← België

Arrest 262197 - Wegenwezen - 31/01/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 31 januari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.197 Rolnummer: A. 237877/X-18292 Zaak: Arrest 262197 - Wegenwezen - 31/01/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-02-04 Raadplegingen: 92 - laatst gezien 2026-06-17 03:05 Fiche Arrest nr 262.197 van 31 januari 2025 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Wegenwezen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 262.197 van 31 januari 2025 in de zaak A. 237.877/X-18.292 In zake : J.B. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Sven Vernaillen en Katrien Dams kantoor houdend te 2600 Antwerpen Borsbeeksebrug 36 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen :

  1. het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Pieter-Jan Defoort en Heleen Vandermeersch kantoor houdend te 8020 Oostkamp Hertsbergsestraat 4 bij wie woonplaats wordt gekozen
  2. de GEMEENTE ZONHOVEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jannick Poets kantoor houdend te 3920 Lommel Stationsstraat 70 bus 201 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het beroep, ingesteld op 8 december 2022, strekt tot de nietigverklaring van : a. het besluit van de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken van 5 augustus 2022 tot verwerping van het beroep van de verzoekende partij tegen de beslissing van de gemeenteraad van de gemeente Zonhoven van 13 december 2021 tot definitieve vaststelling van het rooilijnplan voor het gedeelte van de Genkerbaan tussen de kruispunten met de Dorpsstraat en de Sprinkwaterstraat (hierna: het ministerieel besluit van 5 augustus 2022) en X-18.292-1/11 b. het voormelde besluit van de gemeenteraad van de gemeente Zonhoven van 13 december 2021 (hierna: het gemeenteraadsbesluit van 13 december 2021). II. Verloop van de rechtspleging
  4. De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Adjunct-auditeur Evelien De Taeye heeft een verslag opgesteld. Verzoeker heeft een laatste memorie ingediend. De verwerende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 november
  5. Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Katrien Dams, die verschijnt voor verzoeker, advocaat Heleen Vandermeersch, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, en advocaat Jannick Poets, die verschijnt voor de tweede verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Evelien De Taeye, heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. X-18.292-2/11 III. Feiten 3.
  7. Verzoeker is eigenaar van drie percelen langs het gedeelte van de Genkerbaan tussen de kruispunten met de Dorpsstraat en de Sprinkwaterstraat (hierna: het betrokken wegsegment). Langs de lijn van de voorgevels van zo goed als alle gebouwen (hierna: de gevellijn) in het betrokken wegsegment bevindt zich een geplaveid voetpad. 3.2.
  8. Op 13 september 2021 stelt de gemeenteraad het ontwerp van rooilijnplan voor het betrokken wegsegment voorlopig vast. 3.2.
  9. Uit het bijhorende grafische plan blijkt dat ter hoogte van ongeveer 40 % van de aanpalende percelen de bestaande rooilijn gelegen is tot tegen de gevellijn en dat er zich voor de overige aanpalende percelen – waaronder de drie van verzoeker – een strook met een diepte van ongeveer vijf meter bevindt tussen de bestaande rooilijn en de gevellijn. De nieuwe rooilijn zal ter hoogte van alle aangelande percelen de gevellijn volgen, zodat de voornoemde stroken met een diepte van ongeveer vijf meter verdwijnen. 3.2.
  10. Op het grafisch plan is een tabel opgenomen met de kadastrale vermelding van de sectie, de nummers en de oppervlakte van de getroffen kadastrale percelen en onroerende goederen. 3.2.
  11. In het gemeenteraadsbesluit van 13 september 2021 wordt het volgende vermeld: “Verwijzingsdocumenten Het ontwerp van het gemeentelijk rooilijnplan, opgemaakt en ondertekend door landmeter-expert ing. [A. B.] dd. 07/06/2021, bevattende volgende gegevens: o Het ontwerp van rooilijnplan waaruit duidelijk de actuele en de X-18.292-3/11 toekomstige rooilijn van de gemeenteweg blijkt, o De kadastrale vermelding van de sectie, de nummers en de oppervlakte van de getroffen kadastrale percelen en onroerende goederen, o De naam van de eigenaars van de getroffen kadastrale percelen en onroerende goederen volgens kadastrale gegevens of andere gegevens die voor het gemeentebestuur beschikbaar zijn (als bijlage).” 3.3.
  12. Van 27 september 2021 tot 26 oktober 2021 wordt over het voorlopig vastgestelde rooilijnplan een openbaar onderzoek georganiseerd. 3.3.
  13. De tweede verwerende partij legt stukken neer die tijdens het openbaar onderzoek ter inzage lagen, waaronder een Excel-tabel met de kadastrale gegevens van de getroffen kadastrale percelen en onroerende goederen, waarop de namen van de eigenaars zwart zijn gemaakt. 3.3.
  14. Tijdens het openbaar onderzoek dient verzoeker een bezwaarschrift in. 3.
  15. Met het gemeenteraadsbesluit van 13 december 2021 stelt de gemeenteraad van de gemeente Zonhoven het rooilijnplan definitief vast. Dit is het tweede bestreden besluit. In het gemeenteraadsbesluit van 13 december 2021 wordt het volgende vermeld: “Verwijzingsdocumenten • Het ontwerp van het gemeentelijk rooilijnplan, opgemaakt en ondertekend door landmeter-expert ing. [A. B.] dd. 30/11/2021, bevattende volgende gegevens: o Het ontwerp van rooilijnplan waaruit duidelijk de actuele en de toekomstige rooilijn van de gemeenteweg blijkt, o De kadastrale vermelding van de sectie, de nummers en de oppervlakte van de getroffen kadastrale percelen en onroerende goederen, o De naam van de eigenaars van de getroffen kadastrale percelen en onroerende goederen volgens kadastrale gegevens of andere gegevens die voor het gemeentebestuur beschikbaar zijn (als bijlage).” X-18.292-4/11 3.
  16. Op 14 januari 2022 stelt verzoeker bij de Vlaamse regering bestuurlijk beroep in tegen het gemeenteraadsbesluit van 13 december
  17. 3.
  18. Met het ministerieel besluit van 5 augustus 2022 wordt dit bestuurlijk beroep verworpen. Dit is het eerste bestreden besluit. IV. Onderzoek van de middelen A. Het eerste middel Uiteenzetting van het middel 4.
  19. Het eerste middel is afgeleid uit de schending van artikel 16, § 2, van het decreet van 3 mei 2019 ‘houdende de gemeentewegen’ (hierna: het gemeentewegendecreet). 4.
  20. Volgens verzoeker is niet voldaan aan de door het gemeentewegendecreet opgelegde substantiële vormvereiste dat het rooilijnplan de namen van de eigenaars van de getroffen kadastrale percelen dient te bevatten. Die namen en percelen zijn immers opgenomen in een Excel-tabel die als bijlage bij het rooilijnplan is gevoegd. Verzoeker stelt dat deze tabel niet gevoegd was bij het voorlopig vastgestelde rooilijnplan en evenmin bij het definitief vastgestelde rooilijnplan, zodat ze “even goed zou kunnen zijn opgemaakt na de definitieve vaststelling van het rooilijnplan”.
  21. In zijn memorie van wederantwoord stelt verzoeker dat de verwerende partijen hoegenaamd niet kunnen worden bijgetreden in hun stelling dat de namen van de eigenaars mogen worden opgenomen in een afzonderlijke tabel bij het rooilijnplan.
  22. In zijn laatste memorie benadrukt verzoeker dat de gemeente de tabel met de namen van de eigenaars van de getroffen kadastrale percelen “uit eigen beweging” ter beschikking diende te stellen. X-18.292-5/11 Beoordeling
  23. Het middel mist feitelijke grondslag daar de tweede verwerende partij er aan de hand van de door haar neergelegde stukken van overtuigt dat de tabel met de namen van de eigenaars van de getroffen kadastrale percelen wel degelijk deel uitmaakt van zowel het voorlopig vastgestelde ontwerp van rooilijnplan als van het definitief vastgestelde rooilijnplan én dat deze tabel tijdens het openbaar onderzoek ter inzage is gelegd. Verzoeker toont niet aan dat er enige onwettigheid zou volgen uit het feit dat de tabel is opgenomen in een afzonderlijke bijlage of uit de omstandigheid dat op de versie van de tabel die ter inzage is gelegd – met het oog op de privacybescherming – de namen onleesbaar zijn gemaakt.
  24. Het middel wordt verworpen. B. Het tweede middel Uiteenzetting van het middel 9.
  25. Het tweede middel is afgeleid uit de schending van de artikelen 3 en 4 van het gemeentewegendecreet, evenals van het zorgvuldigheids- en redelijkheidsbeginsel en de (materiële)motiveringsplicht als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. 9.2.
  26. Volgens verzoeker toont het bestreden gemeenteraadsbesluit van 13 december 2021 niet afdoende aan waarom de gewijzigde rooilijn tot tegen de gevellijn dient te lopen. Door de gemeenteraad wordt niet op onderbouwde wijze (aan de hand van concrete stukken) verantwoord waarom de ligging van de rooilijn tot tegen de huizen en de bijhorende grondinnames noodzakelijk zijn. Er is niet bewezen dat de vooropgestelde herindeling verkeersveilig is. De rooilijn dient, in tegenstelling tot wat het bestreden ministerieel besluit van 5 augustus 2022 X-18.292-6/11 voorhoudt, niet om te verhinderen dat er nog bouwwerken zouden worden opgericht. Voorts oordeelt dit besluit in strijd met de aangevoerde bepalingen dat het niet kennelijk onredelijk zou zijn dat de gemeente over de volledige breedte van de Genkerbaan wil beschikken voor de heraanleg. Verzoeker merkt op dat in een ander deel van de Genkerbaan bij de heraanleg de voortuinstroken wel behouden konden blijven en kops parkeren wel is geduld. Door nu de rooilijn tot tegen de woningen te leggen zal het aantal parkeerplaatsen danig worden gereduceerd. Daarnaast blijkt uit geen enkel stuk dat de huidige situatie op de Genkerbaan verkeersonveilig zou zijn. Jongeren die met de fiets naar school gaan, passeren nu niet langs het betrokken gedeelte van de Genkerbaan. Er is zodoende geen enkele behoefte om in dit gedeelte van de Genkerbaan een fietspad aan te leggen. Dat er zou moeten worden verholpen aan een verkeersonveilige toestand is gebaseerd op nattevingerwerk, daar er sinds mensenheugenis geen ongevallen gebeurd zijn op het betrokken wegsegment. Het verminderen van het aantal parkeerplaatsen zal niet alleen verkeersonveilige situaties en foutparkeren tot gevolg hebben, het zal ook een onherroepelijk effect hebben op de handelsactiviteiten langsheen de Genkerbaan. Bovendien gaat het gemeenteraadsbesluit van 13 december 2021 niet nader in op de verkeersveiligheid van de aantakking van de Genkerbaan op de Dorpsstraat. 9.2.
  27. Tot slot voert verzoeker aan dat de bestreden besluiten er onvoldoende rekening mee houden dat “desgevallend niet meer zal kunnen worden voldaan aan de parkeernorm op eigen terrein indien voor [verzoekers] perceel [dat momenteel dienst doet als tuin] een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundig[…] handelen zou worden aangevraagd voor een meergezinswoning”.
  28. In zijn memorie van wederantwoord wijst verzoeker erop dat in een ander, reeds heraangelegd, deel van de Genkerbaan de scheiding tussen het fietspad en de rijweg slechts uit een aantal klinkers bestaat. De gemeente toont niet aan waarom deze invulling ook niet kan worden gehanteerd in het betrokken wegsegment. X-18.292-7/11
  29. In zijn laatste memorie stelt verzoeker dat de gemeente lijkt in te willen zetten op woonverdichting, wat een aanzienlijke impact heeft op de verkeersveiligheid in een gebied. In het licht van deze nieuwe ontwikkeling rijst de bezorgdheid des te meer dat bij het nemen van de bestreden besluiten onvoldoende is nagegaan wat de concrete impact op de verkeersveiligheid is. Beoordeling
  30. De artikelen 3 en 4 van het gemeentewegendecreet stellen: “Artikel 3 - Dit decreet heeft tot doel om de structuur, de samenhang en de toegankelijkheid van de gemeentewegen te vrijwaren en te verbeteren, in het bijzonder om aan de huidige en toekomstige behoeften aan zachte mobiliteit te voldoen. Om de doelstelling, vermeld in het eerste lid, te realiseren voeren de gemeenten een geïntegreerd beleid, dat onder meer gericht is op: 1° de uitbouw van een veilig wegennet op lokaal niveau; 2° de herwaardering en bescherming van een fijnmazig netwerk van trage wegen, zowel op recreatief als op functioneel vlak. Artikel 4 - Bij beslissingen over wijzigingen van het gemeentelijk wegennet wordt minimaal rekening gehouden met de volgende principes: 1° wijzigingen van het gemeentelijk wegennet staan steeds ten dienste van het algemeen belang; […] 3° de verkeersveiligheid [wordt] steeds in acht genomen; […] 5° bij de afweging voor wijzigingen aan het wegennet wordt rekening gehouden met de actuele functie van de gemeenteweg, zonder daarbij de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang te brengen. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen.”
  31. De beoordeling van opportuniteitskritiek behoort niet tot de bevoegdheid van de Raad van State, die een wettigheidsrechter is. 14.
  32. Uit de gegevens van de zaak (randnr. 3.2.2) blijkt dat reeds vóór het nemen van de bestreden besluiten de bestaande rooilijnen in een substantieel deel van het betrokken wegsegment tot aan de gevellijn van de gebouwen reiken. Met het door het gemeenteraadsbesluit van 13 december 2021 definitief X-18.292-8/11 vastgestelde rooilijnplan wordt de situatie in het laatstgenoemde deel doorgetrokken in het gehele wegsegment. In de uitvoerig gemotiveerde bestreden besluiten is uiteengezet dat het betrokken wegsegment van gevellijn tot gevellijn moet kunnen worden heraangelegd om een verkeersveilige inrichting mogelijk te maken en met name een veilig fietspad aan te kunnen leggen. De argumentatie van verzoeker, die erop neerkomt dat hij de aanleg van een fietspad overbodig acht daar fietsers momenteel geen gebruik maken van dit wegsegment om de school te bereiken, is geen ontvankelijke wettigheidskritiek. Dat, zoals verzoeker beweert, de nieuwe – verbrede – rooilijnen zouden leiden tot een vermindering van parkeerplaatsen, tot foutparkeren en tot negatieve effecten voor de handelsactiviteiten, is dat evenmin, waarbij wordt opgemerkt dat de concrete weginrichting niet het voorwerp uitmaakt van de bestreden besluiten. Hetzelfde geldt voor de kritiek – daargelaten de tijdigheid ervan – in verzoekers laatste memorie met betrekking tot de woonverdichting. 14.
  33. Verzoeker kan er voorts niet van overtuigen dat er een onwettigheid zou volgen uit het feit dat in een ander deel van de Genkerbaan de rooilijnen niet tot aan de gevellijnen reiken. Het middel maakt niet aannemelijk dat uit de aangevoerde rechtsregels zou volgen dat het betrokken wegsegment op identiek dezelfde wijze ingericht moet worden als het laatstgenoemde deel. Evenmin wordt aangetoond dat de verwerende partijen nader hadden moeten ingaan op de verkeersveiligheid van de aantakking van de Genkerbaan op de Dorpsstraat, nu ter hoogte van die aantakking de bestaande rooilijnen worden behouden en verzoeker zelf benadrukt dat het betrokken wegsegment in de huidige situatie zeer verkeersveilig is. X-18.292-9/11 14.
  34. Anders dan verzoeker meent, is het terecht dat in het ministerieel besluit van 5 augustus 2022 wordt toegelicht dat een juridisch gevolg van de vastgestelde rooilijnen is dat de aangelanden binnen deze rooilijnen geen bouwwerken mogen oprichten. 14.
  35. Tot slot overtuigt ook de in randnummer 9.2.2 weergegeven argumentatie niet van enige onwettigheid, al was het maar omdat verzoeker niet toelicht wat de beweerde parkeernorm inhoudt en ter zake evenmin enig stuk neerlegt. 14.
  36. De conclusie is dat verzoeker geen schending van de aangevoerde rechtsregels aannemelijk maakt.
  37. Het middel wordt verworpen. C. Het derde middel Uiteenzetting van het middel 16.
  38. Het derde middel is afgeleid uit de schending van artikel 26, §§ 1 en 2, van het gemeentewegendecreet, evenals van het zorgvuldigheidsbeginsel en het beginsel ‘patere legem quam ipse fecisti’ als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. 16.
  39. Volgens verzoeker verhindert de in artikel 20 van het bijzonder plan van aanleg van 6 november 1986 ‘Genkerbaan – Grote Hemmenweg’ (hierna: het BPA) voorziene zone voor wegenis de realisatie van de door de gemeente gewenste weginrichting, daar deze zone enkel bedoeld is voor het gemotoriseerd verkeer en er daarbinnen dus geen fietsstroken, voetgangerspaden en/of publieke parkeerplaatsen kunnen worden ingericht.
  40. Noch in zijn memorie van wederantwoord, noch in zijn laatste memorie voegt verzoeker iets toe aan de uiteenzetting in het verzoekschrift. X-18.292-10/11 Beoordeling
  41. Terecht is in het auditoraatsverslag vastgesteld dat de in artikel 20 van de stedenbouwkundige voorschriften van het BPA bedoelde zone voor wegenis bedoeld is voor alles wat bij een openbare weg hoort, waaronder ook fietsstroken, voetgangerspaden en publieke parkeerplaatsen.
  42. Het middel wordt verworpen. BESLISSING
  43. De Raad van State verwerpt het beroep.
  44. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan elk van de verwerende partijen. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op eenendertig januari tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, kamervoorzitter, Stephan De Taeye, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Jan Clement X-18.292-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.197 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.