← België

Arrest 261296 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 05/11/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 november 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.296 Rolnummer: A. 243339/X-18893 Zaak: Arrest 261296 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 05/11/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-11-08 Raadplegingen: 103 - laatst gezien 2026-06-17 04:26 Fiche Arrest nr 261.296 van 5 november 2024 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 261.296 van 5 november 2024 in de zaak A. 243.339/X-18.893 In zake: de Comm.V. S. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Annelies Uytterhaegen kantoor houdend te 9550 Herzele Provincieweg 477 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD ROESELARE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Sofie Logie en Niels Lemaire kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 24 oktober 2024, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de beslissing, genomen door het College van Burgemeester en Schepenen van de stad Roeselare dd. 10 oktober tot tijdelijke sluiting van de nachtwinkel gelegen te [A.]”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 5 november 2024, om 10.00 uur. Staatsraad David D’Hooghe heeft verslag uitgebracht. X-18.893-1/6 Advocaat Tim Vermeir, die loco advocaat Annelies Uytterhaegen verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Sofie Logie die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten
  4. De verzoekende partij baat sedert 2015 een nachtwinkel uit te Roeselare.
  5. Op 27 september 2024 wordt een controleactie uitgevoerd bij meerdere handelszaken waaronder die van de verzoekende partij.
  6. Het bestuurlijk verslag van de politiezone RIHO van 1 oktober 2024 maakt melding van de vaststelling van een aantal inbreuken, waaronder de verkoop van verboden producten.
  7. Bij brief van 2 oktober 2024 wordt de zaakvoerder van de verzoekende partij op de hoogte gesteld van de vastgestelde inbreuken en wordt hem de mogelijkheid geboden om ter zake verweer te voeren.
  8. Op 10 oktober 2024 beslist de burgemeester van de stad Roeselare tot sluiting van de nachtwinkel voor de duur van één maand, van 12 oktober 2024 tot 11 november
  9. Aangenomen wordt dat dit de bestreden beslissing is. X-18.893-2/6
  10. Op 14 oktober 2024 wordt dit besluit door het college van burgemeester en schepenen van de stad Roeselare bekrachtigd. IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
  11. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. V. Uiterst dringende noodzakelijkheid Uiteenzetting van de uiterst dringende noodzakelijkheid
  12. De verzoekende partij voert in eerste instantie aan dat de stopzetting vanaf 12 oktober 2024 voor haar grote financiële gevolgen zal hebben, doordat zij bij gebreke aan inkomsten in de onmogelijkheid zal zijn om kosten zoals huur, BTW, sociale zekerheidsbijdragen en energiefacturen te betalen. Bovendien acht zij de kans groot dat zij door de stopzetting vaste klanten zal verliezen. Voorts legt zij de actuele balans van de algemene rekeningen en de interne balans van het boekjaar 2024 voor. X-18.893-3/6 Beoordeling
  13. De schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid houdt een ernstige verstoring in van het normale verloop van de rechtspleging voor de Raad van State, herleidt de mogelijkheden tot onderzoek van de zaak tot een strikt minimum en beperkt in aanzienlijke mate de uitoefening van het recht van verdediging van de verwerende partij. De aanwending van die procedure moet dan ook zeer uitzonderlijk blijven.
  14. Op de verzoekende partij die meent een beroep te kunnen doen op de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, rust te dezen een dubbele bewijslast. Zij moet niet alleen aantonen dat zij bij het instellen van de vordering met de vereiste spoed en diligentie is opgetreden, maar zij moet tevens aan de hand van precieze, pertinente en concrete gegevens aannemelijk maken dat de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing voor haar veroorzaakt, niet gedragen kunnen worden gedurende de gewone doorlooptijd van de annulatieprocedure en zelfs niet gedurende de doorlooptijd van een gewone vordering tot schorsing.
  15. Van de vereiste diligentie en alertheid is er te dezen geen sprake. De verzoekende partij heeft bijna twee weken gewacht om huidig verzoekschrift in te dienen, dit terwijl de aangevochten sluiting betrekking heeft op de duurtijd van één maand. De verzoekende partij verantwoordt dit dralen niet.
  16. In de mate dat de verzoekende partij zich beroept op een financieel nadeel, is het vaste rechtspraak dat dit nadeel in beginsel herstelbaar is. De verzoekende partij toont niet aan dat het financiële nadeel dat volgt uit de gedwongen sluiting niet met een eventueel later toe te kennen schadevergoeding X-18.893-4/6 kan worden gecompenseerd, noch dat het nadeel zodanig ernstig is dat het niet kan worden verdragen in afwachting van een uitspraak in het kader van de annulatieprocedure, zelfs niet van een uitspraak in het kader van een gewone vordering tot schorsing. De verzoekende partij toont ook niet de beweerde kosten aan die zij gedurende de periode van sluiting zal moeten dragen, noch dat zij daartoe niet over de vereiste financiële reserves beschikt. De loutere voorlegging van balansen volstaat daartoe niet.
  17. Dat de kans groot is dat de verzoekende partij door de stopzetting vaste klanten verliest, betreft een loutere bewering die niet nader wordt geconcretiseerd. Bovendien blijkt niet dat dit nadeel niet samenvalt met de ingeroepen financiële schade. VI. Besluit
  18. De voorwaarde van een uiterst dringende noodzakelijkheid is niet vervuld. Er is bijgevolg niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden toegewezen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing. X-18.893-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vijf november tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: David D’Hooghe, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Karin Meerschaut, griffier. De griffier De voorzitter Karin Meerschaut David D’Hooghe X-18.893-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.296 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.