← België

Arrest 261378 - Hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en occasionele redders - 19/11/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 november 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.378 Rolnummer: A. 240298/IX-10357 Zaak: Arrest 261378 - Hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en occasionele redders - 19/11/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-11-28 Raadplegingen: 100 - laatst gezien 2026-06-17 04:23 Fiche Arrest nr 261.378 van 19 november 2024 Justitie - Hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en occasionele redders Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 261.378 van 19 november 2024 in de zaak A. 240.298/IX-10.357 In zake : E.R. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Walter Damen kantoor houdend te 2600 Berchem Elisabethlaan 122 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michel van Dievoet kantoor houdend te 1000 Brussel Wolstraat 56 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het cassatieberoep

  1. Het cassatieberoep, ingesteld op 18 oktober 2023, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van 18 september 2023 van de Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders in de zaak met referentie M 22-1-
  2. II. Verloop van de rechtspleging
  3. Bij beschikking nr. 15.697 van 21 december 2023 is het cassatieberoep toelaatbaar verklaard. IX-10.357-1/4 De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Anja Somers heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verzoekende partij verstuurd op 12 april 2024 en op 15 april 2024 werd de betrokken brief aangeboden via de post. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. Op 3 juli 2024 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 18, § 1, vierde lid, van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. De verzoekende partij heeft gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 november
  4. Staatsraad Wouter Pas heeft verslag uitgebracht. Advocaat Luna Onzia, die loco advocaat Walter Damen verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Michel van Dievoet, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. IX-10.357-2/4 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Beoordeling
  6. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting ingediend binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in artikel 18, § 1, eerste lid, van voormeld koninklijk besluit.
  7. Ter terechtzitting voert de verzoekende partij aan dat zij het verslag niet heeft ontvangen zonder dat zij opwerpt - laat staan aantoont - dat de betrokken zending haar niet correct zou zijn aangeboden. Het vermoeden van afstand van geding is van toepassing. BESLISSING
  8. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit. IX-10.357-3/4
  9. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op negentien november tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Wouter Pas, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Wouter Pas IX-10.357-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.378 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.