← België

Arrest 262089 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 23/01/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 januari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.089 Rolnummer: A. 242276/IX-10485 Zaak: Arrest 262089 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 23/01/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-02-03 Raadplegingen: 94 - laatst gezien 2026-06-17 03:21 Fiche Arrest nr 262.089 van 23 januari 2025 Openbaar ambt - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.089 no lien 281058 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 262.089 van 23 januari 2025 in de zaak A. 242.276/IX-10.485 In zake: S.B. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Mario Van Essche kantoor houdend te 2018 Antwerpen Korte Lozanastraat 20-26 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VZW SINT-CATHARINASCHOLEN SINAAI bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Frederik Haentjens kantoor houdend te 9160 Lokeren Heilig Hartlaan 56 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 24 juni 2024, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de raad van bestuur van de vzw Sint- Catharinascholen Sinaai van 4 december 2023 om verzoekster niet vast te benoemen in het wervingsambt van kleuteronderwijzer. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend. Adjunct-auditeur Daniël Plas heeft een verslag opgesteld met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 IX-10.485-1/5 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting van 13 januari 2025, welke zitting is uitgesteld naar de terechtzitting die heeft plaatsgevonden op 20 januari
  3. Staatsraad Jurgen Neuts heeft verslag uitgebracht. Advocaat Mario Van Essche, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Frederik Haentjens, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Daniël Plas, daartoe gemachtigd bij beslissing van de auditeur-generaal van 28 februari 2024, heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. Verzoekster is sinds 1 december 2014 tewerkgesteld als kleuteronderwijzer in de onderwijsinstellingen waarvan de verwerende partij het schoolbestuur is. Op 27 november 2023 stelt verzoekster zich bij de verwerende partij kandidaat voor een vaste benoeming (deeltijds) in het wervingsambt van kleuteronderwijzer. IX-10.485-2/5 Op 4 december 2023 beslist de raad van bestuur van de verwerende partij om verzoekster niet vast te benoemen. Dit is de bestreden beslissing. IV. Toepassing kortedebattenprocedure – Rechtsmacht van de Raad van State Exceptie
  6. In de memorie van antwoord wijst de verwerende partij erop dat zij een vrije onderwijsinstelling is en dat de rechtsverhouding tussen haar en haar personeelsleden – onder wie verzoekster – contractueel van aard is. Met verwijzing naar rechtspraak van het Grondwettelijk Hof en de Raad van State argumenteert de verwerende partij dat voor een geschil omtrent deze contractuele verhouding alleen de gewone rechter bevoegd is. Beoordeling
  7. De Raad van State doet, krachtens artikel 14, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State (“RvS-Wet”), uitspraak over de beroepen tot nietigverklaring wegens overtreding van hetzij substantiële, hetzij op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen, overschrijding of afwending van macht, ingesteld tegen de akten en reglementen van de onderscheiden administratieve overheden.
  8. Het voorwerp van het voorliggende geschil is de weigering tot vaste benoeming van verzoekster als kleuteronderwijzer bij de verwerende partij. De verwerende partij is als schoolbestuur opgericht op privé- initiatief. Een dergelijke privaatrechtelijke rechtspersoon is, in beginsel, niet als een administratieve overheid in de zin van het voormelde artikel 14, § 1, eerste lid, 1°, van de RvS-Wet te beschouwen. Zo een privaatrechtelijke ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.089 IX-10.485-3/5 rechtspersoon kan dat wel zijn voor zover zij erkend is door de federale overheid, de overheid van de gemeenschappen of gewesten, de provincies of gemeenten, mits haar werking door de overheid wordt bepaald en gecontroleerd en zij beslissingen kan nemen die derden binden, meer bepaald door de eigen verplichtingen tegenover andere eenzijdig te bepalen of door verplichtingen van die anderen eenzijdig vast te stellen. Handelingen door een dergelijke instelling gesteld, kunnen het voorwerp uitmaken van een beroep tot nietigverklaring wanneer die instelling een deel van het openbaar gezag uitoefent.
  9. De verwerende partij behoort tot het gesubsidieerd vrij onderwijs. Naar luid van artikel 31, § 2, van het decreet van 27 maart 1991 ‘betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding’ (“rechtspositiedecreet”), wordt in de instellingen van het gesubsidieerd vrij onderwijs elke benoeming in een wervingsambt – en elke wijziging ervan – schriftelijk vastgesteld in een overeenkomst. De rechtsverhouding tussen deze partijen is bijgevolg van contractuele aard, ook als hun contractuele vrijheid in belangrijke mate is beperkt door de bevoegde overheid middels algemene en onpersoonlijke bepalingen waarvan zij niet naar eigen goeddunken kunnen afwijken. Daarbij kan geen onderscheid worden gemaakt tussen beslissingen die kaderen binnen een reeds bestaande contractuele rechtsverhouding of beslissingen die daartoe aanleiding geven.
  10. In zoverre de schoolbesturen van het gesubsidieerd vrij onderwijs de leden van hun personeel aanstellen of benoemen op de wijze gepreciseerd in het rechtspositiedecreet, oefenen zij geen deel van het openbaar gezag uit en nemen zij geen eenzijdige bindende beslissing, maar verrichten zij die aanstelling of benoeming bij middel van een arbeidsovereenkomst, waarvan de toetsing op grond van artikel 144, eerste lid, van de Grondwet uitsluitend tot de bevoegdheid van de gewone rechtbanken behoort. IX-10.485-4/5 V. Conclusie
  11. De verwerende partij heeft met de bestreden beslissing geen handeling gesteld als administratieve overheid. De Raad van State is derhalve zonder rechtsmacht om over het hem voorgelegde geschil uitspraak te doen.
  12. Het auditoraat heeft terecht gemeend dat het beroep slechts een kort debat vereist. BESLISSING
  13. De Raad van State verwerpt het beroep.
  14. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op drieëntwintig januari tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Jurgen Neuts, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Jurgen Neuts IX-10.485-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.089 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.