id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 januari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.076 Rolnummer: A. 239038/VII-42023 Zaak: Arrest 262076 - Milieuvergunningen - 23/01/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-01-30 Raadplegingen: 88 - laatst gezien 2026-06-17 03:20 Fiche Arrest nr 262.076 van 23 januari 2025 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.076 no lien 281048 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 262.076 van 23 januari 2025 in de zaak A. 239.038/VII-42.023 In zake : de VZW MILIEUFRONT OMER WATTEZ woonplaats kiezend te 9700 Oudenaarde Dijkstraat 75 bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Luc Lambert kantoor houdend te 9620 Zottegem Meersstraat 64 tegen : de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIERAAD VAN OOST-VLAANDEREN Tussenkomende partijen:
- de NV FRANSON
- de NV ALNATRA
- de NV JULHENPHINE, thans de NV MOLENS VAN MALLEGHEM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Carlos De Wolf kantoor houdend te 9680 Maarkedal Etikhovestraat 6 bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Charlotte De Wolf kantoor houdend te 9000 Gent Fortlaan 95 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 5 mei 2023, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 2 maart 2023 waarbij het bestuurlijk beroep tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Nazareth van 9 februari 2015 houdende het verlenen van de milieuvergunning ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.076 VII-42.023-1/7 voor het verder exploiteren en veranderen van een mengvoederbedrijf, gelegen Sluis 3 te Nazareth, niet wordt ingewilligd. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partijen hebben een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 30 augustus
- De tussenkomende partijen hebben een memorie ingediend. Auditeur Benny De Sutter heeft op 7 december 2023 een verslag opgesteld. De verwerende partij en de tussenkomende partijen hebben een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 12 december
- Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Luc Lambert, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Charlotte Ponchaut, die loco advocaten Carlos De Wolf en Charlotte De Wolf verschijnt voor de tussenkomende partijen, zijn gehoord. Auditeur Benny De Sutter heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. VII-42.023-2/7 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Op 9 oktober 2014 dienen de nv Franson, de nv Alnatra en de nv Julhenphine (later gewijzigd naar: nv Molens Van Malleghem) een milieuvergunningsaanvraag in voor het verder exploiteren en veranderen van een veevoederbedrijf, gelegen op percelen Sluis 3 te Nazareth. 3.
- Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Nazareth verleent bij besluit van 9 februari 2015 de gevraagde vergunning. 3.
- Tegen deze in eerste aanleg genomen vergunningsbeslissing stelt de vzw Milieufront Omer Wattez bestuurlijk beroep in bij de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen. 3.
- Na een aantal vernietigingsarresten van de Raad van State beslist de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen op 2 maart 2023 om het beroep in hoofdzaak niet in te willigen en de in eerste aanleg genomen vergunningsbeslissing te bevestigen, mits het vervangen van enkele indelingsrubrieken en van een bijzondere voorwaarde met betrekking tot het groenscherm, en het toevoegen van enkele bijzondere voorwaarden op het vlak van het lozen van bedrijfsafvalwater, werktijden, geluid en transport. Dit is de thans bestreden beslissing. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Actueel belang van de verzoekende partij
- De sanctie van de nietigverklaring is een bijzondere vorm van rechtsherstel die erin bestaat de bestreden rechtshandeling retroactief uit het VII-42.023-3/7 rechtsverkeer te doen verdwijnen, wat de overheid er in bepaalde gevallen toe moet, minstens kan, aanzetten om een nieuwe beslissing te nemen.
- Overeenkomstig artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kunnen de beroepen tot nietigverklaring voor de Raad van State worden gebracht door elke partij die doet blijken van een benadeling of van een belang. Het belang bij de gevorderde vernietiging moet rechtstreeks, persoonlijk, zeker en actueel zijn. Het belang als ontvankelijkheidsvoorwaarde verbiedt beroepen die een zuiver symbolische vernietiging beogen of die enkel strekken tot het vernietigen in het belang van de wet, zonder dat de verzoekende partij enig voordeel, hoe miniem ook, kan halen uit die nietigverklaring.
- Het belang moet bestaan op het ogenblik dat het vernietigingsberoep wordt ingesteld en moet blijven bestaan tot aan de definitieve uitspraak. Dit belang kan weliswaar in de loop van het geding evolueren, maar de verzoekende partij moet aannemelijk maken dat de vernietiging in de gewijzigde omstandigheden haar nog een concreet voordeel oplevert. Om als toereikend te worden beschouwd, moet het belang onder meer rechtstreeks zijn en de verzoekende partij een voordeel verschaffen dat voldoende direct verband houdt met de finaliteit van een nietigverklaring, namelijk het doen verdwijnen van de bestreden rechtshandeling uit de rechtsorde. Onvoldoende om een nietigverklaring van de bestreden beslissing te kunnen verkrijgen, is anderzijds het belang van een verzoekende partij dat in de loop van de annulatieprocedure is geëvolueerd naar een belang dat uitsluitend voortvloeit uit het onwettig horen verklaren van die beslissing.
- Uit de actuele gegevens van de zaak blijkt dat de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen op 4 juli 2024 een omgevingsvergunning heeft verleend voor het “exploiteren van een nieuwe inrichting, zijnde een veevoederbedrijf” en een aantal stedenbouwkundige handelingen die horen bij het ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.076 VII-42.023-4/7 project. In de omschrijving van het voorwerp van het project wordt verduidelijkt dat de aanvraag wordt ingediend “als zijnde een aanvraag voor een nieuwe inrichting, met inbegrip van een aanvraag voor bijkomende stedenbouwkundige handelingen, zoals de bouw van nieuwe kantoorruimtes, een nieuw de de bedrijfsgebouw, waarvan 2/3 zal gebruikt worden als silo en 1/3 voor de productie”. Tevens wordt gewezen op voorliggend beroep bij de Raad van State en wordt gesteld dat de bedrijfsvoering erdoor gehypothekeerd wordt omdat “geplande investeringen, gelet op de onzekerheid die momenteel op het bedrijf rust, niet kunnen doorgevoerd worden”. Voorts wordt opgemerkt dat “indien de lopende milieuvergunningsaanvraag alsnog zou goedgekeurd raken, er dan een vergunning verleend wordt conform de situatie 2015 en er dan alsnog onmiddellijk zou moeten gestart worden met de opmaak van een nieuwe omgevingsvergunningsaanvraag om de geplande investeringen en de actualisatie van de toestand in de vergunning op te nemen”. Ter terechtzitting wordt niet tegengesproken dat de voormelde omgevingsvergunning van 4 juli 2024 actueel dient als juridische basis voor de exploitatie van de volledige site, met inbegrip van alle vergunningsplichtige activiteiten en handelingen die met de thans bestreden beslissing werden vergund. Evenmin wordt ontkend dat tegen de omgevingsvergunning van 4 juli 2024 geen vernietigingsberoep werd ingesteld bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen zodat die vergunning intussen een definitief karakter heeft verkregen. In de gegeven omstandigheden zou de verzoekende partij geen enkel voordeel kunnen halen uit de vernietiging van de op 2 maart 2023 verleende milieuvergunning. Aan die vaststelling wordt geen afbreuk gedaan doordat de milieuvergunning van 2 maart 2023 werd verleend op naam van meerdere vennootschappen, terwijl de op 4 juli 2024 verleende omgevingsvergunning voor alle ter plaatse ontwikkelde activiteiten enkel werd verleend op naam van de nv Franson.
- In arrest nr. 244.015 van 22 maart 2019 heeft de algemene vergadering van de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State onder meer het volgende overwogen: VII-42.023-5/7 “Heeft een verzoekende partij die niet meer van een belang bij de nietigverklaring doet blijken geen vordering tot toekenning van een schadevergoeding tot herstel ingesteld in de loop van de annulatieprocedure, dan zal zij van de Raad van State geen beoordeling van haar middelen mogen verwachten louter met het oog op het faciliteren van de eventuele toekenning van een schadevergoeding. Opdat immers de Raad van State ertoe bevoegd zou zijn om in het kader van het annulatieberoep tegen een rechtshandeling louter de (on)wettigheid van die rechtshandeling na te gaan ten behoeve van de toewijzing van een schadevergoeding, moet hij ook effectief een vordering in die zin ter behandeling voorgelegd hebben gekregen. Zo niet, gaat de Raad van State zijn bevoegdheid en het voorwerp van de enige vordering die bij hem is ingesteld - een vordering tot nietigverklaring - te buiten.” In dit geval wordt vastgesteld dat voor de sluiting van het debat over het vernietigingsberoep tegen het besluit van de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 2 maart 2023 geen verzoek tot schadevergoeding tot herstel werd ingediend voor de nadelen die veroorzaakt zouden zijn door de tenuitvoerlegging van die vergunningsbeslissing.
- Het beroep is niet ontvankelijk. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 24 euro. De tussenkomende partijen worden verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 450 euro, elk voor een derde. VII-42.023-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op drieëntwintig januari tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, Peter Sourbron, staatsraad, Francis Van Nuffel, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Carlo Adams VII-42.023-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.076 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div