id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 november 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.292 Rolnummer: A. 236251/X-18128 Zaak: Arrest 261292 - Wegenwezen - 05/11/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-11-08 Raadplegingen: 97 - laatst gezien 2026-06-17 04:26 Fiche Arrest nr 261.292 van 5 november 2024 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Wegenwezen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 261.292 van 5 november 2024 in de zaak A. 236.251/X-18.128 In zake : de GEMEENTE SCHILDE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Reiner Tijs en Joram Maes kantoor houdend te 2000 Antwerpen Stijfselrui 48 bus 101 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jonas De Wit kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partijen:
- de BV R.
- M.O. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Nicolas Carette en Anouck Vanermen kantoor houdend te 2600 Antwerpen Prins Boudewijnlaan 18 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 25 april 2022, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken van 21 januari 2022 tot inwilliging van het beroep van de tussenkomende partijen tegen het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Schilde van 24 augustus 2021 houdende “vaststelling van het karakter als gemeenteweg van de ontworpen wegenis en weigering van de goedkeuring van het tracé van de weg” in het kader van de omgevingsvergunningsaanvraag van de X-18.128-1/15 tussenkomende partijen voor het verkavelen in 34 loten van een terrein tussen de straten Den Aard en Catersdreef te Schilde. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De bv R. en M.O. hebben een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 21 juni
- De tussenkomende partijen hebben een memorie ingediend. Adjunct-auditeur Evelien De Taeye heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij en de tussenkomende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 oktober
- Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Joram Maes, die verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Julie Swerts, die loco advocaat Jonas De Wit verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Koen De Metsenaere, die loco advocaten Nicolas Carette en Anouck Vanermen verschijnt voor de tussenkomende partijen, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Evelien De Taeye heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. X-18.128-2/15 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De tussenkomende partijen dienen op 22 december 2020 een omgevingsvergunningsaanvraag in bij de gemeente Schilde voor een verkaveling met wegaanleg op een terrein tussen de straten Den Aard en Catersdreef te Schilde (hierna: het project van de tussenkomende partijen). Ter verduidelijking volgt hierna een benaderende projectie van het verkavelingsplan met aanduiding van de voorziene wegaanleg op de basiskaart van de website geopunt.be. X-18.128-3/15 3.
- In de “beschrijvende nota” bij hun omgevingsvergunningsaanvraag stellen de tussenkomende partijen: “De aanvraag ontsluit via drie manieren op bestaande voldoende uitgeruste gemeentewegen: - Op Den A[a]rd - Op de Catersdreef - Op Schutbocht (enkel voor traag verkeer). […] De interne wegenis wordt privaat georganiseerd onder de vorm van een kleinschalige woonerfinfrastructuur. Het betreft wegenis met een breedte van 4m in waterdoorlatende betonstraatstenen, waarbij een collectief ondergronds huisvuilstraatje wordt voorzien ter hoogte van de ontsluiting naar de [Caters]dreef toe. X-18.128-4/15 […] De nieuw aan te leggen wegbedding wordt privaat aangelegd en ook het onderhoud zal privaat georganiseerd worden door middel van de opname van een groencharter waarbij de kopers zich ertoe verbinden het aanwezige groenbestand in stand te houden via het gezamenlijk onderhoud van de private wegbedding en het eigen privaat groen […]. De opvolging van het groencharter wordt afgedwongen door middel van navolgend arbitrageartikel dat wordt opgenomen in de aankoopakte/de basisakte. […] Het privaat karakter van de wegenis wordt ter hoogte van de aansluiting op het openbaar domein duidelijk aangegeven door middel van de nodige signalisatie. […] De nieuw aan te leggen wegbedding is privaat, het onderhoud is privaat en het terrein is enkel bestemd voor privaat bestemmingsverkeer en niet voor doorgaand verkeer. Derhalve komt het niet toe aan de gemeenteraad om zich uit te spreken over de private wegenis.”
- In het kader van deze omgevingsvergunningsaanvraag neemt de gemeenteraad van de gemeente Schilde op 24 augustus 2021 een weigeringsbeslissing omtrent de zaak van de wegen (hierna: het gemeenteraadsbesluit van 24 augustus 2021): “Deze aanvraag beoogt de verkaveling van een binnengebied ter hoogte van Den Aard 10 in 34 loten. Er wordt tevens een nieuwe centrale ontsluitingsweg aangelegd, die zowel uitgeeft op Den Aard als op de Catersdreef en derhalve beide bestaande gemeentewegen met elkaar verbindt. […] Het oorspronkelijke verkavelingsontwerp voorzag in de plaatsing van hekwerk ter hoogte van de aantakking van de centrale ontsluitingsweg op Den Aard en de Catersdreef. Dit hekwerk draagt volgens de vergunningsaanvrager bij aan het private karakter van de nieuw aan te leggen wegenis. Op 16 april 2021 brengt Brandweerzone Rand een negatief advies uit over de oorspronkelijke aanvraag onder meer omwille van het beoogde hekwerk ter hoogte van de aantakking op Den Aard en de Catersdreef. […] Op 5 augustus 2021 brengt Brandweerzone Rand andermaal een negatief advies uit[.] De aanvraag voldoet nog steeds niet aan de minimaal vereiste draaistraal van 11 meter aan de binnenkant en van 15 meter aan de buitenkant van de openbare wegenis […] Argumentatie • Openbare weg In de vaststaande rechtspraak […] wordt bevestigd dat het privaat karakter van een wegenis niet kan worden afgeleid uit het feit dat […] het private karakter zal worden aangegeven met een verkeersteken/-bord, zeker X-18.128-5/15 niet wanneer blijkt dat […] de brievenbussen een stuk achter de grens met het openbaar domein worden ingeplant[.] […]. [Daarentegen behoort] de mogelijke toegang van derden [tot de] essentiële gegevens om te beoordelen of de voorzien[e] weg effectief een private weg is[.] Zodra de kans bestaat dat niet-bewoners worden aangetrokken, is er volgens [deze rechtspraak] sprake van een openbare weg, ook als alle collectieve ruimtes en gemeenschapsvoorzieningen in privaat gemeenschappelijk beheer zijn[.] • Het gewijzigde verkavelingsontwerp voorziet niet langer in een afsluitbaar hek ter hoogte van de aantakking van de nieuw aan te leggen wegenis op Den Aard en de Catersdreef[.] De wijze waarop de wegenis werd opgevat, namelijk een ontsluiting tussen twee bestaande gemeentewegen in plaats van een doodlopende of lusvormige ontsluiting van een nieuw ontwikkeld binnengebied, creëert […] een zeer reële kans op de aantrekking van niet-bewonersgerelateerd autoverkeer tussen de [straten] Den Aard en de Catersdreef[.] • Op basis van de feitelijke gegevens van het aanvraagdossier (waaronder geen afsluitbaar hek, verbinding tussen twee bestaande straten, aantrekkingskracht voor niet-bewoners ) blijkt dat de verkavelingsaanvraag wet degelijk de aanleg van een nieuwe gemeenteweg in de zin van art 2, 6° Gemeentewegendecreet inhoudt[.] […] […] De ontworpen wegenis zal een ongewenste verbinding creëren tussen Den Aard en de Catersdreef[.] Middels het voorziene wegenisontwerp worden immers beide gemeentewegen met elkaar verbonden Deze verbinding is onwenselijk aangezien daarmee sluipverkeer tussen belde straten ontstaat langs een rustig gelegen binnengebied[.] Alleszins ontstaat hierdoor een gewijzigde en verhoogde trafiek welke onwenselijk is in dit binnengebied[.]”
- Op 25 augustus 2021 weigert het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Schilde de gevraagde omgevingsvergunning.
- Tegen het in het vorige randnummer bedoelde besluit stellen de tussenkomende partijen op 23 september 2021 een bestuurlijk beroep in bij de deputatie van de provincieraad van de provincie Antwerpen.
- Eveneens op 23 september 2021 stellen de tussenkomende partijen tegen het gemeenteraadsbesluit van 24 augustus 2021 een bestuurlijk beroep in bij de Vlaamse regering. 8.
- Met het ministerieel besluit van 21 januari 2022 willigt de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken het bestuurlijk beroep van X-18.128-6/15 de tussenkomende partijen tegen het gemeenteraadsbesluit van 24 augustus 2021 in. Dit is het bestreden besluit (hierna: het bestreden ministerieel besluit). 8.
- Het bestreden ministerieel besluit vernietigt het gemeenteraadsbesluit van 24 augustus 2021 op grond van de volgende beoordeling van het beroepsschrift van de tussenkomende partijen: “De beroepsindieners betwisten de kwalificatie van de gemeenteraad als openbare weg, onder verwijzing naar de groepering van de brievenbussen aan de aansluiting van het projectgebied op de openbare weg en de private organisatie van de huisvuilophaling (hetgeen impliceert dat geen publieke diensten zich tot op de ontworpen wegenis zouden moeten begeven), de plaatsing van signalisatie (‘private weg’), de aansluiting van de wegenis op een doodlopende straat (wat maakt dat de aantrek op niet-bewoners minimaal is, nu sowieso het verkeer in de doodlopende straat beperkt is tot de bewoners) en de bochtige inrichting van de weg (wat sluipverkeer zou ontmoedigen). De gemeenteraad daarentegen beargumenteert in de bestreden beslissing dat sprake is van een gemeenteweg onder concrete verwijzing naar de afwezigheid van hekwerk aan de aansluiting van de ontworpen wegenis op de bestaande gemeentewegen (Catersdreef en Den Aard), evenals de aard ervan als verbindingsweg tussen deze gemeentewegen, hetgeen (ook) niet-bewoners aantrekt. […] Zodra er de kans bestaat dat niet-bewoners worden aangetrokken, zou sprake zijn van een openbare weg, ongeacht het privaat (gemeenschappelijk) beheer van de openbare ruimtes en gemeenschapsvoorzieningen. Overeenkomstig artikel 31, §1 van het Omgevingsvergunningsdecreet is de gemeenteraad slechts bevoegd om te beslissen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg. Dit zoals gedefinieerd in het Decreet Gemeentewegen. De vraag of de gemeenteraad een voorafgaande beslissing over de zaak van de wegen moet nemen, raakt aan de bevoegdheid van de gemeenteraad en betreft zodoende een substantiële vormvereiste. Onderzocht dient derhalve of de gemeenteraad wettig tot haar beslissing is gekomen, met andere woorden of zij op grond van de juiste feitelijke gegevens in redelijkheid heeft kunnen beslissen dat er in casu sprake is van een openbare gemeenteweg in de zin van het Decreet Gemeentewegen. Daarbij dient vooreerst opgemerkt dat er niet langer een afsluiting middels plaatsing van een hek meer voorzien wordt, ingevolge het negatief advies van de brandweer. Dit wordt in de bestreden beslissing weerhouden als element dat op een openbaar karakter van de weg wijst, nu dit de aantrek door niet-bewoners verhoogt. Het verbindend karakter van de weg, die twee bestaande gemeentewegen met elkaar verbindt (namelijk Catersdreef en Den Aard), zou ook niet-bewoners kunnen aantrekken tot de weg. De Raad van State is echter van oordeel dat louter hypothetische evoluties niet in rekening mogen X-18.128-7/15 gebracht worden bij het beoordelen van een vergunningsaanvraag, doch slechts de strikte krijtlijnen in de omgevingsvergunningsaanvraag getrokken […]. De gemeenteraad beperkt zich tot het bieden van voormelde (in hoofdzaak twee) elementen om te besluiten dat geen sprake is van een openbare weg, zonder evenwel de overige elementen die beroepsindieners inroepen, te beoordelen. Zo verklaarden beroepsindieners in de aanvraag uitdrukkelijk dat de wegenis geen openbare bestemming zou verkrijgen, onder verwijzing naar het verkavelingsplan, de postbedeling, de huisvuilophaling en de signalisatie aan weerszijden van de weg. Deze elementen worden in de bestreden beslissing niet onderzocht, noch wordt aangegeven in welke mate deze bijdragen tot een openbaar respectievelijk privaat karakter van de weg. Ook de vraag op welke wijze de elektriciteitsvoorziening en riolering voorzien wordt, als relevante factoren om het statuut van de weg te bepalen, wordt niet onderzocht. Gelet op het voormelde, kon de gemeenteraad in de bestreden beslissing niet zonder meer tot de conclusie komen dat de ontworpen wegenis een openbare gemeenteweg uitmaakt, zonder alle relevante elementen te onderzoeken. De vraag of een in een vergunningsaanvraag voorziene wegenis een openbare bestemming kan krijgen, is immers een feitenkwestie die moet worden beoordeeld aan de hand van alle gegevens van het dossier.” IV. Ontvankelijkheid
- De in de memorie van antwoord aangevoerde exceptie behoeft geen beoordeling daar de verwerende partij er in haar laatste memorie afstand van doet. V. Onderzoek van het enige middel Standpunt van de partijen 10.
- In haar enige middel voert de verzoekende partij onder meer de schending aan van artikel 2, 6°, van het decreet van 3 mei 2019 ‘houdende de gemeentewegen’ (hierna: het gemeentewegendecreet), evenals van de materiëlemotiveringsplicht als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur. 10.
- De verzoekende partij wijst erop dat in het gemeenteraadsbesluit van 24 augustus 2021 gemotiveerd wordt dat de door de tussenkomende partijen X-18.128-8/15 voorgestelde wegenis door zijn verbindend karakter doorgaand verkeer van niet-bewoners zal aantrekken en dat dit leidt tot de kwalificatie van deze wegenis als openbare weg. Dit argument wordt in het bestreden ministerieel besluit volkomen ten onrechte weerlegd met een verwijzing naar rechtspraak waaruit zou volgen dat “louter hypothetische evoluties” niet in rekening mogen worden gebracht. De aantrekkingskracht voor niet-bewoners is niet louter hypothetisch maar vloeit voort uit de ligging van de voorgestelde wegenis tussen twee bestaande gemeentewegen en zij wordt versterkt doordat het voorziene hekwerk is geschrapt. De verzoekende partij voegt eraan toe dat de kritiek in het bestreden ministerieel besluit dat zij niet alle relevante elementen onderzocht zou hebben, onterecht is.
- In haar memorie van antwoord stelt de verwerende partij dat in het middel niet op goede gronden betwist wordt dat er te dezen toepassing mocht worden gemaakt van de in de rechtspraak gevestigde regel dat geen rekening kan worden gehouden met louter hypothetische evoluties. De verzoekende partij brengt ter zake immers geen enkel nieuw element bij. Men poogt te volstaan met de loutere herhaling dat er een aantrekkingskracht voor niet-bewoners zal zijn. De verwerende partij kon in het bestreden ministerieel besluit redelijkerwijze vaststellen dat het argument van de verzoekende partij met betrekking tot die aantrekkingskracht niet kon standhouden op basis van de laatstgenoemde regel uit de rechtspraak. Volgens de verwerende partij heeft zij in het bestreden ministerieel besluit terecht geconcludeerd dat de verzoekende partij niet kon volstaan met een verwijzing naar slechts twee argumenten, te weten het afschaffen van het initieel voorziene hekwerk en het karakter als verbindingsweg tussen bestaande gemeentewegen, om te besluiten dat sprake is van een openbare weg. Dit geldt des te meer nu de aanvragers tal van andere motieven aanreikten om het private karakter van deze wegenis aan te tonen, welke door verzoekende partij niet in haar besluitvorming werden betrokken, minstens blijkt dit als dusdanig niet uit het gemeenteraadsbesluit van 24 augustus
- Volgens de verwerende partij X-18.128-9/15 werden “prima facie” volgende elementen niet onderzocht door de verzoekende partij: de uitdrukkelijke verklaring door de aanvragers dat de weg geen openbare bestemming zou verkrijgen, het verkavelingsplan, de signalisatie aan weerszijden van de weg en de collectief privaat georganiseerde postbedeling, huisvuilophaling, riolering en elektriciteitsvoorziening. De verwerende partij meent dat zij terecht in de bestreden beslissing vastgesteld heeft dat de verzoekende partij niet alle relevante elementen heeft onderzocht om tot de conclusie te komen dat het project van de tussenkomende partijen een openbare weg zou bevatten. De verzoekende partij diende concreet te motiveren waarom er sprake is van een verbindingsweg voor het publiek. Met andere woorden: het al dan niet verbindend karakter van een weg kan inderdaad meegenomen worden bij de beoordeling van het statuut van een weg, doch dit ontslaat de verzoekende partij niet van de plicht om concreet te onderzoeken en motiveren – in het licht van alle elementen en zeker de door de aanvragers aangedragen elementen – of wel degelijk sprake is van een verbindend karakter voor het publiek. De verwerende partij benadrukt dat zij “blijvend de mening toegedaan is” dat het onterecht is dat het gemeenteraadsbesluit van 24 augustus 2021 niet de elementen inzake het private beheer van de collectieve voorzieningen in acht heeft genomen om een oordeel te vellen over het al dan niet openbaar karakter van de weg.
- In hun memorie citeren de tussenkomende partijen het als volgt luidende artikel 2, 6°, van het gemeentewegendecreet: “Artikel 2 - Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder: […] 6° gemeenteweg: een openbare weg die onder het rechtstreekse en onmiddellijke beheer van de gemeente valt, ongeacht de eigenaar van de grond;”. De tussenkomende partijen wijzen erop dat in de parlementaire voorbereiding van deze bepaling (Memorie van Toelichting, Parl. St. Vl. Parl. X-18.128-10/15 2018-19, nr. 1847/1, 15) de categorie van de openbare wegen afgezet is tegenover de categorie van de private wegen die door particulieren worden beheerd en die enkel toegankelijk zijn voor het bestemmingsverkeer. Volgens de tussenkomende partijen heeft de verzoekende partij zich in het gemeenteraadsbesluit van 24 augustus 2021 gefocust op het vermeend verbindend karakter van de interne wegenis en heeft zij daaruit besloten dat er sprake is van een gemeenteweg. Het klopt dat zij op aangeven van de brandweer de voorziene toegangspoorten tot de verkaveling moesten weghalen, maar dit was zeker niet het enige element dat werd aangehaald om het private karakter van de wegenis aan te tonen. Zo werd er met name gewezen op het private beheer van de collectieve voorzieningen voor postbedeling, huisvuilophaling, riolering en elektriciteitsvoorziening, evenals op de signalisatie aan weerszijden van de weg met de vermelding van het privaat karakter. De tussenkomende partijen menen dat de hardnekkige focus op het vermeend verbindend karakter van de weg des te opvallender is nu de Raad voor Vergunningsbetwistingen over een eerder besluit van de verzoekende partij naar aanleiding van hun project geoordeeld heeft dat zij op geen enkele wijze aantoonde dat de aangevraagde wegenis een verbindend karakter heeft (RvVb 7 oktober 2021, nr. RvVb-A-2122-0085). In dat licht hoeft het uiteraard niet te verbazen dat de verwerende partij hier de lijn heeft getrokken en heeft geoordeeld dat de gemeenteraad niet zonder meer tot de conclusie kon komen dat de ontworpen wegenis een openbare gemeenteweg uitmaakt, zonder alle relevante elementen te onderzoeken. Door in haar verzoekschrift opnieuw hardnekkig vast te houden aan haar focus op het vermeende verbindende karakter van de wegenis en de overige elementen volledig terzijde te schuiven, bevestigt de verzoekende partij alleen maar dat de beoordeling in het bestreden ministerieel besluit correct is.
- In haar laatste memorie benadrukt de verwerende partij de relevantie van de in het bestreden ministerieel besluit aangehaalde rechtspraak dat er geen rekening mag worden gehouden met louter hypothetische evoluties zoals het gebruik als verbindingsweg.
- In hun laatste memorie wijzen de tussenkomende partijen erop dat zij in hun omgevingsvergunningsaanvraag zeer duidelijk hebben aangegeven X-18.128-11/15 dat er ter hoogte van de straten Den Aard en Catersweg signalisatieborden naast de interne wegenis geplaatst zullen worden die het private karakter ervan benadrukken. Dit sluit doorgaand verkeer – dat dan in overtreding zou zijn – uit en maakt duidelijk dat er van een verbindingsweg géén sprake zal zijn. Beoordeling
- Zoals bevestigd wordt in artikel 2, 6°, van het gemeentewegendecreet, is het eigendomsstatuut van de wegzate niet bepalend om het onderscheid te maken tussen een openbare weg en een private weg. In de parlementaire voorbereiding van deze bepaling wordt het volgende gesteld: “Niet het eigendomsstatuut van de wegzate, maar wel de bestemming die eraan gegeven wordt, bepaalt […] het openbare karakter van een weg. […] Een ‘openbare weg’ kan dus publieke eigendom of privé-eigendom zijn. […] [E]en private weg […] staat […] alleen open voor privaat verkeer: dat is verkeer dat specifiek bestemd is voor aangelanden op grond van het eigendomsrecht, een erfdienstbaarheid van doorgang, een recht van uitweg enzovoort. Ook de verkeersbewegingen van bezoekers van de aangelanden (gezinsleden, familieleden, vrienden en kennissen, postbodes, ruimingsdiensten, aannemers die werkzaamheden uitvoeren enzovoort) ressorteren onder het privaat verkeer.” (Parl. St. Vl. Parl. 2018-19, nr. 1847/1, 15). Terecht erkennen de tussenkomende partijen in hun memorie dat een private weg enkel bedoeld is voor bestemmingsverkeer. Tegenover het bestemmingsverkeer staat het doorgaand verkeer. Een weg die bestemd is voor het doorgaand verkeer is uit zijn aard een openbare weg.
- Wanneer de gemeenteraad het tracé van de wegen bepaalt, oefent hij een verordenende bevoegdheid uit waarbij de algemeenheid van de geadresseerden vooropstaat. Het bepalen van het voornoemde tracé moet steunen op motieven van algemeen belang, die meer bepaald verband houden met een uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening doordacht gemeentelijk wegennet. X-18.128-12/15 17.
- Wanneer een omgevingsvergunningsaanvraag een wegtracé bevat dient de gemeenteraad een inschatting te maken over het gebruik dat in de toekomst van die weg zal worden gemaakt. 17.
- Te dezen heeft de verzoekende partij in het gemeenteraadsbesluit van 24 augustus 2021 ingeschat dat de in de omgevingsvergunningsaanvraag van de tussenkomende partijen voorziene wegenis (ook) dienst zal doen als verbindingsweg voor doorgaand verkeer van niet-bewoners. 17.
- De stukken van het administratief dossier bevestigen dat de laatstgenoemde wegenis de verbinding maakt tussen, enerzijds, de straten Catersdreef en Ringdreef in het noorden en, anderzijds, de straten Den Aard en Baron Delbekelaan in het zuidoosten. De in het bestreden ministerieel besluit vermelde bewering van de tussenkomende partijen dat de ontworpen wegenis zou aansluiten op een doodlopende straat is aldus onjuist. Voorts is de in hetzelfde besluit aangehaalde stelling van de tussenkomende partijen dat de bochtige inrichting van de door hen voorgestelde wegenis “sluipverkeer zou ontmoedigen” niet van aard de in het vorige randnummer bedoelde inschatting beslissend te ontkrachten. Dit is des te meer het geval nu de omgevingsvergunningsaanvraag van de tussenkomende partijen ook in een kaarsrechte trage weg voorziet die voetgangers en fietsers toelaat een doorsteek te maken tussen, enerzijds, de weg Schutbocht in het westen en, anderzijds, de straten Den Aard en Baron Delbekelaan in het zuidoosten. 17.
- In het licht van het voorgaande is er geen deugdelijke grond voor de bewering in het bestreden ministerieel besluit dat het verwachte gebruik van de ontworpen wegenis door doorgaand verkeer van niet-bewoners een “louter hypothetische” evolutie zou zijn die de gemeenteraad niet in aanmerking mocht nemen. X-18.128-13/15
- Voorts is het ook onterecht dat in het bestreden ministerieel besluit wordt geoordeeld dat het gemeenteraadsbesluit van 24 augustus 2021 voorbij is gegaan aan andere relevante elementen, zoals de plaatsing van verkeersborden die het private karakter aangeven en het privaat gemeenschappelijk beheer van de gemeenschapsvoorzieningen. In dit gemeenteraadsbesluit wordt immers uitgelegd dat deze elementen er hoe dan ook niet toe kunnen leiden dat een weg een privaat karakter krijgt “zodra de kans bestaat dat niet-bewoners worden aangetrokken” en er aldus voldaan is aan het “essentiële” of doorslaggevende criterium van “de mogelijke toegang van derden”.
- Er blijken geen afdoende motieven voor het door de minister ingenomen standpunt dat het openbaar karakter van de voorziene wegenis ontoereikend is gemotiveerd in het gemeenteraadsbesluit van 24 augustus
- De bewering van de verwerende partij dat de gemeente geen aandacht zou hebben besteed aan de uitdrukkelijke verklaring door de aanvragers dat de weg geen openbare bestemming zou verkrijgen, noch aan het verkavelingsplan, is niet van aard er anders over te oordelen.
- Het middel is in de aangegeven mate gegrond. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt het besluit van de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken van 21 januari 2022 tot vernietiging van het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Schilde van 24 augustus 2021 “houdende vaststelling van het karakter als gemeenteweg van de ontworpen wegenis en weigering van de goedkeuring van het tracé van de weg bij OVK 2020/26: het verkavelen in 34 loten – Den Aard 10”.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van X-18.128-14/15 22 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. De tussenkomende partijen wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 300 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vijf november tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, bijgestaan door Karin Meerschaut, griffier. De griffier De voorzitter Karin Meerschaut Johan Lust X-18.128-15/15 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.292 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div