id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 26 augustus 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ORD.15.962 Rolnummer: A. 242606/VII-42607 Zaak: Cassatiebeschikking 15962 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 26/08/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-08-28 Raadplegingen: 85 - laatst gezien 2026-06-17 05:34 Fiche Beschikking nr 15.962 van 26 augustus 2024 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 15.962 van 26 augustus 2024 in de zaak A. 242.606/VII-42.607 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk Geens kantoor houdend te 2018 Antwerpen Lange Lozanastraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 29 juli 2024, strekt tot de cassatie van arrest nr. 309.113 van 28 juni 2024 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 13 augustus 2024 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- Verzoeker laat in essentie gelden dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen een beoordeling heeft gemaakt van de door verzoeker aangehaalde persoonlijke omstandigheden die voor hem het risico op ernstige schade in de zin van artikel 48/4, § 2, c), van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’ (hierna: vreemdelingenwet) zouden verhogen, enkel op basis van het beroepschrift doch zonder VII-42.607-1/3 rekening te houden met de in verzoekers aanvullende nota van 23 juni (lees: mei) 2024 uitgewerkte elementen.
- In het bestreden arrest wordt vermeld dat verzoeker bij zijn aanvullende nota van 23 mei 2024 deelcertificaten van zijn Nederlandse lessen, een e-mail over zijn studieresultaten, een fiscale fiche, formulieren C4 en zijn individuele rekening van 2023 heeft gevoegd. Verder wordt in het bestreden arrest overwogen: “Er dient echter te worden opgemerkt dat verzoeker geen persoonlijke omstandigheden aantoont die voor hem het risico op ernstige schade in de zin van artikel 48/4, § 2, c), van de Vreemdelingenwet verhogen. Verzoeker wijst in zijn verzoekschrift weliswaar op zijn langdurig verblijf in het buitenland –en in het bijzonder Europa – en stelt dat hij door zijn jarenlange afwezigheid uit Afghanistan geen ervaring of kennis meer heeft over hoe hij zich dient te gedragen in deze (sterk veranderde) samenleving. Ook benadrukt hij dat hij verwesterd is en meent hij dat dit een persoonlijke omstandigheid is die het risico verhoogd om slachtoffer te worden van willekeurig geweld. De Raad ziet evenwel niet in in welk opzicht de perceptie verwesterd ta zijn ertoe leidt dat het risico om het slachtoffer te worden van een ernstige bedreiging als gevolg van willekeurig geweld groter wordt. Bovendien is verzoeker een volwassen men van ongeveer 27 jaar die verklaart nog contact te hebben met zijn ouders en dorpelingen in Afghanistan, zodat kan worden aangenomen dat hij zich bij zijn familie en dorpelingen kan informeren over de situatie in zijn regio van herkomst. Door gewag te maken van zijn jarenlange afwezigheid uit Afghanistan toont hij aldus niet aan dat er sprake is van een verhoogde kwetsbaarheid waardoor hij in vergelijking met andere burgers in Kapisa over minder weerbaarheid zou beschikken om zich aldaar te beschermen of, indien nodig, deze bescherming te verkrijgen. Tot slot herhaalt de Raad dat verzoeker niet aannemelijk maakt dat hij bij terugkeer naar Afghanistan gezien zal worden als zijnde 'besmet' door de westerse waarden en als iemand die de sociale normen niet respecteert. Nu verzoeker niet aannemelijk maakt dat hij bij een terugkeer als verwesterd gepercipieerd zal worden, kan er evenmin worden aangenomen dat hij hierdoor een verhoogd risico zou lopen om het slachtoffer te worden van willekeurig geweld. Deze elementen kunnen dus niet aanvaard worden als persoonlijke omstandigheden waardoor hij bij een terugkeer naar zijn regio van herkomst een reëel risico zou lopen op een ernstige bedreiging van zijn leven of vrijheid.”
- In verzoekers aanvullende nota van 23 mei 2024 worden als persoonlijke omstandigheden die het risico op ernstige schade in de zin van artikel 48/4, § 2, c), van de vreemdelingenwet zouden verhogen zijn langdurig verblijf in Europa, zijn verwestering en zijn gebrek aan kennis hoe zich te gedragen in de (sterk veranderde) samenleving in Afghanistan aangehaald. Verzoeker toont niet aan dat bepaalde – en welke – persoonlijke elementen uit zijn aanvullende nota niet of onvoldoende in de bovenstaande beoordeling van het bestreden arrest zouden zijn betrokken. Het feit dat verzoekers aanvullende nota niet VII-42.607-2/3 uitdrukkelijk word vermeld in de concrete beoordeling van de aangevoerde persoonlijke omstandigheden, volstaat niet om tot een motiveringsgebrek of een schending van artikel 48/4, § 2, c), van de vreemdelingenwet te besluiten.
- Het enige middel is kennelijk ongegrond. BESLUIT:
- Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op zesentwintig augustus tweeduizend vierentwintig, door: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Carlo Adams VII-42.607-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ORD.15.962 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div