← België

Arrest 261845 - Federale en lokale politie – Reglementen - 20/12/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 december 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.845 Rolnummer: A. 240086/XII-9560 Zaak: Arrest 261845 - Federale en lokale politie – Reglementen - 20/12/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-12-27 Raadplegingen: 109 - laatst gezien 2026-06-17 03:55 Fiche Arrest nr 261.845 van 20 december 2024 Openbaar ambt - Federale en lokale politie – Reglementen Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIIe KAMER nr. 261.845 van 20 december 2024 in de zaak A. 240.086/XII-9560 In zake : XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Crispyn kantoor houdend te 9030 Mariakerke Mazestraat 16 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door:

  1. de minister van Binnenlandse Zaken, Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Nathanaëlle Kiekens, Lieselotte Schellekens en Elise Myin kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25 bij wie woonplaats wordt gekozen
  2. de minister van Justitieen Noordzee bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jürgen Vanpraet kantoor houdend te 8820 Torhout Oostendestraat 306a bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het beroep, ingesteld op 16 september 2023, strekt tot de nietigverklaring van het koninklijk besluit van 29 juni 2023 ‘tot wijziging van het RPPol betreffende de non-activiteit voorafgaand aan de pensionering’. II. Verloop van de rechtspleging
  4. Bij arrest nr. 258.569 van 24 januari 2024 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit verworpen. XII-9560-1/5 Verzoeker heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft memories van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 december
  5. Kamervoorzitter Chantal Bamps heeft verslag uitgebracht. Advocaat Sarah Fiorito, die loco advocaat Peter Crispyn verschijnt voor verzoeker, is gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Feiten
  7. De feiten zijn uiteengezet in het tussenarrest nr. 258.569 van 24 januari
  8. Er wordt naar verwezen. XII-9560-2/5 IV. Toepassing korte debattenprocedure Ambtshalve exceptie wegens teloorgaan van het voorwerp van het beroep Uiteenzetting van de ambtshalve exceptie
  9. Het auditoraat werpt in zijn verslag ambtshalve de niet-ontvankelijkheid van het beroep op wegens het teloorgaan van het voorwerp van het beroep, op grond van de volgende overwegingen: “Het bestreden besluit werd door de Raad van State vernietigd bij arrest nr. 261.143 van 22 oktober
  10. Ingevolge deze vernietiging door de Raad van State is het thans bestreden besluit met terugwerkende kracht en erga omnes uit de rechtsorde verdwenen. Deze vernietiging heeft tot gevolg dat het voorwerp van het beroep is teloorgegaan. Ambtshalve wordt vastgesteld dat het beroep tot nietigverklaring zonder voorwerp is. Toepassing kan worden gemaakt van artikel 93, eerste lid van het algemeen procedurereglement (RvS 22 oktober 2024, nr. 261.144).” Beoordeling
  11. Wanneer de ontvankelijkheid van het beroep in vraag wordt gesteld – en zulks des te meer wanneer dit zoals te dezen gebeurt in het beredeneerd verslag dat over de zaak is opgesteld door het daartoe aangestelde lid van het auditoraat – dan moet die partij daarover een standpunt innemen en de nodige verduidelijkingen bijbrengen. Ter terechtzitting, dit is bij de eerste procedurele gelegenheid die zich voor verzoeker in het kader van de toegepaste procedure van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ daarvoor aanbood, heeft hij niets daartegen ingebracht. In die omstandigheden en na een eigen onderzoek, ziet de Raad van State geen reden om het anders te zien dan het auditoraat en bevindt aldus, de redenering van het auditoraatsverslag bijvallend, dat het voorwerp van het beroep XII-9560-3/5 is teloorgegaan en dat ambtshalve dient te worden vastgesteld dat het beroep tot nietigverklaring zonder voorwerp is. Het auditoraat heeft terecht gemeend dat de zaak met korte debatten een oplossing kan krijgen. V. Kosten en rechtsplegingsvergoeding
  12. Het bestreden besluit werd door de Raad van State vernietigd bij arrest nr. 261.143 van 22 oktober
  13. Zoals hiervoor werd vastgesteld, heeft deze vernietiging tot gevolg dat het voorwerp van het beroep is teloorgegaan. Het teloorgaan van het voorwerp van het beroep is derhalve uitsluitend aan de verwerende partij toe te schrijven. In deze omstandigheden kan verzoeker worden beschouwd als een “in het gelijk gestelde partij” in de zin van artikel 30/1, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. In de gegeven omstandigheden past het de kosten, met inbegrip van een rechtsplegingsvergoeding, ten laste van de verwerende partij te leggen. BESLISSING 1.De Raad van State verwerpt het beroep.
  14. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 48 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 924 euro, die verschuldigd is aan verzoeker.
  15. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoeker niet bekendgemaakt. XII-9560-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op twintig december tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Chantal Bamps, kamervoorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Chantal Bamps XII-9560-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.845 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.569 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.