id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 januari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.095 Rolnummer: A. 239834/IX-10531 Zaak: Arrest 262095 - Wapens – exportvergunningen - 23/01/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-02-03 Raadplegingen: 89 - laatst gezien 2026-06-17 03:21 Fiche Arrest nr 262.095 van 23 januari 2025 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Wapens – exportvergunningen Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 262.095 van 23 januari 2025 in de zaak A. 239.834/IX-10.531 In zake: R.W. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stefan Snepvangers kantoor houdend te 2600 Antwerpen Grote Steenweg 154 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michel van Dievoet kantoor houdend te 1000 Brussel Wolstraat 56 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 4 augustus 2023, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van de Minister van Justitie dd. 1 juni 2023 inz. het beroep van [verzoeker] tegen de beslissing van 4 april 2022 van de Provinciegouverneur van Antwerpen – ref.WL36/3630/9/3202mdb”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag opgesteld. IX-10.53 Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 27 juni
- Op 3 oktober 2024 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. IX-10.53 De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
- Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. BESLISSING
- De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op drieëntwintig januari tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Geert Van Haegendoren IX-10.53 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.095 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div