id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 november 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.358 Rolnummer: A. 239682/XIV-39589 Zaak: Arrest 261358 - Overheidsopdrachten - 18/11/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-11-21 Raadplegingen: 88 - laatst gezien 2026-06-17 04:22 Fiche Arrest nr 261.358 van 18 november 2024 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 261.358 van 18 november 2024 in de zaak A. 239.682/XIV-39.589 In zake : de BV PROJECTWERK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Angelique Van de Meirssche en Sander Kaïret kantoor houdend te 9000 Gent Koning Albertlaan 128 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de NV DE VLAAMSE WATERWEG bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jan Van Der Snickt en Abdulhaliq Aala kantoor houdend te 9300 Aalst Leopoldlaan 48 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 11 september 2023, strekt tot de nietigverklaring van “[d]e gemotiveerde gunningsbeslissing van 12 juli 2023 van […] de Vlaamse Waterweg NV, waarbij […] de opdracht Raamovereenkomst voor het inhuren van experten ter ondersteuning uitvoering bevoegdheden ADN-Perceel 2: expertise ADN (besteknummer AST-22-0011) wordt gegund aan [een derde als eerste gerangschikte onderneming] en aan de verzoekende partij als derde gerangschikte onderneming”. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 257.188 van 25 augustus 2023 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing ingewilligd. XIV-39.589-1/4 De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur-generaal Luc Vermeire heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Overeenkomstig artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’, heeft de voorzitter van de XIVe kamer bij beschikking van 26 september 2024 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig bovenvermelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 6 november
- Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Toepassing kortedebattenprocedure
- De bestreden beslissing werd ingetrokken bij beslissing van de gedelegeerd bestuurder van de NV de Vlaamse Waterweg van 17 november
- Het voorliggende beroep is derhalve zonder voorwerp geworden. XIV-39.589-2/4
- Het beroep is niet-ontvankelijk. Het auditoraat heeft terecht gemeend dat de zaak met korte debatten een oplossing kan krijgen. IV. De rechtsplegingsvergoeding
- De verzoekende partij vordert een rechtsplegingsvergoeding van 924 euro, zijnde het geannexeerde basisbedrag van 770 euro plus de 20% verhoging bepaald in artikel 67, § 2, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’. (hierna: de algemene procedureregeling). De in artikel 67, § 2, eerste lid, van de algemene procedureregeling vervatte verhoging van de rechtsplegingsvergoeding is te dezen evenwel niet verschuldigd, aangezien het beroep tot nietigverklaring slechts korte debatten heeft vereist en derhalve artikel 67, § 2, derde lid, van de voormelde procedureregeling toepassing vindt.
- Uit wat voorafgaat, volgt dat het basisbedrag van 770 euro dient te worden toegekend. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 48 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan XIV-39.589-3/4 de verzoekende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op achttien november tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-39.589-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.358 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.