id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 19 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ORD.16.030 Rolnummer: A. 242312/VII-42570 Zaak: Cassatiebeschikking 16030 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 19/09/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-09-20 Raadplegingen: 90 - laatst gezien 2026-06-17 05:21 Fiche Beschikking nr 16.030 van 19 september 2024 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 16.030 van 19 september 2024 in de zaak A. 242.312/VII-42.570 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Piet Heyvaert kantoor houdend te 1060 Brussel Berckmansstraat 89 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 28 juni 2024, strekt tot de cassatie van arrest nr. 307.238 van 27 mei 2024 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 12 juli 2024 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- Verzoeker werpt in een enig middel een schending op van artikel 48/6 van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’ (hierna: vreemdelingenwet) iuncto artikel 4.1 van richtlijn 2011/95/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 ‘inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, VII-42.570-1/4 en voor de inhoud van de verleende bescherming (herschikking)’ omdat “in casu ook een usb-stick, die video’s en spraakberichten [bevat] met betrekking tot elementen die ter staving van het verzoek om internationale bescherming van verzoeker neergelegd worden, als documentatie of stukken in de zin van deze bepalingen beschouwd [dient] te worden”.
- De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen oordeelt dienaangaande in het bestreden arrest: “Waar verzoeker beëdigde vertalingen bijbrengt van verschillende Whatsapp (spraak)berichten en video’s die verzoeker tevens via een usb-stick wou aanbrengen ter terechtzitting, wordt vooreerst aangestipt dat, zoals ook werd opgemerkt ter terechtzitting, de procedure bij de Raad overeenkomstig artikel 39/60 van de Vreemdelingenwet schriftelijk is. Een usb-stick kan niet aanzien worden als een geschrift of schriftelijk stuk. De Vreemdelingenwet, noch het koninklijk besluit van 21 december 2006 ‘houdende de rechtspleging voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen’ voorziet in de mogelijkheid tot het bijbrengen van andere stukken dan schriftelijke stukken, zoals usb-sticks. De Raad stelt tevens vast dat wanneer hij na de terechtzitting en tijdens het beraad de usb-stick op een veilige manier zou openen en bekijken, de rechten van verdediging van verweerder zouden worden geschaad. Verweerder is dan immers in de onmogelijkheid om op afdoende wijze kennis te nemen van de inhoud van de usb-stick zodat zij in de onmogelijkheid is om hierop opmerkingen te laten gelden. Bovendien dient te worden gewezen op het feit dat de usb-stick een computervirus kan bevatten dat zich na consultatie door de Raad op de computer of het netwerk van de Raad kan verspreiden. Hoe dan ook, stelt de Raad, die wel kennis kan nemen van de bijgebrachte transcripties en beëdigde vertalingen ervan, vast dat aan deze stukken die volgens verzoeker aantonen dat zijn broer B. (waarvan hij tevens middels zijn aanvullende nota foto’s bijbrengt) recent werd gearresteerd door de taliban geen afdoende objectieve bewijswaarde kan toegekend worden daar zij eenvoudig kunnen geënsceneerd worden en zij geen garantie bieden over de authenticiteit noch kunnen ze worden geverifieerd, te meer deze video’s en berichten voortbouwen op de ongeloofwaardig bevonden problemen met de taliban en op het ongeloofwaardig vluchtrelaas waaruit geen internationale beschermingsnood is gebleken. Daarenboven kan via de beëdigde vertalingen van dergelijke berichten en video’s, geenszins de precieze omstandigheden en periode afgeleid worden waarin deze werden gemaakt. Dergelijke video’s en spraakberichten zijn slechts momentopnames en tonen geenszins de concrete omstandigheden aan waarin ze genomen zijn.”
- Verzoeker heeft geen belang bij zijn kritiek dat de usb-stick wel in aanmerking had moeten worden genomen. Uit de bovenstaande motivering van het bestreden arrest blijkt immers dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen “hoe dan ook” kennis heeft genomen van de inhoud ervan via de transcripties en beëdigde vertalingen van de (inhoud van) de video’s en berichten op de usb-stick. Verzoeker voert niet aan dat bepaalde gegevens op de usb-stick daar buiten zouden vallen. VII-42.570-2/4 De beoordeling van de bewijswaarde van de aldus voorgelegde elementen behoort tot de soevereine appreciatiebevoegdheid van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen als feitenrechter. De Raad van State neemt als cassatierechter immers geen kennis van de zaak zelf. Uit die beoordeling in het bestreden arrest blijkt derhalve geen schending van artikel 48/6 van de vreemdelingenwet vermits de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen wel degelijk de aangevoerde elementen heeft beoordeeld.
- Net omdat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de inhoud van de usb-stick aan de hand van de bijgebrachte transcripties en vertalingen heeft beoordeeld, blijkt wat dat betreft evenmin een schending van het door artikel 13 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, ondertekend te Rome op 4 november 1950 (hierna: EVRM) gewaarborgde recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel. Verzoeker voert geen andere elementen aan waaruit een schending van artikel 3 van het EVRM zou blijken dan de voorgaande kritiek die enkel betrekking heeft op het al dan niet beschikken over een daadwerkelijk rechtsmiddel. Deze kritiek heeft geen betrekking op het in artikel 3 van het EVRM voorziene verbod op folteringen of onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen.
- Het enige middel is, voor zover ontvankelijk, kennelijk ongegrond. BESLUIT:
- Het cassatieberoep is niet toelaatbaar.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. VII-42.570-3/4 Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op negentien september tweeduizend vierentwintig, door: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Bryan Geerts, toegevoegd griffier. De griffier De voorzitter Bryan Geerts Carlo Adams VII-42.570-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ORD.16.030 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div