id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 oktober 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.220 Rolnummer: A. 241626/IX-10451 Zaak: Arrest 261220 - Varia (onderwijs en cultuur) - 25/10/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-10-29 Raadplegingen: 98 - laatst gezien 2026-06-17 04:38 Fiche Arrest nr 261.220 van 25 oktober 2024 Onderwijs en cultuur - Varia (onderwijs en cultuur) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 261.220 van 25 oktober 2024 in de zaak A. 241.626/IX-10.451 In zake: de VZW YOUTH FOR UNDERSTANDING VLAANDEREN woonplaats kiezend te 2800 Mechelen Frans Halsvest 91 tegen: de VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Sofie Logie en Jade Leenaert kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen ------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp
- Het verzoekschrift, ingediend op 7 april 2024, strekt tot de nietigverklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de teamverantwoordelijke van het departement Cultuur, Jeugd en Media van 9 februari 2024, waarbij de erkenning van de vzw Youth for Understanding Vlaanderen als landelijk georganiseerde jeugdvereniging wordt ingetrokken. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Adjunct-auditeur Lennard Michaux heeft een verslag opgesteld over het beroep tot nietigverklaring met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ en over de vordering IX-10.451-1/4 tot schorsing met toepassing van artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 september
- Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jade Leenaert, die verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Adjunct-auditeur Lennard Michaux, gemachtigd om ter terechtzitting advies te verlenen, heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Toepassing kortedebattenprocedure A. Rechtsmacht 3.
- In haar nota met opmerkingen werpt de verwerende partij op dat de Raad van State van de zaak geen kennis mag nemen, omdat uit de artikelen 144 en 145 van de Grondwet voortvloeit dat de beslechting van geschillen over subjectieve rechten tot de rechtsmacht van de hoven en rechtbanken behoort. 3.
- In het auditoraatsverslag kon de verwerende partij lezen dat een geschil, zoals thans voorligt, over de intrekking van de erkenning van een IX-10.451-2/4 jeugdvereniging vreemd is aan de toekenning van subjectieve rechten. Zij onderneemt op de terechtzitting geen poging om die zienswijze tegen te spreken. 3.
- De Raad van State ziet geen reden om zich onbevoegd te achten. De exceptie faalt. B. Ontvankelijkheid
- In de nota met opmerkingen werpt de verwerende partij op dat verzoekster heeft nagelaten om overeenkomstig artikel 18 van het decreet van 20 januari 2012 ‘houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid’ iuncto artikel 12 van het besluit van de Vlaamse regering ‘tot uitvoering van het decreet van 20 januari 2012 houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid’ tijdig de bezwaarprocedure uit te putten die is georganiseerd in het kader van de intrekkingsprocedure. Haar bezwaarschrift was laattijdig en is door de administratie om die reden onontvankelijk verklaard. Nu de administratieve beroepsmogelijkheid niet op ontvankelijke wijze is doorlopen, is ook huidig beroep onontvankelijk.
- Verzoekster is op de terechtzitting niet vertegenwoordigd. Zij weerspreekt bijgevolg niet dat haar bezwaarschrift terecht wegens laattijdigheid onontvankelijk is verklaard – daartegen voert zij overigens evenmin een middel aan in het inleidend verzoekschrift.
- Het niet ontvankelijk uitputten van het intern administratief beroep leidt tot de onontvankelijkheid van het beroep tot nietigverklaring.
- Het auditoraat heeft terecht geoordeeld dat een kort debat volstaat ter oplossing van de zaak. IV. De vordering tot schorsing IX-10.451-3/4
- De verwerping van het beroep tot nietigverklaring heeft tot gevolg dat ook de vordering tot schorsing, die er het accessorium van is, verworpen moet worden. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vijfentwintig oktober tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-10.451-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.220 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.