id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 februari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.222 Rolnummer: A. 239567/VII-42121 Zaak: Arrest 262222 - Niet begeleide minderjarigen - 03/02/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-02-06 Raadplegingen: 87 - laatst gezien 2026-06-17 02:39 Fiche Arrest nr 262.222 van 3 februari 2025 Vreemdelingen - Niet begeleide minderjarigen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 262.222 van 3 februari 2025 in de zaak A. 239.567/VII-42.121 In zake : M.N. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kati Verstrepen kantoor houdend te 2060 Antwerpen Rotterdamstraat 53 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ine De Cneudt kantoor houdend te 3054 Vaalbeek (Oud-Heverlee) Maurits Noëstraat 145 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 10 juli 2023, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de Federale Overheidsdienst Justitie, dienst Voogdij, van 31 mei 2023 waarbij wordt beslist verzoeker te beschouwen als jonger dan 18 jaar en dat hij een voogd zal krijgen. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 259.456 van 12 april 2024 werd het debat heropend en werd de zaak met toepassing van artikel 93, vijfde lid van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling VII-42.121-1/7 bestuursrechtspraak van de Raad van State’ verwezen naar de gewone rechtspleging. Verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft op 8 juli 2024 een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 7 november 2024, om 14 uur. Kamervoorzitter Carlo Adams heeft verslag uitgebracht. Advocaat Sehrish Raja, die loco advocaat Kati Verstrepen verschijnt voor verzoeker, en advocaat Filip Stouthuysen, die loco advocaat Ine De Cneudt verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- De feiten zijn uiteengezet in tussenarrest nr. 259.456 van 12 april
- Er wordt naar verwezen. VII-42.121-2/7 IV. Onderzoek van het enige middel Uiteenzetting van het middel
- Verzoeker werpt in een enig middel de schending op van de artikelen 3 en 8 iuncto artikel 13 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (hierna: EVRM), van de artikelen 2 en 7 van Titel XIII, Hoofdstuk 6 ‘Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen’ van de programmawet (I) van 24 december 2002, van artikel 3 van het koninklijk besluit van 22 december 2003 ‘tot uitvoering van Titel XIII, Hoofdstuk 6 ‘Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen’ van de programmawet (I) van 24 december 2002’, van “de motiveringsplicht” zoals vervat in de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’, van de zorgvuldigheidsplicht en het evenredigheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur, van de artikelen 1, 7, 18, 24.2 en 47 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie, van de artikelen 3 en 12 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind, van de artikelen 25 en 46 van richtlijn 2013/32/EU van het Europees parlement en de Raad van 26 juni 2013 ‘betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming’, van artikel 4 van richtlijn 2011/95/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 ‘inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming’.
- In het derde middelonderdeel “met betrekking tot de betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van de test en het voordeel van de twijfel” voert verzoeker onder meer aan dat de medische leeftijdstest “op zich onnauwkeurig en weinig precies” is, onder meer omdat de standaardafwijking als ondergrens wordt gehanteerd terwijl ze slechts 68% van de testpopulatie beslaat en VII-42.121-3/7 32% uitsluit, dat hij het voordeel van de twijfel diende te genieten van zodra kwam vast te staan dat er een kans bestaat, hoe klein dan ook, dat zijn verklaarde leeftijd correct kan zijn, dat in geval van twijfel met de jongste leeftijd rekening moest worden gehouden, dat de verwerende partij verzoeker eerst uitgebreid had moeten horen alvorens een medische leeftijdstest te laten uitvoeren, dat minstens aanvullend onderzoek nodig was, zoals een voorafgaandelijke psycho-affectieve test uitvoeren, dat de medische leeftijdstest weinig betrouwbaar is en dat het uitvoeren van een medisch leeftijdsonderzoek, zonder enige motivering hierrond niet verzoenbaar is met het hoger belang van het kind, noch met artikel 8 van het EVRM. Bovendien is verzoeker van oordeel dat het gevoerde onderzoek en de interpretatie van de resultaten van zijn leeftijdstest niet correct gebeurden. Concreet stelt verzoeker vast dat de arts die het onderzoek uitvoerde bij de radiografie van het sleutelbeen, deze aantrof in stadium 2, waardoor er volgens die arts sprake is van een leeftijd van 18 jaar met een standaarddeviatie van 2 jaar. Verzoeker wijst erop dat het wetenschappelijk onderzoek waarop de arts zich in dit verband baseert, geen standaarddeviatie vermeldt. Hierin ziet verzoeker een schending van de zorgvuldigheidsplicht en een gebrek in de motivering.
- De verwerende partij stelt in de memorie van antwoord met betrekking tot de radiografie van het sleutelbeen en de verwijzing door de arts naar een standaarddeviatie van twee jaar die niet zou voorkomen in het wetenschappelijk onderzoek waarnaar die arts verwijst, dat het hanteren van een standaarddeviatie enkel ten goede kan komen van verzoeker. Zij ziet daarom niet in waarom verzoeker kritiek heeft op het gebruik van de voormelde standaarddeviatie. Bovendien acht de verwerende partij het medisch verslag niet onzorgvuldig of gebrekkig gemotiveerd, daar zij op discretionaire wijze de resultaten van het medisch onderzoek beoordeelt en de arts geen verantwoording moet afleggen over de gebruikte methode. VII-42.121-4/7
- In de memorie van wederantwoord herhaalt verzoeker het middel.
- In haar laatste memorie verwijst de verwerende partij naar bijkomende informatie van de arts van 24 augustus
- Al wordt voor stadium twee van het sleutelbeen geen standaarddeviatie vermeld in het wetenschappelijk onderzoek, zij is zeer aannemelijk in de gegeven context en bij vergelijking met de resultaten van de twee andere medische tests. Verzoeker toont met zijn algemene kritiek op de onderzoeksmethode geen onzorgvuldigheid aan noch een onbetrouwbaarheid van de bevindingen van de arts. Beoordeling
- In het verslag aangaande verzoekers leeftijdsschatting verwijst de arts die het onderzoek uitvoerde naar het onderzoek van Schmeling et al. om te oordelen dat de ontwikkeling van verzoekers sleutelbeenderen zich in stadium twee bevindt (Schmeling, A., Schulz, R., Reisinger, W., Mühler, M., Dieter Wernecke, K., Geserick, G., “Studies on the time frame for ossification of the medial clavicular epiphyseal cartilage in conventional radiography”, Int J Legal Med 2004, 118, 5-8). Vervolgens staat in het verslag te lezen dat “volgens dit onderzoek stadium 2 [overeenstemt] met een gemiddelde leeftijd van rond de 18 jaar met een standaarddeviatie van 2 jaar”. Het onderzoek van Schmeling et al. maakt geen deel uit van het administratief dossier zodat niet kan worden geverifieerd of de auteurs statistische parameters voor stadium twee in hun studie opnamen. Het verzoekschrift tot nietigverklaring bevat wel een citaat uit voormeld onderzoek met de daarbij horende tabel, die deviaties vermeldt vanaf stadium drie. Dit wijst erop dat in het onderzoek van Schmeling et al. geen parameters werden bepaald voor stadium twee. De verwerende partij betwist dit niet als dusdanig. Uit het voorgaande blijkt dat de arts zich te dezen wat het onderzoek van de clavicula-radiografie betreft heeft gesteund op onjuiste feitelijke gegevens door te stellen dat stadium twee volgens het wetenschappelijk onderzoek VII-42.121-5/7 waarnaar hij uitdrukkelijk verwijst, overeenstemt met een gemiddelde leeftijd van 18 jaar met een standaarddeviatie van twee jaar, minstens dat de arts op onzorgvuldige wijze tot deze vaststelling is gekomen. De bestreden beslissing is dan ook met miskenning van de materiëlemotiveringsplicht en de zorgvuldigheidsplicht tot stand gekomen nu de arts zich voor zijn eindconclusie baseert op de conclusies van de drie deelonderzoeken en vermits de bestreden beslissing wordt gedragen door het motief omtrent het resultaat van het medisch onderzoek. De bij de laatste memorie van de verwerende partij gevoegde brief van de arts van 24 augustus 2024 leidt niet tot een andere conclusie. Het gaat om een a posteriori motivering die bovendien geen afbreuk doet aan het feit dat in het medisch verslag wel degelijk op verkeerde wijze wordt verwezen naar het wetenschappelijk onderzoek van Schmeling e.a. wat de medische test van de sleutelbeenderen betreft.
- Het derde onderdeel van het enige middel is in die mate gegrond. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt de beslissing van de Federale Overheidsdienst Justitie, dienst Voogdij van 31 mei 2023 waarbij wordt beslist verzoeker te beschouwen als jonger dan 18 jaar en dat hij tot 20 november 2023 een voogd toegewezen kreeg.
- Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als de vernietigde beslissing.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 24 euro. VII-42.121-6/7 Dit arrest is gewezen te Brussel, op drie februari tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Bryan Geerts, toegevoegd griffier. De griffier De voorzitter Bryan Geerts Carlo Adams VII-42.121-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.222 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.456 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div