← België

Cassatiebeschikking 15807 - Polders en Wateringen - 26/03/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 26 maart 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ORD.15.807 Rolnummer: A. 241370/X-18603 Zaak: Cassatiebeschikking 15807 - Polders en Wateringen - 26/03/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-03-29 Raadplegingen: 113 - laatst gezien 2026-06-12 19:40 Fiche Beschikking nr 15.807 van 26 maart 2024 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Polders en Wateringen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING INZAKE DE TOELAATBAARHEID VAN EEN CASSATIEBEROEP nr. 15.807 van 26 maart 2024 in de zaak A. 241.370/X-18.603 In zake : I.R. woonplaats kiezend te tegen : de WATERING DE LIEVE -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep Het administratief cassatieberoep, ingesteld op 26 februari 2024, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissingen gewezen onder 2 en 5 door de Deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen op 21/12/2023”. II. Verloop van de rechtspleging Er is toepassing gemaakt van artikel 20, § 2 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State. Het dossier van de zaak is op 18 maart 2024 ontvangen. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. X-18.603-1/2 III. Toelaatbaarheid 3.
  2. Op 21 december 2023 beslist de deputatie van de provincieraad van de provincie Oost-Vlaanderen over het bezwaarschrift van verzoeker tegen de lijst der stemgerechtigden voor de algemene vergadering van de Watering de Lieve in
  3. Zoals de deputatie in de uitspraak aangeeft, treedt zij in de zaak op als administratief rechtscollege. Zij verwerpt de middelen 2 en
  4. 3.
  5. Ten onrechte kwalificeert verzoeker zijn beroep als een beroep “overeenkomstig artikel 14 § 1 van de gecoördineerde Wet op de Raad van State”. Het beroep is integendeel op te vatten als een beroep in de zin van artikel 14, § 2, van de Raad van State-wet, te weten een cassatieberoep tegen een door een administratief rechtscollege in laatste aanleg gewezen beslissing in betwiste zaken. 4.
  6. Naar eis van artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’, moet het verzoekschrift waarbij cassatieberoep wordt ingesteld, worden ingediend de dertigste dag na de kennisgeving van de bestreden beslissing. Die kennisgeving is te dezen gebeurd met een aangetekende zending die op 2 januari 2024 is verstuurd. 4.
  7. Toch is het cassatieberoep niet te laat. Gelet op artikel 19, tweede lid, van de Raad van State-wet neemt immers de verjaringstermijn voor de cassatieberoepen bedoeld in artikel 14, § 2, alleen een aanvang op voorwaarde dat de kennisgeving door het administratief rechtscollege het bestaan van het cassatieberoep vermeldt, alsmede de in acht te nemen vormvoorschriften en termijn vermeldt. Als hieraan niet voldaan wordt, dan neemt de verjaringstermijn pas een aanvang vier maanden nadat de in laatste aanleg gewezen beslissing in betwiste zaken ter kennis werd gebracht aan de betrokken partijen. Het blijkt niet dat bij de kennisgeving van de bestreden beslissing melding is gemaakt van het bestaan van een cassatieberoep, en de daarbij te eerbiedigen vormvoorschriften en X-18.603-2/2 termijn. 5.
  8. Artikel 19, vierde lid, van de Raad van State-wet schrijft voor dat een cassatieberoep niet kan worden ingediend zonder de bijstand van een advocaat, die het verzoekschrift moet ondertekenen. Deze verplichting beoogt “het aantal ongepaste voorzieningen op adequate wijze te beperken” en heet gerechtvaardigd te zijn door de specificiteit van het administratief cassatieberoep (Parl.St. Kamer 2005-2006, nr. 2479/1, 33). 5.
  9. Het verzoekschrift is niet ingediend met de bijstand van een advocaat die het heeft ondertekend. Het is kennelijk niet ontvankelijk. Wel is er reden om de kosten niet ten laste van verzoeker te leggen. De deputatie liet, zoals sub 4.2 gezien, bij de kennisgeving van haar beslissing na om van het voorschrift melding te maken. BESLISSING
  10. Het cassatieberoep is niet toelaatbaar.
  11. Het Vlaamse Gewest wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 24 euro. X-18.603-3/2 Aldus te Brussel verleend, op 26 maart 2024, door : Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-18.603-4/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ORD.15.807 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.