id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 januari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.149 Rolnummer: A. 243881/XIV-39715 Zaak: Arrest 262149 - Overheidsopdrachten - 28/01/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-01-28 Raadplegingen: 94 - laatst gezien 2026-06-13 05:31 Fiche Arrest nr 262.149 van 28 januari 2025 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.149 no lien 281335 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 262.149 van 28 januari 2025 in de zaak A. 243.881/XIV-39.715 In zake: 1. de NV A. 2. de NV G. samen vormend de ‘tijdelijke maatschap (TM) B.–G.D.’ bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Joost Bosquet en Julie Philtjens kantoor houdend te 2650 Edegem Mechelsesteenweg 326 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de NV VLAAMSE WATERWEG bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Karel Van Hoorebeke en Rebecca Denys kantoor houdend te 9000 Gent Coupure Rechts 162 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 3 januari 2025, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van 19 december 2024 van de Vlaamse Waterweg, afdeling Regio West om “de offerte van TM [B. – G.D.] onregelmatig te bevinden en te weren, zoals ter kennis gebracht aan verzoekende partij op 19 december 2024, evenals de in de tussentijd of tezelfdertijd dan wel opvolgend genomen gunningsbeslissing van de Vlaamse Waterweg, Afdeling Regio West binnen de overheidsopdracht van werken met als voorwerp ‘Weerbare Westhoek. Oeverwerken. Raamovereenkomst’ ook gekend onder de bestek referentie ‘ARW-24-009’ waarbij de opdracht aan een derde inschrijver werd gegund”. XIV-39.715-1/31 II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 januari 2025 om 10:00 uur. Staatsraad Kaat Leus heeft verslag uitgebracht. Advocaat Julie Philtjens, die verschijnt voor de verzoekende partijen en advocaat Rebecca Denys, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Anke Meskens heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. De verwerende partij schrijft een overheidsopdracht voor werken in de vorm van een raamovereenkomst uit met als voorwerp “Weerbare Westhoek. Oeverwerken. Raamovereenkomst.”. Het betreft een overheidsopdracht uitgeschreven door de Vlaamse Waterweg nv, waarbij de administratieve entiteit die als aanbestedende overheid optreedt de afdeling Regio West is. De raamovereenkomst die zal worden afgesloten heeft een periode van vier jaar en de maximale waarde ervan bedraagt 30.000.000 euro. 3.2. Als plaatsingsprocedure wordt gekozen voor een openbare procedure. XIV-39.715-2/31 De opdracht wordt nationaal en Europees bekendgemaakt. 3.3. De opdracht is onderworpen aan het bijzonder bestek met referentie ARW-24-0009. Het ‘Doel van de opdracht’ wordt in het toepasselijke bestek als volgt omschreven: “In navolging van de overstromingen werd op 17 november 2023 de taskforce ‘Weerbare Westhoek’ in het leven geroepen. Deze opdracht heeft als doel de acties binnen de rubriek structureel onderhoud en herstellen van oevers en dijken uit te voeren. Op 15 locaties in het IJzerbekken hebben de oevers diverse gebreken die ze instabiel maken en/of problemen geven bij vloedregime (water dat over de oever/dijk stroomt). Deze oevers dienen herbouwd te worden binnen de bestaande contouren (de waterlijn wordt maw niet verplaatst alsook dient een MER procedure en/of RUP procedure vermeden te worden, net zoals onteigeningen). Iedere locatie is beschreven verder in dit bestek en zal eerst een uitgebreide studiefase ondergaan wat het volgende omvat: - Inventarisatie van het projectgebied, met inbegrip van nutsleidingen, eigendomsgrenzen en opmetingen - Opmaken van een voorontwerp, met inbegrip van een alternatievenstudie - Opmaken van een omgevingsvergunningsaanvraag - Opmaken van de uitvoeringsstudie Er zijn op voorhand door de aanbestedende overheid 6 oevertypes (= bouwblokken) geselecteerd op basis waarvan de oevers dienen herbouwd te worden. Voor iedere locatie zal er een type uitgekozen worden via het voorontwerp – de alternatievenstudie dat verder uitgewerkt zal worden tot een voorontwerp/omgevingsvergunningsaanvraag/uitvoeringsstudie. De verschillende bouwblokken zijn: BOUWBLOK 1: OEVERHERSTEL DMV OEVER ONDER TALUD BOUWBLOK 2: OEVERHERSTEL MET BREUKSTEEN BOUWBLOK 3: OEVERHERSTEL MET PERKOENPALEN EN WIEPENMATTEN BOUWBLOK 4: OEVERHERSTEL DMV. SCHANSKORVEN BOUWBLOK 5: OEVERHERSTEL DMV DAMPPLANKEN MET KOPBALK BOUWBLOK 6: OEVERHERSTEL DMV DEENSE KAAIMUUR Na het verkrijgen van de omgevingsvergunning kan overgegaan worden tot de uitvoering van het opgemaakte ontwerp en het verzorgen van de uitvoeringsbegeleiding. De aanbestedende overheid is niet verplicht om voor iedere locatie over te gaan tot uitvoering van het opgemaakte ontwerp.”. […] 3.4. Onder de titel ‘Beschrijving van de werken’ worden deze als volgt omschreven: XIV-39.715-3/31 “De opdracht omvat prestaties i.h.k.v. het ontwerp, bekomen van de nodige vergunningen, opmaken uitvoeringsdossier en uitvoering van de nodige werken i.h.k.v. de beoogde projectdoelstelling. De scope van het project omvat globaal gezien volgende onderdelen (niet limitatief): Studie: o Inventarisatie, opmeting & aanvullen van kennisleemtes; o Het opmaken van een ontwerp van oevers en aanhorigheden; o het opmaken van een aanvraagdossier voor de omgevingsvergunning; o het opmaken van de uitvoeringsstudie; o de opvolging van de uitvoering van de werken. Herbouw van (natuurvriendelijke) oevers: o herbouw van diverse oevers en zachte dijken o Evaluatie bestaande natuurwaarden o Terreinprofilering i.h.k.v. typeoevers o Evaluatie bestaande natuurwaarden vs. nieuw te realiseren waarden o Verplaatsen riet o Opbraak bestaande toestand (afbreken en afvoeren van bestaande oeververdediging, kaaimuur, …) o Verwijderen van beplantingen en rooien bomen o Eventuele heraanplantingen voor gerooide bomen o Eventueel verleggen/aanleggen nutsleidingen o Eventuele heraanleg van het jaagpad/openbare weg o Aansluitingswerken aan bestaande constructies o Inzaaien van grassen bij relatief vlakke taluds o Omgevingsaanleg o Verwijderen dijklichamen o Uitwerken van een faserings en omleidingsplan.”. 3.5. In het bestek wordt, wat de ‘Gunning van de opdracht’ betreft, bepaald dat de opdracht wordt toegekend aan de economisch meest voordelige offerte, rekening houdend met de beste prijs-kwaliteitsverhouding op basis van de volgende gunningscriteria: - criterium 1: het offertebedrag: maximum 60 punten; - criterium 2: plan van aanpak: maximum 25 punten; - criterium 3: het voorgestelde team: maximum 15 punten. Onder de titel ‘Prijsvaststelling en prijsbestanddelen’ worden in het bestek onder meer de elementen bepaald die in de prijzen begrepen zijn (art. 32, § 1, van het bestek): “De opdrachtnemer wordt verondersteld zich voor het opmaken van zijn inschrijving ter plaatse rekenschap te hebben gegeven van de aard en de omvang van de werken en van de moeilijkheden van alle aard die de uitvoering van de XIV-39.715-4/31 werken met zich kan brengen. De opdrachtnemer wordt geacht de aard van het bouwterrein en de werkzaamheden te kennen en zijn prijzen op grond van deze kennis te hebben vastgesteld. Dienvolgens zijn alle kosten en lasten die elders niet uitdrukkelijk ten laste van de aanbestedende overheid worden gelegd, vereist voor de bouw van het werk conform het bestek, exclusief ten laste van de opdrachtnemer. De opdrachtnemer is verplicht op zijn kosten alle ondergeschikte werken en leveringen uit te voeren die niet expliciet vermeld zijn in een post van de opmetingsstaat, maar die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de aanneming zoals bepaald in de aanbestedingsdocumenten, en/of voor de uitvoering van die post. Onverminderd het bepaalde in art. 32 K.B. Plaatsing en niet – limitatief dienen in de eenheidsprijzen en globale prijzen van de opdracht dienen te zijn (voor zover niet voorzien in een afzonderlijke post): - Alle werken, leveringen en bijkomende werken die inherent zijn aan de uitvoering van de algemene maatregelen van artikel 79 AUR zijn begrepen in de aannemingssom - de kosten verbonden met het houden van alle mogelijke vormen van overlegvergaderingen/ momenten met de opdrachtgever en/of andere diverse partijen, waarvoor geen aparte posten zijn voorzien; - de kosten verbonden aan het voeren, notuleren, opvolgen,.. van overleg/interacties; - de kosten verbonden aan het opvragen aan derden van de voor de studie benodigde informatie; - de kosten verbonden aan het opstellen van de rapporten en verslagen; - de kosten voor het produceren van de voorlopig en definitief af te leveren producten, documenten en rapporten, in het vereiste aantal exemplaren en in een formaat en/of schaal bepaald door de opdrachtgever; - de verplaatsingskosten; - de administratie en secretariaatskosten; - de telefoon en internetkosten; - de verzendingskosten; - de kosten ingevolge toepasselijke wet en regelgeving; - de kosten verbonden aan het aanpassen en herindienen van de aanvragen voor omgevingsvergunningen indien het dossier onvolledig verklaard wordt; - De bijdrage verschuldigd aan het Opzoekingscentrum voor de Wegenbouw (OCW); - De bijdrage verschuldigd aan buildwise; - De kilometerheffing ‘Viapass’ voor vrachtwagens van meer dan 3,5 ton; - De meerprijzen voor het werken in ploegen, voor het uitvoeren van nachtwerk en voor weekendwerk; - Ieder stelsel, apparaat, en in het algemeen ieder element dat deel uitmaakt van deze opdracht wordt, behalve uitdrukkelijk tegenstrijdige vermelding in het bestek, volledig geleverd en omvat dus alle organen, toebehoren en aanpassingen, nodig voor montage, volmaakte werking, gebruik en gemakkelijk onderhoud, zelfs als deze organen, toebehoren en aanpassingen niet expliciet vermeld zijn in dit bestek, op de plans of in de samenvattende opmetingsstaat die het vergezellen; - De aankoopprijs en de verschuldigde vergoedingen voor de gebruikslicenties van de intellectuele eigendomsrechten waarvan de XIV-39.715-5/31 opdrachtnemer niet de eigendomsrechten heeft (artikel 30 §1 KB Plaatsing); - Alle in deze aanneming te verwerken materialen zijn nieuw en zijn door de aannemer te leveren tenzij het bestek of de opmeting het uitdrukkelijk anders bepaalt; - In de eenheidsprijs of globale prijs van elke post (of onderdeel ervan) zijn inbegrepen tenzij anders vermeld alle prestaties eigen aan het te verwezenlijken werk, zoals het leveren van de nodige materialen, het opvoegen, het aansluiten, het reinigen, het bijwerken, het aanbrengen van voorzieningen, het wegruimen van afval, enz ...; - Alle bestanden (bv plannen, rekennota’s etc) die geleverd worden, worden sowieso ook in het originele bestandsformaat van opmaak geleverd; - Bij alle werken zitten telkens alle nodige demontage en montagewerken vervat in de post van het betreffende onderdeel; - Bij alle werken zitten telkens alle nodige hijswerken (inclusief de hijsstudie en het hijsmateriaal) vervat in de post van het betreffende onderdeel; - Bij alle werken zitten telkens alle transportkosten en tussentijdse stockages vervat in de post van het betreffende onderdeel; - Bij de revisie van gelijk welk onderdeel worden sowieso altijd alle bouten, moeren, onderlegringen en schroeven vervangen. Hierbij wordt minstens dezelfde kwaliteit gebruikt als de huidige. Deze onderdelen worden niet in een aparte post vergoed. De boutgaten worden ook opgezuiverd; - Alle blote boutuiteinden worden afgesloten met een dopmoer zodat er geen vocht of andere vervuiling in de schroefdraadverbinding kan indringen. Dit wordt niet in een aparte post vergoed; - De kosten van verzekeringen van het materieel en van het personeel tegen arbeidsongevallen, de sociale lasten, verzekering tegen schade aan personen en aan goederen van het Gewest en particulieren. Alle kosten van verzekeringen zijn een last van de aanneming, met uitzondering van de ABR polis waarvoor een afzonderlijke post voorzien is; - De kosten ten gevolge van het storten van afval dienen begrepen te zijn in de eenheidsprijs van de respectievelijke posten voor opbraak of afbraak waarbij afvalmateriaal ontstaat en bij ontstentenis van dergelijke posten vormen de stortkosten een last van de aanneming, met uitzondering van de opbraak posten voor oever en taludwerken (0401.279001* tem 0401.279015*) waarvoor een afzonderlijke post voorzien is; - alle interne prestaties van de opdrachtnemer die het gevolg zijn van de VLAREM wetgeving, de OVAM richtlijnen, en in het bijzonder alle lasten die voortvloeien uit de verplichte certificatie en controle door een erkende sloopbeheerorganisatie op de opvolging en afvoer van sloop en bouwafval; - Zijn in de eenheidsprijzen begrepen, de prijzen horende bij de meetstaat ten gevolge van de beschrijving van de inschrijver van de wijze waarop zij de werken zullen uitvoeren om rekening te houden met het veiligheids en gezondheidsplan, alsook de afzonderlijke prijsberekening in verband met de door het veiligheids en gezondheidsplan bepaalde preventiemaatregelen en middelen, inbegrepen de buitengewone individuele beschermingsmaatregelen; - De permanente reiniging van de wegen en/of de directe omgeving van de bouwplaats valt ten laste van de aannemer; XIV-39.715-6/31 - Alle voorlopige of definitieve verleggingen van installaties van concessiehoudende en/of nutsmaatschappijen die enkel noodzakelijk zijn wegens het gebruik van bijzondere uitvoeringsmiddelen gekozen door de aannemer zijn inbegrepen in de aannemingssom; - De coördinatie en overleg met alle betrokken partijen (politiezones, gemeenten, bedrijven …) vóór en tijdens de werken; - Alle verrichtingen en verplichtingen voor het verkrijgen van de vergunningen/toelatingen die nodig zijn voor de uitvoering van de werkzaamheden, zoals signalisatieplannen en de bijhorende toelatingen, omgevingsvergunningen,…, behoudens voor de vergunningen en toelatingen die al aangevraagd en/of verkregen zijn door de aanbestedende overheid voor de aanvang van de werken; - De prijs van alle uitvoeringsmiddelen en hulpconstructies die niet expliciet in de opmetingsstaten zijn opgenomen en die toch vereist zijn om de werken conform het bijzonder bestek en de goedgekeurde tekeningen uit te voeren, moet begrepen zijn in de inschrijvingsprijzen van de werken die erdoor mogelijk gemaakt worden. Onder deze uitvoeringsmiddelen en hulpconstructies zijn o.a. begrepen (niet limitatief): - Bouw en damkuipen; - Voorlopige damwanden; - Bemaling van bouwputten/bouwkuipen; - Voorlopige aanvullingen en uitgravingen; - Voorlopige omleggingen van rioleringen, beken en collectoren; - eventuele bemalingen die nodig zijn om constructies in den droge te kunnen uitvoeren, en waarvoor geen aparte posten zijn voorzien. Onder kosten van de bronbemaling vallen alle kosten inbegrepen bij de installatie van de bemaling en nodig voor het effectief werken van de bemaling (sturing, alarminstallatie, voeding, studie, aansluiting op het net, aanvragen, enz..); - voorlopige omleggingen van allerhande nuts en andere leidingen, die niet nodig zijn in functie van de definitieve toestand, doch die het gevolg zijn van de door de aannemer voorziene uitvoeringsmiddelen of uitvoeringswijze; - pontons, steigers, bekistingen, formelen en allerhande voorlopige hulp , beschermings en ondersteuningsconstructies; - eventuele maatregelen nodig om schade aan aangrenzende gebouwen of installaties te vermijden.” Art. 32, § 1, 3° K.B. Plaatsing wordt aangevuld als volgt: Volgende kosten zijn eveneens ten laste van de opdrachtnemer, tenzij hiervoor een aparte post in de samenvattende opmeting werd voorzien: - het werken met de nodige en wettelijke voorzorgsmaatregelen en voorzichtigheid in de omgeving van nutsleidingen en hun bijhorende installaties, alsook de eventuele peilingen om deze voorzorgsmaatregelen wat te kunnen verminderen; - de eventueel vereiste bescherming van de bestaande en te behouden nutsleidingen en hun bijhorende installatie.”. XIV-39.715-7/31 Bij het bestek wordt een samenvattende opmetingsstaat gevoegd. 3.6. De opening van de offertes vindt plaats op 7 november 2024 om 9u30. Er worden vijf offertes ontvangen waaronder deze van de verzoekende partijen, aan de volgende inschrijvingsbedragen: Nr. Naam en adres inschrijver Prijs, excl. Btw [euro] 1. TM B.H. 16.761.256,66 2. TM A.D-A.R. (hierna: de derde belanghebbende) 13.068.564,37 3. nv H-K 14.368.546,00 4. TM B.-G.D., (hierna: de TM, gevormd door de verzoekende 15.033.056,69 partijen) 5. TM V.H.- H.-D.R. 17.645.173,76 3.7. Op verzoek van de verwerende partij brengt de Algemene Technische Ondersteuning, cel Prijsadvies (hierna: de ATO) op 14 november 2024 advies uit in het kader van het algemeen prijs- of kostenonderzoek. In dit prijstechnisch nazicht stelt ATO het volgende over het criterium ter bepaling van de in aanmerking te nemen posten: “5.2 ONDERZOEK VAN DE EENHEIDSPRIJZEN EN GLOBALE PRIJZEN 5.2.1. Afbakening van het onderzoek Bij het onderzoek van deze prijzen heeft ATO alle posten met een aandeel groter dan 0,25% in beschouwing genomen. Normaliter hanteert ATO als criterium dat het individueel aandeel van de posten ten minste 1% moet bedragen. Echter, gelet op het grote aantal posten en het beperkte aantal posten met een individueel aandeel groter dan 1%, werd de grens naar beneden bijgesteld, tot 0,25%. Op die manier bedraagt het totale aandeel van de onderzochte posten +- 74,6%, hetgeen ATO als voldoende representatief beschouwt voor een grondig onderzoek van de eenheidsprijzen en globale prijzen.”. Over de offerte van de tijdelijke maatschap gevormd door de verzoekende partijen vermeldt het prijstechnisch nazicht door de afdeling ATO wat volgt: “5.2.4.3 Offerte [TM, gevormd door de verzoekende partijen] Rekening houdend met bovenvermelde criteria en maatstaven identificeert ATO de posten 8, 125, 161, 165, 166, 215, 216, 277, 284, 286, 300, 303, 352, 384, 447 en 462 voor verder onderzoek. XIV-39.715-8/31 De posten 295, 296 en 385 werden door ATO niet weerhouden gelet op het gelijkaardige prijsniveau opgegeven door minstens twee andere inschrijvers. Ook de overige posten werden niet weerhouden omdat: - Het individueel aandeel in de offerte beperkt is ( - De afwijkingen ten opzichte van de gemiddelde prijzen beperkt zijn, en/ of; - De prijzen nog binnen de vork van courant gangbare prijzen uit MEDIAAN vallen.”. In het prijstechnisch nazicht stelt ATO voor om prijsverantwoording te vragen aan drie inschrijvers: - De TM A.D.- A.R, de derde belanghebbende. - De nv H.-K. - De TM B.-G.D., gevormd door de verzoekende partijen. 3.8. Ingaand op dat advies, nodigt de verwerende partij deze drie inschrijvers op 19 november 2024 uit tot een prijsverantwoording. Al deze inschrijvers hebben tijdig een prijsverantwoording ingediend. De vraag tot prijsverantwoording gericht aan de TM, gevormd door de verzoekende partijen beslaat de eenheidsprijzen van de volgende posten: - Post 8: Opzet projectmanagement - Post 125: Uitvoeringsbegeleiding projectzone 8 - Post 161: Werfinrichting, inrichten, instandhouden en verwijderen inrichting van de bouwplaats – projectzone 4 - Post 165: Werfinrichting, inrichten, instandhouden en verwijderen inrichting van de bouwplaats – projectzone 8 - Post 166: Werfinrichting, inrichten, instandhouden en verwijderen inrichting van de bouwplaats – projectzone 9 - Post 215: Peilingen – multibeammetingen volgens 4-1.1.10.3, peilingen - Post 216: Mobilisatie en demobilisatie van materieel voor (multibeam)peilingen - Post 275: Oever volgens 13-10.3, met wiepen aan twee rijen perkoenpalen - Post 277: Wandvormige uitschietende oeververdediging met rijswerk, oever met uitschietende wiepen aan twee rijen perkoenpalen, volgens 13-10.5 - Post 284: Schanskorven in matrasvorm gevuld met ruwe breuksteen, volgens 13-2.4, type 6x8, dikte 30 cm XIV-39.715-9/31 - Post 286: Schanskorven vullen met fin-zandhoudende grond, volgens 13-2.4 - Post 300: Tijdelijke grond- en waterdichte aansluiting tussen tijdelijke damwand en bestaande kaaimuur - Post 303: Uitvoeren van een geschiktheidsproef op grondankers volgens 24-5.2, procedure cohesieve grond (lange procedure) - Post 352: Toplaag van gietasfalt, bouwklassegroep B6-B10 en BF volgens 6-2, type GA-C, dikte E = 4 cm - Post 384: Klein materiaal en handgereedschap, exclusief bedienaar: dompelpomp met capaciteit van 500 tot 1000 m3/u - Post 447: Ponton met draagvermogen tot 100 T: aanvoer + afvoer (alle kosten inbegrepen) = 1 prestatie - Post 462: Multifunctionele en krachtige duw / werkboot met weinig diepgang. De boot is geschikt voor de ondersteuning van verschillende activiteiten, zoals het duwen van boten en transport van goederen en personeel. (exclusief 1 schipper en 1 matroos): huurprijs + verbruik De werkboot beschikt over een hydraulische dekkraan tot 4 ton en 1 of meerdere lieren De werkboot is uitgerust met motor die voldoet aan de uitlaatemissiedoelstellingen voor de binnenwateren.” 3.9. Op 29 november 2024 dient de TM gevormd door de verzoekende partijen haar prijsverantwoording in. Ook de andere bevraagde inschrijvers dienen tijdig hun prijsverantwoording in. Na hiertoe te zijn verzocht door de verwerende partij omdat een document dubbel lijkt te zijn bezorgd en een ander document lijkt te ontbreken, bezorgt de TM gevormd door de verzoekende partijen op 2 december 2024 andermaal haar prijsverantwoording. 3.10. Op verzoek van de verwerende partij brengt ATO op 10 december 2024 een tweede advies uit, ditmaal over de door de drie inschrijvers verstrekte prijsverantwoordingen. 3.11 Op 12 december 2024 wordt een gunningsverslag opgesteld. In het gunningsverslag wordt onder punt 3.3 ‘Prijsonderzoek’ onder meer vermeld : “ De aanbestedende overheid ging over tot een prijsonderzoek van de ingediende offertes overeenkomstig artikel 35-37 KB Plaatsing. Het gemiddelde totale offertebedrag – berekend conform €15.387.622,82 artikel 36§4 KB Plaatsing – is het volgende: XIV-39.715-10/31 Nr. Naam inschrijver Prijs, excl. btw % afwijking t.a.v. gemiddelde 1. TM A.D.- A.R, dit is de derde 13.088.564,37 -14,94% belanghebbende EUR 2. H.-K. nv 14.368.546,11 -6,62% EUR 3. TM B.-G.D.[dit is de TM 15.033.065,69 -2,30% gevormd door de verzoekende EUR partijen] 4. TM B.-H. 16.761.256,66 +8,93% EUR 5. TM V.H.– H.-D.R 17.645.173,76 +14,7-67% EUR Geen van de offertes ligt meer dan 15% onder het voornoemde gemiddelde. In de volgende offertes werden wel schijnbaar abnormale eenheidsprijzen vastgesteld: - TM [derde belanghebbende] - […] - TM [verzoekende partijen] Op 19/11/2024 werd aan TM [derde belanghebbende] een prijsverantwoording gevraagd voor het totale offertebedrag en de prijzen van de volgende posten: […] TM [derde belanghebbende] heeft op 29/11/2024 een prijsverantwoording bezorgd. Deze verantwoording werd aanvaard om de volgende redenen: […] Het offertebedrag en de betrokken eenheidsprijzen vertonen geen abnormaal karakter en de offerte komt voor verdere beoordeling in aanmerking. Op 19/11/2024 werd aan […] een prijsverantwoording gevraagd voor de prijzen van de volgende posten: […]. […] heeft op 29/11/2024 een prijsverantwoording bezorgd. Deze verantwoording wordt aanvaard om de volgende redenen: […] Het offertebedrag en de betrokken eenheidsprijzen vertonen geen abnormaal karakter en de offerte komt voor verdere beoordeling in aanmerking. Op 19/11/2024 werd aan TM [gevormd door de verzoekende partijen] een prijsverantwoording gevraagd voor de prijzen van de volgende posten: 8 – 125 – 161 – 165 – 166 – 215 – 216 – 275 – 277 – 284 – 286 – 300 – 303 – 352 – 384 – 447 – 462 TM [gevormd door de verzoekende partijen] heeft op 29/11/2024 een prijsverantwoording bezorgd. Deze verantwoording wordt niet aanvaard om de volgende redenen: - Het ontbreken van een toeslag voor algemene kosten, winst en risico op een significant deel van de opdracht, zijnde de studie; - De zeer lage niet-onderbouwde eenheidsprijs voor de aankoop en levering van zandhoudende grond (post 286); XIV-39.715-11/31 - Het ontbreken van enige cijfermatige onderbouwing bij de zeer lage ‘concurrentiële’ onderaannemingskosten voor de uitvoering van een toplaag in gietasfalt (post 384 [lees: 352]); - Het ontbreken van de kosten voor het ponton gedurende de aan- en afvoer ervan (post 447). Het bedrag van de prijs voor de posten 8 tot en met 142 (het volledige studiegedeelte), post 286, post 384 [lees: 352], post 447 wordt op prijstechnisch vlak als abnormaal beschouwd, waardoor de offerte als substantieel onregelmatig wordt beschouwd in toepassing van artikel 36 KB Plaatsing en dus van verdere beoordeling wordt uitgesloten.”. De offerte van de TM gevormd door de verzoekende partijen wordt niet aanvaard en de offerte wordt substantieel onregelmatig bevonden. Uit het gunningsverslag blijkt dat de prijsverantwoording verstrekt door de twee andere inschrijvers wordt aanvaard. De globale beoordeling aan de hand van de drie gunningscriteria resulteert in de volgende rangschikking van de offertes: Nr. Inschrijver Prijs Plan van Team TOTAAL aanpak 1. TM A.D.-A.R.[dit is de derde 60.00 18,00 13,50 91,00 belanghebbende] 2. H.-K. nv 55.65 20,00 11,50 87,15 3. TM B.-H. 47.51 18,00 13,50 79,01 4. TM nv V.H.-nv H.-D.R. 44.51 19,00 12,00 75,51 Aldus wordt voorgesteld om de opdracht te gunnen aan de TM A.D.-A.R., dit is de belanghebbende derde, als de economisch meest voordelige regelmatige offerte, voor een bedrag van 13.088.564,37 euro exclusief btw. 3.12. In navolging van het gunningsverslag, beslist de verwerende partij op ongekende datum, maar ten laatste op 19 december 2024, om de opdracht toe te wijzen aan de belanghebbende derde, voor een bedrag van 13.088.564,37 euro exclusief btw, onder meer “gelet op het gunningsverslag van 11/12/2024 dat als bijlage bij deze beslissing is gevoegd en er integraal deel van uitmaakt” en “overwegende dat de motieven en het besluit van het bovenvermelde gunningsverslag geheel wordt onderschreven”. XIV-39.715-12/31 Dit is de bestreden beslissing. 3.13. Met een e-mail van 19 december 2024 en een aangetekend schrijven worden de verzoekende partijen ervan in kennis gesteld dat hun offerte onregelmatig is verklaard op grond van de volgende motieven: “Conform artikel 8, §1 van de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies (hierna: Rechtsbeschermingswet), deel ik u mee dat uw offerte voor bovenvermelde opdracht onregelmatig is bevonden en geweerd werd. De motieven voor de wering van uw offerte: Op 19/11/2024 werd er prijsverantwoording gevraagd, deze werd ontvangen op 29/11/2024. Deze verantwoording wordt niet aanvaard om de volgende redenen: - het ontbreken van een toeslag voor algemene kosten, winst en risico op een significant deel van de opdracht, zijnde de studie; - de zeer lage niet-onderbouwde eenheidsprijs voor de aankoop en levering van zandhoudende grond (post 286); - het ontbreken van enige cijfermatige onderbouwing bij de zeer lage ‘concurrentiële’ onderaannemingskosten voor de uitvoering van een toplaag in gietasfalt (post 384); - het ontbreken van de kosten voor het ponton gedurende de aan- en afvoer ervan (post 447). Het bedrag van de prijs voor de posten 8 tot en met 142 (het volledige studiegedeelte), post 286, post 384 en post 447 worden op prijstechnisch vlak als abnormaal beschouwd, waardoor de offerte als substantieel onregelmatig wordt beschouwd toepassing van artikel 36 KB Plaatsing en dus van verdere beoordeling wordt uitgesloten.”. IV. Ontvankelijkheid van de vordering 4. Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om uitspraak te doen over de door de verwerende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexceptie. Een onderzoek van en een uitspraak over die excepties zou alleen nodig zijn indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. V. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden 5. Krachtens artikel 17, §§ 1, 5 en 6, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, gelezen in samenhang met de artikelen 15 en 31 van de wet XIV-39.715-13/31 van 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies’, moet enkel worden onderzocht of in de voorliggende vordering tot schorsing die is ingesteld volgens de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, een ernstig middel waarvan het onderzoek zich leent voor een versnelde behandeling of een klaarblijkelijke onwettigheid wordt aangevoerd. VI. Onderzoek van het enig middel Uiteenzetting van het middel 6. In het verzoekschrift wordt door de verzoekende partijen een eerste en enig middel ingeroepen dat is gesteund op een schending van artikel 84 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten (hierna: de wet van 17 juni 2016) en artikel 36 van het koninklijk besluit van 18 april 2017 ‘plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren’ (hierna: ‘het koninklijk besluit van 18 april 2017’), evenals op een schending “van het gelijkheids-, non-discriminatie, en transparantiebeginsel inzake overheidsopdrachten, zoals neergelegd in artikel 4 van de wet van 17 juni 2016, en het eruit voortvloeiende verbod op willekeur; van het zorgvuldigheidsbeginsel als beginsel van behoorlijk bestuur; van de materiële en formele motiveringsplicht als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur en uit ontstentenis van de rechtens vereiste feitelijke en juridische grondslag”. De verzoekende partijen achten de in het enig middel aangevoerde bepalingen en beginselen geschonden: “Doordat, de bestreden beslissing bij de beoordeling van de prijsverantwoording een abnormale prijs heeft weerhouden voor 133 niet bevraagde posten, zonder enig onderzoek naar het al dan niet verwaarloosbaar karakter van de schijnbaar abnormaal geachte posten, waarbij minstens het verwaarloosbaar karakter niet betrokken werd in het oordeel van de aanbestedende dienst en/of gedragen werd door motieven waarbij geen rekening wordt gehouden met de prijsverantwoording in zijn geheel. Terwijl, het artikel 84 [van de wet van 17 juni 2016] voorschrijft dat het onderzoek van de prijzen en kosten verplicht dient te worden uitgevoerd door de aanbestedende dienst conform de door de Koning vastgestelde regels. Dat artikel 36, §2 [van het koninklijk besluit van 18 april 2017] nader bepaalt dat een aanbestedende overheid alleen een offerte wegens abnormale prijzen kan XIV-39.715-14/31 weren indien zij voorafgaandelijk de inschrijver een formele prijsverantwoording heeft gevraagd, waarbij de inschrijver moet bevraagd worden over alle posten die abnormaal lijken onder voorbehoud van de uitzondering voorzien in de wet voor verwaarloosbare posten. Dat aangezien de regels voor het bijzonder prijs- en kostenonderzoek verschillen naargelang de betrokken posten al dan niet verwaarloosbaar zijn, de aanbestedende overheid moet nagaan of ze dit karakter vertonen. Dat artikel 36, §3 [van het koninklijk besluit van 18 april 2017] de beslissingsmogelijkheden van de aanbestedende entiteit vastlegt indien zij vaststelt dat een inschrijver geen afdoende prijsverantwoording kan bieden voor een schijnbaar abnormale prijs, en sprake is van een blijvend abnormale eenheidsprijs in de offerte. Dat overeenkomstig dit artikel een prijs voor een verwaarloosbare post geen aanleiding kan geven tot een substantiële onregelmatigheid, en het verwaarloosbaar karakter van de prijszetting naast het blijvend abnormaal karakter een substantiële voorwaarde uitmaakt opdat één of meerdere éénheidsprijzen na prijsonderzoek aanleiding kunnen geven tot de substantiële onregelmatigheid van de offerte. Dat het zorgvuldigheidsbeginsel als beginsel van behoorlijk bestuur de aanbestedende overheid verplicht tot een gedegen voorbereiding van de te treffen beslissing, opdat zij met kennis van zaken kan oordelen over de gunning van de opdracht. Dat zij de door een inschrijver verstrekte prijsverantwoording in haar geheel dient te onderzoeken en te behandelen. Dat de formele motiveringsplicht vereist dat de motieven waarop de bestreden beslissing gesteund wordt, geëxpliciteerd wordt in de beslissing zelf, en dat deze motieven afdoende, correct, pertinent en niet tegenstrijdig zijn, waarbij zij de rechtsonderhorige in staat dienen te stellen om met kennis van zaken de hem door de wet ter beschikking gestelde rechtsmiddelen uit te putten. Dat op basis van het beginsel van de materiële motiveringsverplichting vereist dat de beslissing gedragen moet worden door motieven die in rechte en in feite aanvaardbaar zijn. De motieven moet[en] kenbaar, feitelijk juist en draagkrachtig zijn. Dat het gelijkheids-, non-discriminatie- en transparantiebeginsel veronderstellen dat de inschrijvers een gelijke kans krijgen om de opdracht gegund te krijgen wat impliceert dat zij zich gedurende de plaatsingsprocedure in een gelijke positie moeten bevinden. Dat het transparantiebeginsel vereist dat de procedure door een afdoende bekendmaking voor de mededinging wordt geopend en de objectiviteit en onpersoonlijkheid van de procedure na het doorlopen ervan door de gehanteerde regels kan worden geverifieerd. Zodat de bestreden beslissing die de offerte substantieel onregelmatig heeft bevonden en geweerd zonder een zorgvuldig prijs- en kostenonderzoek, de hogervermelde wetsbepalingen en algemene beginselen schendt.”. 7. In de toelichting bij het enig middel, in wat kan worden beschouwd als een eerste grief (onder het kopje ‘Gebrekkige prijsbevraging’), bekritiseren de verzoekende partijen, in essentie, de omstandigheid dat er meer posten als abnormaal werden beschouwd dan waarvoor zij zijn bevraagd. Zij lichten toe dat hen slechts een schriftelijke prijsbevraging werd gericht voor de posten 8, 125, 165, 166, 215, 216, 275, 277, 284, 286, 300, 303, 352, 384, 447 en XIV-39.715-15/31 462. Over de posten 9 tot 124 en 126 tot 142, posten die allen betrekking hebben op ‘studie’ (cfr. supra punt 3.4), zijn de verzoekende partijen niet bevraagd. Deze prijzen werden vooraf niet geïdentificeerd als schijnbaar abnormaal, waardoor het volgens de verzoekende partijen onduidelijk is van welke maatstaf de aanbesteder zich heeft bediend als vergelijkingsbasis om de prijzen naderhand als abnormaal te bestempelen. Minstens had de verwerende partij de verzoekende partijen over deze naderhand geïdentificeerde abnormale prijzen moeten bevragen, quod non. Alleszins kan een aanbesteder zich, als er geen voorafgaande verantwoording wordt gevraagd voor abnormaal geachte eenheidsprijzen, achteraf niet meer beroepen op de onregelmatigheid van de offerte wegens het abnormaal karakter van de eenheidsprijzen, wat wordt geraakt door willekeur. 8. Ten tweede (onder het kopje ‘Onderzoek naar het verwaarloosbaar karakter’), verwijten de verzoekende partijen de verwerende partij dat zij heeft nagelaten om het (al dan niet) verwaarloosbaar karakter van de bevraagde posten vast te stellen, minstens heeft zij nagelaten zich uit te spreken over het karakter van de bevraagde posten. Nochtans is enkel prijsbevraging vereist voor de niet-verwaarloosbare posten waarvan de prijzen de aanbesteder abnormaal lijken. Vanuit hun aard worden verwaarloosbare posten niet geacht invloed te kunnen uitoefenen op de mededinging. Daarmee heeft de verwerende partij artikel 36, § 3, van het koninklijk besluit van 18 april 2017 geschonden, alsook de formele- en de materiëlemotiveringsplicht. Uit artikel 36, § 3, van het koninklijk besluit van 18 april 2017 volgt immers dat een onregelmatigverklaring niet kan voortvloeien uit een verwaarloosbare abnormale prijs voor een post. Als de verwerende partij was overgegaan tot het vaststellen van het verwaarloosbaar karakter van de posten, quod non, dan was zij tot het besluit gekomen dat de posten 286, 352 en 447 slechts een gering belang hebben op de totaalprijs van de offerte, met een relatieve waarde van telkens minder dan 0,5% van de totaalprijs van de offerte, zijnde respectievelijk 0,055% (post 286), 0,068% (post 352) en 0,173% (post 447). De verzoekende partijen stippen bij post 352 ook nog aan dat gietasfalt slechts wordt gebruikt voor het uitvoeren van herstellingen aan asfaltwegen, en dus niet wordt aangewend bij de aanleg van een volledige nieuwe weg. De posten 345, 346, 347 en 351 strekken hier immers reeds toe. Vanuit die optiek kan de goede uitvoering van deze post volgens de verzoekende partijen al evenmin een argument zijn om deze post als niet-verwaarloosbaar te beschouwen. De verzoekende ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.149 XIV-39.715-16/31 partijen wijzen er tot slot nog op dat het “enkel (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.