← België

Arrest 262045 - Hulpverleningszones - 21/01/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 januari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.045 Rolnummer: A. 243063/X-18852 Zaak: Arrest 262045 - Hulpverleningszones - 21/01/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-01-24 Raadplegingen: 90 - laatst gezien 2026-06-17 03:19 Fiche Arrest nr 262.045 van 21 januari 2025 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Hulpverleningszones Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 262.045 van 21 januari 2025 in de zaak A. 243.063/X-18.852 In zake: G.C. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Evelien Rutten kantoor houdend te 3290 Diest Leuvensestraat 70 woonplaats kiezend te 3800 Sint-Truiden Zepperenweg 26 tegen: de HULPVERLENINGSZONE ZUID-WEST LIMBURG bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Koen Geelen en Jarien Bloemen kantoor houdend te 3500 Hasselt Gouverneur Roppesingel 131 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 23 september 2024, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van het zonecollege van de hulpverleningszone Zuid-West Limburg van 8 juli 2024 waarbij de door de verzoeker uitgevoerde activiteiten, zoals vermeld op de website van Groep-C als onverenigbaar worden beschouwd met de functie van operationeel medewerker (vrijwillig brandweerman-korporaal) van de hulpverleningszone Zuid-West Limburg en waarbij aan verzoeker wordt meegedeeld dat hij binnen 6 maanden deze activiteiten moet staken ofwel ambtshalve zal worden ontslagen, tenzij hij zelf vrijwillig ontslag neemt voor het einde van deze periode. X-18.852-1/8 II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 10 januari
  3. Staatsraad David D’Hooghe heeft verslag uitgebracht. Advocaat Evelien Rutten, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Jarien Bloemen, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Verzoeker is aangesteld als vrijwillig brandweerman-korporaal bij het brandweerkorps van de gemeente Sint-Truiden, thans de Hulpverleningszone Zuid-West Limburg. 3.
  6. In 2018 is verzoeker gestart met een zelfstandige activiteit, in eerste instantie onder de vorm van een eenmanszaak. In 2022 heeft verzoeker zijn activiteiten ondergebracht in een vennootschap, Groep-C met ondernemingsnummer 0696.609.
  7. X-18.852-2/8 3.
  8. Op 16 oktober 2023 wordt, op verzoek van de verwerende partij, door een gerechtsdeurwaarder een proces-verbaal opgemaakt van de gegevens die vermeld worden op de website van de onderneming Groep-C. 3.
  9. Op 23 oktober 2023 beslist het zonecollege – “hiervoor door delegatie door de zoneraad bevoegd” – om verzoekers activiteiten zoals vermeld op de website van Groep-C als onverenigbaar te beschouwen met de functie van operationeel medewerker van de hulpverleningszone en om hem mee te delen “dat hij ofwel binnen de 6 maanden de activiteiten volledig dient te staken, […] ofwel van ambtswege zal ontslagen worden, tenzij hij zelf ontslag neemt vóór het einde van deze periode”. 3.
  10. Tegen deze beslissing dient verzoeker op 21 december 2023 een beroep tot nietigverklaring en een vordering tot schorsing in bij de Raad van State. De beslissing van 23 oktober 2023 wordt bij arrest nr. 259.890 van 28 mei 2024 geschorst om reden dat de verwerende partij “onvoldoende zorg aan de dag [lijkt] te hebben gelegd door de bestreden beslissing te nemen zonder zich voorafgaandelijk tot verzoeker te wenden en hem om informatie en zijn zienswijze te vragen”. 3.
  11. Op 18 april 2024 adviseert de zonecommandant aan het zonecollege om de benoeming van verzoeker niet te verlengen. 3.
  12. Op 16 mei 2024 wordt verzoeker uitgenodigd om op 17 juni 2024 te worden gehoord met betrekking tot het advies van niet-verlenging van de benoeming. In overleg met verzoekers raadsman wordt de hoorzitting uitgesteld naar 8 juli
  13. 3.
  14. Op 17 juni 2024 nodigt de verwerende partij verzoeker uit voor een bijkomende hoorzitting op 8 juli 2024 met betrekking tot de mogelijke onverenigbaarheid tussen de activiteiten van verzoeker en zijn functie als vrijwillig brandweerman. X-18.852-3/8 Verzoeker dient een verweernota in. 3.
  15. Na verzoeker te hebben gehoord met betrekking tot de niet-verlenging van de benoeming beslist het zonecollege op 8 juli 2024 om de benoeming van verzoeker niet te verlengen. Deze beslissing wordt eveneens aangevochten met een beroep tot nietigverklaring en een vordering tot schorsing bij de Raad van State (zaak G/A 243.061/ X-18.851). 3.
  16. Na verzoeker te hebben gehoord met betrekking tot de mogelijke onverenigbaarheden beslist het zonecollege op 8 juli 2024 om verzoekers activiteiten zoals vermeld op de website van Groep-C als onverenigbaar te beschouwen met de functie van operationeel medewerker van de hulpverleningszone, dit onder meer op grond van de volgende redenen: “Gelet op de vaststelling dat op de website van Groep-C verwezen wordt naar het aanbieden van professionele brandwachten, bedrijfsbrandweerdiensten en milieu interventies, evenals het aanbieden van ondersteuning bij brandpreventiedossiers, salvage en herstel na brand. Gelet op de vaststelling dat [verzoeker], personeelslid bij hulpverleningszone Zuid-West Limburg, als bedrijfsleider wordt vermeld op dezelfde website. Gelet op het feit dat de firma Groep-C ook andere vrijwillige brandweerlieden tewerkstelt zoals met naam of beeldmateriaal op dezelfde website is vast te stellen. Gelet op het feit dat interventiekledij, door de hulpverleningszone Zuid-West Limburg aan betrokkenen ter beschikking gesteld, duidelijk herkenbaar op de website zichtbaar is. Gelet op de gerechtsdeurwaardersvaststelling van de inhoud van de website https://www.groep-c.be/. […] Gelet op artikel 21 van hogervermeld KB is onverenigbaar met de hoedanigheid van personeelslid, elke activiteit die dat personeelslid zelf of via een andere persoon uitoefent en die een belangenconflict veroorzaakt, dit wil zeggen een situatie waarin het personeelslid een persoonlijk belang heeft dat de onpartijdige en objectieve uitoefening van zijn functie kan beïnvloeden of het wettelijke vermoeden van een dergelijke invloed kan creëren. [...] Bij het beoordelen ervan dient de zoneraad niet enkel na te gaan of er een actueel belangenconflict bestaat maar ook of de activiteit mogelijk, zelfs in de toekomst, aanleiding zou kunnen geven tot een belangenconflict. Bovendien kan het bestuur bij het beoordelen van het mogelijke belangenconflict ook rekening houden met de perceptie bij het publiek - X-18.852-4/8 dus een schijn van partijdigheid of afhankelijkheid - die losstaat van het feitelijke gedrag van de betrokken ambtenaar. Uit de stukken van het dossier komt naar voren dat [verzoeker] een rechtstreeks belang heeft in een onderneming die brandvoorkomingsmaatregelen bestudeert, toepast of controleert evenals het aanbieden en uitvoeren van brandwachten en het opzetten van bedrijfsbrandweerdiensten. Naar het oordeel van het zonecollege ontstaat hierdoor de schijn dat [verzoeker] contacten of informatie opgedaan binnen de hulpverleningszone zou kunnen gebruiken in zijn activiteit. Hierdoor riskeert zowel zijn geloofwaardigheid als het vertrouwen dat collega’s en het publiek in hem hebben, in het gedrang te komen. Het zonecollege wijst daarbij onder meer op de volgende elementen: - Hoewel de aangeboden brandwachten door privébedrijven geen aan de zone concurrentiële activiteit is, is het wel noodzakelijk dat er in hoofde van het algemeen publiek een duidelijk onderscheid moet zijn tussen de activiteiten uitgevoerd door een private onderneming en de activiteiten uitgevoerd door de hulpverleningszone. - […] - De activiteiten van de onderneming van [verzoeker] zijn zeer gelijkend aan de opdrachten die [verzoeker] uitvoert voor de hulpverleningszone. De activiteiten worden duidelijk omschreven op de website van de onderneming van [verzoeker], zoals vastgesteld door de gerechtsdeurwaarder. Het gaat daarbij onder meer over dringende interventies (branden, salvage en meer), veiligheid- en brandwacht en preventie en advies (risicoanalyse, begeleiding brandpreventiedossiers, etc.). Het algemeen publiek kan dergelijke handelingen beschouwen als handelingen die door de openbare brandweer uitgevoerd kunnen worden. Dergelijke handelingen die door een private onderneming worden uitgevoerd, brengen het publiek zonder meer in verwarring. - De verwarring voor het publiek wordt versterkt door het feit dat de medewerkers van de onderneming van Groep C op de website van de onderneming worden afgebeeld in duidelijk voor het publiek als dusdanig herkenbare dienstkledij van de brandweer. [Verzoeker] stelt hierover in zijn verweernota dat het niet bewezen zou zijn dat het gaat om kledij van de hulpverleningszone. Het staat vast dat op de foto van de website van de onderneming van [verzoeker] wel degelijk interventiekledij wordt afgebeeld die aan betrokkene door de hulpverleningszone ter beschikking wordt gesteld waardoor in hoofde van het publiek verwarring kan ontstaan. De bewering dat [verzoeker] de effectieve dienstkledij van de hulpverleningszone niet van de brandweer zelf krijgt, maar dat deze met een soort ‘shoptegoed’ zelfs online aan te kopen is, raakt ook kant noch wal. […] - [Verzoeker] heeft een persoonlijk belang, als zaakvoerder van de onderneming Groep C, om zo veel mogelijk opdrachten binnen te halen. Aangezien de opdrachten die de onderneming Groep C uitvoert, in het verlengde liggen van de activiteiten van de openbare brandweer (salvage en herstel na brand, dringende interventies, veiligheids- en brandwacht, ondersteuning bij brandpreventiedossiers, preventie en X-18.852-5/8 advies) kan mogelijk de onpartijdige en objectieve uitoefening van zijn functie als vrijwillig brandweerman in het gedrang komen. Er bestaat een reëel risico op belangenvermenging en een reëel risico op het doortrekken van een publiek uitgevoerde opdracht voor de hulpverleningszone naar een commerciële opdracht voor de onderneming Groep C. Zo bestaat er het risico dat de onderneming van [verzoeker] activiteiten zal aanbieden aan ondernemingen of personen waar de hulpverleningszone met inzet van haar eigen personeel voordien een opdracht heeft uitgevoerd. […] - [Verzoeker] lijkt er bovendien alles aan te doen om de schijnbare betrokkenheid tussen zijn onderneming Groep C en de hulpverleningszone teweeg te brengen bij het publiek. [Verzoeker] vestigde de maatschappelijke zetel van zijn bedrijf op het adres van de brandweerkazerne, waar hij zijn privéadres als huurder van het voormalig appartement van de conciërge heeft. In de huurovereenkomst werd echter expliciet opgenomen dat de woning louter privé was en werd elk ander gebruik verboden. […] Het is pas na de vaststelling van de datum van de zitting van de rechtbank dat betrokkene uiteindelijk de maatschappelijke zetel van zijn bedrijf verplaatst. (Vonnis vrederechter Sint-Truiden 23A300 dd. 13 juni 2023) […] […] Conclusie […] Doordat de schijn bestaat dat [verzoeker] de contacten of informatie opgedaan binnen de hulpverleningszone zou kunnen gebruiken in zijn activiteit, tast de geloofwaardigheid en het vertrouwen dat collega’s en het publiek in hem hebben aan. Het verweer van [verzoeker] gaat niet in op de essentiële vaststellingen in het kader van de onverenigbaarheid met name dat er steeds over gewaakt moet worden dat de brandweerman in het kader van zijn activiteit niet tussenkomt in of oordeelt over dossiers waarbij hij rechtstreeks of onrechtstreeks betrokken was in de uitoefening van zijn taak als brandweerman. Het feit dat ten tijde van een brand en waarbij [verzoeker] optreedt in de functie van hulpverlener van de hulpverleningszone aan slachtoffers diensten voorgesteld of aangeboden kunnen worden van salvage of nazorg wordt niet weerlegd, noch wordt er op welke manier dan ook aangegeven hoe betrokkene hiermee wil omgaan of aan deze bezorgdheid tegemoet wil komen. Er is met andere woorden geen duidelijke scheiding tussen de activiteiten mogelijk. Gelet op het feit dat alleen al doordat de schijn bestaat dat [verzoeker] de contacten of informatie opgedaan binnen de hulpverleningszone zou kunnen gebruiken in zijn activiteit, riskeert zowel zijn geloofwaardigheid als het vertrouwen dat collega’s en publiek in hem hebben, in het gedrang te komen.” X-18.852-6/8 Voorts wordt beslist dat verzoeker “ofwel binnen de 6 maanden de activiteiten volledig dient te staken, […] ofwel van ambtswege zal ontslagen worden, tenzij hij zelf ontslag neemt vóór het einde van deze periode”. Dit is de bestreden beslissing. 3.
  17. Met een aangetekend schrijven van 29 juli 2024 worden zowel de beslissing in het kader van de niet-verlenging van zijn benoeming, als de beslissing in het kader van de onverenigbaarheid aan de verzoeker ter kennis gebracht. IV. Schorsingsvoorwaarden
  18. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. V. Spoedeisendheid
  19. Bij arrest nr. 262.044 van 21 januari 2025 heeft de Raad van State de vordering tot schorsing verworpen die verzoeker heeft ingesteld tegen de beslissing van 8 juli 2024 om zijn benoeming niet te verlengen.
  20. In de huidige stand van zaken kan een schorsing van de bestreden beslissing inzake de onverenigbaarheid voor verzoeker dan ook geen voordeel opleveren. Derhalve doet zich thans geen spoedeisendheid voor. VI. Besluit X-18.852-7/8
  21. Er is niet voldaan aan één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State om de vordering tot schorsing toe te wijzen. BESLISSING De vordering tot schorsing wordt verworpen Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op eenentwintig januari tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: David D’Hooghe, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Karin Meerschaut, griffier. De griffier De voorzitter Karin Meerschaut David D’Hooghe X-18.852-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.045 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.