunning geweigerd. Dat is de bestreden beslissing. IV. Ontvankelijkheid - hoedanigheid Standpunt van de partijen
- De verwerende partij betwist de ontvankelijkheid van het beroep tot nietigverklaring: “De [bv A.] heeft de aanvraag ingediend. Indien zij wordt goedgekeurd, kan de vergunning enkel aan de [bv A.] worden afgeleverd. Blijkens art. 4, § 2 van het Terrasreglement wordt de terrasvergunning ten persoonlijke titel verleend aan de uitbater van de horecazaak en is zij niet verhandelbaar, noch overdraagbaar. De uitbater is ‘iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die de horecazaak voor eigen rekening uitbaat. Met uitbaten wordt bedoeld het exploiteren, openen, het heropenen, de overname en de aanpassing van de horecazaak’ (art. 2 Terrasreglement). De uitbating van de betrokken horecazaak geschiedt voor rekening van de [bv A.]. Verzoekende partij heeft niet de hoedanigheid om een ontvankelijk beroep in te stellen tegen de weigeringsbeslissing die het voorwerp van het beroep vormt. Verzoekende partij is bovendien niet gekend in de Kruispuntbank der ondernemingen. […] Ook om deze reden moet het beroep van verzoekende partij onontvankelijk worden bevonden.”
- Verzoeker antwoordt dat hij wel degelijk de aanvrager en bestemmeling van de bestreden beslissing is. Dit blijkt volgens verzoeker afdoende uit de bestreden beslissing en de e-mail waarmee de verwerende partij kennis heeft gegeven van de bestreden beslissing. Verzoeker besluit dat er een voldoende X-18.549-3/6 geïndividualiseerd verband bestaat tussen de bestreden beslissing en hemzelf. Minstens heeft de verwerende partij verzoeker misleid door verzoeker en niet de bv A. als aanvrager te vermelden in de bestreden beslissing. Beoordeling
- Opdat verzoeker de vereiste hoedanigheid zou hebben bij een vordering die hij in eigen naam heeft ingesteld, is vereist dat er een zekere, persoonlijke en individuele band bestaat tussen de verzoeker en de bestreden beslissing. Een verzoeker kan in eigen naam geen vordering instellen die erop gericht is een aanspraak te realiseren die hem niet toebehoort.
- Te dezen blijkt dat verzoeker weliswaar de aanvraag heeft ingediend, maar dit heeft gedaan namens en in zijn hoedanigheid van bestuurder van de bv A. Zo identificeert de aanvraag van de vergunning de bv A. als de onderneming die de aanvraag indient. De aanvraag van de vergunning is onder-tekend door verzoeker en vermeldt bijkomend “bestuurder” als hoedanigheid. Op basis van die gegevens moet worden besloten dat niet verzoeker, maar wel de bv A. de betrokken vergunning heeft aangevraagd.
- Met verzoeker moet wel worden vastgesteld dat de bestreden beslissing is geredigeerd als een weigering van de gevraagde vergunning aan verzoeker. Er wordt daarbij niet gepreciseerd dat verzoeker in zijn hoedanigheid van bestuurder van de bv A. wordt vermeld.
- Dit gegeven volstaat niet om aan te nemen dat de bestreden beslissing er in werkelijkheid toe strekt om aan verzoeker de vergunning te weigeren. Uit het terrasreglement dat de gemeenteraad van de stad Gent op 27 juni 2022 heeft goedgekeurd, blijkt immers dat de terrasvergunning enkel – en bovendien “ten persoonlijke titel” – wordt verleend aan de uitbater van de X-18.549-4/6 horecazaak. En als uitbater wordt beschouwd “iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die de horecazaak voor eigen rekening uitbaat”. Uit die bepaling volgt dat enkel en alleen de uitbater van een horecazaak, met name de persoon die een horecazaak exploiteert, aanspraak kan maken op het voordeel in de vorm van een dergelijke terrasvergunning.
- In het geval waarin – zoals in casu – een besloten vennootschap een horecazaak uitbaat, komt het voordeel van een eventuele terrasvergunning enkel toe aan die rechtspersoon. Haar organen of bestuurders kunnen zich in eigen naam niet beroepen op (de kans op) het verkrijgen van dat voordeel. Zij ontberen dan ook de vereiste hoedanigheid om in eigen naam een beroep tot nietigverklaring in te dienen tegen de weigering van het betrokken voordeel aan de rechtspersoon waarin ze bestuurder zijn.
- Het gegeven dat verzoeker als bestuurder van de bv A. een voordeel heeft bij de nietigverklaring van de bestreden beslissing, doet niet anders besluiten.
- Het beroep is onontvankelijk.
- Terecht acht verzoeker zich misleid doordat de verwerende partij hem – ten onrechte – als de bestemmeling van de bestreden beslissing heeft aangeduid en in de kennisgeving heeft vermeld dat verzoeker een beroep tot nietigverklaring kan instellen bij de Raad van State. Dit verantwoordt dat de kosten van het beroep ten laste van de verwerende partij worden gelegd. Daarin is niet begrepen de rechtsplegingsvergoeding in de zin van artikel 30/1, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, nu verzoeker niet als een in het gelijkgestelde partij kan worden beschouwd. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep. X-18.549-5/6
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 24 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op achttien oktober tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: David D’Hooghe, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq David D’Hooghe X-18.549-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.095 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div