id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 12 juli 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ORD.15.950 Rolnummer: A. 241471/VII-42443 Zaak: Cassatiebeschikking 15950 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 12/07/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-07-16 Raadplegingen: 103 - laatst gezien 2026-06-05 12:31 Fiche Beschikking nr 15.950 van 12 juli 2024 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 15.950 van 12 juli 2024 in de zaak A. 241.471/VII-42.443 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jonathan Waldmann kantoor houdend te 4000 Luik Rue Paul Devaux 2 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 18 maart 2024, strekt tot de cassatie van arrest nr. 301.673 van 16 februari 2024 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 14 juni 2024 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- Verzoeker voert over het al dan niet voorhanden zijn van voldoende informatie over de toestand in Afghanistan in essentie aan dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen “geen verdere uitleg [geeft] en […] [zijn] stelling niet [motiveert], terwijl dit de kern van het betoog van verzoeker betreft”. Verder zou de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen verzoekers grieven over het geweld in Afghanistan, uiteengezet in punt 6.3.2.
- van het beroepschrift, niet beantwoorden. Verzoeker stelt “dat er geen afweging en onderzoek van de argumenten van verzoeker heeft plaatsgevonden en dat VII-42.443-1/5 de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen zich zonder rekening te houden met de aangehaalde argumenten volledig bij de motieven van de aanvankelijk bestreden beslissing aansluit”.
- De door artikel 149 van de Grondwet aan de rechter en door artikel 39/65 van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’ (hierna: vreemdelingenwet) aan de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen opgelegde jurisdictionele motiveringsplicht heeft het karakter van een vormvereiste. Een uitspraak is gemotiveerd in de zin van de voornoemde bepaling wanneer de rechter duidelijk en ondubbelzinnig de redenen uiteenzet die hem ertoe brengen die beslissing te nemen. Om te voldoen aan de jurisdictionele motiveringsplicht is het niet relevant of die motieven in rechte of in feite juist zijn. Alleen een gemis aan motivering of daarmee gelijkgestelde gevallen, zoals tegenstrijdigheid in de motieven, maken een schending uit van de voornoemde bepalingen. Wanneer de motivering een verkeerde gevolgtrekking in rechte maakt, kan dit een schending van de wet uitmaken, maar is er nog geen sprake van een motiveringsgebrek. De rechterlijke motiveringsverplichting houdt niet in dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen moet antwoorden op elk argument dat tot staving of weerlegging van een middel is aangevoerd, maar dat geen afzonderlijk middel of afzonderlijke weerlegging vormt.
- De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen antwoordt in punt 2.4.
- van het bestreden arrest eerst in het algemeen op verzoekers kritiek over een voorgehouden gebrek aan objectieve en betrouwbare informatie over de situatie in Afghanistan. Hij stelt weliswaar vast dat in vergelijking met de periode voor de machtsovername door de taliban “heden mindere gedetailleerde en betrouwbare informatie over de situatie in Afghanistan voorhanden is” doch hij vervolgt dat de berichtgeving niet is gestopt, dat tal van bronnen nog beschikbaar zijn en dat er nieuwe zijn verschenen, en dat het gaat om informatie afkomstig van gezaghebbende experten, analisten en (internationale) instellingen. Hij wijst ook op de actualisatie van de landeninformatie in de aanvullende nota van de verwerende partij. Nog met betrekking tot recente informatie overweegt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen: “Waar verzoekende partij in haar aanvullende nota nog voorhoudt dat in de praktijk zowel een gedwongen als een vrijwillige terugkeer naar Afghanistan quasi onmogelijk is, maakt zij niet duidelijk op welke manier dit van invloed kan zijn op de beoordeling inzake de nood aan bescherming in de zin van de artikelen 48/3 en 48/4 van de vreemdelingenwet, dit nog daargelaten de vaststelling dat, anders dan wat verzoekende partij voorhoudt, uit de beschikbare landeninformatie wel degelijk blijkt dat men vrijwillig via dagelijkse vluchten met tussenstops vanuit West-Europa naar de VII-42.443-2/5 internationale luchthaven van Kaboel kan vliegen en dat de dienst vreemdelingenzaken sinds februari 2023 vrijwillige terugkeer naar Afghanistan ondersteunt (EUAA Afghanistan Country Focus, december 2023, p. 96 e.v.; COI Focus Afghanistan, Migratiebewegingen van Afghanen sinds de machtsovername door de taliban, december 2023, p. 28). In zoverre zij haar betoog desbetreffend linkt aan het volgens haar duidelijke gebrek aan informatie over terugkeerders uit het Westen, herhaalt de Raad dat uit de beschikbare informatie afdoende blijkt dat er wel degelijk sprake is van vrijwillige terugkeerders uit het Westen: ‘There have been some reports about Afghans returning voluntarily to Afghanistan, to relocate there, for business, to visit family and go on holiday – including from Europe and the US.’ (EUAA Afghanistan Country Focus, december 2023, p. 96). Lezing van de beschikbare informatie desbetreffend laat wel degelijk toe een gedegen inschatting te maken van de situatie in het land en regio van herkomst van verzoekende partij, met inbegrip van de situatie van terugkeerders uit het Westen.” Uit het voorgaande blijkt dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen wel degelijk verzoekers kritiek beantwoordt als zou er onvoldoende actuele informatie beschikbaar zijn over de toestand in Afghanistan.
- Wat de specifieke beoordeling in het licht van artikel 48/4, § 2, c), van de vreemdelingenwet betreft, overweegt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen: “Door de commissaris-generaal wordt er in dit verband op gewezen, en omstandig gemotiveerd, dat, na grondige analyse van de beschikbare informatie, er actueel geen aanwijzingen zijn dat er in Afghanistan een situatie zou bestaan waarbij een burger louter door zijn aanwezigheid in het land een reëel risico zou lopen om blootgesteld te worden aan een ernstige bedreiging van zijn leven of zijn persoon in de zin van artikel 48/4, § 2, c) van de vreemdelingenwet. Immers blijkt dat sedert de machtsovername door de taliban het conflict-gerelateerde geweld dat voorheen plaatsvond in Afghanistan en het aantal burgerslachtoffers sterk is afgenomen, dat het willekeurig geweld aldaar significant is gedaald, dat het geweld dat er actueel nog plaatsvindt voornamelijk doelgericht van aard is en slechts een beperkte impact heeft op burgers en dat burgers er nu in relatieve vrede kunnen leven. Ook de wegen werden significant veiliger, waardoor burgers zich veiliger over de weg kunnen verplaatsen. Voorts vond er een gevoelige daling plaats in het aantal interne ontheemden, is ontheemding ten gevolge het conflict vrijwel volledig gestopt en keerden veel interne ontheemden gelet op de stabielere veiligheidssituatie terug naar hun regio. De verbeterde veiligheidssituatie heeft verder tot gevolg dat meer regio’s dan vroeger toegankelijk zijn. De Raad herhaalt te dezen dat, gelet op de actualisatie van de landeninformatie door verwerende partij, verzoekende partij ook hier niet dienstig kan voorhouden dat er sprake is van een gebrek aan actuele en objectieve informatie. Er is actueel wel degelijk voldoende informatie voorhanden om de nood aan internationale bescherming zowel op grond van artikel 48/3 als op grond van artikel 48/4 van de vreemdelingenwet te analyseren. De informatie die verzoekende partij aanbrengt, is bovendien dezelfde, of ligt minstens in lijn, met deze waarop voormelde analyse van de veiligheidssituatie is gestoeld. Aangezien er nu wel degelijk voldoende informatie VII-42.443-3/5 voorligt over de huidige (veiligheids)situatie in Afghanistan, kan verzoekende partij ook hier niet dienstig verwijzen naar ’s Raads arrest nr. 270 813 van 31 maart
- Zij het er bovendien nog op gewezen dat de door verwerende partij gedane analyse van de veiligheidssituatie in Afghanistan tevens bevestiging vindt in de informatie die verwerende partij thans per aanvullende nota bijbrengt (zie rechtsplegingsdossier, […]). In casu zijn er evenmin concrete elementen voorhanden die erop wijzen dat er in hoofde van verzoekende partij persoonlijke omstandigheden bestaan die ertoe leiden dat zij een verhoogd risico loopt om het slachtoffer te worden van willekeurig geweld.” Met de voormelde motivering, waarbij onder meer wordt verwezen naar landeninformatie die dateert van december 2023, geeft de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen duidelijk aan dat en op welke gronden hij van oordeel is dat bij een terugkeer naar Afghanistan geen reëel risico bestaat op ernstige bedreiging van het leven of de persoon van een burger als gevolg van willekeurig geweld in het geval van een internationaal of binnenlands gewapend conflict. Het is hiertoe niet vereist dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen op ieder door verzoeker aangehaald individueel geval van geweld in Afghanistan ingaat, vermits als dusdanig niet wordt betwist dat er wel degelijk geweld voorkomt. Uit het voorgaande blijkt ook dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in antwoord op verzoekers kritiek een eigen motivering ontwikkelt die niet is beperkt tot het verwijzen naar de beslissing van de verwerende partij, zoals verzoeker voorhoudt.
- Verzoeker toont geen schending aan van de in artikel 149 van de Grondwet en artikel 39/65 van de vreemdelingenwet vervatte jurisdictionele motiveringsplicht. Het enige middel is kennelijk ongegrond. BESLUIT:
- Het cassatieberoep is niet toelaatbaar.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. VII-42.443-4/5 Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op twaalf juli tweeduizend vierentwintig, door: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Bryan Geerts, toegevoegd griffier. De griffier De voorzitter Bryan Geerts Carlo Adams VII-42.443-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ORD.15.950 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div