← België

Cassatiebeschikking 15785 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 11/03/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 11 maart 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ORD.15.785 Rolnummer: A. 241185/VII-42392 Zaak: Cassatiebeschikking 15785 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 11/03/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-03-12 Raadplegingen: 94 - laatst gezien 2026-06-11 05:03 Fiche Beschikking nr 15.785 van 11 maart 2024 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 15.785 van 11 maart 2024 in de zaak A. 241.185/VII-42.392 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marlies Van Den Bruel kantoor houdend te 2300 Turnhout Wouwerstraat 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 8 februari 2024, strekt tot de cassatie van arrest nr. 300.429 van 23 januari 2024 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 27 februari 2024 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. De wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’ is niet van toepassing op jurisdictionele beroepen zoals het bestreden arrest, waarmee te dezen uitspraak is gedaan met hervormingsbevoegdheid over een beroep tegen de weigering van de vluchtelingenstatus en de subsidiaire beschermingsstatus. Bovendien blijkt verzoeker in de uiteenzetting van het middel in wezen VII-42.392-1/3 een nieuwe beoordeling van de zaak zelf te vragen, waarvoor de Raad van State als cassatierechter niet bevoegd is.
  2. Verzoeker acht artikel 3 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, ondertekend te Rome op 4 juni 1950 (hierna: EVRM) geschonden omdat “[d]e algemene situatie in Afghanistan […] geheel [wordt] ondermijnd in de beslissingen” en door “Afghanen in de huidige situatie [te] laten terugkeren naar Afghanistan”. Met het bestreden arrest wordt geen uitspraak gedaan over een verwijderingsmaatregel. In de mate dat de inhoud van artikel 3 van het EVRM overeenstemt met artikel 48/4 van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’, beperkt verzoeker zich tot een algemene stelling waarmee hij geen schending aantoont van de voornoemde verdragsbepaling.
  3. Het enige middel is, voor zover ontvankelijk, kennelijk ongegrond. BESLUIT:
  4. Het cassatieberoep is niet toelaatbaar.
  5. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op 11 maart 2024, door: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Bryan Geerts, toegevoegd griffier. De griffier De voorzitter VII-42.392-2/3 Bryan Geerts Carlo Adams VII-42.392-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ORD.15.785 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.