← België

Cassatiebeschikking 16073 - Examens (onderwijs) - 28/10/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 28 oktober 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ORD.16.073 Rolnummer: A. 243002/IX-10553 Zaak: Cassatiebeschikking 16073 - Examens (onderwijs) - 28/10/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-10-30 Raadplegingen: 97 - laatst gezien 2026-06-15 02:54 Fiche Beschikking nr 16.073 van 28 oktober 2024 Onderwijs en cultuur - Examens (onderwijs) Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING INZAKE DE TOELAATBAARHEID VAN EEN CASSATIEBEROEP nr. 16.073 van 28 oktober 2024 in de zaak A 243.002/IX-10.553 In zake : Kimberly MARTENS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Guy Van Hese kantoor houdend te 8940 Wervik Nieuwstraat 38 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de UNIVERSITEIT ANTWERPEN -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het cassatieberoep

  1. Het cassatieberoep, ingesteld op 18 september 2024, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RSTVB-2324-0692 van de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen van 28 augustus
  2. II. Verloop van de rechtspleging
  3. Het cassatieberoep is onderworpen aan de procedure tot toelating, bedoeld bij artikel 20, § 2, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en bij de artikelen 7 tot 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Het dossier van de zaak is door de griffie ontvangen op 16 oktober
  4. ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.16.073 IX-10.553 1/4 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  5. III. De toelaatbaarheid
  6. Verzoekster vermeldt volgende “gronden van het cassatieberoep”: “
  7. Overmacht tijdens het academiejaar 2018-2019: Verzoekster was gedurende het academiejaar 2018-2019 verantwoordelijk voor de zorg van haar ernstig zieke grootvader. Deze mantelzorg vergde haar volledige tijd en energie, waardoor zij niet in staat was om de lessen bij te wonen of de examens af te leggen. Hierdoor verloor zij haar leerkrediet voor 38 studiepunten. Deze situatie voldoet aan de definitie van overmacht volgens artikel II.285 van de Codex Hoger Onderwijs. Ter ondersteuning is een medische verklaring van de behandelend arts van haar grootvader bijgevoegd, die de noodzaak van deze zorg bevestigt (zie stuk 2)
  8. Onjuiste beoordeling door de Raad: De Raad heeft in zijn arrest geconcludeerd dat er onvoldoende overtuigingsstukken waren om overmacht te erkennen. Echter, met het bijgevoegde medische attest wordt nu duidelijk aangetoond dat mijn verzoekster door overmacht niet in staat was om haar studie voor 38 studiepunten in het academiejaar 2018-2019 voort te zetten. De afwijzing van haar verzoek om het leerkrediet terug te geven is daarom onterecht.
  9. Verzoek tot herziening – cassatieberoep: Gezien de nieuwe bewijsmaterialen vraagt verzoekster de Raad om het besluit te herzien en verzoekster haar leerkrediet voor 38 studiepunten in het academiejaar 2018-2019 terug te geven. Deze teruggave is essentieel voor verzoekster om haar studie voort te zetten en succesvol af te ronden.”
  10. De Raad van State is als cassatierechter niet bevoegd om een uitspraak van de bodemrechter te “herzien” en zelf te besluiten, als ware hij de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen, om aan verzoekster leerkrediet terug te geven. In de mate verzoekster aan de Raad van State onder punt 3 zulks vraagt, is de Raad kennelijk zonder rechtsmacht en is het beroep kennelijk onontvankelijk.
  11. Als cassatierechter mag de Raad van State niet in tweede ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.16.073 IX-10.553 2/4 instantie de feitelijke beoordeling van de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen overdoen maar mag hij enkel nagaan of het bestreden arrest overeenkomstig de wet is genomen. Luidens artikel 14, § 2, van de RvS-wet, treedt de Raad van State immers “niet in de beoordeling van de zaken zelf”. De Raad van State mag dan ook niet opnieuw beoordelen of de door verzoekster aangehaalde feitelijke gegevens als overmacht kwalificeren. Ook in die mate is het beroep in wat onder punt 1 wordt aangebracht kennelijk onontvankelijk.
  12. Luidens artikel 3, § 2, 9°, van het cassatieprocedurebesluit moet het verzoekschrift “een uiteenzetting van de cassatiemiddelen” bevatten. Onder “cassatiemiddel” moet een voldoende duidelijke omschrijving van de door het bestreden arrest geschonden rechtsregel of rechtsbeginsel worden begrepen. Onder “uiteenzetting” van het cassatiemiddel moet worden begrepen de wijze waarop die rechtsregel of dat rechtsbeginsel door de bestreden uitspraak wordt miskend. Onder punt 2 verwijt verzoekster de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen een “onjuiste beoordeling”, zonder evenwel in dat verband op voldoende precieze wijze een rechtsregel aan te wijzen en uiteen te zetten hoe die regel is geschonden. In die mate is het beroep eveneens kennelijk onontvankelijk.
  13. Uit het onderzoek van het cassatieberoep blijkt dat het niet voldoet aan de vereisten voor de toelaatbaarheid ervan, bepaald in artikel 20, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.16.073 IX-10.553 3/4 B E S L I S S I N G:
  14. Het cassatieberoep is niet toelaatbaar.
  15. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 24 euro. Aldus te Brussel verleend, op achtentwintig oktober tweeduizend vierentwintig, door: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Geert Van Haegendoren ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.16.073 IX-10.553 4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ORD.16.073 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.