← België

Arrest 261658 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 06/12/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 december 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.658 Rolnummer: A. 236566/X-18171 Zaak: Arrest 261658 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 06/12/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-12-12 Raadplegingen: 103 - laatst gezien 2026-06-17 04:11 Fiche Arrest nr 261.658 van 6 december 2024 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 261.658 van 6 december 2024 in de zaak A. 236.566/X-18.171 In zake : de NV V.R. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Marco Schoups, Nathan Van Wymeersch, Robin BECK en Ellen Gerits kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 127A bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sophie Bleux kantoor houdend te 1000 Brussel Regenschapsstraat 58 bus 8 tegen : de GEMEENTE SINT-JOOST-TEN-NODE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Véronique Christiaens en Marnix De Smedt kantoor houdend te 1050 Brussel Kroonlaan 340 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep Het beroep, ingesteld op 7 juni 2022, strekt tot de nietigverklaring van: - “Het politiebesluit van de Burgemeester van de gemeente Sint-Joost-ten-Node van 5 april 2022, waarbij de burgemeester onder meer: opdracht geeft werken uit te voeren op de geschorste bouwplaats gelegen ter hoogte van de Leuvensesteenweg en de Scailquinstraat te 1210 Sint-Joost-ten-Node (stabiliteitswerken en afdichtingswerken / herstellingswerken), hiertoe derden aanstelt om deze werken uit te voeren […], alle kosten ‘ten laste en voor risico’ van o.a. NV Groep Van Roey (tezamen met de bouwheer) legt en aan NV Groep Van Roey oplegt om de werf vrij te maken om de werkzaamheden uit te voeren”, en X-18.171-1/9 - “Het politiebesluit (zowel de Franstalige versie als de Nederlandstalige versie) van de Burgemeester van de gemeente Sint-Joost-ten-Node van 25 april 2022, waarbij onder meer: het politiebesluit van 5 april 2022 gewijzigd wordt, de schorsing van de bouwplaats gehandhaafd wordt, een verbod tot betreding van de bouwplaats wordt opgelegd, NV Groep Van Roey (tezamen met de bouwheer) verwezen wordt in alle kosten die verband houden met de uitvoering van het besluit, bewoning wordt toegelaten en een verbod wordt opgelegd op het gebruik van gasinstallaties in de naburige gebouwen.” II. Verloop van de rechtspleging

  1. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 oktober
  2. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaten Ellen Gerits en Sophie Bleux, die verschijnen voor de verzoekende partij, en advocaat Marnix De Smedt, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. X-18.171-2/9 III. Feiten 3.
  4. Verzoekster voert voor rekening van de nv C.C., bouwheer, sloop- en bouwwerken uit op een terrein gelegen te Sint-Joost-ten-Node, tussen de Leuvense Steenweg en de Scailquinstraat. De bouwwerken veroorzaken scheuren en stabiliteitsproblemen in de naburige gebouwen. Op 1 april 2022 beslist de burgemeester van de gemeente, op grond van de artikelen 133 en 135 van de nieuwe gemeentewet, dat de werken op de werf voorlopig moeten worden opgeschort. Tegen dit besluit wordt door verzoekster het beroep gekend onder nr. A. 236.530/X-18.165 ingesteld. Het wordt ook bestreden door de nv C.C. in het beroep gekend onder nr. A. 236.060/XV-5.
  5. 3.
  6. Op 5 april 2022 neemt de burgemeester een tweede politiebesluit. Daarin worden stabilisatie- en afdichtingswerken bevolen en wordt de toegang tot de gebouwen aan de Leuvense Steenweg 47-51 en de Scailquinstraat 56 tijdelijk verboden. Dit besluit wordt aan verzoekster (alleszins in eerste instantie) uitsluitend in het Frans meegedeeld. Het besluit is het eerste voorwerp van het voorliggende beroep. Het wordt ook bestreden door de nv C.C. in de zaak met nr. A. 236.060/XV-5.
  7. 3.
  8. Bij politiebesluit van 25 april 2022 handhaaft de burgemeester de opschorting van de bouwwerken en staat hij de bewoning van de gebouwen aan de Leuvense Steenweg 47-51 en de Scailquinstraat 56 weer toe, met dien verstande dat het gebruik van gasinstallaties verboden is. Het besluit wordt verzoekster zowel in het Nederlands als in het Frans ter kennis gebracht. Het besluit is het tweede voorwerp van het voorliggende beroep. Het is eveneens het voorwerp van het beroep van de nv C.C. in de zaak met nr. A. 236.682/XV-5.
  9. X-18.171-3/9 IV. Wat het beroep tegen het besluit van 5 april 2022 betreft
  10. Anders dan verzoekster oppert, wordt het politiebesluit van 5 april 2022 niet ingetrokken, of retroactief ongedaan gemaakt, door dat van 25 april
  11. De bewering dat het politiebesluit van 25 april 2022 ertoe strekt “de rechtsgevolgen die de eerste bestreden beslissing met zich meebracht, teniet te doen” blijkt niet gegrond. Het gaat slechts om een wijziging voor de toekomst van het politiebesluit van 5 april
  12. Verzoekster leidt een eerste middel tegen het besluit van 5 april 2022 onder meer af uit de schending van de artikelen 17, 18, 19 en 58 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 ‘op het gebruik van de talen in bestuurszaken’ (hierna: de bestuurstaalwet), doordat het besluit “integraal en uitsluitend in het Frans [is] opgesteld en meegedeeld aan verzoekende partij en aan het algemene publiek”.
  13. Volgens artikel 58, eerste lid, van de bestuurstaalwet zijn nietig alle administratieve handelingen en verordeningen die naar vorm of naar inhoud strijdig zijn met de bepalingen van deze wet. De nietigheid van die handelingen en verordeningen wordt, aldus het tweede lid, vastgesteld op verzoek van iedere belanghebbende door, onder anderen, de overheid van wie die handelingen en verordeningen uitgaan. In het derde lid bepaalt artikel 58 dat wanneer wordt vastgesteld dat handelingen of reglementen nietig zijn wegens hun vorm, ze door de overheden waarvan ze uitgaan, worden vervangen door bescheiden die naar de vorm regelmatig zijn: die vervanging heeft uitwerking op de datum van het vervangen bescheid.
  14. Op 2 juli 2024 besluit de burgemeester, in het Nederlands en het Frans, dat de toepassing van artikel 58 van de bestuurstaalwet de nietigheid van het besluit van 5 april 2022 tot gevolg heeft, dat het met toepassing van dat artikel noodzakelijk is het besluit te vervangen en dat die vervanging uitwerking heeft op de datum van het vervangen bescheid. X-18.171-4/9 Hierdoor, zo doet de verwerende partij in de laatste memorie gelden, “wordt de bestreden beslissing uit de rechtsorde geschrapt”.
  15. Verzoekster reageert daarop, in haar laatste memorie, in de eerste plaats dat gelet op het principe van de niet-retroactiviteit van bestuurshandelingen een administratieve rechtshandeling zoals het besluit van 2 juli 2024 geen retroactieve werking mag hebben. De Raad van State valt dat niet bij. Administratieve rechtshandelingen mogen in de tijd terugwerken wanneer daarvoor een wettelijke machtiging bestaat. Te dezen put de verwerende partij die machtiging uit artikel 58 van de bestuurstaalwet.
  16. In de tweede plaats argumenteert verzoekster in de laatste memorie dat aangezien de vervangende beslissing van 2 juli 2024 inhoudelijk identiek is aan de bestreden beslissing van 5 april 2022, het beroep geacht moet worden “eveneens te zijn gericht tegen de vervangende beslissing van 2 juli 2024”. Dit snijdt hout. Vastgesteld wordt dat niettegenstaande de verdwijning van het politiebesluit van 5 april 2022, het beroep tegen dat besluit zijn materiële voorwerp heeft behouden. De beslissing van 2 juli 2024 is alleen maar de nieuwe gedaante van het politiebesluit van 5 april
  17. Aangenomen wordt dat het beroep, in zoverre het initieel dat laatste politiebesluit viseerde, geacht moet worden voortaan tegen de vervangende beslissing van 2 juli 2024 te zijn gericht.
  18. Samengevat, is het eerste middel niet meer dienstig, maar is er reden om nog de andere middelen te onderzoeken, thans betrokken op de vervangende beslissing van 2 juli
  19. X-18.171-5/9 V. Wat het beroep tegen het besluit van 25 april 2022 betreft Uiteenzetting van het eerste middel
  20. Volgens een eerste middelonderdeel schendt het politiebesluit van 25 april 2022 artikel 17 van de bestuurstaalwet doordat het steunt “o[p] een e-mail van [G.], ambtenaar bij verwerende partij. Deze e-mail is uitsluitend geredigeerd in het Frans”. In een tweede middelonderdeel betoogt verzoekster dat zij een Nederlandstalige en een Franse versie van het politiebesluit van 25 april 2022 ontving, waarvan de inhoud “niet geheel” overeenstemde. Namelijk is er in verband met het verbod om de gasinstallatie te gebruiken, in de Franse versie sprake van “problème d’étanchéité” (afdichtingsprobleem) en “l’étanchéité” (dichtheid) van de hoofdleidingen, terwijl er in de Nederlandstalige versie melding wordt gemaakt van “waterdichtheidsnormen” en “waterdichtheidsproblemen”. In die omstandigheden is het onduidelijk of de beslissing genomen werd om reden van dichtheids- of waterdichtheidsproblemen en is “er evident ook geen redelijke noch draagkrachtige motivering voorhanden”. Beoordeling
  21. Artikel 17, § 1, van de bestuurstaalwet regelt het gebruik dat iedere plaatselijke dienst die in Brussel-Hoofdstad gelegen is, moet maken van het Nederlands of het Frans in zijn binnendiensten, in zijn betrekkingen met de diensten waaronder hij ressorteert en in zijn betrekkingen met de andere diensten van Brussel-Hoofdstad.
  22. Het politiebesluit van 25 april 2022 heeft exclusief betrekking op een bouwwerf op een terrein gelegen te Sint-Joost-ten-Node. De zaak is dus gelokaliseerd of lokaliseerbaar uitsluitend in Brussel-Hoofdstad. Noch de maatschappelijke zetel van verzoekster (in het Nederlandse taalgebied), noch die van de bouwheer (in het Franse taalgebied) verandert daar iets aan. X-18.171-6/9 Nu de zaak geen ambtenaar van de dienst betreft en evenmin door een particulier is ingediend, was bijgevolg de taal die de verwerende partij met betrekking tot het politiebesluit in haar binnendiensten moest gebruiken, de taal bedoeld in artikel 17, § 1, B, 3°, te weten “de taal van het toelatingsexamen van de ambtenaar aan wie de zaak wordt opgedragen”.
  23. Waar zelfs niet beweerd wordt dat die taal van het toelatingsexamen van G. niet het Frans is, kan geen tekortkoming aan artikel 17, § 1, van de bestuurstaalwet worden vastgesteld. Het eerste middelonderdeel wordt verworpen.
  24. Het tweede middelonderdeel tracht goed garen te spinnen bij een schrijffout die zodanig manifest is dat ze noodzakelijk meteen als een verschrijving moet worden onderkend, en die bovendien geen enkele redelijke twijfel laat over wat de auteur werkelijk bedoelt. Immers komen de verschrijvingen voor in de volgende context. Nadat de burgemeester overweegt dat er een “inklemming van de gasleidingen” kan zijn veroorzaakt en dat in die omstandigheden firma C. de gasinstallaties moest certificeren, wordt geschreven dat “alle gasinstallaties, en met name de leidingen, van de betreffende woningen een waterdichtheidsproblemen vertonen”. Vervolgd wordt met een verwijzing naar inspectieverslagen van de gasinstallatie door firma A. en het risico van een duidelijke verstoring van de openbare veiligheid die het gebruik van al de gasinstallaties voorlopig onmogelijk maakt. Finaal wordt het aangewezen bevonden om de bewoning “afhankelijk te stellen van een tijdelijk verbod op het gebruik van de gasinstallaties, waarbij deze voorwaarde wordt opgeheven na ontvangst van een conformiteitsattest dat is opgesteld door een daartoe erkende instantie van de gasdeskundige en waarin wordt bevestigd dat alle gasinstallaties van de betreffende gebouwen geen waterdichtheidsproblemen meer vertonen, alsook van de inspectie door Sibelga [zijnde de distributienetbeheerder X-18.171-7/9 voor elektriciteit en aardgas] van de waterdichtheid van de hoofdleidingen binnen de twee gebouwen”.
  25. Er kan naar het oordeel van de Raad van State geen misverstand over bestaan dat de dichtheid en dichtheidsproblemen waarover de burgemeester het in zijn besluit van 25 april 2022 heeft, welbepaald de gasleidingen en niet de waterleidingen betreffen. Het tweede middelonderdeel kan niet tot nietigverklaring leiden.
  26. Het eerste, en enige middel dat in het auditoraatsverslag wordt onderzocht, wordt in zijn geheel verworpen. BESLISSING
  27. De Raad van State heropent het debat.
  28. Het bevoegde lid van het auditoraat wordt ermee belast een aanvullend verslag op te stellen. X-18.171-8/9 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zes december tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, bijgestaan door Karin Meerschaut, griffier. De griffier De voorzitter Karin Meerschaut Johan Lust X-18.171-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.658 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.