id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 december 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.612 Rolnummer: A. 240832/XII-9531 Zaak: Arrest 261612 - Politie - 02/12/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-12-03 Raadplegingen: 104 - laatst gezien 2026-06-17 04:09 Fiche Arrest nr 261.612 van 2 december 2024 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Politie Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIIe KAMER nr. 261.612 van 2 december 2024 in de zaak A. 240.832/XII-9531 In zake : XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joost Hoste kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46 bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken die woonplaats kiest bij de Federale Politie DGR/JUR/CTX gevestigd te 1050 Brussel Kroonlaan 145A bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 22 december 2023, strekt tot de nietigverklaring van: “
- de beslissing van de deliberatiecommissie binnen de Federale Politie – Algemene Directie van het Middelenbeheer en de Informatie – Dienst Rekrutering en Selectie van 27.10.23 waarbij verzoekende partij ongeschikt wordt verklaard om de functie van politieambtenaar uit te oefenen en een einde maakt aan de kandidatuur van verzoekende partij voor de selectie aspirant – inspecteur van politie én XII-9531-1/6
- de beslissing van 20.10.23 waarbij de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer verzoekende partij medisch ongeschikt verklaart voor een operationele functie bij de Politie”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een verslag opgesteld. Verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 21 november
- Staatsraad Ann Coolsaet heeft verslag uitgebracht. Advocaat Sander Defoort, die loco advocaat Joost Hoste, verschijnt voor verzoeker en adviseur Jana Mouton, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- XII-9531-2/6 III. Feiten 3.
- Verzoeker stelt zich op 18 november 2022 kandidaat voor de selectieprocedure van aspirant-inspecteur van politie (basiskader). 3.
- Op 20 oktober 2023 beslist de arbeidsarts van de Interne dienst voor preventie en bescherming op het werk van de Federale politie om verzoeker medisch ongeschikt voor een operationele functie bij de politie. Dit is de tweede bestreden beslissing. 3.
- Op basis van deze beslissing van 20 oktober 2023 beslist de deliberatiecommissie op 27 oktober 2023 om verzoeker medisch ongeschikt te verklaren om de functie van politieambtenaar uit te oefenen. Deze beslissing van 27 oktober 2023 maakt tevens een einde aan de kandidatuur van verzoeker. Dit is de eerste bestreden beslissing. 3.
- Nadat verzoeker kennisneemt van de gemotiveerde beslissing van de arbeidsarts, die ten grondslag ligt aan de eerste bestreden beslissing, wint hij gespecialiseerd medisch advies in. Hij bezorgt de verwerende partij op 11 december 2023 een andersluidend medisch attest opgesteld door de door hem geconsulteerde arts. 3.
- Op 10 januari 2024 beslist de deliberatiecommissie om de eerste bestreden beslissing in te trekken. Verzoeker wordt van deze beslissing in kennis gesteld met een brief van 10 januari
- XII-9531-3/6 IV. Ontvankelijkheid van het beroep Wat de eerste bestreden beslissing betreft
- De eerste bestreden beslissing werd ingetrokken door de deliberatiecommissie op 10 januari
- Met deze intrekking wordt de eerste bestreden beslissing ab initio uit het rechtsverkeer verwijderd. Ingevolge de intrekking heeft het beroep wat de eerste bestreden beslissing betreft derhalve geen voorwerp meer.
- Het beroep is niet-ontvankelijk wat de eerste bestreden beslissing betreft. Wat de tweede bestreden beslissing betreft Exceptie
- De verwerende partij werpt in de memorie van antwoord op dat de tweede bestreden beslissing geen voor de Raad van State aanvechtbare rechtshandeling is. Daar de beslissing tot ongeschiktheid uitsluitend wordt genomen door de deliberatiecommissie, is de verklaring tot ongeschiktheid van de arbeidsarts slechts een voorbereidende handeling.
- In de memorie van wederantwoord beaamt verzoeker dat “de huidige zaak” geen voorwerp meer heeft. Beoordeling
- Het auditoraatsverslag beoordeelt de opgeworpen exceptie als volgt: “Met de verwerende partij moet bovendien worden aangenomen dat het de deliberatiecommissie is -en alleen zij- die bevoegd is om te beslissen of een kandidaat al dan niet geschikt wordt bevonden op grond van artikel IV.I.15 RPPol. XII-9531-4/6 Het verslag van het medisch onderzoek waarop de commissie zich baseert is een louter voorbereidende handeling die niet voor vernietiging vatbaar is door de Raad van State.”
- In de laatste memorie bestempelt verzoeker de conclusies van het auditoraatsverslag als “correct”.
- In die omstandigheden en na eigen onderzoek ziet de Raad van State geen reden om het anders te zien dan het auditoraat en besluit, de redenering van het auditoraat bijvallend, dat de exceptie gegrond is.
- Het beroep is niet-ontvankelijk wat de tweede bestreden beslissing betreft. Conclusie
- Het beroep is niet-ontvankelijk. V. Kosten en rechtsplegingsvergoeding
- De eerste bestreden beslissing werd ingetrokken door de verwerende partij na het indienen van het beroep tot nietigverklaring. Zoals hiervoor werd vastgesteld, heeft deze intrekking tot gevolg dat het voorwerp van het beroep is teloorgegaan. In deze omstandigheden kan verzoeker worden beschouwd als een “in het gelijk gestelde partij” in de zin van artikel 30/1, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. In de gegeven omstandigheden past het de kosten, met inbegrip van een rechtsplegingsvergoeding, ten laste van de verwerende partij te leggen. XII-9531-5/6 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770,00 euro, die verschuldigd is aan verzoeker.
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoeker niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op twee december tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Chantal Bamps, kamervoorzitter, Inge Vos, staatsraad, Ann Coolsaet, staatsraad, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Chantal Bamps XII-9531-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.612 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div