← België

Arrest 261983 - Varia (openbaar ambt) - 14/01/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 januari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.261.983 Rolnummer: A. 238196/X-18312 Zaak: Arrest 261983 - Varia (openbaar ambt) - 14/01/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-01-17 Raadplegingen: 84 - laatst gezien 2026-06-17 03:27 Fiche Arrest nr 261.983 van 14 januari 2025 Openbaar ambt - Varia (openbaar ambt) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 261.983 van 14 januari 2025 in de zaak A. 238.196/X-18.312 In zake : M.O. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pascal Lahousse kantoor houdend te 2800 Mechelen Leopoldstraat 64 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de HULPVERLENINGSZONE VLAAMS-BRABANT WEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Alexander De Becker kantoor houdend te 9051 Sint-Denijs-Westrem Drie Koningenstraat 3 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 18 januari 2023, strekt tot de nietigverklaring van de “beslissing van de zoneraad van de hulpverleningszone West (Vlaams-Brabant) dd. 22 november 2022 waarbij [T.V.E.] aangewezen wordt als volgende zonecommandant van de hulpverleningszone West (Vlaams-Brabant)”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld. X-18.312-1/9 Verzoeker heeft een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 november
  3. Staatsraad David D’Hooghe heeft verslag uitgebracht. Advocaat Pascal Lahousse, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Keone Calemyn, die loco advocaat Alexander De Becker verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Bij beslissing van 8 juni 2022 start de zoneraad van de hulpverleningszone West (Vlaams-Brabant) de procedure op om te voorzien in de vervanging van de zetelende zonecommandant. De oproep tot kandidaten maakt onder meer melding van het zoneprofiel, het competentieprofiel, de selectievoorwaarden en het selectiereglement. De kandidaturen dienen uiterlijk op 16 september 2022 te worden ingediend. X-18.312-2/9 3.
  6. Op het zonecollege van 4 juli 2022 wordt beslist een beroep te doen op Accord Group om de management- en leiderschapscapaciteiten van de kandidaten te toetsen. S. van Accord Group wordt aangeduid als deskundige inzake HRM binnen de selectiecommissie. 3.
  7. Vier kandidaturen werden ingediend, waaronder die van verzoeker. 3.
  8. De eindgesprekken voor de selectie vinden plaats op 14 november
  9. Verzoeker en de twee andere kandidaten die in het assessment de beoordeling “geschikt” hebben gekregen, nemen er aan deel. 3.
  10. Op 22 november 2022 wijst de zoneraad T.V.E. aan als zonecommandant van de hulpverleningszone Vlaams-Brabant West, met aanvang van het mandaat vanaf 1 maart
  11. Dit is de bestreden beslissing. IV. Onderzoek van de middelen A. Eerste middel Samenvatting van het middel
  12. Het eerste middel voert de schending aan van artikel 5, § 1, van het koninklijk besluit van 26 maart 2014 ‘tot vaststelling van het functieprofiel van de commandant van een hulpverleningszone en van de nadere bepalingen voor zijn selectie en zijn evaluatie’ (hierna: het koninklijk besluit van 26 maart 2014), van de beginselen van behoorlijk bestuur in het algemeen en van het onpartijdigheidsbeginsel. 5.
  13. Verzoeker betoogt dat de zoneraad de samenstelling van de selectiecommissie pas op 22 november 2022 heeft goedgekeurd. X-18.312-3/9 De selectiecommissie heeft zich zodoende onmogelijk kunnen uitspreken over de ontvankelijkheid van de kandidaturen, aangezien de kandidaturen dienden te worden ingediend tegen 16 september 2022, en het assessment en het selectiegesprek reeds op 17 oktober 2022, respectievelijk op 14 november 2022 plaatsgevonden heeft. Daarbij komt dat het zonecollege pas op 7 november 2022 over de finale samenstelling van de selectiecommissie heeft beslist. 5.
  14. Verzoeker vervolgt dat de concrete samenstelling van de selectiecommissie voorafgaand aan het selectiegesprek van 14 november 2022 ook niet aan hem is meegedeeld. Aangezien de samenstelling van de selectiecommissie pas werd goedgekeurd nadat de kandidaturen voor de functie van zonecommandant ingediend werden, nadat het assessment gehouden werd en nadat het selectiegesprek plaatsgevonden heeft, heeft de verwerende partij de selectiecommissie kunnen samenstellen in functie van de ingediende kandidaturen, op een wijze dat één of meerdere kandidaten kunnen worden bevoordeeld. Een en ander noopt tot een miskenning van artikel 5, § 1, van het koninklijk besluit van 26 maart 2014 en van het onpartijdigheidsbeginsel. Beoordeling 6.
  15. Artikel 5, § 1, van het koninklijk besluit van 26 maart 2014 bepaalt dat de selectiecommissie de ontvankelijkheid van de kandidaturen onderzoekt. 6.
  16. Verzoeker houdt niet voor dat de kandidatuur van T.V.E. als onontvankelijk had moeten worden beschouwd. Hij kan er zich evenmin over beklagen dat zijn kandidatuur als onontvankelijk zou zijn afgewezen. De Raad van State ziet dan ook niet in welk voordeel de verzoeker kan bereiken door de gebeurlijke vaststelling dat de verwerende partij X-18.312-4/9 heeft nagelaten over de ontvankelijkheid van de kandidaturen een uitdrukkelijke beslissing te nemen. 6.
  17. Overigens vereist artikel 5, § 1, van het koninklijk besluit van 26 maart 2014 niet dat de ontvankelijkheid van de kandidaturen voorafgaandelijk aan het assessment of het selectiegesprek wordt beoordeeld. 7.
  18. Verzoeker roept ook in dat het onpartijdigheidsbeginsel wordt geschonden doordat de selectiecommissie pas werd samengesteld nadat geweten was welke kandidaturen waren ingediend. Daardoor zou de samenstelling à la carte van welbepaalde kandidaten kunnen gebeuren. 7.
  19. De Raad van State valt dit standpunt niet bij. De loutere chronologie waarbij de selectiecommissie pas is samengesteld na de indiening van de kandidaturen, levert op zich geen schending van het onpartijdigheidsbeginsel op. 7.
  20. Verzoeker toont niet aan dat de selectiecommissie te dezen is samengesteld in functie van een vooraf nagestreefde uitkomst. De politieraad heeft overigens slechts een beperkte vrijheid om de selectiecommissie samen te stellen. Artikel 2 van het koninklijk besluit van 26 maart 2014 bepaalt met betrekking tot de selectiecommissie dat deze “zeven leden telt”, waaronder “een deskundige inzake human resources of management, een zonecommandant, de bevoegde provinciegouverneur of de arrondissementscommissaris die hij aanduidt, twee burgemeesters aangesteld door de raad en een vertegenwoordiger van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken”. Dat de zonecommandant pas wordt aangeduid na ontvangst van de kandidaturen mag niet verwonderen, wil men vermijden dat een korpsoverste van een van de kandidaten in de selectiecommissie zou zetelen. X-18.312-5/9
  21. In de mate dat verzoeker bekritiseert dat de samenstelling van de selectiecommissie hem niet vooraf werd ter kennis gebracht, verwijst hij niet naar een rechtsregel die daartoe verplicht.
  22. Het eerste middel wordt verworpen. B. Tweede middel Samenvatting van het middel
  23. Het tweede middel voert de schending aan van artikel 5, § 3, van het koninklijk besluit van 26 maart
  24. 11.
  25. Verzoeker betoogt dat de selectiecommissie de geschiktheid van de kandidaat enkel mag beoordelen aan de hand van het functieprofiel en rekening houdend met de kandidatuur, het managementproject van de kandidaat en zijn visie op het beheer van de zone. Dat de selectiecommissie daarbij ook – zoals in casu – over een verslag van het assessment kan beschikken is nergens voorzien. 11.
  26. Bovendien vloeit uit artikel 5, § 3, van het koninklijk besluit van 26 maart 2014 voort dat het assessment van de kandidaten enkel mag leiden tot de melding “geschikt” of “ongeschikt”. Het assessmentrapport dat aan elk lid van de selectiecommissie werd overgemaakt, is echter veel uitgebreider dat de loutere vermelding “geschikt” of “ongeschikt”. Beoordeling
  27. Artikel 5 van het koninklijk besluit van 26 maart 2014 bepaalt: “§
  28. De selectiecommissie onderzoekt de ontvankelijkheid van de kandidatuur. §
  29. De selectiecommissie vergelijkt de titels en verdiensten van de kandidaten en analyseert hun managementproject. §
  30. De selectiecommissie organiseert een selectiegesprek. Tijdens het gesprek wordt de geschiktheid beoordeeld aan de hand van de afstemming X-18.312-6/9 van het profiel van de kandidaat met het functieprofiel opgenomen als bijlage, rekening houdend met zijn kandidatuur, met zijn managementproject en met zijn visie op het beheer van de zone rekening houdend met de bijzonderheden ervan. Voorafgaand aan het selectiegesprek moeten de kandidaten slagen voor testen gelijkwaardig aan deze die vereist zijn voor een ambtenaar van niveau A, die hun managements- en leiderschapscapaciteiten toetsen. De testen omvatten drie delen : 1° een test gericht op de leidinggevende vaardigheden bedoeld in het functieprofiel; 2° een proef die de generieke managementcompetenties test; 3° een praktische gevalstudie die de functie weerspiegelt. De testen, bedoeld in 1° en 2°, kunnen computergestuurd afgenomen worden. De testen worden afgenomen door een extern selectiebureau dat aangeduid wordt door de raad en dat elke kandidaat de vermelding ‘geschikt’ of ‘ongeschikt’ geeft.”
  31. Deze bepaling staat er niet aan in de weg dat de uitkomst van de testen die door het extern selectiebureau worden afgenomen, ook kan verantwoorden op welke gronden tot de vermelding “geschikt” of “ongeschikt” is besloten. Evenmin kan uit de vermelde bepaling worden afgeleid dat de selectiecommissie niet over de resultaten van de testen zou mogen beschikken. Verzoeker toont hoe dan ook niet aan dat de selectiecommissie de grenzen van wat haar in het kader van voormeld artikel 5, § 3, van het koninklijk besluit is opgedragen, te buiten is gegaan.
  32. Het tweede middel is ongegrond. C. Derde middel Samenvatting van het middel
  33. Het derde middel voert de schending aan van artikel 6 van het koninklijk besluit van 26 maart
  34. Verzoeker houdt voor dat niet blijkt dat de door het extern studiebureau opgestelde en ondertekende rangschikking van de kandidaten die aan X-18.312-7/9 de zoneraad werd overgemaakt, door al de leden van de selectiecommissie werd onderschreven. Beoordeling
  35. Artikel 6 van het koninklijk besluit van 26 maart 2014 bepaalt: “Na de vergelijking van de titels en verdiensten, van de analyse van het managementproject en van de resultaten van het gesprek voorzien in artikel 5, maakt de selectiecommissie een gemotiveerde rangschikking op en maakt deze over aan de raad.”
  36. Het administratief dossier bevat een “verslag van de gesprekken voor de eindselectie van de zonecommandant” dat uitgaat van de selectiecommissie en is ondertekend door de deskundige inzake human resources. Hieruit blijkt afdoende dat dit verslag de bevindingen van de selectiecommissie weergeeft. Het middel mist feitelijke grondslag.
  37. Het middel wordt verworpen. BESLISSING
  38. De Raad van State verwerpt het beroep.
  39. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. X-18.312-8/9 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op veertien januari tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, kamervoorzitter, Stephan De Taeye, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Jan Clement X-18.312-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.261.983 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.