← België

Arrest 261745 - Sluitingen van vestigingen - 13/12/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 december 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.745 Rolnummer: A. 237115/X-18229 Zaak: Arrest 261745 - Sluitingen van vestigingen - 13/12/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-12-17 Raadplegingen: 104 - laatst gezien 2026-06-17 03:59 Fiche Arrest nr 261.745 van 13 december 2024 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Sluitingen van vestigingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 261.745 van 13 december 2024 in de zaak A. 237.115/X-18.229 In zake : de BV M. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Thibaud Delva kantoor houdend te 2600 Antwerpen Prinses Joséphine Charlottelaan 8 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de STAD ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bert Beelen kantoor houdend te 3000 Leuven Justus Lipsiusstraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 26 augustus 2022, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de burgemeester van de stad Antwerpen van 30 juni 2022 tot weigering aan verzoekster van een afwijking van het sluitingsuur voor haar drankgelegenheid te 2060 Antwerpen. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een verslag opgesteld. X-18.229-1/8 De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 oktober
  3. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Michiel Deweirdt, die loco advocaat Thibaud Delva verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Thomas Beelen, die loco advocaat Bert Beelen verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Verzoekster baat naar eigen zeggen sinds 18 september 2017 een drankgelegenheid uit te 2060 Antwerpen. Gelet op artikel 601 van de code van politiereglementen moet de inrichting gesloten zijn tussen 1.00 en 7.00 uur. Een afwijking van dat verbod vereist een voorafgaande toelating van de burgemeester. 3.
  6. Na ontvangst van een eerste aanvraag van verzoekster tot afwijking van het sluitingsuur, geeft de politie op 11 juli 2018 een negatief advies. Er wordt in vermeld dat er in de periode van 1 januari 2018 tot 23 juli 2018 zeventien keer een melding is geweest van overlast, dat er geen rechtstreekse inkijk in de handelszaak mogelijk is, en dat de nieuwe zaakvoerder tevens de zaakvoerder was van de inrichting op hetzelfde adres, die op 17 september 2017 door de X-18.229-2/8 burgemeester, na twintig vaststellingen, werd verzegeld wegens herhaalde inbreuken op het uitbatingsreglement. De aangevraagde nachtvergunning wordt door de burgemeester bij beslissing van 12 maart 2019 geweigerd. 3.
  7. Op 12 juli 2020, ten tijde van de coronacrisis, stelt de politie in verzoeksters inrichting een onwettige samenscholing vast, waarbij de aanwezigen geen voldoende veiligheidsafstand van elkaar houden en het sluitingsuur niet wordt nageleefd. Er worden gebruiksklare flessen en ballonnen met lachgas aangetroffen. Aangezien de toegangsdeur gesloten werd gehouden, moest de politie zich toegang verschaffen via het naastgelegen pand. Toepassing makend van de artikelen 133 en 135 van de nieuwe gemeentewet, sluit de burgemeester de inrichting op 17 juli 2020 gedurende twee weken. 3.
  8. Nadat verzoekster een nieuwe aanvraag tot afwijking van het sluitingsuur indiende, geeft de politie op 26 december 2021 opnieuw een negatief advies. Verwezen wordt naar de vaststellingen en sluiting vermeld sub 3.3 en naar de onmogelijkheid van inkijk in de zaak vanop de openbare weg. Op 13 april 2022 wordt een bijkomend negatief advies opgesteld met betrekking tot het gebrek aan rechtstreekse inkijk in de inrichting vanop de openbare weg. Na kennis te hebben genomen van verzoeksters schriftelijk verweer van 19 januari 2022 en haar standpunt op de hoorzitting van 19 mei 2022, weigert de burgemeester op 30 juni 2022 de aangevraagde nachtvergunning. Onder meer wordt gemotiveerd dat de vele vaststellingen en inbreuken maken dat er een verhoogd risico bestaat op toekomstige verstoringen van de openbare rust en dat “[o]p dit ogenblik” onvoldoende wordt aangetoond dat de wijze van uitbating veranderd is door de enkele wijziging van de bestuurder van de uitbating op 1 januari
  9. Dit is de bestreden beslissing. X-18.229-3/8 IV. Onderzoek van het enige middel Uiteenzetting van het middel
  10. Verzoekster leidt een enig middel af uit “een schending van [de] artikelen 2 en 3 van de Wet van 29 juli 1991 betreffende de formele motiveringsplicht van bestuurshandelingen en het algemeen motiveringsbeginsel, en het disproportioneel karakter van de beslissing”. In haar toelichting gaat zij eerst in op het incident van 12 juli
  11. In de twee jaar nadien is geen enkele inbreuk meer vastgesteld en is de crisis ten gevolge van het coronavirus grotendeels bezworen. De inbreuk op de maatregelen ter verspreiding van dat virus “is dan ook niet aan de orde” om de bestreden weigering te kunnen staven. In zoverre verwezen wordt naar een proces-verbaal van 2018, negen processen-verbaal van 2017 en 11 processen-verbaal van 2016, gaat het om inbreuken van vóór de huidige bestuurder van verzoekster. De burgemeester doet dat volgens verzoekster ten onrechte af als irrelevant. Het is niet omdat de vorige bestuurder de broer van de huidige is, dat die laatste automatisch op de hoogte was van de inbreuken die zich hebben voorgedaan vóór hij bestuurder was. Wat ten slotte de vaststelling van 13 april 2022 betreft dat er geen inkijk is in de inrichting, zijn er intussen aanpassingen gebeurd en is de inkijk thans afdoende. Gelet op de ernst van de professionele gevolgen in hoofde van verzoekster was naar haar mening “minstens een grondigere en genuanceerdere beoordeling en beslissing vereist en mogelijk”. X-18.229-4/8 Beoordeling
  12. De bestreden beslissing ontneemt verzoekster niets, maar laat alleen geen bijkomende openingsuren toe. In zoverre verzoekster “professionele gevolgen” van de bestreden weigering aanvoert, laat zij na die zelfs maar te preciseren, laat staan nog hard te maken.
  13. In de bestreden beslissing argumenteert de verwerende partij onder meer: - dat uit het geheel van de vaststellingen blijkt dat verzoekster reeds meermaals in gebreke bleef om de geldende regelgeving te eerbiedigen, met overlast en verstoring van de openbare orde tot gevolg; - dat voordat de huidige bestuurder op 1 januari 2019 bestuurder werd, zijn broer dat was en dat het niet aannemelijk is dat de eerste niet op de hoogte was van de uitbating en de voorgaande feiten inzake openbare ordeverstoring; - dat onvoldoende wordt aangetoond dat de wijze van uitbating door de enkele wijziging van de bestuurder op 1 januari 2019 veranderd is; dat ondanks de beperkte periode van opening na de aanstelling van de huidige bestuurder, de uitbating opnieuw gepaard ging met een verstoring van de openbare orde, zoals de vaststellingen van 12 juli 2020 bewijzen; - dat het feit dat er nadien geen nieuwe vaststellingen meer werden gedaan, niet mag verbazen “aangezien er nadien nog verschillende malen beperkingen in de horeca werden opgelegd wegens de coronacrisis”; dat de vaststellingen van 12 juli 2020 relevant blijven en getuigen van een manifest gebrek aan respect voor de politiediensten; - dat de omstandigheid dat de inkijk in de inrichting intussen verbeterd werd, geen afbreuk doet aan de vastgestelde ordeverstoringen. Op grond hiervan besluit de burgemeester dat een weigering van de aanvraag tot afwijking van het sluitingsuur gerechtvaardigd is: “Het reeds verstoren van de openbare orde is een reden om de toekenning van een afwijking op het sluitingsuur te weigeren”. Een nieuwe aanvraag tot afwijking van het X-18.229-5/8 sluitingsuur, zo wordt nog toegevoegd, mag ten vroegste na zes maanden worden ingediend.
  14. In de redengeving van de bestreden beslissing wordt een helder antwoord gegeven op verzoeksters grieven. Namelijk heet het dat het incident van 12 juli 2020 aansluit bij eerdere overlast en ordeverstoring door verzoeksters inrichting, en dat het uitwijst dat het aantreden van de huidige bestuurder geen wezenlijke trendbreuk heeft veroorzaakt. De omstandigheid dat er sinds 12 juli 2020 geen nieuwe vaststellingen van overlast genoteerd werden, is danig te relativeren. Immers: “Ingevolge [de opgelegde beperkingen in de horeca wegens de coronacrisis] waren horeca-inrichtingen de afgelopen twee jaren verschillende maanden verplicht gesloten en gold er tijdens de periodes dat de horeca-inrichtingen wel geopend waren vaak een algemeen verplicht sluitingsuur”. De aanpassingen in verband met de inkijk praten de voorgaande ordeverstoring niet goed.
  15. Verzoekster mag het met dat antwoord niet eens zijn en menen dat een mildere beoordeling mogelijk was, het is niet voldoende om, van de weeromstuit, tot de onwettigheid van de bestreden beslissing te besluiten. In het kader van de hem toekomende bevoegdheid beschikt de burgemeester over een beoordelingsvrijheid. Verzoekster doet niet aannemen dat de burgemeester die beoordelingsvrijheid verkeerd heeft gebruikt. Meer bepaald overtuigt zij er met het besproken middel niet van dat de motieven van de burgemeester draagkracht missen en dat hij met de bestreden beslissing de grenzen te buiten is gegaan van wat redelijkerwijze als evenredig kan worden beschouwd.
  16. Het middel wordt bijgevolg verworpen.
  17. Louter volledigheidshalve wijst de Raad erop dat, in geval van een vernietiging, de burgemeester een nieuwe beslissing over verzoeksters aanvraag zou dienen te nemen. Maar dat hierna het voorliggende beroep verworpen wordt, belet niet dat de burgemeester er evengoed toe gehouden zal zijn X-18.229-6/8 een nieuwe beslissing te nemen, ingeval verzoekster tot het indienen van een nieuwe aanvraag overgaat. De termijn van zes maanden van artikel 603, § 2, van de code van politiereglementen van de stad Antwerpen, waarin dezelfde exploitant na een geweigerde aanvraag geen nieuwe aanvraag van de toelating tot afwijking van het sluitingsuur mag indienen, is allang verstreken. En waar in de bestreden beslissing wordt geoordeeld dat een kentering ten goede in de wijze van uitbating “[o]p dit ogenblik” niet afdoende wordt aangetoond, zal de burgemeester de wijze van uitbating in zijn nieuw te nemen beslissing moeten beoordelen op het dán geldende ogenblik. BESLISSING
  18. De Raad van State verwerpt het beroep.
  19. Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep, begroot op het rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 22 euro en een rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. X-18.229-7/8 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op dertien december tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Stephan De Taeye, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-18.229-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.745 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.