← België

Arrest 261657 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 06/12/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 december 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.657 Rolnummer: A. 236530/X-18165 Zaak: Arrest 261657 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 06/12/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-12-12 Raadplegingen: 88 - laatst gezien 2026-06-17 04:10 Fiche Arrest nr 261.657 van 6 december 2024 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 261.657 van 6 december 2024 in de zaak A. 236.530/X-18.165 In zake : de NV V.R. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Marco Schoups, Nathan Van Wymeersch, Robin Beck en Ellen Gerits kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 127A bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sophie Bleux kantoor houdend te 1000 Brussel Regentschapsstraat 58 bus 8 tegen: de GEMEENTE SINT-JOOST-TEN-NODE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Véronique Christiaens en Marnix De Smedt kantoor houdend te 1050 Brussel Kroonlaan 340 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 31 mei 2022, strekt tot de nietigverklaring van “het politiebesluit van de Burgemeester van de gemeente Sint-Joost-Ten-Node van 1 april 2022, waarbij de bouwplaats gelegen ter hoogte van de Leuvensesteenweg en de Scailquinstraat te 1210 Sint-Joost-Ten-Node is geschorst”. II. Verloop van de rechtspleging X-18.165-1/5
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 oktober
  3. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaten Ellen Gerits en Sophie Bleux, die verschijnen voor de verzoekende partij, en advocaat Marnix De Smedt, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. Verzoekster voert voor rekening van de nv C.C., bouwheer, sloop- en bouwwerken uit op een terrein gelegen te Sint-Joost-ten-Node, tussen de Leuvense Steenweg en de Scailquinstraat. De bouwwerken veroorzaken scheuren en stabiliteitsproblemen in de naburige gebouwen. Op 1 april 2022 beslist de burgemeester van de gemeente, op grond van de artikelen 133 en 135 van de nieuwe gemeentewet, dat de werken op X-18.165-2/5 de werf voorlopig moeten worden opgeschort. De beslissing wordt alleen in het Frans aan verzoekster meegedeeld. Tegen dit besluit wordt door verzoekster het voorliggende beroep ingesteld en door de nv C.C. het beroep gekend onder nr. A. 236.060/XV-5.
  6. IV. Beoordeling
  7. Verzoekster leidt een eerste middel tegen het bestreden besluit onder meer af uit de schending van de artikelen 18, 19 en 58 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 ‘op het gebruik van de talen in bestuurszaken’ (hierna: de bestuurstaalwet), doordat het besluit “integraal en uitsluitend in het Frans [is] opgesteld en meegedeeld aan verzoekende partij en aan het algemene publiek”.
  8. Volgens artikel 58, eerste lid, van de bestuurstaalwet zijn nietig alle administratieve handelingen en verordeningen die naar vorm of naar inhoud strijdig zijn met de bepalingen van deze wet. De nietigheid van die handelingen en verordeningen wordt, aldus het tweede lid, vastgesteld op verzoek van iedere belanghebbende door, onder anderen, de overheid van wie die handelingen en verordeningen uitgaan. In het derde lid bepaalt artikel 58 dat wanneer wordt vastgesteld dat handelingen of reglementen nietig zijn wegens hun vorm, ze door de overheden waarvan ze uitgaan, worden vervangen door bescheiden die naar de vorm regelmatig zijn: die vervanging heeft uitwerking op de datum van het vervangen bescheid.
  9. Op 2 juli 2024 besluit de burgemeester, in het Nederlands en het Frans, dat de toepassing van artikel 58 van de bestuurstaalwet de nietigheid van het besluit van 1 april 2022 tot gevolg heeft, dat het met toepassing van dat artikel noodzakelijk is het besluit te vervangen en dat die vervanging uitwerking heeft op de datum van het vervangen bescheid. X-18.165-3/5 Hierdoor, zo doet de verwerende partij in de laatste memorie gelden, “wordt de bestreden beslissing uit de rechtsorde geschrapt”.
  10. Verzoekster reageert daarop, in haar laatste memorie, in de eerste plaats dat gelet op het principe van de niet-retroactiviteit van bestuurshandelingen een administratieve rechtshandeling zoals het besluit van 2 juli 2024 geen retroactieve werking mag hebben. De Raad van State valt dat niet bij. Administratieve rechtshandelingen mogen in de tijd terugwerken wanneer daarvoor een wettelijke machtiging bestaat. Te dezen put de verwerende partij die machtiging uit artikel 58 van de bestuurstaalwet.
  11. In de tweede plaats argumenteert verzoekster in de laatste memorie dat aangezien de vervangende beslissing van 2 juli 2024 inhoudelijk identiek is aan de bestreden beslissing van 1 april 2022, het beroep geacht moet worden “eveneens te zijn gericht tegen de vervangende beslissing van 2 juli 2024”. Dit snijdt hout. Vastgesteld wordt dat niettegenstaande de verdwijning van het politiebesluit van 1 april 2022, het beroep tegen dat besluit zijn materiële voorwerp heeft behouden. De beslissing van 2 juli 2024 is alleen maar de nieuwe gedaante van het politiebesluit van 1 april
  12. Aangenomen wordt dat het beroep, in zoverre het initieel dat laatste politiebesluit viseerde, geacht moet worden voortaan tegen de vervangende beslissing van 2 juli 2024 te zijn gericht.
  13. Samengevat, is het eerste middel niet meer dienstig, maar is er reden om nog de andere middelen te onderzoeken, thans betrokken op de vervangende beslissing van 2 juli
  14. BESLISSING
  15. De Raad van State heropent het debat. X-18.165-4/5
  16. Het bevoegde lid van het auditoraat wordt ermee belast een aanvullend verslag op te stellen. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zes december tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, bijgestaan door Karin Meerschaut, griffier. De griffier De voorzitter Karin Meerschaut Johan Lust X-18.165-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.657 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.