id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 02 mei 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ORD.15.840 Rolnummer: A. 241367/VII-42421 Zaak: Cassatiebeschikking 15840 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 02/05/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-05-03 Raadplegingen: 142 - laatst gezien 2026-06-07 05:21 Versie(s): Vertaling FR Fiche Beschikking nr 15.840 van 2 mei 2024 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 15.840 van 2 mei 2024 in de zaak A. 241.367/VII-42.421 In zake :
- XXXXX
- XXXXX
- XXXXX wonende te XXXXX XXXXX alwaar keuze van woonst wordt gedaan bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marc Sampermans kantoor houdend te 3500 Hasselt Koningin Astridlaan 46 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Asiel en Migratie ------------------------------------------------------------------------------------------------------------ Het cassatieberoep, ingesteld op 21 februari 2024, strekt tot de cassatie van arrest nr. 300.268 van 18 januari 2024 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 12 april 2024 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- De artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’ zijn als dusdanig niet van toepassing op jurisdictionele beslissingen zoals het bestreden arrest. De verzoekende VII-42.421-1/3 partijen kunnen dan ook geen schending van deze bepalingen inroepen omdat het bestreden arrest geen voldoende motivering zou bevatten. Verder heeft de kritiek op de motieven van de voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen aangevochten beslissing van de verwerende partij geen betrekking op het bestreden arrest.
- Ook de algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn niet van toepassing op jurisdictionele beslissingen zoals het bestreden arrest. De kritiek van de verzoekende partijen dat de verwerende partij in haar beslissing de zorgvuldigheidsplicht wel degelijk zou hebben geschonden en dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen dit had moeten vaststellen, heeft hetzij geen betrekking op het bestreden arrest, hetzij betrekking op de beoordeling van de zaak zelf, waarvoor de Raad van State als cassatierechter echter niet bevoegd is.
- Tot slot is de verwijzing door de verzoekende partijen naar een arrest van de Raad van State waarmee in 2009 een omzendbrief van de verwerende partij werd vernietigd, niet relevant voor de beoordeling van de wettigheid van het bestreden arrest.
- Het enige middel is, voor zover ontvankelijk, kennelijk ongegrond. BESLUIT:
- Het cassatieberoep is niet toelaatbaar.
- De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 600 euro, elk voor een derde, en een bijdrage van 24 euro. VII-42.421-2/3 Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op twee mei tweeduizend vierentwintig door: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Bryan Geerts, toegevoegd griffier. De griffier De voorzitter Bryan Geerts Carlo Adams VII-42.421-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ORD.15.840 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.