← België

Cassatiebeschikking 15996 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 10/09/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 10 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ORD.15.996 Rolnummer: A. 242161/VII-42553 Zaak: Cassatiebeschikking 15996 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 10/09/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-09-11 Raadplegingen: 78 - laatst gezien 2026-06-17 05:24 Fiche Beschikking nr 15.996 van 10 september 2024 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN CASSATIE nr. 15.996 van 10 september 2024 in de zaak A. 242.161/VII-42.553 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Steven De Coster kantoor houdend te 2000 Antwerpen Amerikalei 31 bij wie woonplaats wordt gekozen mede inzake : - het VLAAMSE GEWEST -------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 13 juni 2024, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. HHC-M-2223-0038 van het Handhavingscollege van 23 maart 2023 in de zaak 2122-HHC-0046-M. Het dossier van de zaak is op 20 augustus 2024 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. Het bestreden arrest werd met een aangetekend schrijven van 27 maart 2023 aan verzoekster betekend. Het wordt niet betwist dat zij dit schrijven op 29 maart 2023 heeft ontvangen. Uit het administratief dossier blijkt dat de begeleidende brief met beroepsmogelijkheden het adres van de Raad van State correct heeft weergegeven. Verzoekster voert aan dat zij de termijn voor het indienen van een cassatieberoep niet heeft VII-42.553-1/2 gerespecteerd omdat haar initieel ingediend verzoekschrift door de diensten van Bpost niet werd afgeleverd omdat zij een verkeerde postcode had gebruikt. Een materiële misslag van een verzoekende partij is geen situatie van overmacht die toelaat dat een cassatieberoep wordt ingediend buiten de termijn van 30 dagen die is voorzien in het voornoemde koninklijk besluit van 30 november
  2. Het cassatieberoep is laattijdig en derhalve kennelijk niet-ontvankelijk. BESLISSING
  3. Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
  4. Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. Deze beschikking is, na beraad, te Brussel uitgesproken, op tien september tweeduizend vierentwintig, door : Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier, De voorzitter, Bart Tettelin Carlo Adams VII-42.553-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ORD.15.996 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.