← België

Cassatiebeschikking 16029 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 18/09/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 18 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ORD.16.029 Rolnummer: A. 242545/VII-42597 Zaak: Cassatiebeschikking 16029 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 18/09/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-09-20 Raadplegingen: 79 - laatst gezien 2026-06-17 05:21 Fiche Beschikking nr 16.029 van 18 september 2024 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 16.029 van 18 september 2024 in de zaak A. 242.545/VII-42.597 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jonathan Waldmann kantoor houdend te 4000 Luik Rue Paul Devaux 2 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 22 juli 2024, strekt tot de cassatie van arrest nr. 308.496 van 18 juni 2024 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 13 augustus 2024 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. Noch de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’, noch de materiëlemotiveringsplicht en de zorgvuldigheidsplicht als algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn van toepassing op jurisdictionele beslissingen zoals het bestreden arrest, waarmee te dezen uitspraak met hervormingsbevoegdheid is gedaan. VII-42.597-1/5 Het enige middel is in die mate kennelijk niet ontvankelijk.
  2. Verzoeker voert over het al dan niet voorhanden zijn van voldoende informatie over de toestand in Afghanistan in essentie aan dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen “geen of alleszins niet afdoende uitleg [geeft] en […] haar stelling niet [motiveert], terwijl dit de kern van het betoog van verzoeker betreft”. Verder zou de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen verzoekers grieven, uiteengezet in punt 6.2.3 van het beroepschrift en verder in de aanvullende nota van 23 april 2024, niet beantwoorden. Verzoeker stelt “dat er geen afweging en onderzoek van de argumenten van verzoeker die door verzoeker werden aangehaald in het verzoekschrift en de aanvullende nota heeft plaatsgevonden en dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen zich zonder verdere motivering volledig bij de motieven van de aanvankelijk bestreden beslissing aansluit”.
  3. De door artikel 149 van de Grondwet aan de rechter en door artikel 39/65 van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’ (hierna: vreemdelingenwet) aan de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen opgelegde jurisdictionele motiveringsplicht heeft het karakter van een vormvereiste. Een uitspraak is gemotiveerd in de zin van de voornoemde bepaling wanneer de rechter duidelijk en ondubbelzinnig de redenen uiteenzet die hem ertoe brengen die beslissing te nemen. Om te voldoen aan de jurisdictionele motiveringsplicht is het niet relevant of die motieven in rechte of in feite juist zijn. Alleen een gemis aan motivering of daarmee gelijkgestelde gevallen, zoals tegenstrijdigheid in de motieven, maken een schending uit van de voornoemde bepalingen. Wanneer de motivering een verkeerde gevolgtrekking in rechte maakt, kan dit een schending van de wet uitmaken, maar is er nog geen sprake van een motiveringsgebrek. De rechterlijke motiveringsverplichting houdt niet in dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen moet antwoorden op elk argument dat tot staving of weerlegging van een middel is aangevoerd, maar dat geen afzonderlijk middel of afzonderlijke weerlegging vormt.
  4. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen verwijst in punt 3.2.
  5. van het bestreden arrest naar de bij de aanvullende nota van de verwerende partij gevoegde geüpdatete informatie, waaronder een COI Focus Afghanistan van 14 december 2023, een rapport van UNAMA van juni 2023 en een Country Focus van het EUAA over Afghanistan van december
  6. Hij vermeldt in punt 3.2.
  7. ook verzoekers aanvullende nota van 23 april
  8. VII-42.597-2/5 In punt 3.3.6.7.
  9. van het bestreden arrest gaat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in op het door verzoeker voorgehouden gevaar ingevolge (gepercipieerde) verwestering bij een terugkeer naar Afghanistan. Hierbij steunt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen zich ook op de recentste informatie uit de bij de aanvullende nota van de verwerende partij gevoegde landeninformatie betreffende de algemene situatie in Afghanistan. In punt 3.3.6.7.
  10. van het bestreden arrest beantwoordt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen uitdrukkelijk de kritiek uit verzoekers aanvullende nota van 23 april 2024 betreffende het voorhanden zijn van (al dan niet voldoende) informatie over Afghanistan om het verzoek tot internationale bescherming te kunnen beoordelen. In punt 3.3.6.7.
  11. van het bestreden arrest het voorgehouden risico voor verzoeker bij een terugkeer naar Afghanistan ingevolge zijn verblijf in het Westen. Hij gaat hierbij uitgebreid en concreet in op de door verzoeker aangevoerde elementen, ook uit de aanvullende nota van 23 april
  12. In punt 3.3.7.
  13. van het bestreden arrest beoordeelt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen omstandig de door verzoeker voorgehouden situatie van geweld in Afghanistan. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen steunt zich hierbij onder meer op de door de verwerende partij bij haar aanvullende nota gevoegde informatie. In antwoord op verzoekers commentaar op die landeninformatie in zijn aanvullende nota van 23 april 2024, overweegt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen: “Verzoeker brengt geen informatie bij die een ander licht kan werpen op de voorgaande analyse en de geactualiseerde landeninformatie, zoals aangebracht door de commissaris-generaal op 11 april 2024 neergelegde aanvullende nota. De informatie waarnaar verzoeker verwijst, is dezelfde als, of ligt minstens in lijn met, deze waarop voormelde analyse van de veiligheidssituatie is gestoeld. Door louter de uitdagingen bij het verzamelen van informatie en mogelijke onderrapportering van het aantal geweldsincidenten door bronnen ter plaatse te benadrukken, daarbij onder meer verwijzend naar dezelfde bronnen waarop bovenstaande analyse gebaseerd is, toont verzoeker niet aan dat daaruit de verkeerde conclusies zijn getrokken, rekening houdende met de moeilijkheden inzake het verzamelen van informatie zoals hierboven aangegeven. Waar verzoeker in de aanvullende nota verwijst naar een vernietigingsarrest nr. 297 075 van de Raad van 14 november 2023 in het kader waarvan verzoeker meent dat dezelfde redenering moet worden toegepast op verzoeker, dient te worden onderstreept dat de precedentenwerking niet wordt aanvaard in het Belgische recht en dat er momenteel meer recente info aanwezig is. Verzoeker citeert uit nieuwsberichten, rapporten en richtlijnen, waaruit blijkt dat er in het algemeen in Afghanistan, alsook in verzoekers regio van herkomst, nog steeds sprake is van een volatiele veiligheidssituatie en veiligheidsincidenten. Deze VII-42.597-3/5 informatie over de veiligheidsincidenten ligt in lijn met de door de commissaris- generaal gehanteerde objectieve landeninformatie, waarmee aldus rekening werd gehouden bij de beoordeling van de veiligheidssituatie. Verzoeker toont met deze gegevens evenwel niet aan dat er op heden in de provincie [...] alsnog een situatie van willekeurig geweld voorhanden is die van die aard is dat hij louter omwille van zijn aanwezigheid aldaar een reëel risico zou lopen op ernstige schade. De Raad herhaalt nogmaals dat de kritiek van verzoeker op de gebruikte landeninformatie niet volstaat. Zoals hierboven reeds werd gesteld, is de Raad zich ervan bewust dat de machtsovername door de taliban een impact heeft gehad op de aanwezigheid van bronnen in het land en op de mogelijkheid om verslag uit te brengen, maar oordeelt hij dat er wel degelijk voldoende informatie voorhanden is om de nood aan internationale bescherming op grond van artikel 48/4 van de Vreemdelingenwet te analyseren. Er dient echter te worden opgemerkt dat verzoeker geen persoonlijke omstandigheden aantoont die voor hem het risico op ernstige schade in de zin van artikel 48/4, § 2, c), van de Vreemdelingenwet verhogen.” Uit het voorgaande blijkt dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de kritiek uit verzoekers aanvullende nota wel degelijk in overweging neemt, zodat hij zich niet beperkt tot het verwijzen naar het verweer van de verwerende partij, zoals verzoeker voorhoudt. Verzoeker geeft niet concreet aan hoe en toont derhalve niet aan dat de motivering van het bestreden arrest wat dat betreft zou tekortschieten.
  14. Verzoeker toont geen schending aan van de in artikel 149 van de Grondwet en artikel 39/65 van de vreemdelingenwet vervatte jurisdictionele motiveringsplicht. Het enige middel is in die mate kennelijk ongegrond. BESLUIT:
  15. Het cassatieberoep is niet toelaatbaar.
  16. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. VII-42.597-4/5 Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op achttien september tweeduizend vierentwintig, door: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Bryan Geerts, toegevoegd griffier. De griffier De voorzitter Bryan Geerts Carlo Adams VII-42.597-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ORD.16.029 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.