← België

Arrest 261824 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 19/12/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 december 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.824 Rolnummer: A. 241339/IX-10427 Zaak: Arrest 261824 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 19/12/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-01-03 Raadplegingen: 118 - laatst gezien 2026-06-17 03:54 Fiche Arrest nr 261.824 van 19 december 2024 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.824 no lien 280552 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 261.824 van 19 december 2024 in de zaak A. 241.339/IX-10.427 In zake : XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Reiner Tijs en Inge van den Dorpel kantoor houdend te 2000 Antwerpen Stijfselrui 48 bus 101 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : 1. de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door: a. de minister van Ambtenarenzaken b. de leidend ambtenaar van het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de FOD Beleid en Ondersteuning 2. de RIJKSDIENST VOOR ARBEIDSVOORZIENING bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Patrik De Maeyer en Daisy Daniels kantoor houdend te 1160 Brussel Tedescolaan 7 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 27 februari 2024, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van onbekende datum, waarvan het bestaan werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 2 februari 2024, en die betrekking heeft op ‘het resultaat van de vergelijkende Nederlandstalige selectie voor bevordering naar niveau A (reeks 3) voor de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening: Operationeel leidinggevenden (m/v/x). – Selectienummer: ≤BNG23112≥’, waarbij er vier laureaten werden uitgeroepen, en die de selectie afsloot op 26 januari 2024”. IX-10.42 II. Verloop van de rechtspleging 2. De tweede verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 november 2024. Staatsraad Wouter Pas heeft verslag uitgebracht. Advocaat Inge van den Dorpel, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Daisy Daniels, die verschijnt voor de tweede verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. Verzoeker is sociaal inspecteur niveau B bij de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA). Hij ambieert bij de RVA de functie van ‘operationeel leidinggevende’, een functie van niveau A. 3.2. De voorwaarden om vanuit niveau B te kunnen bevorderen naar niveau A, staan, op het ogenblik van de bestreden beslissing, vermeld in het IX-10.42 koninklijk besluit van 7 augustus 1939 ‘betreffende de evaluatie en de loopbaan van het rijkspersoneel’, in het bijzonder in artikel 31 ervan. Daaruit volgt onder meer dat de proeven voor de overgang naar niveau A uit drie reeksen bestaan. De tweede en de derde reeks proeven zijn telkens alleen toegankelijk voor de geslaagden van de eerste respectievelijk de tweede reeks. De eerste reeks proeven wordt georganiseerd door het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning (FOD BOSA). Ze wordt afgesloten met een attest van slagen, dat onbeperkt in de tijd geldig is, of een verslag van niet-slagen. De tweede reeks omvat vier proeven, waarbij elk van die vier proeven bestaat in het volgen van en slagen voor cursussen van minstens vier ECTS-studiepunten van een masterprogramma van een universiteit of hogeschool. Een van die proeven dient te worden gekozen binnen het vakgebied economie, recht of overheidsfinanciën. De drie andere proeven worden gekozen in onderling akkoord tussen de kandidaat en de directeur Personeel en Organisatie (P&O) van zijn federale overheidsdienst of van zijn programmatorische federale overheidsdienst. De derde reeks is een vergelijkende selectie die georganiseerd wordt door het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de FOD BOSA. 3.3. Op 30 januari 2020 reikt SELOR aan verzoeker het “Certificaat generieke screening overgang naar niveau A” uit, waardoor hij als geslaagd moet worden beschouwd voor de eerste reeks proeven. 3.4. Vervolgens schrijft verzoeker zich in voor vier vakken aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB). IX-10.42 In het academiejaar 2020-2021 behaalt hij twee creditbewijzen, elk voor zes ECTS-punten: één voor het opleidingsonderdeel ‘sociaal handhavings- en procesrecht’ en één voor het opleidingsonderdeel ‘sociaal statuut van de zelfstandigen’. In het academiejaar 2021-2022 behaalt hij een creditbewijs voor het opleidingsonderdeel ‘verzekeringsrecht’ voor zes ECTS-punten. In het academiejaar 2022-2023 behaalt hij een creditbewijs voor het opleidingsonderdeel ‘migratierecht’ voor zes ECTS-punten. 3.5. Eind juli 2023 vraagt verzoeker aan de ‘teamchef support’ hoe de bevorderingsprocedure verdergezet kan worden, aangezien hij de vermelde cursussen op eigen houtje heeft gevolgd en zelf heeft gefinancierd. De dienst Support vraagt aan de “hrm-juristen” van de RVA of het mogelijk is met terugwerkende kracht alsnog een motivatiedossier in te dienen. Na navraag door het Nationaal Opleidingscentrum van de RVA antwoordt verzoeker bij e-mail van 1 augustus 2023 dat hij een ‘generieke screening’ bij Selor heeft behaald en zich nadien zelf heeft ingeschreven aan de VUB. Volgens hem bestond de procedure in verband met het motivatiedossier toen nog niet. In een e-mail van 2 augustus 2023 gericht aan verzoeker zet een juriste van de ‘HRM dienst loopbanen’ de bevorderingsprocedure omstandig uiteen. Zij wijst erop dat de bevorderingsprocedure reeds sedert 2014 bestaat, met inbegrip van het vereiste van het indienen van een motivatiedossier, en dat de informatie hierover duidelijk beschikbaar was. Zij deelt mee dat de bevorderingsprocedure aan de hand van een motivatiedossier een voorafgaandelijk akkoord van de directeur P&O omtrent de te volgen vakken vereist. Een aanvraag om met terugwerkende kracht een (motivatie)dossier in te dienen is niet mogelijk. IX-10.42 3.6. Uit een e-mailbericht van 2 oktober 2023 blijkt dat verzoeker een motivatiedossier bij het Nationaal Opleidingscentrum indient met vermelding van de vier vakken die hij reeds gevolgd heeft. Op 13 oktober 2023 vraagt de directeur P&O van de RVA een officieel bewijs van aanvaarding van de inschrijving voor het schooljaar 2023-2024 voor de desbetreffende vakken. De e-mail stelt dat na het volgen van deze vakken en het slagen voor de examens een diploma of attest van slagen moet worden bezorgd waarvan de datum van slagen voor de examens na de aanvaarding van het motivatiedossier valt. 3.7. Na verdere e-mails, waarin verzoeker vraagt of zijn motivatiedossier al dan niet is goedgekeurd, wordt op 27 oktober 2023 de volgende beslissing genomen door de directeur P&O van het Nationaal Opleidingscentrum van de RVA en per e-mail meegedeeld aan verzoeker: “We hebben u reeds de geldende procedure uitgelegd en ook verwezen naar de communicaties die hieromtrent beschikbaar zijn op ons intranet [voetnoot: De procedure intern is sinds 2014 te raadplegen […]]. De procedure die intern middels het indienen van een motivatiedossier werd voorzien, vertaalt de reglementaire principes. Dit houdt in dat u vakken voorlegt aan de P&O-directeur, dat u een goedkeuring bekomt om deze te volgen, u deze vervolgens effectief volgt, examen aflegt en een bewijs van slagen bezorgt dat dateert van na de goedkeuring van het motivatiedossier. Het motivatiedossier vormt alzo het bewijs dat we reglementair in orde zijn, het KB van 04.07.2013[…] gevolgd wordt en het overleg heeft plaatsgevonden. De tweede reeks (met vier proeven) maakt deel uit van een bevorderingsprocedure en dus van een benoeming, waarbij een absoluut correcte reglementaire toepassing onontbeerlijk is en respect voor gelijke behandeling van alle in aanmerking komende personeelsleden. Het motivatiedossier wordt ondertekend en gedateerd; een retroactieve indiening is onrechtmatig, noch deontologisch aanvaardbaar (cf. omzendbrief nr. 706 van 5 juli 2022 met betrekking tot het deontologisch kader voor de ambtenaren van het federaal administratief ambt). Waar u aangeeft dat eenmaal u bent geslaagd voor een proef dit resultaat onbeperkt geldig blijft in de tijd, bevestigen wij deze lezing. Echter, zoals reeds aan u uitgelegd, om te slagen voor een proef, is het vereist dat u slaagt voor een vak nadat het motivatiedossier is goedgekeurd. Studiepunten behaald voor de goedkeuring van het motivatiedossier IX-10.42 kunnen niet aanvaard worden. Dit geldt voor alle medewerkers en daar kunnen wij geen uitzondering op maken. Aangezien de VUB uw her inschrijving welke u zelf had voorgesteld, niet aanvaardt, hebt u volgende opties: - ofwel dient u een nieuw motivatiedossier in waarbij u andere vakken voorstelt aan de P&O-directeur volgens de vastgelegde procedure; - ofwel wacht u op het nieuwe KB hieromtrent dat in de pijplijn zit. In het huidige ontwerp waarover wij beschikken wordt deze reeks (verplichting tot volgen van vier vakken van een masterprogramma) niet meer opgenomen. Het is dus mogelijk dat dit in de toekomst zal komen te vervallen. Echter, zolang dit koninklijk besluit niet officieel in werking treedt, blijft de vereiste om vier vakken te volgen, en wel na goedkeuring van het motivatiedossier, van kracht. Tot slot, voor de volledigheid, verduidelijken we u nog dat na het doorlopen van deze tweede reeks er voor de derde reeks een vacature dient open te staan waarvoor u kan postuleren. Ik beschouw bij deze de discussie als gesloten en meen u voldoende duidelijkheid te hebben verschaft waarom wij geen retroactieve indiening van uw motivatiedossier dan wel een nieuw motivatiedossier met dezelfde reeds door u gevolgde vakken kunnen aanvaarden. Als u niet akkoord gaat met onze beslissing, kunt u een beroep instellen bij de Raad van State [voetnoot: Artikel 14, § 1 van de Wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973]. De modaliteiten inzake een eventueel beroep kan vinden als bijlage.” Verzoeker stelt geen beroep in tegen deze beslissing. 3.8. Op 6 november 2023 wordt een oproep voor de “[v]ergelijkende Nederlandstalige selectie voor bevordering naar niveau A (reeks 3) voor de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening – Operationeel leidinggevenden (m/v/x). – Selectienummer: BNG23112” in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. 3.9. Nadat verzoeker zich voor deze selectie heeft ingeschreven, wordt hem op 28 november 2023 meegedeeld dat hij niet voldoet aan de deelnemingsvoorwaarden. Verzoeker ontvangt hiertoe in zijn “werkenvoor-account” een e-mail, waarbij voor de screeningprocedure “Operationeel leidinggevende (BNG23112) voor Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening/Sociaal inspecteur A (m/v/

  1. x)(BNG23142) voor Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening” als resultaat IX-10.42 van het nagaan van de deelnemingsvoorwaarden uit de functiebeschrijving vermeld wordt: “Dit is het resultaat van jouw sollicitatie: • Je voldoet niet aan deze deelnemingsvoorwaarde.” 3.10. Verzoeker dient hiertegen op 28 november 2023 klacht in bij de FOD BOSA. Op 7 december 2023 ontvangt verzoeker de volgende e-mail van de directie HRM van de RVA: “De reden waarom u niet voldoet aan de deelnemingsvoorwaarde vindt zijn basis in de vaststelling dat u niet geslaagd bent voor de tweede reeks van een dergelijke bevorderingsprocedure. U heeft immers niet overeenkomstig de noodzakelijke procedure via het indienen van het motivatiedossier na overleg met de P&O-directeur de vier vereiste vakken afgelegd. Daarom kan u niet toegelaten worden tot deze fase in de bevorderingsprocedure. Voor verdere informatie verwijs ik u door naar het Nationaal Opleidingscentrum.” Op 7 december 2023 ontvangt verzoeker eveneens een e-mail in naam van de directeur-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de FOD BOSA: “De reden waarom u niet voldoet aan de deelnemingsvoorwaarde vindt zijn basis in de vaststelling dat u niet geslaagd bent voor de tweede reeks van een dergelijke bevorderingsprocedure. U verwijst ter staving van uw vraag naar de deelnemingsvoorwaarden zoals ze opgesomd staan. U geeft aan dat u voldoet aan de voorwaarde ‘A. in het bezit zijn van het attest van generieke screening van Selor’. Dit is correct. U bent derhalve geslaagd voor de eerste reeks. U geeft vervolgens aan dat u ‘de 4 universitaire vakken gevolgd en geslaagd ben’. Evenwel dienen wij bij deze deelnemingsvoorwaarde u erop te wijzen dat uit informatie welke wij bekomen hebben via uw werkgever, de RVA, blijkt dat u niet overeenkomstig de noodzakelijke procedure via het indienen van het motivatiedossier na overleg met de P&O-directeur de vier vereiste vakken heeft afgelegd. Zij hebben u hieromtrent, zo blijkt, reeds geïnformeerd (zie bijlage: mails van IX-10.42 2.08.2023, 27.10.2023 en 17.11.2023). U kan bijgevolg niet worden toegelaten tot de 2 genoemde selectieprocedures.” 3.11. Tegen de beslissing van 28 november 2023 stelt verzoeker een vordering tot schorsing in bij de Raad van State alsook een beroep tot nietigverklaring (zaak A. 241.032/IX-10.411). Bij arrest nr. 261.223 van 25 oktober 2024 wordt deze vordering tot schorsing verworpen. 3.12. De selectie wordt afgesloten op 26 januari 2024. In het Belgisch Staatsblad wordt op 2 februari 2024 het resultaat bekendgemaakt van de vergelijkende Nederlandstalige selectie voor bevordering naar niveau A (reeks 3) voor de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening: Operationeel leidinggevenden (m/v/x). – Selectienummer: BNG23112, waarbij er vier laureaten worden uitgeroepen. Dat is de bestreden beslissing. IV. Regelmatigheid van de rechtspleging a. Vraag om buiten de zaak te worden gesteld 4. De tweede verwerende partij stelt in haar nota met opmerkingen dat zij ten onrechte aangewezen is als verwerende partij. De Raad begrijpt dat zij vraagt om buiten de zaak te worden gesteld. De bestreden beslissing werd immers niet genomen door de RVA, maar wel door het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de FOD BOSA. IX-10.42 De tweede verwerende partij werpt op dat, overeenkomstig artikel 42, § 1, eerste lid, en artikel 70bis, eerste lid, van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 ‘houdende het statuut van het rijkspersoneel’ de directeur-generaal van het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de FOD BOSA de ultieme verantwoordelijke is voor de selectie van het rijkspersoneel. Hij draagt de eindverantwoordelijkheid op het vlak van de toelaatbaarheid van de kandidaten tot de proeven. De vaststelling, door de personeelsdienst van het bestuur van herkomst dat een kandidaat de deelnemingsvereisten al dan niet vervult, is niet meer dan een niet-bindend voorstel. Ter ondersteuning van deze stelling verwijst de tweede verwerende partij naar arrest nr. 177.943 van 17 december 2007 van de Raad van State. 5. De bestreden beslissing betreft het resultaat van de vergelijkende Nederlandstalige selectie voor bevordering naar niveau A (reeks 3) voor de RVA. Het resultaat is dat er uiteindelijk vier laureaten zijn. 6. Terecht stelt de RVA dat die beslissing in ieder geval niet door hem werd genomen. 7. In beginsel kan een partij die vreemd is aan de bestreden beslissing of niet betrokken is bij het nemen ervan, buiten de zaak worden gesteld. 8. In voorliggend geval, naar de woorden van de RVA in zijn nota met opmerkingen, “betreurt en bekritiseert de verzoekende partij” de beslissing van de directeur P&O van de RVA van 27 oktober 2023, hoewel zij deze beslissing niet aanvecht. Uit de toelichtende e-mail van 7 december 2023 in naam van de directeur-generaal Rekrutering en Ontwikkeling blijkt dat de beslissing van 28 november 2023 steunt op de “informatie welke wij bekomen hebben via uw werkgever, de RVA” waaruit blijkt dat verzoeker niet de noodzakelijke IX-10.42 procedure via het indienen van het motivatiedossier na overleg met de directeur P&O heeft gevolgd. De bestreden beslissing sluit de selectie af waaraan verzoeker ten gevolge van de beslissing van 28 november 2023 niet heeft mogen deelnemen, terwijl deze beslissing van 28 november 2023 steunt op de beslissing van de directeur P&O van de RVA van 27 oktober 2023. Zodoende heeft de RVA ten aanzien van de bestreden beslissing een dermate grote rol gespeeld, dat hij het best geplaatst is om de Raad van State met kennis van zaken toelichting te verschaffen over de omstandigheden en de motieven die aanleiding gaven tot het geschil. In het kader van een goede rechtsbedeling moet de RVA in de zaak worden behouden. b. Vraag tot samenvoeging 9. Verzoeker verwijst naar artikel 60 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ en wijst erop dat de onderhavige zaak nauw verbonden is met de procedure gericht tegen de eerder bestreden beslissing, die het voorwerp uitmaakt van de zaak met rolnummer A. 241.032/IX-10.411. Verzoeker vraagt om onderhavige zaak samen te behandelen met de procedure die loopt tegen de eerder bestreden beslissing en één arrest te willen vellen in de beide zaken. 10. Over de vordering tot schorsing in de zaak A. 241.032/IX-10.411 heeft de Raad van State reeds uitspraak gedaan op 25 oktober 2024, in arrest nr. 261.223. Het is bijgevolg niet meer mogelijk om de huidige zaak met die zaak samen te voegen. IX-10.427 V. Ontvankelijkheid van het beroep 11. Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de door de tweede verwerende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexceptie uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over die exceptie zouden alleen nodig zijn indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. VI. Schorsingsvoorwaarden 12. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. VII. Onderzoek van de middelen A. Eerste middel Uiteenzetting van het middel 13. In een eerste middel voert verzoeker de schending aan van de materiëlemotiveringsplicht. De beslissing van 28 november 2023 om de sollicitatieprocedure stop te zetten heeft verzoeker onterecht verhinderd aan de derde reeks proeven deel te nemen. Nochtans voldeed hij aan alle deelnemingsvoorwaarden. Indien verzoeker wel zou zijn toegelaten tot de derde reeks proeven, was hij mogelijk ook tot laureaat uitgeroepen en was hij mogelijk ook nuttig gerangschikt geweest voor de geambieerde functie. Bij het nemen van de thans bestreden beslissing werd onterecht geen rekening gehouden met IX-10.427 verzoeker en aldus roept deze beslissing mogelijk een laureaat te weinig uit. De bestreden beslissing is dan ook aangetast door een schending van de materiëlemotiveringsplicht. Verzoeker betoogt dat aangezien de thans bestreden beslissing voortbouwt op de eerder bestreden beslissing, uiteengezet moet worden waarom de eerder bestreden beslissing onwettig is. Verzoeker herneemt daartoe het enig middel dat hij heeft ingeroepen in het raam van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 28 november 2023. Uit het proces-verbaal van selectieprocedure BNG23112 van 26 januari 2024 blijkt dat verzoeker niet geslaagd is omdat hij niet voldaan zou hebben aan de deelnemingsvoorwaarden. Uit dit proces-verbaal volgt dat de thans bestreden beslissing voortbouwt op de eerder bestreden beslissing, wat op zichzelf logisch is. Evenwel, doordat de eerder bestreden beslissing onwettig is, is ook de thans bestreden beslissing daardoor aangetast door een onwettigheid. De thans bestreden beslissing is dan ook aangetast door een schending van de materiëlemotiveringsplicht, nu het motief van het niet voldoen aan de deelnemingsvoorwaarden in feite en in rechte fout is. De beslissing op grond van een derde reeks proeven waaraan slechts vier in plaats van vijf kandidaten mochten deelnemen, maakt dat ook het uitroepen van vier laureaten en hun onderlinge rangschikking zijn aangetast door een schending van de materiëlemotiveringsplicht. Er kunnen immers in feite noch in rechte motieven zijn die verantwoorden dat de thans bestreden beslissing genomen werd op basis van een vergelijking tussen vier kandidaten. Beoordeling 14. In arrest nr. 261.223 van 25 oktober 2024 is het volgende geoordeeld over het door verzoeker ingeroepen enig middel ten aanzien van de beslissing van 28 november 2023: IX-10.427 “15. Verzoeker stelt in essentie dat in de bestreden beslissing enkel te lezen valt dat hij niet voldoet aan een deelnemingsvoorwaarde waardoor zijn sollicitatie is stopgezet. Welke deelnemingsvoorwaarde dit is, zou niet worden verduidelijkt. Daarnaast voert hij aan dat die motivering fout is aangezien hij, zo stelt hij zelf, voldoet aan alle deelnemingsvoorwaarden. 16. Dat voor verzoeker niet duidelijk zou zijn aan welke deelnemingsvoorwaarde hij niet voldoet, kan onmogelijk worden bijgetreden. Reeds in de e-mails van juli en augustus 2023 wordt aan verzoeker afdoende duidelijk gemaakt dat hij niet de voorgeschreven procedure heeft gevolgd om te slagen in de tweede reeks proeven. Hierbij werd uitdrukkelijk de toepasselijke regelgeving vermeld. In de door de RVA op 27 oktober 2023 genomen beslissing wordt duidelijk gesteld dat vereist is dat verzoeker ‘vakken voorlegt aan de P&O-directeur, dat (verzoeker) een goedkeuring bekomt om deze te volgen, (verzoeker) deze vervolgens effectief volgt, examen aflegt en een bewijs van slagen bezorgt dat dateert van na de goedkeuring van het motivatiedossier’. Uit deze door de RVA genomen beslissing blijkt dat zijn motivatiedossier niet op deze wijze is goedgekeurd en blijkt aldus dat hij niet op de reglementair voorgeschreven wijze de tweede reeks proeven heeft afgelegd. Na de kennisgeving van de thans bestreden beslissing wordt dit alles hem nogmaals verduidelijkt in de twee e-mailberichten van 7 december 2023 die hiervóór geciteerd werden. Hierbij wordt telkens duidelijk gemaakt dat het op reglementaire wijze geslaagd zijn voor de tweede reeks proeven een essentiële selectievoorwaarde is om te kunnen deelnemen aan de derde reeks proeven. 17.1. De motivering in de bestreden beslissing dat verzoeker niet voldoet aan de gestelde deelnemingsvoorwaarde is bovendien in rechte en in feite correct. 17.2. De voorwaarden om vanuit niveau B te kunnen bevorderen naar niveau A, stonden op het ogenblik van de bestreden beslissing vermeld in artikel 31 van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 ‘betreffende de evaluatie en de loopbaan van het rijkspersoneel’. Dat artikel, ingevoegd bij koninklijk besluit van 4 juli 2013, luidde op het ogenblik van de bestreden beslissing: ‘§ 1. Om aan de proeven voor de overgang naar niveau A deel te nemen moet de rijksambtenaar zich in een administratieve stand bevinden waarin hij zijn aanspraken op bevordering kan laten gelden, en mag hij bij zijn laatste evaluatie geen vermelding ‘onvoldoende’ hebben gekregen. § 2. De proeven voor de overgang naar het niveau A zijn in drie reeksen ingedeeld. § 3. De eerste reeks wordt georganiseerd door het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning. De proeven van die reeks beogen een evaluatie van het vermogen van een ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.824 IX-10.427 ambtenaar om in niveau A te functioneren. Ze worden afgesloten met een attest van slagen of een verslag van het niet-slagen. Het attest van slagen is onbeperkt in de tijd geldig. De directeur-generaal van het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning kan een vrijstelling toekennen voor proeven waarvoor men reeds geslaagd is. Een ambtenaar die niet geslaagd is voor een proef wordt gedurende een periode van zes maanden, te rekenen vanaf de datum van het afleggen van deze proef, uitgesloten van de mogelijkheid van het opnieuw afleggen ervan. § 4. De tweede reeks omvat vier proeven die een evaluatie van de verwerving van kennis beogen. Elk van de vier proeven bestaat in het volgen van en slagen voor cursussen van minstens vier ECTS-studiepunten van een masterprogramma van een universiteit of hogeschool van de Europese Economische Ruimte. De tweede reeks proeven is alleen toegankelijk voor de geslaagden van de eerste reeks proeven. Een van die proeven dient gekozen te worden binnen de vakgebieden economie, recht of overheidsfinanciën. De drie andere proeven worden gekozen in onderling akkoord tussen de kandidaat en de directeur Personeel en Organisatie van zijn federale overheidsdienst of van zijn programmatorische federale overheidsdienst of zijn afgevaardigde. Elke federale overheidsdienst of programmatorische federale overheidsdienst kan ook zelf de in het eerste lid bedoelde proeven organiseren, mits gunstig advies van twee hoogleraren, één van elke taalrol, gespecialiseerd in het vakgebied van die proeven. Het advies zal gunstig zijn indien en alleen indien de proeven tot het niveau van een master behoren en indien elke proef met minstens vier ECTS-studiepunten overeenkomt. De federale overheidsdienst of programmatorische federale overheidsdienst kan de toegang tot deze proeven verlenen aan de ambtenaren van de andere diensten bedoeld in artikel 1 van de wet van 22 juli 1993 houdende bepaalde maatregelen inzake ambtenarenzaken. Kandidaten die houder zijn van een master of van een ander diploma dat toegang verleent tot het niveau A, die is uitgereikt door een universiteit of hogeschool van de Europese Economische Ruimte worden beschouwd als geslaagden van de proeven van deze reeks. Voor elke proef van deze reeks is het slagen onbeperkt in de tijd geldig. De proeven van de huidige reeks worden ambtshalve beschouwd als proeven die voldoen aan de voorwaarden vastgesteld door artikelen 69 en 70 van het besluit van 19 november 1998 betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen. IX-10.427 De inschrijvingskosten voor de proeven van de huidige reeks worden ten laste genomen door de administratie waaronder het rijkspersoneelslid ressorteert. § 5. De derde reeks is een vergelijkende selectie voor een functie van de cartografie. Ze wordt georganiseerd door het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning, dat ze geheel of gedeeltelijk kan toevertrouwen aan de federale overheidsdienst of programmatorische federale overheidsdienst die om de organisatie van de vergelijkende selectie vraagt. Ze is alleen toegankelijk voor de geslaagden van de eerste en de tweede reeks proeven. De vergelijkende selectie kan meerdere proeven omvatten, waarvan de eerste een uitsluitingsproef kan zijn. De vergelijkende selectie wordt afgesloten met een rangschikking van de kandidaten die geschikt zijn bevonden om de functie uit te oefenen. De resultaten van de vergelijkende selectie zijn twee jaar geldig. Die termijn kan een keer worden verlengd met maximum twee jaar, door de voorzitter van het directiecomité van de federale overheidsdienst of de voorzitter van de programmatorische federale overheidsdienst die om de organisatie van die selectie heeft gevraagd.’ 17.3. Uit het geciteerde artikel 31, § 4, derde lid, van het voormelde koninklijk besluit van 7 augustus 1939 volgt dat drie van de vier proeven van de tweede reeks gekozen worden ‘in onderling akkoord tussen de kandidaat en de directeur Personeel en Organisatie van zijn federale overheidsdienst of van zijn programmatorische federale overheidsdienst of zijn afgevaardigde’. Zelfs indien, zoals verzoeker voorhoudt, dit akkoord retroactief zou kunnen worden gegeven, moet worden vastgesteld dat verzoeker het bedoelde akkoord van de directeur P&O in casu in ieder geval niet heeft verkregen. Uit de beslissing van 27 oktober 2023 blijkt overigens dat de directeur P&O dit akkoord voor de reeds gevolgde cursussen uitdrukkelijk weigert. Aangezien het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de FOD BOSA, net zoals verzoeker, op de hoogte was van het ontbreken van dit akkoord, kon de bestreden beslissing niet anders dan vaststellen dat verzoeker niet voldeed aan de bij artikel 31, § 4, derde lid, van het voormelde koninklijk besluit van 7 augustus 1939 voorgeschreven deelnemingsvoorwaarden.” 15. Het eerste middel steunt op het argument dat de eerder bestreden beslissing van 28 november 2023 onwettig is. IX-10.427 Zoals blijkt uit het geciteerde arrest zijn de tegen de eerdere beslissing aangebrachte bezwaren, die door verzoeker in het eerste middel worden hernomen, niet ernstig, zodat ook nu niet kan worden aangenomen dat de eerdere beslissing onwettig zou zijn. 16. Aangezien er aldus geen argumenten worden aangebracht die de onwettigheid van de eerdere beslissing zouden kunnen onderbouwen, kan er evenmin worden aangenomen dat in het eerste middel een onwettigheid wordt aangevoerd die de thans bestreden beslissing zou kunnen aantasten. 17. Het eerste middel is derhalve niet ernstig. B. Tweede middel Uiteenzetting van het middel 18. Verzoeker voert de schending aan van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet en van het gelijkheids- en het zorgvuldigheidsbeginsel. Verzoeker stelt dat hij, net als de door de bestreden beslissing uitgeroepen vier laureaten, voldeed aan de deelnemingsvoorwaarden, maar in tegenstelling tot die vier laureaten niet mocht deelnemen aan de derde reeks proeven. De deelnemingsvoorwaarden om toegang te krijgen tot de derde reeks proeven zijn neergelegd in het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 ‘betreffende de evaluatie en de loopbaan van het rijkspersoneel’. Verzoeker voert ook hier aan dat hij voldoet aan alle deelnemingsvoorwaarden en verwijst opnieuw naar de onwettigheid van de eerder bestreden beslissing van 28 november 2023. Uit het proces-verbaal van 26 januari 2024 blijkt dat vier andere personen wel aan die deelnemingsvoorwaarden zouden hebben voldaan. De deelnemingsvoorwaarden waren voor alle kandidaten dezelfde en berustten op objectieve criteria. Van alle kandidaten die aan de deelnemingsvoorwaarden ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.824 IX-10.427 voldeden was verzoeker er één, maar hij werd in tegenstelling tot de andere kandidaten niet toegelaten tot de derde reeks proeven. Doordat er geen pertinente en objectieve motieven gegeven worden waarom verzoeker anders behandeld wordt dan de andere kandidaten, schendt de bestreden beslissing het gelijkheidsbeginsel. Beoordeling 19. In tegenstelling tot hetgeen verzoeker beweert, blijkt uit de bespreking van het eerste middel en het reeds vermelde en geciteerde arrest nr. 261.223 dat hij niet aan alle deelnemingsvoorwaarden voldeed. Hij heeft bij de tweede reeks proeven geen drie vakken gekozen in onderling akkoord met de directeur P&O. Er bestaat dan ook een objectief en voor de hand liggend verschil tussen de situatie van verzoeker en die van de andere kandidaten die wel aan deze deelnemingsvoorwaarde voldeden. Verzoeker kan dan ook niet stellen dat er geen pertinente en objectieve motieven voorhanden waren om hem anders te behandelen, namelijk hem uit te sluiten van de derde reeks proeven. 20. Het tweede middel is niet ernstig. VIII. Spoedeisendheid 21. Zoals hiervoor is gebleken, is niet voldaan aan de voorwaarde van het aanvoeren van een ernstig middel. Deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing van de bestreden beslissing te verwerpen. De voorwaarde van de spoedeisendheid hoeft niet te worden onderzocht. IX-10.427 BESLISSING 1. De Raad van State verwerpt de vordering. 2. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. IX-10.427 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op negentien december tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Wouter Pas, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Wouter Pas IX-10.427 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.824 Gerelateerde publicatie(
  2. s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.441 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.