id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 november 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.315 Rolnummer: A. 242057/XII-9629 Zaak: Arrest 261315 - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen en paramedische beroepen - 08/11/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-11-13 Raadplegingen: 207 - laatst gezien 2026-06-18 19:15 Fiche Arrest nr 261.315 van 8 november 2024 Sociale zaken en volksgezondheid - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen en paramedische beroepen Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.315 no lien 279921 identiques ecli_input ECLI:CE:ECHR:2018 ecli_prefixe ECLI ecli_pays CE ecli_cour ECHR ecli_annee 2018 ecli_ordre Ongeldig ECLI-nummer - 4 element (
- en)ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI ECLI:CE:ECHR:2018 invalide Ongeldig ECLI-nummer - 4 element (
- en)RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIIe KAMER nr. 261.315 van 8 november 2024 in de zaak A. 242.057/XII-9629 In zake : XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Benjamin Herman kantoor houdend te 8300 Knokke-Heist Natiënlaan 237 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Franky De Mil kantoor houdende te 9000 Gent Voskenslaan 34 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. De vordering, ingesteld op 1 juni 2024, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van van 17 mei 2024 van de Nederlandstalige multidisciplinaire kamer van de Federale Commissie voor toezicht op de praktijkvoering in de gezondheidszorg waarbij de eerder genomen beslissing van 19 april 2024 tot onmiddellijke intrekking van het visum van de eerste verzoekende partij wordt bevestigd en, voor zover als nodig wordt hernomen. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Anja Somers heeft een verslag opgesteld. XII-9629-1/7 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 7 november 2024. Kamervoorzitter Chantal Bamps heeft verslag uitgebracht. Advocaat Benjamin Herman, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Justine De Kesel, die loco advocaat Franky De Mil verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. De verzoekende partij is huisarts. 3.2. Bij brief van 18 januari 2024 richt de Orde der Artsen van Antwerpen een schrijven aan de Nederlandstalige multidisciplinaire Kamer van de Federale Commissie voor toezicht (hierna: de toezichtcommissie ) waarin zij de vrees uit dat de verzoekende partij niet meer over de fysieke of psychische geschiktheid beschikt om zonder risico’s de uitoefening van de geneeskunde voort te zetten en dat zij de regels inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg niet naleeft zodat er voor zware gevolgen voor de patiënten of de volksgezondheid kan worden gevreesd. 3.3. Naar aanleiding van het voormelde schrijven wordt de verzoekende partij bij brief van 13 februari 2024 door de toezichtcommissie opgeroepen om gehoord te worden op de zitting van 1 maart 2024. XII-9629-2/7 Op 1 maart 2024 wordt de verzoekende partij gehoord door de toezichtcommissie, bijgestaan door haar collega en tevens huisarts V. V. 3.4. Op 4 maart 2024 besluit de toezichtcommissie de beslissing uit te stellen en de verzoekende partij de mogelijkheid te bieden om voor 28 maart 2024 de nodige bewijzen en documenten te verschaffen die haar vrijpleiten van de beschuldigingen. Er wordt tevens meegedeeld dat een toxicologisch haaronderzoek bijkomend kan worden voorgelegd als bewijs. Tot slot wordt meegedeeld dat indien blijkt dat toch niet aan de voorwaarden wordt voldaan, het visum alsnog kan worden ingetrokken. 3.5. Op 6 maart 2024 wordt door de Orde der Artsen nog een e-mail meegedeeld van de arts inspecteur bij het RIZIV die er op wijst dat de verzoekende partij de voorwaarden waaronder haar visum werd teruggegeven heeft geschonden door medicatie aan zichzelf voor te schrijven. 3.6. Op 19 april 2024 komt de toezichtcommissie tot de conclusie dat er onvoldoende bewijsstukken werden aangeleverd door de verzoekende partij en besluit haar visum in te trekken. 3.7. Op 3 mei 2024, stelt de verzoekende partij een vordering in strekkende tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 19 april 2024 van de Nederlandstalige multidisciplinaire kamer van de Federale Commissie voor toezicht op de praktijkvoering in de gezondheidszorg waarbij haar visum wordt ingetrokken. Bij arrest nr. 259.734 van 15 mei 2024 verwerpt de Raad van State de voornoemde vordering. Deze beslissing is door de verzoekende partijen eveneens bestreden met een op 23 mei 2024 ingediend beroep tot nietigverklaring en een vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging, dat is verworpen bij ’s Raads arrest nr. 261.314 van heden in de zaak gekend onder het rolnummer A. 241.988/XII-9758. XII-9629-3/7 3.8. Op de zitting van de toezichtcommissie van 17 mei 2024 wordt opnieuw het dossier ter beraadslaging voorgelegd ingevolge een vormgebrek bij het nemen van de beslissing van 19 april 2024. 3.9. Op 17 mei 2024 beslist de toezichtcommissie om de eerder genomen beslissing van 19 april 2024 tot onmiddellijke intrekking van uw visum te bevestigen en voor zover als nodig te hernemen. Dit is de bestreden beslissing. 3.10. Bij dagvaarding van 22 mei 2024 leidt de verzoekende partij tevens een kortgedingprocedure in voor de Nederlandstalige Rechtbank van eerste aanleg te Brussel, waarbij zij vraagt om een voorlopige situatie in te stellen zodat zij haar activiteiten als arts kan blijven uitoefenen tot er een uitspraak ten gronde is gedaan en om de Belgische Staat te veroordelen tot het nemen van alle maatregelen om de uitoefening van het beroep mogelijk te maken, dit onder verbeurte van een dwangsom. Bij beschikking van 28 juni 2024 wordt door de Nederlandstalige Rechtbank van eerste aanleg te Brussel bevolen om de procedure ten aanzien van de verzoekende partij te hernemen, dit minstens vanaf het ogenblik dat zij moet worden gehoord, en om binnen een termijn van twee maanden na de betekening van deze beschikking een nieuwe beslissing te nemen. Dit bevel wordt opgelegd onder verbeurte van een dwangsom van 500 euro per dag vertraging dat geen nieuwe beslissing is genomen binnen 2 maanden na de betekening van de beschikking, met een maximum van 50.000 euro. 3.11. Op 23 september 2024 stelt de raadsman van de verzoekende partij de Raad van State in kennis van de beslissing van de toezichtscommissie van 23 september 2024 waarbij haar visum van met onmiddellijk ingang wordt teruggegeven en afhankelijk wordt gemaakt van de naleving van de in de betreffende beslissing opgesomde voorwaarden. XII-9629-4/7 IV. Ontvankelijkheid van de vordering Ambtshalve exceptie van niet-ontvankelijkheid wegens gebrek aan actueel belang 4. Op 23 september 2024 stelt de raadsman van de verzoekende partij de Raad van State in kennis van de beslissing van de toezichtscommissie van 23 september 2024 waarbij het visum van de verzoekende partij met onmiddellijk ingang wordt teruggegeven mits naleving van de erin opgesomde voorwaarden. 5. Gelet op artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, kan het beroep tot nietigverklaring bedoeld bij artikel 14 van deze wet, voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State worden gebracht “door elke partij welke doet blijken van een benadeling of van een belang”. Die vereiste is erop gericht de rechtszekerheid te dienen en een goede rechtsbedeling te verzekeren (RvS (A.V.) 22 maart 2019, nr. 244.015) (ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.015). Een verzoekende partij beschikt over dit rechtens vereiste belang indien twee voorwaarden vervuld zijn: vooreerst dient zij door de bestreden administratieve rechtshandeling een persoonlijk, rechtstreeks, zeker, actueel en wettig nadeel te lijden; voorts moet de eventueel tussen te komen nietigverklaring van die rechtshandeling haar een direct en persoonlijk voordeel verschaffen, hoe miniem ook (RvS (A.V.) 15 januari 2019, nr. 243.406) (ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.406). Het belang moet niet alleen bestaan bij het instellen van het beroep maar moet voortduren tot aan de sluiting van het debat (RvS (A.V.) 22 maart 2019, nr. 244.015) (ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.015), zonder dat de verzoekende partij noodzakelijk elk belang bij de nietigverklaring verliest wanneer zij het initiële voordeel niet meer kan ambiëren (cf. GwH 9 juli 2020, nr. 105/2020, punt B.11.2. en B.12.2) (ECLI:BE:GHCC:2020:ARR.105). Het staat aan de Raad van State te oordelen of de verzoekende partij die een zaak voor de Raad brengt, doet blijken van een belang bij haar ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.315 XII-9629-5/7 beroep. De Raad van State dient er over te waken dat het belangvereiste niet op een buitensporig restrictieve of formalistische wijze wordt toegepast GwH 30 september 2010, nr. 109/2010, punt 4.3 (ECLI:BE:GHCC:2010:ARR.109); GwH 9 juli 2020, nr. 105/2020 (ECLI:BE:GHCC:2020:ARR.105), punt B.9.3.; EHRM 17 juli 2018, V. t. België, punten 42 e.v.) (ECLI:CE:ECHR:2018: 0717JUD000547506(V./België)). 6. Het voordeel dat de verzoekende partij met de vernietiging - en bijgevolg met de vordering tot schorsing - van de bestreden beslissing nastreeft, lijkt te bestaan in de kans dat met de teruggave van haar visum, zij in staat wordt gesteld om opnieuw haar beroep als arts uit te oefenen en opgenomen te worden op de lijst van de Orde der Artsen. Uit de door de raadsman van de verzoekende partij aan de Raad van State overgemaakt beslissing van 23 september 2024 van de toezichtscommissie blijkt dat het visum van de verzoekende partij met onmiddellijk ingang wordt teruggegeven en afhankelijk wordt gemaakt van de naleving van de erin opgesomde voorwaarden. Gelet op de vaststelling dat de verzoekende partij met de voornoemde beslissing van 23 september 2024 met onmiddellijke ingang terug in bezit wordt gesteld van de eerder ingetrokken vergunning om haar beroep als arts uit te oefenen, heeft de verzoekende partij bijgevolg volledige genoegdoening verkregen. Een eventuele nietigverklaring cq schorsing van de tenuitvoerlegging van de thans bestreden beslissing kan haar derhalve geen enkel voordeel meer opleveren. Hieruit moet worden besloten dat niet blijkt dat de verzoekende partij nog een actueel belang heeft bij haar beroep tot nietigverklaring en aldus ook niet bij de voorliggende vordering tot schorsing die er een accessorium van is. 7. Uit wat voorafgaat volgt dat de ambtshalve opgeworpen exceptie een dergelijke graad van ernst vertoont, dat ze reeds in de huidige stand van de procedure opgeworpen moet worden. XII-9629-6/7 Het beroep tot nietigverklaring en aldus ook de voorliggende vordering tot schorsing als accessorium ervan, is niet ontvankelijk. Conclusie 8. Uit wat voorafgaat volgt dat de vordering tot schorsing niet ontvankelijk is. BESLISSING 1. De Raad van State verwerpt de vordering. 2. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij weggelaten. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op acht november tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Chantal Bamps, kamervoorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Chantal Bamps XII-9629-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.315 Gerelateerde publicatie(
- s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.690 citeert: ECLI:BE:GHCC:2010:ARR.109 ECLI:BE:GHCC:2020:ARR.105 ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.406 ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.015 ECLI:CE:ECHR:2018:0717JUD000547506 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div