id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 oktober 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.113 Rolnummer: A. 241308/X-18598 Zaak: Arrest 261113 - Sluitingen van vestigingen - 18/10/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-10-29 Raadplegingen: 84 - laatst gezien 2026-06-17 04:51 Fiche Arrest nr 261.113 van 18 oktober 2024 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Sluitingen van vestigingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 261.113 van 18 oktober 2024 in de zaak A. 241.308/X-18.598 In zake: de BV F. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Cato Siereveld kantoor houdend te 2100 Deurne Bisschoppenhoflaan 318/2 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Thomas Beelen kantoor houdend te 3000 Leuven Justus Lipsiusstraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 22 februari 2024, strekt tot de nietigverklaring van “[h]et besluit van de burgemeester van de Stad Antwerpen, […] dd. 22.12.2023 gekend onder het intern documentnr. HD 1 2023_BB_02159”. De verzoekende partij vraagt tevens een schadevergoeding tot herstel. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan de verzoekende partij ter kennis werd gebracht op 22 mei
- X-18.598-1/4 Op 30 augustus 2024 en 22 augustus 2024 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan respectievelijk de verzoekende partij en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna: het algemeen procedurereglement). Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 (hierna: de Raad van State-wet). III. Beoordeling van het beroep tot nietigverklaring
- Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de Raad van State-wet, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt. Bij het versturen aan de verzoekende partij van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de Raad van State-wet en van artikel 14bis, § 1, van het algemeen procedurereglement. De verzoekende partij heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van het algemeen procedurereglement.
- Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. X-18.598-2/4 IV. Beoordeling van het verzoek om een schadevergoeding tot herstel
- Artikel 25/3, § 3, van het algemeen procedurereglement bepaalt dat “[i]ndien geen onwettigheid wordt vastgesteld, […] het arrest dat de procedure tot nietigverklaring afsluit, eveneens het verzoek om schadevergoeding tot herstel af[wijst]”. Aangezien de Raad van State te dezen geen onwettigheid heeft vastgesteld, dient het verzoek om schadevergoeding tot herstel te worden verworpen.
- Gelet op het bepaalde in artikel 70, § 1, vijfde lid, van het algemeen procedurereglement, dient het rolrecht dat verband houdt met het verzoek tot een schadevergoeding tot herstel aan de verzoekende partij te worden terugbetaald. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
- Het onverschuldigde recht in verband met het verzoek tot een schadevergoeding tot herstel, begroot op 200 euro, en een bijdrage van 24 euro, dient aan de verzoekende partij te worden terugbetaald. X-18.598-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op achttien oktober tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-18.598-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.113 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div