id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 november 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.262 Rolnummer: A. 241725/IX-10457 Zaak: Arrest 261262 - Media - 04/11/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-11-12 Raadplegingen: 111 - laatst gezien 2026-06-17 04:24 Fiche Arrest nr 261.262 van 4 november 2024 Onderwijs en cultuur - Media Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 261.262 van 4 november 2024 in de zaak A. 241.725/IX-10.457 In zake: de NV NORKRING BELGIË bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Nathanaëlle Kiekens, Ian Arnouts en Vybe Gesquière kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VLAAMSE REGULATOR VOOR DE MEDIA bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Bart Staelens en Joost Hoste kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46 bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de BV ON TOWER NETHERLANDS 3 bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joris Claes kantoor houdend te 2000 Antwerpen Graaf van Hoornestraat 51 bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stijn Verbist kantoor houdend te 2560 Kessel Torenvenstraat 16 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 19 april 2024, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van: (1°) de beslissingen 2024/008 en 2024/009 van de Vlaamse Regulator voor de Media van 8 januari 2024, waarbij telkens wordt IX-10.457-1/15 besloten “[d]at de aanvraag voor het verkrijgen van een licentie voor het aanbieden van een radio-omroepnetwerk, van On Tower Netherlands 3 bv, […] tegemoetkomt aan de gestelde ontvankelijkheidsvoorwaarden en verder zal worden behandeld” en (2°) beslissing 2024/016 van de Vlaamse Regulator voor de Media van 11 maart 2024 waarbij besloten wordt om “de licentie voor het aanbieden van een radio-omroepnetwerk, met betrekking tot de pakketten van digitale frequenties vermeld in het Besluit van 22 september 2023, voor een termijn die ingaat op 22 juni 2024 en afloopt op 31 december 2027, toe te kennen aan On Tower Netherlands 3 bv, […] wat betreft de aanvraag (versie 1), zoals vermeld onder VRM-beslissing nr. 2024/008 van 8 januari 2024”. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Met een verzoekschrift van 12 juni 2024 heeft de bv On Tower Netherlands 3 gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 september 2024. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Advocaten Nathanaëlle Kiekens en Vybe Gesquière, die verschijnen voor de verzoekende partij, advocaat Bart Staelens, die verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Joris Claes, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. IX-10.457-2/15 Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten en relevante regelgeving 3.1. De licenties voor het aanbieden van een radio-omroepnetwerk met gebruik van de DAB+ technologie, frequentiekanalen 5A-D en 11A, worden geëxploiteerd door verzoekster. De licentie voor kanaal 11A werd aan verzoekster verleend op 22 juni 2009 voor een periode van vijftien jaar en loopt af op 21 juni 2024. 3.2. De Vlaamse regering wijzigt bij besluiten van 2 juli 2021 en van 22 september 2023 artikel 17 van het besluit van de Vlaamse regering van 18 juli 2008 ‘betreffende de voorwaarden en procedure voor het verkrijgen van een licentie voor het aanbieden van een radio- of televisieomroepnetwerk en de bijbehorende zendvergunningen’ (“procedurebesluit”), zodat voor deze laatstgenoemde licentie geen verlenging kan worden toegestaan, maar een nieuwe vergelijkende toets wordt georganiseerd en de hierna toegekende nieuwe licentie afloopt op 31 december 2027. Artikel 17, zoals gewijzigd, luidt: “De licentie en de bijbehorende zendvergunning of zendvergunningen en/of transportvergunning worden uitgereikt voor een termijn van 15 jaar, die verlengd kan worden met maximaal één opeenvolgende termijn van 15 jaar. De verlenging van de licentie en de bijbehorende zendvergunning of zendvergunningen wordt toegestaan, op voorwaarde dat de aanvrager één jaar voor het verstrijken van de eerste termijn een aanvraag tot verlenging van zijn licentie indient. Deze aanvraag tot verlenging bevat de gegevens, vermeld in de bij dit besluit gevoegde bijlage. IX-10.457-3/15 De Regulator beoordeelt de aanvraag tot verlenging op basis van de criteria vermeld in artikel 6 van dit besluit, en doet uitspraak binnen 60 dagen na het indienen van het verzoek tot verlenging. De verlengingsmogelijkheid, vermeld in het eerste tot en met het derde lid, geldt niet voor licenties die uitgereikt worden voor het aanbieden van een radio-omroepnetwerk. Voor de voormelde licenties wordt een nieuwe vergelijkende toets georganiseerd conform dit besluit. De voormelde licenties lopen af op 31 december 2027.” 3.3. De Vlaamse regering publiceert in het Belgisch Staatsblad van 6 november 2023 een oproep tot het indienen van kandidaturen voor een nieuwe licentie, die ingaat op 22 juni 2024, met einde op 31 december 2027. De Vlaamse Regulator voor de Media (VRM) ontvangt hierop twee aanvraagdossiers van de tussenkomende partij en één aanvraagdossier van verzoekster. 3.4. Artikel 14 van het procedurebesluit bepaalt dat wanneer verschillende aanvragers voldoen aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden, de aanvraagdossiers worden onderzocht aan de hand van een vergelijkende toets. De criteria voor deze vergelijkende toets zijn vastgelegd in artikel 6 van het procedurebesluit. 3.5. Bij beslissingen 2024/008 en 2024/009 van 8 januari 2024 beslist de VRM dat de aanvragen van de tussenkomende partij tegemoetkomen aan de gestelde ontvankelijkheidsvoorwaarden en aan de voorwaarden om een licentie te verkrijgen voor het aanbieden van een radio-omroepnetwerk. Die beslissingen vormen het eerste voorwerp van de huidige vordering. Bij beslissing 2024/007 van dezelfde datum wordt ook de aanvraag van verzoekster ontvankelijk verklaard. IX-10.457-4/15 3.6. Bij beslissing 2024/016 van 11 maart 2024 beslist de VRM om: “1. de licentie voor het aanbieden van een radio-omroepnetwerk, met betrekking tot de pakketten van digitale frequenties vermeld in het Besluit van 22 september 2023, voor een termijn die ingaat op 22 juni 2024 en afloopt op 31 december 2027, toe te kennen aan On Tower Netherlands 3 bv, […] wat betreft de aanvraag (versie 1), zoals vermeld onder VRM-beslissing nr. 2024/008 van 8 januari 2024. 2. de overige ingediende aanvragen af te wijzen: - van Norkring België nv, […] zoals vermeld onder VRM-beslissing nr. 2024/007 van 8 januari 2024; - van On Tower Netherlands 3 bv, […] (versie 2) zoals vermeld onder VRM-beslissing nr. 2024/009 van 8 januari 2024.” Die beslissing is het tweede voorwerp van de voorliggende vordering. IV. Tussenkomst 4. De bv On Tower Netherlands 3 blijkt voordeel te halen uit de bestreden beslissingen en heeft er belang bij dat de vordering wordt afgewezen. Bijgevolg moet haar verzoek worden ingewilligd. V. Ontvankelijkheid van de vordering, wat het eerste voorwerp betreft Standpunt van verzoekster 5. Volgens verzoekster kunnen de beslissingen van 8 januari 2024 “nog steeds het voorwerp uitmaken van een vernietigings- en schorsingsberoep ingevolge de leer van de complexe administratieve rechtshandeling”, ook al is de beroepstermijn daartoe verstreken. Kenmerkend aan de “voorbeslissing”, zo stelt zij, “is het feit dat deze determinerende rechtsgevolgen met zich meebrengt”. Wanneer de verschillende beslissingen samen een complexe administratieve rechtshandeling vormen, begint de beroepstermijn tegen de “voorbeslissingen” pas te lopen wanneer de beroepstermijn tegen de eindbeslissing begint te lopen: IX-10.457-5/15 “Het staat ontegensprekelijk vast dat de Eerste en Tweede Bestreden Beslissing noodzakelijk voorbereidend zijn t.a.v. de Derde Bestreden Beslissing. Het voorbereidende karakter volgt logischerwijs uit het Procedurebesluit, waar artikel 13 de toetsing van de ontvankelijkheidsvoorwaarden als één van de stappen bij het toekennen van een licentie voorschrijft. Dat deze ontvankelijkheidsbeslissingen noodzakelijk voorbereidend zijn, is voor de hand liggend nu er zonder deze ontvankelijkheidsbeslissing geen toekenningsbeslissing kan volgen, maar ook omgekeerd er geen ontvankelijkheidsbeslissing zal genomen worden indien er geen uiteindelijke toekenningsbeslissing wordt beoogd. Aldus staat vast dat de drie bestreden beslissingen deel uitmaken van één complexe administratieve rechtshandeling. In de mate dat het beroep tot nietigverklaring en de vordering tot schorsing t.a.v. de Derde Bestreden Beslissing tijdig werd ingesteld, geldt dit aldus ook in de mate het beroep en de vordering tevens zijn gericht t.a.v. de Eerste en Tweede Bestreden Beslissing.” Beoordeling 6. Het betoog van verzoekster gaat uit van de verkeerde premisse dat de beslissingen van 8 januari 2024, omdat ze noodzakelijk voorbereidend zijn ten opzichte van de eindbeslissing, ook aanvechtbare vóór-beslissingen zijn, dat wil zeggen: beslissingen die in het kader van een reeks opeenvolgende handelingen de rechtstoestand van een belanghebbende – in casu: verzoekster – definitief vastleggen en die dus een determinerende weerslag hebben op diens rechtstoestand. De beslissingen van 8 januari 2024 hebben op het eerste gezicht niet dat karakter. Het lijken louter voorbereidende handelingen over de ontvankelijkheid van de aanvraagdossiers van de tussenkomende partij die de kansen van verzoekster, wier dossier diezelfde dag óók ontvankelijk is bevonden en vervolgens dus op zijn merites beoordeeld zal worden, niet definitief hypothekeren. Dat een concurrent ontvankelijk verklaarde dossiers heeft ingediend mag de kansen op erkenning van verzoekster dan wel beïnvloeden, maar het sluit haar niet uit van de beoogde erkenning. Verzoekster vermag hun eventuele onwettigheid, voor zover die afkleurt op de regelmatigheid van de eindbeslissing, tegen die eindbeslissing aan te voeren. Als haar betoog zou slagen, zou daaruit mogelijk volgen dat zij het enige ontvankelijke dossier heeft ingediend, wat haar in IX-10.457-6/15 een gunstige positie plaatst om de erkenning te verkrijgen en alleszins de onwettigheid zou aantonen van de beslissing waarbij die licentie aan de tussenkomende partij is toegekend. Op het eerste gezicht evenwel zijn de beslissingen waarbij over de ontvankelijkheid van de aanvragen van de tussenkomende partij wordt geoordeeld weliswaar onderdeel van de complexe administratieve rechtshandeling die in het bestreden besluit van de VRM van 11 maart 2024 culmineert, maar zijn ze zuiver voorbereidend daarop en bijgevolg niet voor vernietiging vatbaar. 7. Deze exceptie vertoont de vereiste ernst opdat ze al in de huidige stand van de rechtspleging desnoods ambtshalve mag worden opgeworpen. Wat het eerste voorwerp betreft, is de vordering onontvankelijk. VI. Schorsingsvoorwaarden 8. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. VII. Spoedeisendheid Uiteenzetting door verzoekster 9. Om de spoedeisendheid aan te tonen, zet verzoekster in het inleidend verzoekschrift na een algemene toelichting “in casu” uiteen wat volgt (voetnoten weggelaten): “21. Op heden – en tot 21 juni 2024 – is Norkring de houder van zowel de licentie voor frequentiekanaal 11A alsook de licentie voor frequentiekanaal 5A-D. IX-10.457-7/15 Dit betekent dat Norkring vandaag inkomsten kan verwerven uit het aanbieden van de beide frequentiekanalen. In de praktijk genereert Norkring op heden evenwel meer inkomsten uit frequentiekanaal 11A, omdat dit volledig bezet is, terwijl op frequentiekanaal 5A-D nog enkele plaatsen open zijn. Ter illustratie van de bezettingsgraad van de beide frequentiekanalen, kan verwezen worden naar de volgende informatie die publiek beschikbaar is: […] Indien uitgegaan wordt van standaard 12 stereo radio-omroepen per frequentiekanaal, dan is kanaal 5A-D voorlopig voor 75% gevuld (cfr. 9 radio- omroepen), er blijven nog drie plekken over. Aan de kostenzijde geldt evenwel geenszins dat deze evenredig verdeeld kunnen worden indien twee kanalen worden aangeboden. Veel van de kosten zijn immers identiek of slechts beperkt verschillend bij de exploitatie van één of twee licenties, gelet op het effect van schaalvoordelen. Te denken valt bijvoorbeeld aan netwerkkosten (zoals huur glasvezel), broadcast- technische kosten (zoals connectiviteit en monitoring) en voornamelijk de huurlasten (voor de huur van de bestaande DAB-gerelateerde sites) die niet verschillen afhankelijk van het feit of één dan wel twee licenties worden geëxploiteerd en aangeboden. Norkring verwijst voor een detail van deze cijfers naar stuk 14, dat om evidente redenen als vertrouwelijk wordt neergelegd, maar aldus wel ter inzage staat voor Uw Raad. Hieruit blijkt dat het ‘totaal directe of aan DAB toegewezen kosten’ bij de exploitatie van één of twee licenties uiteindelijk minder dan 150.000 euro verschilt. De meerkost voor de exploitatie van twee licenties is derhalve bijzonder marginaal. Terwijl de omzet bijna met 1,5 miljoen euro afneemt bij het verlies van de licentie op frequentiekanaal 11A (dat volledig bezet is), waardoor enkel frequentiekanaal 5A-D (dat niet volledig bezet
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.