← België

Arrest 261842 - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) - 20/12/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 december 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.842 Rolnummer: A. 238593/XII-9653 Zaak: Arrest 261842 - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) - 20/12/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-12-23 Raadplegingen: 111 - laatst gezien 2026-06-17 03:54 Fiche Arrest nr 261.842 van 20 december 2024 Sociale zaken en volksgezondheid - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.842 no lien 280567 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIIe KAMER nr. 261.842 van 20 december 2024 in de zaak A. 238.593/XII-9653 In zake : V.D. tegen: de VLAAMSE GEMEENSCHAP vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Caroline Daniels kantoor houdend te 1040 Brussel Sint-Michielslaan 47 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld 5 maart 2023, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing, genomen door het Agentschap Zorg en Gezondheid van de Vlaamse overheid, betreffende de definitieve negatieve beslissing inzake erkenning als drager van de bijzondere beroepstitel van verpleegkundige gespecialiseerd in de peri-operatieve zorgen, genomen op 20/01/2023”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Ines Martens heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 XII-9653-1/19 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 december
  3. Kamervoorzitter Chantal Bamps heeft verslag uitgebracht. Verzoekster, die in persoon verschijnt, en advocaat Caroline Daniels, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Ines Martens heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Het ministerieel besluit van 26 maart 2014 ‘tot vaststelling van de criteria voor erkenning waarbij de verpleegkundigen gemachtigd worden de bijzondere beroepstitel te dragen van verpleegkundige gespecialiseerd in de peri-operatieve zorg, anesthesie, operatie assistentie en instrumentatie’ (afgekort “peri-operatieve zorg”) (hierna: ministerieel besluit van 26 maart 2014) bepaalt de voorwaarden waaraan een verpleegkundige moet voldoen om de bijzondere beroepstitel peri-operatieve zorg te verkrijgen. Deze voorwaarden zijn terug te vinden in Hoofdstuk II (artikel 2 en 3) van het voormelde ministerieel besluit. Artikel 2 van het ministerieel besluit van 26 maart 2014 bepaalt: “§
  6. Wie erkend wenst te worden om de bijzondere beroepstitel van verpleegkundige gespecialiseerd in de peri-operatieve zorg, anesthesie, operatie assistentie en instrumentatie (afgekort ‘peri-operatieve zorg’) : XII-9653-2/19 - is houder van het diploma, de graad of de titel van gegradueerde verpleger of verpleegster behaald voor 31 december 2007 of van bachelor in de verpleegkunde, en - heeft dit diploma, deze graad of titel geviseerd zoals voorzien in artikel 7 van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, - heeft met vrucht bovenop zijn basisopleiding een bijkomende opleiding of specialisatie in de peri-operatieve zorg, anesthesie, operatie assistentie en instrumentatie gevolgd die beantwoordt aan de vereisten vermeld in artikel
  7. §
  8. In afwijking van paragraaf 1, wordt de erkenning als drager of draagster van de bijzondere beroepstitel van verpleegkundige gespecialiseerd in de peri-operatieve zorg, anesthesie, operatie assistentie en instrumentatie, van rechtswege toegekend aan de personen die, op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, dragers zijn van het diploma van gegradueerde verpleger of verpleegster operatiezaal of van bachelor operatieverpleegkunde.” Artikel 3 van het ministerieel besluit van 26 maart 2014 bepaalt: “§
  9. De in artikel 2, § 1, bedoelde bijkomende opleiding of specialisatie omvat een theoretisch en een klinisch gedeelte, gelijkwaardig aan minimum 900 effectieve uren, hetgeen overeenkomt met 60 ECTS studiepunten. §
  10. Het theoretische gedeelte omvat minstens 450 effectieve uren, hetgeen overeenkomt met 30 ECTS studiepunten, en behandelt minstens de volgende domeinen : 1° Verpleegkundige wetenschappen : - verpleegkundige deontologie en beroepsethiek met betrekking tot de functie van verpleegkundige gespecialiseerd in de peri-operatieve zorg, anesthesie, operatie assistentie en instrumentatie; - technische basiskennis van het gebruik van de specifieke toestellen (chirurgie en anesthesie) aanwezig in het operatiekwartier; - organisatie van het operatiekwartier; - architectuur van het operatiekwartier en zijn annexen; - peri-operatieve verpleegkundige zorg (anesthesie en chirurgie) : van bij de opvang van de patiënt in het operatiekwartier (de preoperatieve consultatie inbegrepen) tot zijn vertrek uit de ontwaakzaal en zijn postoperatieve pijnbehandeling; - zorgprincipes in verband met : * anesthesie et farmacologie, * chirurgische specialiteiten, * beheer van de chirurgische en anesthesiologische uitrusting, * ziekenhuishygiëne; infectiepreventie en sterilisatie; - methodologie van het toegepaste onderzoek inzake de peri-operatieve zorg, anesthesie, operatie assistentie en instrumentatie; - toegepast onderzoek in peri-operatieve zorgen en Evidence Based Nursing; - radioprotectie. 2° Biomedische wetenschappen : - farmacologie; - anesthesiologie en pijnbehandeling; - ziekenhuishygiëne en sterilisatie; - anesthesie- en operatietechnieken gebonden aan de chirurgische disciplines. 3° Sociale en menswetenschappen : - wetgeving inzake verpleegkunde in het operatiekwartier; - psychologie en psychosociale aspecten verbonden aan de peri-operatieve situatie van de patiënt; XII-9653-3/19 - gezondheidsopvoeding voor de patiënt; - menselijke relaties en stressbeheersing in het operatiekwartier. §
  11. Het klinisch gedeelte omvat ten minste 450 effectieve uren, hetgeen overeenkomt met 30 ECTS studiepunten, en wordt gepresteerd in de preoperatieve consultatie, in het operatiekwartier, in de ontwaakkamer, de postoperatieve pijnbehandeling, de ambulante chirurgie of in een hoog gespecialiseerde dienst voor invasieve, diagnostische en therapeutische ingrepen, teneinde zich te vormen in de volgende aspecten : - verpleegkundige functie bij de perioperatieve consultatie; - functie van omloopverpleegkundige : verantwoordelijk voor de patiënt vanaf de opvang op het operatiekwartier tot het verlaten van de ontwaakkamer; - verpleegkundige functie als hulp bij de anesthesie; - functie van verpleegkundige operatie assistent en de instrumenterende; - verpleegkundige functie in de ontwaakkamer; - verpleegkundige functie in de post-operatieve pijnbehandeling - verpleegkundige functie in een hoog gespecialiseerde dienst voor invasieve, diagnostische en therapeutische ingrepen.” In afwijking van de in Hoofdstuk II van het voormelde ministerieel besluit bepaalde algemene erkenningsvoorwaarden, bevat artikel 7 van het ministerieel besluit van 26 maart 2014 een overgangsmaatregel die luidt: “In afwijking van artikel 2, kan de gegradueerde verpleger of verpleegster die voor 31 december 2007 zijn diploma behaald heeft, of de bachelor in de verpleegkunde erkend worden om de bijzondere beroepstitel van verpleegkundige gespecialiseerd in de peri-operatieve zorg, anesthesie, operatie assistentie en instrumentatie te dragen, voor zover hij aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoet : - op het moment van de datum van inwerkingtreding van dit besluit, heeft hij zijn functie als verpleegkundige uitgeoefend in een erkend operatiekwartier in een ziekenhuis of hooggespecialiseerde dienst voor invasieve, diagnostische en therapeutische ingrepen, en deze, gedurende minstens twee jaar voltijds equivalent in de loop van de laatste vijf jaren voorafgaande aan de datum van de erkenningsaanvraag; - hij levert het bewijs dat hij met vrucht, bovenop zijn basisopleiding van verpleegkundige, een bijkomende theoretische opleiding van minimum 150 effectieve uren die in de gespecificeerd in artikel 3, § 2 domeinen gespecialiseerd is, en waarvan tenminste 45 uren werden gevolgd in de loop van de laatste vijf jaren voorafgaande aan de datum van de erkenningsaanvraag; - hij dient zijn aanvraag in bij de Minister die voor Volksgezondheid bevoegd is, om van de overgangsmaatregelen te genieten en erkend te worden, ten laatste twee jaar na de datum van het in werking treden van dit besluit.” Artikel 8 van het voormelde ministerieel besluit bepaalt dat het besluit in werking treedt op de eerste dag van de vijfde maand na die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Vermits het besluit werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 2 mei 2014, is het in werking getreden op 1 oktober
  12. XII-9653-4/19 3.
  13. De procedure met betrekking tot de aanvraag van een bijzondere beroepstitel van verpleegkundige gespecialiseerd in de peri-operatieve zorg wordt geregeld door het besluit van de Vlaamse regering van 15 januari 2016 ‘betreffende de erkenning van de beoefenaars van de verpleegkunde, de erkenning van de bijzondere beroepstitels en bijzondere beroepsbekwaamheden voor de beoefenaars van de verpleegkunde en de registratie als zorgkundige’ (hierna: besluit van de Vlaamse regering van 15 januari 2016). Artikel 10, §§1 tot en met 3 van het besluit van de Vlaamse regering van 15 januari 2016, zoals van toepassing op het ogenblik van het nemen van de bestreden beslissing, bepaalt: “§
  14. De aanvrager die erkend wil worden als houder van een bijzondere beroepstitel of die gemachtigd wil worden om zich op een bijzondere beroepsbekwaamheid te beroepen, dient daarvoor zijn aanvraag in bij het agentschap. Het agentschap stelt daarvoor een aanvraagformulier ter beschikking. Het agentschap kan voor de indiening van de aanvragen, vermeld in het eerste lid, een digitaal platform ter beschikking stellen dat het aanvraagformulier, vermeld in het eerste lid, aanvult of vervangt. De aanvrager voegt bij zijn aanvraag alle bewijsstukken waaruit blijkt dat de aanvrager voldoet aan de voorwaarden die ter uitvoering van artikel 88 van de wet betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, gecoördineerd op 10 mei 2015, zijn vastgesteld. §
  15. Alleen volledige dossiers worden aan de erkenningscommissie voorgelegd. Het agentschap vraagt bij de aanvrager, in geval van onvolledigheid van het dossier, de ontbrekende documenten op. Als de aanvrager die documenten niet binnen drie maanden na de opvraging bezorgt, kan de aanvraag administratief worden afgesloten. De aanvrager kan worden uitgenodigd voor de vergadering van de erkenningscommissie waarbij hem gevraagd wordt om eventuele bijkomende inlichtingen te verstrekken. Als een aanvrager die voor de vergadering van de erkenningscommissie is uitgenodigd, niet aanwezig kan zijn, kan de erkenningscommissie adviseren op basis van het dossier. §
  16. Het agentschap beslist, na advies van de erkenningscommissie, over de aanvraag van de erkenning waarbij de beoefenaar van de verpleegkunde erkend wordt als houder van een bijzondere beroepstitel of gemachtigd wordt om zich op een bijzondere beroepsbekwaamheid te beroepen. Het gemotiveerde advies van de erkenningscommissie wordt bij de beslissing gevoegd..” Artikel 12 van het voornoemde besluit, zoals van toepassing op het op het ogenblik van het nemen van de bestreden beslissing en dat betrekking heeft op de procedure tot heroverweging, luidt: XII-9653-5/19 “Als de erkenningscommissie een negatief advies geeft en het agentschap beslist om dat advies te volgen, bezorgt het agentschap het voornemen tot negatieve beslissing aan de aanvrager met een aangetekende brief. De aanvrager kan binnen dertig dagen na de ontvangst van het voornemen tot negatieve beslissing een bezwaarnota met zijn opmerkingen bezorgen aan het agentschap. De bezwaarnota van de aanvrager wordt, samen met het negatieve advies, het voornemen tot negatieve beslissing en het aanvraagdossier, opnieuw voorgelegd aan de erkenningscommissie, die op basis van die stukken een nieuw advies uitbrengt. Het agentschap bezorgt zijn definitieve beslissing aan de aanvrager.” 3.
  17. Op 1 april 2015 dient verzoekster een eerste keer een aanvraag in tot erkenning als drager van de bijzondere beroepstitel van verpleegkundige in de peri-operatieve zorgen op grond van de overgangsmaatregel vervat in artikel 7 van het ministerieel besluit van 26 maart
  18. Een jaar later, op 19 april 2016, verstuurt de verwerende partij aan verzoekster een bericht van ontvangst van haar aanvraag met de vraag om deze binnen de drie maanden te vervolledigen met: - een kopie van het attest van slagen/diploma/getuigschrift/brevet/attest/certificaat van 45 uren opleidingen/bijscholingen in de loop van de laatste 5 jaar; - een attest van de huidige tewerkstellingsplaats. Op 9 december 2016 wordt deze aanvraag voorgelegd aan de erkenningscommissie waarbij wordt vastgesteld dat de opgevraagde attesten nog steeds ontbreken en wordt er om die reden een negatief advies gegeven. Bij aangetekend verstuurde brief van de verwerende partij van 4 januari 2017 wordt verzoekster in kennis gesteld van dit negatief advies en wordt haar meegedeeld dat zij binnen de dertig dagen een bezwaar kan indienen, eventueel vergezeld van extra bewijsstukken. Bij aangetekend verstuurde brief van 15 maart 2017 deelt de verwerende partij aan verzoekster haar negatieve beslissing over de aanvraag tot erkenning mee, waarbij zij vaststelt dat verzoekster geen bezwaarnota heeft ingediend. Zij deelt in deze brief ook de beroepsmogelijkheid mee bij de Raad van State tegen de negatieve beslissing. XII-9653-6/19 3.
  19. Op 14 januari 2018 dient verzoekster een nieuwe aanvraag in tot erkenning als drager van de bijzondere beroepstitel van verpleegkundige in de peri-operatieve zorgen op grond van de overgangsmaatregel vervat in artikel 7 van het ministerieel besluit van 26 maart
  20. Op 28 februari 2018 bezorgt zij de verwerende partij nog aanvullende stukken met betrekking tot haar aanvraag. Op 28 mei 2018 wordt deze aanvraag voorgelegd aan de erkenningscommissie, die een negatief advies formuleert omdat geen attest van tewerkstelling voorligt waaruit blijkt dat verzoekster minstens twee jaar voltijds gedurende de laatste vijf jaar vóór 30 september 2016 werkzaam was in een erkende dienst van het operatiekwartier. Op grond van dit negatief advies deelt de verwerende partij bij brief van 8 juni 2018 aan verzoekster haar voornemen mee tot weigering van de aanvraag tot erkenning. Vervolgens maakt verzoekster op 15 juni 2018 een bezwaar over aan de verwerende partij waarbij zij een aanvullend attest met betrekking tot haar tewerkstelling voegt. Daarin geeft zij aan: “In bijlage vind je het nieuwe tewerkstellingsformulier van het UZ Gent met de juiste periodes. Graag wil ik ook nog even mijn carrière in het UZ verduidelijken want ook tijdens de entiteit oogheelkunde heb ik OK praktijken uitgevoerd weliswaar niet full-time. 1/8/1996 tot en met 30/4/2012: instrumentiste operatiezaal entiteit: OK hartchirurgie. 1/5/2012 tot en met 15/6/2016 heb ik op oogheelkunde gewerkt waar ik de intravitreale injecties heb geassisteerd en ondertussen mijn kader opleiding heb volbracht. 16/6/2017 tot heden: adjunct hoofdverpleegkundige op het operatiekwartier: entiteit orthopedie.” Op 30 november 2018 wordt de erkenningsaanvraag met de aanvullende stukken opnieuw voorgelegd aan de erkenningscommissie. De erkenningscommissie oordeelt: “Op het door u toegestuurde attest staat dat u werkzaam was op het operatiekwartier van 01 augustus 1996 tot en met 30 april 2012 en terug vanaf 16 juni
  21. Dit betekent dat u geen twee jaar voltijds equivalent in de laatste vijf jaar voor het einde van de overgangsmaatregel (= periode 01 oktober 2011 tot en met 30 september 2016) gewerkt heeft in een erkend operatiekwartier in een ziekenhuis of hooggespecialiseerde dienst voor invasieve, diagnostische en therapeutische ingrepen.” XII-9653-7/19 Op grond hiervan geeft zij opnieuw een negatief advies over de erkenningsaanvraag. Bij aangetekende brief van 12 december 2018 maakt de verwerende partij aan verzoekster haar beslissing over tot weigering van de erkenningsaanvraag. In deze brief wordt eveneens de beroepsmogelijkheid meegedeeld bij de Raad van State tegen de negatieve beslissing. Bij e-mail van 28 januari 2020 vraagt verzoekster aan een ‘teamverantwoordelijke zorgberoepen’ van de verwerende partij om haar dossier nogmaals te bekijken om de bijzondere beroepstitel te ontvangen. De verwerende partij antwoordt bij e-mail van dezelfde dag aan verzoekster dat haar aanvraag voor erkenning is afgesloten met een negatieve beslissing. Het negatieve advies van de erkenningscommissie wordt bij dit bericht gevoegd. Verzoekster wordt er ook op gewezen dat zij geen nieuwe aanvraag meer zou kunnen indienen op grond van de overgangsmaatregelen aangezien deze eindigden op 1 oktober
  22. Bij e-mails van 12 februari 2020, 8 oktober 2020 en 3 december 2020 vraagt verzoekster aan de verwerende partij waarom het toedienen van intravitreale inspuitingen in het oog, geen therapeutische behandeling zou zijn aangezien zij deze weliswaar op de polikliniek assisteerde maar dit ook in een operatiekwartier zou gebeuren. De verwerende partij deelt bij e-mail van 14 december 2020 aan verzoekster mee: “Uw aanvraag heeft een definitief negatieve beslissing van het agentschap ontvangen, nadien kan u enkel beroep aantekenen bij de Raad van State overeenkomstig de modaliteiten vermeld in onze brief. Uw aanvraag kan niet meer voor advies voorgelegd worden aan de erkenningscommissie. Het dossier is administratief afgesloten. Zoals u onderstaand reeds van ons ontvangen heeft, kan u een nieuwe aanvraag indienen maar enkel indien u over nieuwe bewijsstukken beschikt.” 3.
  23. Bij e-mail van 13 oktober 2022 vraagt verzoekster aan de verwerende partij haar aanvraag voor ‘gespecialiseerde verpleegkundige in ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.842 XII-9653-8/19 peri-operatieve zorg’ te herbekijken. Zij voegt hierbij als bewijsstukken haar diploma van bachelor verpleegkundige, getuigschrift posthogeschoolvorming operatie-verpleegkundige en een samenvatting van haar loopbaan in het UZ Gent uitgereikt door de dienst personeel en organisatie. Zij licht ook toe dat zij de intravitreale inspuitingen steeds heeft mogen instrumenteren in de steriele ruimte van de dienst oogheelkunde. Aangezien deze ingrepen steeds doorgingen in het operatiekwartier en nu verhuisd zijn naar een steriele ruimte met dezelfde modaliteit als een operatiezaal, is zij van oordeel dat ook deze jaren zouden moeten meetellen als dienstjaren operatiekwartier. Bij e-mail van 18 november 2022 deelt de verwerende partij aan verzoekster mee: “Het agentschap heeft uw dossier en uw vraag om uw dossier te herbekijken goed ontvangen. U kan heden enkel een erkenning aanvragen op basis van een opleiding van 900 ECTS (450 theorie en 450 praktijk). Graag hadden wij een bewijs van slagen voor dergelijke opleiding in de peri-operatieve zorgen ontvangen. De overgangsmaatregelen voor het aanvragen van een erkenning in een bijzondere beroepstitel of bijzondere beroepsbekwaamheid voor alle specialismen in de verpleegkunde zijn beëindigd. Concreet is het heden dus niet meer mogelijk om een erkenning aan te vragen op basis van een verkorte opleiding en tewerkstelling in de betrokken dienst. U kan alle informatie omtrent het aanvragen van een erkenning terugvinden op onderstaande link: https://www.zorg-en-gezondheid.be/zorgberoepen/criteria/nurse U kan uw erkenning op basis van de algemene criteria van artikel 2 en 3 van het betrokken ministerieel besluit, aanvragen via ons e-loket op onze website: https://www.zorg-en-gezondheid.be/beleid/ezorgzaam-vlaanderen/het-e-loket Het agentschap Zorg en Gezondheid kan enkel de federale regelgeving toepassen en kan hier geen uitzonderingen op toestaan. Het is aan de federaal minister om de overgangsmaatregelen te verlengen, indien dit gewenst zou zijn.” Bij e-mail van 25 november 2022 deelt de verwerende partij aan verzoekster mee: “Het agentschap heeft uw aanvraag voor erkenning in de bijzondere beroepstitel in de perioperatieve zorgen voorgelegd voor advies aan de erkenningscommissie op 22 november
  24. U zal spoedig uw advies ontvangen in een officieel schrijven. Overeenkomstig artikel 2 en 3 van het ministerieel besluit van 26 maart 2014 tot vaststelling van de criteria voor erkenning waarbij de verpleegkundigen gemachtigd worden de bijzondere beroepstitel te dragen van verpleegkundige gespecialiseerd in ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.842 XII-9653-9/19 de peri-operatieve zorg, anesthesie, operatie assistentie en instrumentatie (afgekort ‘peri-operatieve zorg’) komt u niet in aanmerking voor een erkenning in de bijzondere beroepstitel peri-operatieve zorgen. Art.
  25. §
  26. Wie erkend wenst te worden om de bijzondere beroepstitel van verpleegkundige gespecialiseerd in de peri-operatieve zorg, anesthesie, operatie assistentie en instrumentatie (afgekort ‘peri-operatieve zorg’) : • is houder van het diploma, de graad of de titel van gegradueerde verpleger of verpleegster behaald voor 31 december 2007 of van bachelor in de verpleegkunde, en • heeft dit diploma, deze graad of titel geviseerd zoals voorzien in artikel 7 van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, • heeft met vrucht bovenop zijn basisopleiding een bijkomende opleiding of specialisatie in de peri-operatieve zorg, anesthesie, operatie assistentie en instrumentatie gevolgd die beantwoordt aan de vereisten vermeld in artikel
  27. Art.
  28. §
  29. De in artikel 2, § 1, bedoelde bijkomende opleiding of specialisatie omvat een theoretisch en een klinisch gedeelte, gelijkwaardig aan minimum 900 effectieve uren, hetgeen overeenkomt met 60 ECTS studiepunten. U beschikt niet over een bewijs van slagen in een bijkomende opleiding van 900 uren of 60 ECTS in de domeinen van de peri-operatieve zorgen. De overgangsmaatregelen voor het aanvragen van een erkenning in een bijzondere beroepstitel of bijzondere beroepsbekwaamheid voor alle specialismen in de verpleegkunde zijn beëindigd. U kan alle informatie omtrent het aanvragen van een erkenning terugvinden op onderstaande link: https://www.zorg-en-gezondheid.be/zorgberoepen/criteria/nurse Het agentschap Zorg en Gezondheid kan enkel de federale regelgeving toepassen en kan hier geen uitzonderingen op toestaan. Het is aan de federaal minister om de erkenningscriteria aan te passen, indien dit gewenst zou zijn.” Bij brief van 25 november 2022 deelt de verwerende partij aan verzoekster haar voornemen tot weigering van de aanvraag tot erkenning van 13 oktober 2022 mee: “Ik heb het voornemen om uw aanvraag te weigeren tot erkenning als drager van de bijzondere beroepstitel van verpleegkundige gespecialiseerd in de peri-operatieve zorgen. Ik volg hiermee het negatief advies van de erkenningscommissie peri-operatieve zorgen. U vindt het negatief advies in bijlage van deze brief. U kan tegen dit voornemen een bezwaarnota indienen, eventueel vergezeld van extra bewijsstukken. Om ontvankelijk te zijn, stuurt u uw bezwaarnota binnen de 30 dagen na ontvangst van deze brief naar Zorg en Gezondheid, Afdeling Vlaamse Zorgkas & Zorgberoepen, Koning Albert II-laan, 35, bus 38 te 1030 Brussel. De erkenningscommissie zal opnieuw adviseren op basis van alle gegevens in uw dossier. Vervolgens ontvangt u via aangetekende brief de definitieve beslissing omtrent uw aanvraag tot erkenning. Dit voornemen gaat over uw aanvraag van 13 oktober 2022 om erkend te worden als drager van de bijzondere beroepstitel van verpleegkundige gespecialiseerd in de peri-operatieve zorgen. Uw aanvraag is op 22 november 2022 voorgelegd aan de erkenningscommissie.” XII-9653-10/19 Bij deze brief is het negatieve advies gevoegd van de erkenningscommissie die in zitting van 22 november 2022 heeft vastgesteld: “BIJLAGE: Negatief advies van de erkenningscommissie De erkenningscommissie heeft de aanvraag van [verzoekster] onderzocht op 22 november 2022 en geeft een negatief advies om volgende reden(en): U voldoet niet aan de criteria voor erkenning waarbij de verpleegkundigen gemachtigd worden de bijzondere beroepstitel te dragen van verpleegkundige gespecialiseerd in de peri-operatieve zorg, anesthesie, operatie assistentie en instrumentatie (afgekort peri-operatieve zorg), als vermeld in het ministerieel besluit van 26 maart
  30. Uit onderzoek van uw dossier door de leden van [de] erkenningscommissie blijkt dat u niet in het bezit bent van het bewijs van een bijkomende opleiding of specialisatie in de peri-operatieve zorg van minimum 900 effectieve uren, waarvan minstens 450 uren bestaan uit een praktisch gedeelte en minstens 450 uren bestaan uit een theoretisch gedeelte. De bovenvermelde wetgeving kunt u raadplegen op onze website www.zorg-en-gezondheid.be bij publicaties en documenten.” Bij e-mail van dezelfde dag vraagt verzoekster aan de verwerende partij: “Ik weet dat ik niet het laatste behaalde diploma heb, maar men is mij gezegd dat men mijn dossier nog eens wou herbekijken en dat ik de intravitreale injecties nader moest verklaren. Wordt dit nog bekeken?” Bij e-mail van 28 november 2022 laat de verwerende partij weten dat de erkenningsaanvraag wordt voorgelegd aan de erkenningscommissie op 22 november 2022, dat zij hiervan nog officieel op de hoogte zal worden gesteld en dat zij binnen de dertig dagen na ontvangst van dat schrijven nieuwe bewijsstukken kan indienen. Bij brief van 20 januari 2023 wordt dan aan verzoekster de definitieve beslissing tot weigering van haar erkenningsaanvraag van 13 oktober 2022 meegedeeld. De beslissing luidt: “U krijgt geen erkenning als drager van de bijzondere beroepstitel van verpleegkundige gespecialiseerd in de peri-operatieve zorgen. Ik volg met deze beslissing het negatief advies van de erkenningscommissie peri-operatieve zorgen. U vindt het negatief advies in bijlage van deze brief. U kan tegen deze beslissing in beroep gaan bij de Raad van State. Om ontvankelijk te zijn, stuurt u uw beroep binnen de 60 dagen naar de afdeling Administratie van de Raad van State, Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel en volgt u daarbij de procedure ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.842 XII-9653-11/19 vastgelegd in het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Administratie van de Raad van State. Deze beslissing gaat over uw aanvraag van 13 oktober 2022 om erkend te worden als drager van de bijzondere beroepstitel van verpleegkundige gespecialiseerd in de peri-operatieve zorgen. Het voornemen tot weigering ontving u per aangetekende brief op 25 november
  31. Na ontvangst van het voornemen tot weigering, kon u een bezwaarnota indienen. Wij hebben geen bezwaarnota van u ontvangen.” Bij deze beslissing is opnieuw het advies van de erkenningscommissie gevoegd dat luidt: “De erkenningscommissie heeft de aanvraag van [verzoekster] onderzocht en geeft een negatief advies om volgende reden(en): U voldoet niet aan de criteria voor erkenning waarbij de verpleegkundigen gemachtigd worden de bijzondere beroepstitel te dragen van verpleegkundige gespecialiseerd in de peri-operatieve zorg, anesthesie, operatie assistentie en instrumentatie (afgekort peri-operatieve zorg), als vermeld in het ministerieel besluit van 26 maart
  32. Uit onderzoek van uw dossier door de leden van [de] erkenningscommissie blijkt dat u niet in het bezit bent van het bewijs van een bijkomende opleiding of specialisatie in de peri-operatieve zorg van minimum 900 effectieve uren, waarvan minstens 450 uren bestaan uit een praktisch gedeelte en minstens 450 uren bestaan uit een theoretisch gedeelte. De bovenvermelde wetgeving kunt u raadplegen op onze website www.zorg-en-gezondheid.be bij publicaties en documenten.” Dit is de bestreden beslissing. IV. Toepassing korte debattenprocedure A. Ontvankelijkheid van het beroep Excepties wegens gebrek aan een ontvankelijk middel Uiteenzetting van de excepties
  33. De verwerende partij werpt twee excepties van niet- ontvankelijkheid van de vordering op omdat het enig middel dat in het verzoekschrift wordt aangevoerd, geen betrekking zou hebben op de bestreden beslissing maar op een eerdere weigeringsbeslissing van de verwerende partij van 10 december 2018 en omdat het enig middel niet ontvankelijk zou zijn bij gebrek XII-9653-12/19 aan duidelijke aanduiding van de geschonden geachte rechtsregel en de wijze waarop deze wordt geschonden. Beoordeling
  34. Door het auditoraat wordt tot de ongegrondheid van de aangevoerde exceptie besloten op grond van de volgende overweging: “Zoals uit de beoordeling van het enig middel zal blijken, dient de tweede exceptie van onontvankelijkheid van het middel te worden verworpen. Voorts, zoals eveneens uit de beoordeling van het enig middel zal blijken, lijkt de verzoekende partij er in de uiteenzetting van haar middel van uit te gaan dat de bestreden beslissing mede gesteund is op het negatieve advies van de erkenningscommissie van 30 november 2018, ten aanzien waarvan zij een wettigheidskritiek aanvoert. De exceptie van onontvankelijkheid van de vordering die gesteund is op de onontvankelijkheid van het enig middel, dient dan ook te worden verworpen.” Als de verwerende partij in het auditoraatsverslag daarover kan lezen dat deze excepties ongegrond zijn en zij daarin geen reden ziet om vervolgens ter terechtzitting, dit is bij de eerste procedurele gelegenheid die zich voor de verwerende partij in het kader van de toegepaste procedure van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna: het algemeen procedurereglement) daarvoor aanbood, hierop te antwoorden, begrijpt de Raad van State uit die proceshouding dat de verwerende partij zich niet langer tegen de ontvankelijkheid van het beroep verzet wat die excepties betreffen. In die omstandigheden en na een eigen onderzoek, ziet de Raad van State geen reden om het anders te zien dan het auditoraat en bevindt aldus, de redenering van het auditoraatsverslag bijvallend, de excepties ongegrond. XII-9653-13/19 B. Onderzoek van het enige middel Uiteenzetting van het middel
  35. Onder het kopje “[e]nig middel” zet verzoekster uiteen: “Uit het schrijven van het Agentschap Zorg & Gezondheid dd. 10/12/2018 (bijlage 4 pag 2) blijkt dat ik voldoe aan alle criteria voor het verkrijgen van de erkenning als drager van de bijzondere beroepstitel van verpleegkundige gespecialiseerd in de peri-operatieve zorgen; maar weigert men de toekenning omdat ik : ‘geen 2 jaar voltijds equivalent in de laatste 5 jaar voor het einde van de overgangsmaatregel gewerkt heeft in een erkend operatiekwartier in een ziekenhuis of hooggespecialiseerde dienst voor invasieve, diagnostische en therapeutische ingrepen.’ In het ministerieel besluit staat echter als voorwaarde (bijlage 1 pag 2) ‘heeft zijn functie uitgeoefend in een erkend operatiekwartier in de loop van de 5 jaren voorafgaand aan de datum van de erkenningsaanvraag’ en niet ‘voor het einde van de overgangsmaatregel’. De erkenningscommissie heeft verkeerdelijk gekeken naar de periode 01/10/2011 tot 30/09/2016 (=einde van de overgangsmaatregel). De datum van mijn erkenningsaanvraag is 01/04/2015 (bijlage 1 pag 1), dit betekent dat ik in de periode 01/04/2010 tot 01/04/2015 minstens 2 jaar in een erkend operatiekwartier moet gewerkt hebben. Zoals blijkt uit mijn tewerkstellingsattest (bijlage 5), heb ik wel degelijk in de periode van 01/04/2010 t.e.m. 30/04/2012 voltijds in het operatiekwartier gewerkt en heb ik wel degelijk recht op erkenning volgens de overgangsbepalingen omdat ik voldoe aan alle hogergenoemde criteria zoals gestipuleerd in Artikel 7 van het Ministerieel besluit van 26 maart 2014 (bijlage 1 pag 2) tot vaststelling van de criteria voor erkenning waarbij de verpleegkundigen gemachtigd worden de bijzondere beroepstitel te dragen van verpleegkundige gespecialiseerd in de peri-operatieve zorg, anesthesie, operatie assistentie en instrumentatie . Dit is een foutieve beslissing van de erkenningscommissie waar ik nu de gevolgen van draag en mijn erkenning BBT peri-operatieve zorg niet toegewezen krijg op basis van de overgangsbepalingen. Ik ben het bijgevolg niet eens met de negatieve beslissing waarbij ik gevraagd heb [om] mijn dossier te willen herbekijken over mijn aanvraag tot erkenning, mij betekend bij brief van 20/01/2023 (bijlage 6).” Beoordeling
  36. Door het auditoraat wordt tot de ongegrondheid van het enige middel besloten op grond van de volgende overwegingen: “5.
  37. De verwerende partij werpt in ondergeschikte orde op dat het middel onontvankelijk is omdat het onvoldoende duidelijk is geformuleerd. In essentie voert de verzoekende partij aan dat de erkenningscommissie bij de beoordeling van haar aanvraag voor erkenning van de bijzondere beroepstitel van verpleegkundige gespecialiseerd in peri-operatieve zorg een foutieve toepassing ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.842 XII-9653-14/19 heeft gemaakt van de overgangsregeling opgenomen in artikel 7 van het ministerieel besluit van 26 maart 2014 tot vaststelling van de criteria voor erkenning waarbij de verpleegkundigen gemachtigd worden de bijzondere beroepstitel te dragen van verpleegkundige gespecialiseerd in de peri-operatieve zorg, anesthesie, operatie assistentie en instrumentatie (afgekort ‘peri-operatieve zorg’). De erkenningscommissie zou ten onrechte vereisen dat de verzoekende partij zou aantonen dat zij haar functie heeft uitgeoefend in een erkend operatiekwartier gedurende ten minste twee jaar voltijds equivalent in de loop van de laatste vijf jaren voor het einde van de overgangsmaatregel. Volgens de verzoekende partij volgt uit voormeld artikel 7 dat zij deze tewerkstelling diende aan te tonen in de laatste vijf jaren voor de datum van haar erkenningsaanvraag in plaats van voor het einde van de overgangsmaatregel. Op basis van deze verkeerde toepassing van voormeld artikel 7 door de erkenningscommissie zou de verzoekende partij ook nu met de bestreden beslissing haar erkenning niet toegewezen krijgen. Hoewel de verwerende partij terecht opmerkt dat het middel niet zeer helder werd geformuleerd, kan toch worden aangenomen dat de verzoekende partij de rechtsregel heeft aangeduid die zij geschonden acht door de bestreden beslissing, namelijk artikel 7 van het ministerieel besluit van 26 maart 2014 tot vaststelling van de criteria voor erkenning waarbij de verpleegkundigen gemachtigd worden de bijzondere beroepstitel te dragen van verpleegkundige gespecialiseerd in de peri-operatieve zorg, anesthesie, operatie assistentie en instrumentatie (afgekort ‘peri-operatieve zorg’). De exceptie van onontvankelijkheid van het middel dient dan ook te worden verworpen. 5.
  38. In de bestreden beslissing oordeelt de verwerende partij omtrent de aanvraag van de verzoekende partij: ‘U krijgt geen erkenning als drager van de bijzondere beroepstitel van verpleegkundige gespecialiseerd in de peri-operatieve zorgen. Ik volg met deze beslissing het negatief advies van de erkenningscommissie peri-operatieve zorgen. U vindt het negatief advies in bijlage van deze brief. U kan tegen deze beslissing in beroep gaan bij de Raad van State. Om ontvankelijk te zijn, stuurt u uw beroep binnen de 60 dagen naar de afdeling Administratie van de Raad van State, Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel en volgt u daarbij de procedure vastgelegd in het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Administratie van de Raad van State. Deze beslissing gaat over uw aanvraag van 13 oktober 2022 om erkend te worden als drager van de bijzondere beroepstitel van verpleegkundige gespecialiseerd in de peri-operatieve zorgen. Het voornemen tot weigering ontving u per aangetekende brief op 25 november
  39. Na ontvangst van het voornemen tot weigering kon u een bezwaarnota indienen. Wij hebben geen bezwaarnota van u ontvangen.’ Het negatief advies van de erkenningscommissie waarnaar in de bestreden beslissing wordt verwezen en dat bij de bestreden beslissing werd gevoegd, dateert van 22 november 2022 en luidt: ‘BIJLAGE/ Negatief advies van de erkenningscommissie De erkenningscommissie heeft de aanvraag van [verzoekster] onderzocht en geeft een negatief advies om volgende reden(en): U voldoet niet aan de criteria voor erkenning waarbij de verpleegkundigen gemachtigd worden de bijzondere beroepstitel te dragen van verpleegkundige gespecialiseerd in de peri-operatieve zorg, anesthesie, operatie assistentie en instrumentatie (afgekort peri-operatieve zorg), als vermeld in het ministerieel besluit van 26 maart
  40. Uit onderzoek van uw dossier door de leden van [de] erkenningscommissie blijkt dat u niet in het bezit bent van het bewijs van een bijkomende opleiding ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.842 XII-9653-15/19 of specialisatie in de peri-operatieve zorg van minimum 900 effectieve uren, waarvan minstens 450 uren bestaan uit een praktisch gedeelte en minstens 450 uren bestaan uit een theoretisch gedeelte. De bovenvermelde wetgeving kunt u raadplegen op onze website www.zorg-en-gezondheid.be bij publicaties en documenten.’ Dit betreft dus niet het negatieve advies van de erkenningscommissie van 30 november 2018 waarnaar de verzoekende partij verwijst in de uiteenzetting van haar middel. Dat advies had immers betrekking op een eerdere aanvraag tot erkenning van de verzoekende partij, namelijk haar aanvraag ingediend op 14 januari
  41. 5.
  42. De bestreden beslissing heeft betrekking op de aanvraag van de verzoekende partij van 13 oktober
  43. Met betrekking tot de motivering wordt in de bestreden beslissing verwezen naar het voornemen tot weigering dat werd meegedeeld op 25 november 2022 en naar het negatieve advies van de erkenningscommissie. In het negatieve advies van de erkenningscommissie werd geoordeeld dat de verzoekendepartij niet in het bezit was van het bewijs van een bijkomende opleiding of specialisatie in de peri-operatieve zorg van minimum 900 effectieve uren, waarvan minstens 450 uren bestaan uit een praktisch gedeelte en minstens 450 uren bestaan uit een theoretisch gedeelte. Hieruit blijkt dat de verwerende partij de aanvraag van de verzoekende partij heeft beoordeeld met toepassing van artikel 2, juncto artikel 3 van het ministerieel besluit van 26 maart 2014 tot vaststelling van de criteria voor erkenning waarbij de verpleegkundigen gemachtigd worden de bijzondere beroepstitel te dragen van verpleegkundige gespecialiseerd in de peri-operatieve zorg, anesthesie, operatie assistentie en instrumentatie (afgekort ‘peri-operatieve zorg’) en niet met toepassing van de overgangsregeling vervat in artikel 7 van het voormelde ministerieel besluit. Impliciet heeft de verwerende partij bijgevolg geoordeeld dat de verzoekende partij met haar aanvraag van 13 oktober 2022 niet meer in aanmerking kwam voor de toepassing van de overgangsregeling vervat in artikel 7 van het zelfde ministerieel besluit. In de mate de verzoekende partij in haar verzoekschrift bijgevolg verwijst naar de motivering dat zij ‘geen 2 jaar voltijds equivalent in de laatste 5 jaar voor het einde van de overgangsmaatregel gewerkt heeft in een erkend operatiekwartier in een ziekenhuis of hooggespecialiseerde dienst voor invasieve, diagnostische en therapeutische ingrepen’ welke motivering in strijd zou zijn met artikel 7 van het voormelde ministerieel besluit, richt zij zich bijgevolg niet tegen de motivering van de bestreden beslissing. Zij richt zich hierbij tegen de motivering van een eerdere beslissing die betrekking had op een eerdere aanvraag van de verzoekende partij. In die zin is het middel niet gegrond. 5.
  44. De verzoekende partij toont evenmin aan dat de impliciete beoordeling in de bestreden beslissing dat voor de aanvraag van de verzoekende partij geen toepassing kon worden gemaakt van de overgangsmaatregel vervat in artikel 7 van het voormeld ministerieel besluit in feite of in rechte onjuist zou zijn. Vooreerst betwist de verzoekende partij in haar middel niet dat voor een aanvraag ingediend op 13 oktober 2022 geen toepassing meer gemaakt kan worden van de overgangsmaatregel vervat in artikel 7 van het voormelde ministerieel besluit. Artikel 7, in fine van het voormelde ministerieel besluit stipuleert ook zeer duidelijk dat de aanvraag voor een erkenning waarbij men een beroep wenst te doen op de overgangsmaatregel moet worden ingediend ten laatste twee jaar na de datum van het in werking treden van het besluit, dit is, ten laatste twee jaar na 1 oktober
  45. In de uiteenzetting van haar middel gaat de verzoekende partij er echter verkeerdelijk van uit dat haar aanvraag tot erkenning die geweigerd werd met de bestreden beslissing dateert van 1 april 2015 en dat zij bijgevolg op het moment van de bestreden beslissing nog steeds in aanmerking zou gekomen zijn voor de toepassing van de overgangsmaatregel. Uit het feitenrelaas blijkt dat de verzoekende partij inderdaad op 1 april 2015 een eerste aanvraag deed tot ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.842 XII-9653-16/19 erkenning van de bijzondere beroepstitel van verpleegkundige gespecialiseerd in peri-operatieve zorg op grond van de overgangsmaatregel vervat in artikel 7 van het ministerieel besluit van 26 maart
  46. In toepassing van artikel 10, §3, juncto artikel 12 van het besluit van de Vlaamse regering van 15 januari 2016 betreffende de erkenning van de beoefenaars van de verpleegkunde, de erkenning van de bijzondere beroepstitels en bijzondere beroepsbekwaamheden voor de beoefenaars van de verpleegkunde en de registratie als zorgkundige, zoals deze bepalingen van toepassing waren op het moment van de bestreden beslissing, heeft de verwerende partij met aangetekende brief van 4 januari 2017 een voornemen tot weigering van de erkenning meegedeeld aan de verzoekende partij op grond van het bijgevoegde negatieve advies van de erkenningscommissie. Tegen dit voornemen tot weigering kon de verzoekende partij op grond van het voormelde artikel 12 binnen de dertig dagen na ontvangst van het voornemen tot weigering een bezwaarnota indienen. De verzoekende partij heeft echter geen bezwaar ingediend en bij beslissing van de verwerende partij van 14 maart 2017 werd de erkenning van de bijzondere beroepstitel geweigerd die de verzoekende partij had aangevraagd op 1 april
  47. Tegen deze beslissing van de verwerende partij, die aan de verzoekende partij werd meegedeeld bij aangetekend verstuurde brief van 15 maart 2017, waarin de beroepsmogelijkheden werden vermeld, kon de verzoekende partij een vernietigingsberoep indienen bij de Raad van State binnen de 60 dagen nadat de beslissing aan haar werd meegedeeld. De verzoekende partij heeft geen vernietigingsberoep ingesteld zodat deze beslissing tot weigering van haar erkenning op grond van haar aanvraag van 1 april 2015 definitief is geworden. De verwerende partij kon bijgevolg geen nieuwe beslissing meer nemen met betrekking tot de aanvraag van de verzoekende partij van 1 april
  48. Dit geldt trouwens evenzeer voor de beslissing van de verwerende partij van 10 december 2018 over de aanvraag van de verzoekende partij van 14 januari 2018 waartegen de verzoekende partij evenmin binnen de 60 dagen een vernietigingsberoep instelde bij de Raad van State. Ook over deze aanvraag van 14 januari 2018 kon de verwerende partij bijgevolg na afloop van de verjaringstermijn voor het beroep bij de Raad van State geen nieuwe beslissing meer nemen. De verwerende partij kon dan ook niet anders dan de vraag van de verzoekende partij van 13 oktober 2022 om haar aanvraag voor gespecialiseerde verpleegkundige in de peri-operatieve zorg met bijvoeging van bewijsstukken en verdere verduidelijkingen te beschouwen als een nieuwe aanvraag. Uit de beslissing van de verwerende partij van 10 december 2018 tot weigering van een tweede aanvraag van de verzoekende partij voor de erkenning van de bijzondere beroepstitel peri-operatieve zorg leidt de verzoekende partij in haar memorie van wederantwoord bijgevolg ten onrechte af dat de verwerende partij opnieuw haar aanvraag van 1 april 2015 zou hebben onderzocht en beoordeeld. Uit de e-mail van de verwerende partij van 24 februari 2023 volgt evenmin dat de verwerende partij met de bestreden beslissing van 20 januari 2023 haar aanvraag van 1 april 2015 opnieuw zou hebben onderzocht. In dit bericht geeft de verwerende partij trouwens zeer duidelijk aan: ‘Wij hebben uw e-mails van 17 en 24 februari 2023 goed ontvangen en hebben uw dossier nog eens bestudeerd. Het agentschap heeft uw initiële aanvraag voor een erkenning in de bijzondere beroepstitel in de peri-operatieve zorgen ontvangen op 1 april 2015 en voor advies voorgelegd aan de erkenningscommissie op 9 december
  49. U kwam niet in aanmerking voor een erkenning […] in peri-operatieve zorgen omdat niet was voldaan aan artikel 7 van het ministerieel besluit van 26 maart 2014 tot vaststelling van de criteria voor erkenning waarbij de verpleegkundigen gemachtigd worden de bijzondere beroepstitel te dragen van verpleegkundige gespecialiseerd in de peri-operatieve zorg, anesthesie, operatie assistentie en instrumentatie (afgekort ‘peri-operatieve zorg’): XII-9653-17/19 (…) U had niet aangetoond dat u 45u opleidingen / bijscholingen in de loop van de laatste vijf jaar had gevolgd en ook een attest van tewerkstelling voor de afgelopen 2 jaar (01/04/2013 – 01/04/2015) was niet aanwezig. Omdat u geen bezwaar had ingediend na het voornemen tot negatieve beslissing op basis van het negatieve advies, kreeg u een definitieve negatieve beslissing over uw initiële erkenningsaanvraag op 14 maart
  50. Uw tweede erkenningsaanvraag voor dezelfde bijzondere beroepstitel werd ontvangen op 14 januari 2018 en voor advies voorgelegd aan de erkenningscommissie op 28 mei
  51. (…) Een derde erkenningsaanvraag voor dezelfde bijzondere beroepstitel werd ontvangen op 13 oktober 2022 en voor advies voorgelegd aan de erkenningscommissie op 22 november
  52. (…) U kon daartegen een bewaarnota indienen, maar die hebben wij niet ontvangen, dus kreeg u een definitieve negatieve beslissing op 20 januari
  53. Alleen tegen die laatste beslissing kan u nog in beroep gaan en dat bij de Raad van State. (…)’ 5.
  54. Ten overvloede kan nog worden opgemerkt dat de verzoekende partij geenszins de vaststelling betwist in het advies van de erkenningscommissie van 22 november 2022, waar de bestreden beslissing naar verwijst, dat de verzoekende partij niet in het bezit is van het bewijs van een bijkomende opleiding of specialisatie in de peri-operatieve zorg van minimum 900 effectieve uren, waarvan minstens 450 uren bestaan uit een praktisch gedeelte en minstens 450 uren bestaan uit een theoretisch gedeelte. Zij betwist bijgevolg niet dat zij niet voldoet aan de vereisten gesteld door artikel 2, juncto artikel 3 van het voormelde ministerieel besluit om in aanmerking te komen voor een erkenning voor de beroepstitel van gespecialiseerde verpleegkundige in de peri-operatieve zorg zodat zij niet betwist dat de bestreden beslissing wat dat betreft berust op een deugdelijke motivering. Het middel is niet gegrond.”
  55. Ter terechtzitting, dit is bij de eerste procedurele gelegenheid die zich voor verzoekster in het kader van de toegepaste procedure van artikel 93, eerste lid, van het algemeen procedurereglement daarvoor aanbood, heeft zij niets daartegen ingebracht. In die omstandigheden en na een eigen onderzoek, ziet de Raad van State geen reden om het anders te zien dan het auditoraat en bevindt aldus, de redenering van het auditoraatsverslag bijvallend, het enig middel ongegrond. Het auditoraat heeft terecht gemeend dat de zaak met korte debatten een oplossing kan krijgen. XII-9653-18/19 BESLISSING
  56. De Raad van State verwerpt het beroep.
  57. Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op twintig december tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Chantal Bamps, kamervoorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Chantal Bamps XII-9653-19/19 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.842 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.