id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 januari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.092 Rolnummer: A. 242942/IX-10544 Zaak: Arrest 262092 - Examens (onderwijs) - 23/01/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-02-03 Raadplegingen: 92 - laatst gezien 2026-06-17 03:21 Fiche Arrest nr 262.092 van 23 januari 2025 Onderwijs en cultuur - Examens (onderwijs) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 262.092 van 23 januari 2025 in de zaak A. 242.942/IX-10.544 In zake : A.D. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joost Van Damme kantoor houdend te 9070 Destelbergen Zenderstraat 5 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de VZW EDUGO SCHOLENGROEP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Sofie Logie en Jade Leenaert kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- Het beroep, ingesteld op 10 september 2024, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de beroepscommissie van Edugo campus De Toren van 28 augustus 2024 waarbij het aan verzoekster toegekende oriënteringsattest B “met clausulering voor alle ASO-richtingen” wordt gehandhaafd. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 260.727 van 23 september 2024 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de bestreden beslissing ingewilligd. IX-10.544-1/3 Het genoemde arrest is op 24 september 2024 aan de verwerende partij ter kennis gebracht. Op respectievelijk 16 december 2024 en 10 december 2024 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/2, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Gelet op artikel 17, § 6, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 11/2, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ kan de beslissing waarvan de schorsing gevorderd wordt volgens een versnelde rechtspleging nietig worden verklaard indien de verwerende partij of degene die belang heeft bij de beslechting van het geschil, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen te rekenen van de kennisgeving van het arrest waarbij de schorsing bevolen wordt.
- In arrest nr. 260.727 van 23 september 2024 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing ingewilligd. De verwerende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. IX-10.544-2/3 Wel liet de verwerende partij weten dat de bestreden beslissing op 10 oktober 2024 werd ingetrokken.
- In de gegeven omstandigheden is er geen reden om de bestreden beslissing nietig te verklaren, maar past het om het beroep als onontvankelijk te verwerpen bij gebrek aan voorwerp. De kosten komen ten laste van de verwerende partij.
- Door de intrekking van de bestreden beslissing heeft de opgelegde schorsing opgehouden uitwerking te hebben. Een opheffing van de schorsing overeenkomstig artikel 17, § 13, van de Raad van State-wet is hierdoor niet meer nodig. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op drieëntwintig januari tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Jim Deridder, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Jim Deridder IX-10.544-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.092 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.727 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.