← België

Cassatiebeschikking 15944 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 11/07/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 11 juli 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ORD.15.944 Rolnummer: A. 241980/VII-42532 Zaak: Cassatiebeschikking 15944 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 11/07/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-07-12 Raadplegingen: 95 - laatst gezien 2026-06-05 13:01 Fiche Beschikking nr 15.944 van 11 juli 2024 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 15.944 van 11 juli 2024 in de zaak A. 241.980/VII-42.532 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Zouhaier Chihaoui kantoor houdend te 1083 Ganshoren Landsroemlaan 40 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 22 mei 2024, strekt tot de cassatie van arrest nr. 306.260 van 8 mei 2024 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 4 juni 2024 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen verwijst voor de beoordeling van de nood aan subsidiaire bescherming op grond van artikel 48/4, § 2, c), van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’ (hierna: vreemdelingenwet) “naar de omstandige motivering in de bestreden beslissing en de beschikbare landeninformatie zoals deze geciteerd in de bestreden beslissing”. Die beoordeling in het bestreden arrest, in navolging van de daaraan voorafgaande beslissing van de verwerende partij, houdt niet in dat VII-42.532-1/3 de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de door verzoeker aangebrachte informatie niet in zijn beoordeling zou hebben betrokken noch dat hij in strijd met artikel 48/6, § 5, a), van de vreemdelingenwet de taak om “alle relevante feiten in verband met het land van herkomst op het tijdstip waarop een beslissing inzake het verzoek wordt genomen” bij te brengen ten laste van verzoeker zou hebben gelegd en niet ten laste van de asielinstanties.
  2. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen heeft de door verzoeker bijgebrachte informatie van ACLED betreffende een risico op gewelddadige escalatie en binnenlandse onrust in de Koerdische regio wel degelijk in zijn beoordeling betrokken doch hij oordeelt dienaangaande “dat verzoeker als dusdanig geen concrete persoonlijke omstandigheden uiteenzet die volgens hem het risico om slachtoffer van willekeurig geweld te worden verhogen”. Met enkel de herhaling van zijn voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen aangevoerde kritiek toont verzoeker geen schending aan van artikel 48/4, § 2, c), of artikel 48/6, § 5, a), van de vreemdelingenwet. Dergelijke schending volgt evenmin uit het feit dat de informatie waarnaar verzoeker verwijst van recentere datum is dan de bronnen waarop het bestreden arrest is gesteund.
  3. Het enige middel is kennelijk ongegrond. BESLUIT:
  4. Het cassatieberoep is niet toelaatbaar.
  5. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. VII-42.532-2/3 Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op elf juli tweeduizend vierentwintig, door: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Bryan Geerts, toegevoegd griffier. De griffier De voorzitter Bryan Geerts Carlo Adams VII-42.532-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ORD.15.944 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.