id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 december 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.797 Rolnummer: A. 236992/X-18211 Zaak: Arrest 261797 - Plannen van aanleg - 18/12/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-12-20 Raadplegingen: 114 - laatst gezien 2026-06-17 03:53 Fiche Arrest nr 261.797 van 18 december 2024 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Plannen van aanleg Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 261.797 van 18 december 2024 in de zaak A. 236.992/X-18.211 In zake : de GEMEENTE KAPELLE-OP-DEN-BOS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stijn Adriaensens, Liesbeth Peeters en Astrid Engelen kantoor houdend te 2300 Turnhout Parklaan 126 bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST Tussenkomende partij : G.D. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joris Van Walleghem kantoor houdend te 8980 Zonnebeke Ieperstraat 176 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 8 augustus 2022, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken van 5 mei 2022 houdende de vernietiging van het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Kapelle-op-den-Bos van 31 mei 2021 “houdende definitieve goedkeuring rooilijnplan verlegging buurtweg 12 en 13”. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verzoekende partij heeft een toelichtende memorie ingediend. X-18.211-1/12 G.D. heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 18 november 2022. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur An Van den broeck heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 8 november 2024. Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Astrid Engelen, die verschijnt voor de verzoekende partij, en G.D., die verschijnt in persoon, zijn gehoord. Eerste auditeur An Van den broeck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. Op verzoek van de eigenaar wil het gemeentebestuur van de gemeente Kapelle-op-den-Bos de in de Atlas der Buurtwegen ingetekende tracés van de voetweg nr. 13 en van het zuidelijke deel van voetweg nr. 12, die zijn kasteeldomein doorsnijden, opheffen. Ter vervanging wil het bestuur het tracé vastleggen van een verbinding voor trage weggebruikers langs de Oudemansstraat waaraan het voornoemde domein paalt (hierna: het vervangende tracé). X-18.211-2/12 3.2. Met een besluit van 22 februari 2021 stelt de gemeenteraad het ontwerp van rooilijnplan voorlopig vast en keurt hij het door de beëdigd landmeter opgestelde schattingsverslag (hierna: het landmetersverslag) goed. Het landmetersverslag stelt onder meer: “Het oorspronkelijke tracé volgens de Atlas der Buurtwegen van de voetwegen nrs. 12 en 13 is op de betrokken percelen in onbruik en werd in de praktijk verplaatst naar de bestaande parkdreven.” De door fietsers en voetgangers gebruikte parkdreven doorsnijden het kasteeldomein en bevinden zich in de onmiddellijke nabijheid van de in de Atlas der Buurtwegen ingetekende tracés van de voetweg nr. 13 en het zuidelijke deel van de voetweg nr. 12. Zo toont de hierna weergeven foto uit het administratief dossier een parkdreef (rechts) die parallel naast het oorspronkelijke tracé van voetweg nr. 12 (links) loopt. 3.3. Tijdens het openbaar onderzoek dat gehouden wordt van 8 maart tot 6 april 2021 dient de tussenkomende partij een bezwaarschrift in, waarin hij stelt dat het voorlopig vastgestelde rooilijnplan niet kadert in het algemeen belang. Volgens de tussenkomende partij is het langs een drukke autoweg gelegen vervangende tracé niet geschikt in vergelijking met de bestaande trage wegen. X-18.211-3/12 3.4. Met een besluit van 31 mei 2021 stelt de gemeenteraad het rooilijnplan definitief vast. Het vastgestelde vervangende tracé loopt langs de rijbaan voor het gemotoriseerd verkeer op de Oudemanstraat. Het gemeenteraadsbesluit van 31 mei 2021 is als volgt gemotiveerd: “Feiten, context en argumentatie Het openbaar onderzoek […] liep van 8 maart tot en met 6 april. Daarnaast werd ook advies gevraagd aan: - Departement mobiliteit en openbare werken - De lijn - Provincie Vlaams-Brabant - Gemeente Londerzeel - De eigenaars van de betrokken percelen Enkel de gemeente Londerzeel bracht advies uit en liet weten geen opmerkingen te hebben. Uit het openbaar onderzoek kwamen wel twee reacties - Aquafin gaf aan geen opmerkingen te hebben - Er kwam een bezwaar van een inwoner In dit bezwaar […] wordt erop gewezen dat de verlegging niet kadert in het algemeen belang. De huidige ligging van het pad, langs een drukke weg dient niet hetzelfde doel als de dreven. Daarnaast wordt beschreven dat er wandelingen van de provincie door deze dreven liepen, ook toen er een bordje ‘verboden toegang’ hing. Dit bezwaar wordt echter als niet ontvankelijk beschouwd. De dreven waarvan sprake is, zijn niet de buurtwegen 12 en 13. Deze kasteeldreven werden nog niet weergegeven op de atlas der buurtwegen. Deze verschijnen pas op de ‘Popp kaart’ en hebben dus geen juridisch statuut. Buurtwegen 12 en 13 zijn al veel langer niet meer toegankelijk zoals kan worden aangetoond d.m.v. de luchtfoto uit 1971 […] Aangezien het bezwaar niet de betrokken buurtwegen behandel[t], maar de private dreven, kan hier in het kader van dit openbaar onderzoek geen rekening mee worden gehouden. Op basis van de adviezen en het openbaar onderzoek kan dus worden geoordeeld dat het rooilijnplan zoals het op 22 februari 2021 voorlopig werd goedgekeurd door de gemeenteraad definitief kan worden goedgekeurd.” 3.5.1. Op vrijdagavond 9 juli 2021 dient de tussenkomende partij tegen dit gemeenteraadsbesluit beroep in bij de Vlaamse regering. X-18.211-4/12 3.5.2. Dezelfde avond verstuurt de tussenkomende partij een afschrift van haar beroepsschrift naar de gemeente Kapelle-op-den-Bos via een mail met als onderwerp “Tav College van Burgemeester en schepenen – […] Beroep tegen rooilijnplan verlegging buurtwegen 12 en 13”. 3.6. Op maandag 12 juli 2021 antwoordt het diensthoofd Omgeving van de gemeente Kapelle-op-den-Bos met een mail aan de tussenkomende partij dat haar op 9 juli 2021 ingediend beroepsschrift goed ontvangen is. 3.7. Met een besluit van 5 mei 2021 willigt de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken het bestuurlijk beroep van de tussenkomende partij in en vernietigt zij het gemeenteraadsbesluit van 31 mei 2021. Dit is het bestreden ministerieel besluit, waarin het volgende wordt overwogen: “De beroepsindiener hekelt […] een aantal specifieke elementen met betrekking tot de bestreden beslissing die een schending van de principes in artikel 4 van het Decreet Gemeentewegen uitmaken. […] Een schending zou voorliggen van artikel 4, 1° van het Decreet Gemeentewegen, doordat de bestreden beslissing door een verlegging van de twee wegenissen niet het algemeen belang dient, doch eerder een privaat belang, dat integendeel een nog groter afgesloten gebied tot gevolg heeft. Bovendien zou een schending van artikel 4, 2° van het Decreet Gemeentewegen voorliggen, omdat de bestreden beslissing geen voldoende motivering bevat om de uitzonderingsmaatregel van de verplaatsing te onderbouwen. Ten slotte wordt ook een schending van artikel 4, 3° van het Decreet Gemeentewegen opgeworpen, nu het in de bestreden beslissing ontworpen tracé niet voor een verkeersveilige situatie zorgt, minstens niet voor een verkeersveiligere situatie dan de oorspronkelijke situatie. […] Dat de bestreden beslissing tot stand kwam naar aanleiding van een verzoek daartoe gericht aan de gemeente door een particulier, ontneemt niet noodzakelijk het algemeen belang-karakter. […] Het besluit van de gemeenteraad van 2 maart 2020 stelt louter dat de ‘wijziging’ of ‘verlegging’ in het algemeen belang kadert, zonder evenwel een concrete motivering te geven waarom deze het algemeen belang dienen. Er worden met andere woorden geen motieven voorgelegd die in rechte en feite aanvaardbaar zijn, en daartoe moeten kunnen worden gecontroleerd. Voorts wordt een schending van artikel 4, 3° van het Decreet Gemeentewegen geïmpliceerd, nu geen verkeersveiligere situatie tot stand is X-18.211-5/12 gekomen door de bestreden beslissing, integendeel. De beroepsindiener verwijst naar het feit dat een verplaatsing op/langs een bestaande, tweerichtingsweg beoogd wordt, zodat gebruikers, in het bijzonder kinderen, niet langer zonder strak toezicht vrij gebruik kunnen maken van de weg, hetgeen voordien wel mogelijk was wanneer de wegenissen niet langs autoverkeer liepen. In de bestreden beslissing wordt opgeworpen dat [de] verkeersveiligheid gediend is, doordat thans een fietspad wordt voorzien dat een verkeersveilige ontsluiting naar de buurgemeente Londerzeel tot stand brengt. De beroepsindiener kan evenwel gevolgd worden, wanneer deze stelt dat uit de motivering geen vergelijking met de vroegere situatie kan afgeleid worden, en derhalve niet duidelijk de feitelijke overwegingen blijken die de gemeenteraad deed besluiten tot het verplaatsen […]. [D]e bestreden beslissing [voldoet niet] niet aan de materiële motiveringsplicht. Dit alles geldt des te meer nu de beroepsindiener bovendien terecht aanhaalt dat de uitzonderingsmaatregel van de verplaatsing afdoende gemotiveerd moet worden, overeenkomstig artikel 4, 2° van het Decreet Gemeentewegen. De beroepskritiek is bij gebreke aan een afdoende in rekening nemen van deze principes, om die reden gegrond.” IV. Onderzoek van de middelen A. Het eerste middel Uiteenzetting van het middel 4.1. Het eerste middel is afgeleid uit de schending van artikel 24, § 3 van het decreet van 3 mei 2019 ‘houdende de gemeentewegen’ (hierna: het gemeentewegendecreet) en van de materiëlemotiveringsplicht en het zorgvuldigheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. 4.2. De verzoekende partij erkent dat de tussenkomende partij haar, gelijktijdig met het indienen van het beroep tegen het gemeenteraadsbesluit van 31 mei 2021 bij de Vlaamse regering, een afschrift van dit beroepschrift heeft bezorgd. Dit gebeurde evenwel met een e-mail en zij heeft op geen enkel moment een beveiligde zending van de tussenkomende partij mogen ontvangen. De verwerende partij heeft het bestuurlijk beroep van de tussenkomende partij dan ook ten onrechte ontvankelijk verklaard, nu artikel 24, § 3, tweede lid, van het gemeentewegendecreet voorschrijft dat de bezorging van het afschrift aan het X-18.211-6/12 college van burgemeester en schepenen op straffe van onontvankelijkheid “met een beveiligde zending” moet gebeuren. Door niet te verifiëren of het afschrift met een beveiligde zending werd overgemaakt, is volgens de verzoekende partij ook het zorgvuldigheidsbeginsel geschonden, aangezien dit vereist dat het bestuur bij de feitenvinding slechts na een zorgvuldig onderzoek en met kennis van alle relevante gegevens een beslissing neemt. Tot slot is het bestreden besluit ook tegenstrijdig gemotiveerd door, enerzijds, vast te stellen dat artikel 24 van het gemeentewegendecreet vereist dat de indiener op straffe van onontvankelijkheid het afschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen bezorgt, maar, anderzijds, het vereiste van een beveiligde zending niet als voorwaarde te stellen. Beoordeling 5.1. Het gemeentewegendecreet stelt het volgende: “Art. 2. - Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder: […] 3° beveiligde zending: een van de hierna volgende betekeningswijzen:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.