← België

Arrest 262239 - Onbewoonbare en ongezonde/onveilige woningen - 04/02/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 februari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.239 Rolnummer: A. 236881/X-18204 Zaak: Arrest 262239 - Onbewoonbare en ongezonde/onveilige woningen - 04/02/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-02-11 Raadplegingen: 96 - laatst gezien 2026-06-17 02:41 Fiche Arrest nr 262.239 van 4 februari 2025 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Onbewoonbare en ongezonde/onveilige woningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 262.239 van 4 februari 2025 in de zaak A. 236.881/X-18.204 In zake :

  1. T.H.
  2. de BV A.H. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kelly Braem kantoor houdend te 1785 Merchtem Stoofstraat 50 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de STAD GERAARDSBERGEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jonas De Wit kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het beroep, ingesteld op 25 juli 2022, strekt tot nietigverklaring van het besluit van de Burgemeester van Geraardsbergen van 25 mei 2022 betreffende ‘Woning Markt 39 – Dringende Maatregel’, die ter vrijwaring van de openbare veiligheid aan de eigenaar van het pand Markt nr. 38 te Geraardsbergen wordt opgelegd. II. Verloop van de rechtspleging
  4. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. X-18.205-1/14 Adjunct-auditeur Nino Vermeire heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 13 december
  5. Staatsraad David D’Hooghe heeft verslag uitgebracht. Advocaat Kelly Braem, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Dylan Vercammen, die loco advocaat Jonas De Wit verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Nino Vermeire heeft een eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Feiten 3.
  7. De tweede verzoekende partij is eigenaar van een onroerend goed gelegen te Geraardsbergen, Markt nr.
  8. Eerste verzoeker is de zaakvoerder van de tweede verzoekende partij. 3.
  9. Bij besluit van 24 januari 2022 verleent de verwerende partij een omgevingsvergunning voor de afbraak van dit onroerend goed. Vervolgens worden de betrokken afbraakwerken ook effectief aangevat. X-18.205-2/14 3.
  10. Op 22 april 2022 vindt een plaatsbezoek door de verwerende partij plaats, in aanwezigheid van onder meer eerste verzoeker en een onafhankelijke stabiliteitsingenieur. Vastgesteld wordt dat het onroerend goed Markt nr. 38 onoordeelkundig werd afgebroken, met instabiliteit van de gemene muur tussen het pand nr. 38 en het naastgelegen pand nr. 39 tot gevolg. 3.
  11. Bij besluit van 22 april 2022 legt de verwerende partij, op grond van de artikelen 133 en 135, § 2, tweede lid, 1°, van de Nieuwe Gemeentewet, aan de eigenaar van het onroerend goed Markt nr. 39 maatregelen op ter vrijwaring van de openbare veiligheid. 3.
  12. Op verzoek van de eigenaar van het pand Markt nr. 39, beslist de verwerende partij op 25 mei 2022 om het besluit van 22 april 2022 in te trekken. Als motief wordt vermeld dat uit cassatierechtspraak blijkt dat, in geval van een stoornis die de normale lasten van het nabuurschap overschrijdt, het aan de aan de eigenaar van het onroerend goed die het evenwicht tussen de erven verbreekt, toekomt om het verstoorde evenwicht te herstellen. Deze beslissing maakt het voorwerp uit van een afzonderlijk annulatieberoep (rolnummer A. 236.885/X-18.205). 3.
  13. Op dezelfde dag beslist de verwerende partij om de kwestieuze maatregelen ter vrijwaring van de openbare veiligheid op te leggen aan de eigenaar van het pand Markt
  14. Dit is het bestreden besluit, dat als volgt wordt gemotiveerd: “Vaststellingen: - plaatsbezoek op 22 april 2022 door de technische dienst en de dienst stedenbouw van het lokaal bestuur Geraardsbergen, in aanwezigheid van onafhankelijk expert stabiliteitsingenieur [M.V.], de eigenaar en bouwheer van Markt 38 zijnde [T.H.], diens architect [P.D.], diens stabiliteitsbureau Igenia, diens aannemer tuin- en grondwerken [W.] waarbij werd X-18.205-3/14 vastgesteld dat er tijdens de afbraakwerken aan het pand Markt nr. 38 ter uitvoering van de - op 24 januari 2022 verleende - omgevingsvergunning (OMV_2021172044) stabiliteitsproblemen zijn ontstaan aan het naburig pand nr. 39; waarbij advies werd gegeven om onmiddellijk de werken stil te leggen; - verslag van Igenia, stabiliteitsbureau aangesteld door de bouwheer, dat concludeert dat het behouden van de gemene muur tussen nr. 38 en 39 onmogelijk geworden is; dat er eerst een nieuwe muur zou moeten worden gebouwd in een onveilig situatie waarbij de desbetreffende muur en het asbestdak (met stofwolk tot gevolg) het ten alle tijde zou kunnen begeven; dat er door Igenia wordt geopteerd voor het slopen van pand nr. 39; - verslag van onafhankelijk expert stabiliteitsingenieur [M.V.], van 22 april 2022 waaruit blijkt dat er duidelijk indicaties zijn van acuut gevaar en dat er twee concrete maatregelen worden vooropgesteld; - de gevel van Markt nr. 40 dient omwille van het erfgoedkarakter ten alle tijde in ongeschonden staat bewaard te blijven. Volgende beschrijving is opgenomen in de inventaris bouwkundig erfgoed: ‘Diephuis van twee traveeën met twee bouwlagen en verhoogde halsgevel met dekstenen onder een zadeldak (kunstleien), uit de 17de - 18de eeuw. Gevelindeling: beschilderde bepleistering gemarkeerd door spiegels met festoenen en rechthoekige omlijste vensters met versierde sluitsteen, uit de 19de eeuw.’ Gevaar openbare veiligheid: - de woning nr. 39 is onveilig voor de omgeving; instorting is niet uitgesloten; deze woning bevindt zich in de onmiddellijke nabijheid van twee wegen Buizemontstraat en Markt, pal in het centrum van de stad; -Volgende vastgestelde gebreken houden een acuut veiligheidsrisico in: de hoekwoning werd onoordeelkundig afgebroken met instabiliteit van de gemene muur tussen woning 38 en 39 tot gevolg. Dit met de huidige onveilige situatie als consequentie. Hier kon er proactief gewerkt worden. Dit wil zeggen: het maken van proefsonderingen bij deze gemene muur, zodat staat en dikte gekend waren. Om hierop gebaseerd de gepaste stabilisatiemaatregelen te treffen tot instandhouding van deze gemene muur. Voorgestelde maatregel: - uit het verslag van onafhankelijk expert stabiliteitsingenieur [M.V.] blijkt dat er acuut gevaar is voor de openbare veiligheid; dat de toestand labiel is maar dat het plaatsen van schoringen echter wel mogelijk is; er wordt vastgesteld dat er op een onzorgvuldige wijze is gewerkt en stelt dan ook twee opties voor. Enerzijds het stabiliseren van de structuren van woning nr. 39 zijnde houten roostering, dak, voor -, rechter- en achtergevels van de woning nr.
  15. Dit door een gespecialiseerde firma V-systems of Stabil. Hier op volgend kan, wanneer gestabiliseerd, de woning nummer 38 en de gemene muur, volgens de regels van de kunst, afgebroken worden. In een hierop volgende fase zal de gemene muur opnieuw dienen hermetseld te worden, teneinde de bestaande structuren van de woning nr. 39 opnieuw steun te geven. Deze oplossing is ingrijpend, zowel technisch als financieel, maar zal opnieuw voor een stabiele situatie zorgen. Anderzijds wordt er een alternatief voorgesteld rekening houdend met het dak van woning nr. 39, dat uit asbest bestaat. Deze woning 39 partieel te X-18.205-4/14 gaan slopen/afbreken tot de afdek van het gelijkvloers. De mate en tot waar juist zal moeten afgebroken worden zal oordeelkundig moeten vastgesteld worden door een erkende schoringsfirma en afbraakfirma (voorbeeld Demeuter) Dit is heden onmogelijk omdat er geen toegang was tot woning 39 en
  16. Belangrijk bij deze uitvoering is, dat ten allen tijde, de woning Markt 40 beschermd wordt. Deze gevel heeft beschermde erfgoedwaarde en zal na deze werken geen enkele scheur of instabiliteit vertonen en zich nog steeds in zijn oorspronkelijke staat van 22-04-22 bevinden. Bij deze methode zal er rekening dienen gehouden te worden dat de gemene muur van woning nummer 40 mogelijks dient geschoord, gestabiliseerd te worden aangezien deze partieel vrij komt. De asbest leien, asbest schouw en mogelijks andere asbest gebonden materialen, zal volgens de regels van kunst dienen verwijderd te worden. Voor de uitvoering van deze stabilisatiemethode zal er een versnelde procedure voor sloop moeten gestart worden en dit voor woning
  17. Echter dienen hiervoor alle partijen gehoord te worden. Er dient gelet op het acute karakter zonder meer een maatregel getroffen te worden, echter dient dit steeds de minst drastische maatregel. Gelet op het gegeven dat er een wijze is om de stabiliteit te verzekeren zonder gedeeltelijke afbraak van nr. 39, dient hiervoor te worden geopteerd. Daarenboven zal deze maatregel de gevel met erfgoedwaarde van nr. 40 een hogere bescherming geven dan in het geval dat nr. 39 deels wordt gesloopt. - er blijkt bovendien een noodzaak om de circulatie van verkeer in de binnenstad te garanderen, rekening houdend met de frequente passage van burgers, recreanten en toeristen; - bij deze primeert het algemeen belang boven het individueel belang; Acuut risico: - er vond geen hoorzitting plaats, met dien verstande dat er contacten, (persoonlijk, via mail en telefonisch) zijn geweest met de eigenaar [van het pand Markt 39] en diens architect [B.M.]; met de bouwheer [T.H.] en diens architect [P.D.]; dat er een hoogdringend karakter bestaat en de feiten op zich niet kunnen worden betwist en ook niet in vraag gesteld worden; - elke belanghebbende werd op de hoogte gebracht van de acute toestand van het gebouw; - de eigenaar en bouwheer van pand Markt 38 te Geraardsbergen wordt op basis van het arrest van het Hof van Cassatie van 24 maart 2016 eraan gebonden om de noodzakelijke stappen te ondernemen; dat dit arrest stelt dat het aan de eigenaar van een onroerend goed die door een daad, een verzuim of eender welke andere gedraging het evenwicht tussen de erven verbreekt door aan een de naburige eigenaar een stoornis op te leggen die de normale lasten uit het nabuurschap overschrijdt, om het verstoorde evenwicht te herstellen; Juridisch kader Nieuwe Gemeentewet, artikelen 133 en 135 §2, 1°; Decreet van 12 juli 2013 betreffende het onroerend erfgoed; Arrest van het Hof van Cassatie van 24 maart 2016; Besluit Artikel 1: X-18.205-5/14 De volgende maatregelen aan [T.H.], eigenaar en bouwheer van het naburig pand Markt nr. 38, gelegen te Geraardsbergen, op te leggen ter vrijwaring van de openbare veiligheid. o Het stabiliseren van de structuren van woning nr. 39 zijnde houten roostering, dak, voor -, rechter- en achtergevels van de woning nr.
  18. Dit door een gespecialiseerde firma V-systems of Stabil. Hier opvolgend kan, wanneer gestabiliseerd, pas de woning nummer 38 en de gemene muur, volgens de regels van de kunst, afgebroken worden. In een hierop volgende fase zal de gemene muur opnieuw dienen hermetseld te worden, teneinde de bestaande structuren van de woning nr. 39 opnieuw steun te geven. o de bovenvermelde werken moeten uitgevoerd worden binnen een termijn van uiterlijk zeven dagen, te rekenen vanaf de datum van dit besluit. Artikel 2: Een controle op de uitvoering van de in artikel 1 opgesomde dringende werken zal gebeuren na het verstrijken van bovenvermelde termijn door de burgemeester. Artikel 3: Indien deze werken niet of onvolledig zijn uitgevoerd binnen de gestelde termijn, zal de burgemeester deze werken zelf laten uitvoeren. De kosten zullen nadien verhaald worden op de eigenaar van de woning. Artikel 4: Een afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan de eigenaar van de woning nr. 39 en diens architect, de eigenaar en bouwheer van de woning nr. 38, diens architect en diens stabiliteitsingenieur, de onafhankelijk expert stabiliteitsingenieur, en de lokale politie.” VII. Onderzoek van de middelen A. Voorafgaandelijke opmerking
  19. In hun laatste memorie met verzoek tot voortzetting wijzen de verzoekende partijen op een “nieuwe feitelijke ontdekking” die erin zou bestaan dat de onafhankelijke stabiliteitsingenieur naar wiens vaststellingen in de bestreden beslissing wordt verwezen, niet onafhankelijk zou zijn. Verwezen wordt naar een project waarbij de betrokken ingenieur voor de eigenaar van het pand Markt 39 werkzaam zou zijn. De verzoekende partijen zijn van oordeel dat hiermee een “schijn van partijdigheid” is aangetoond. Daaruit zou voortvloeien dat hun middelen gegrond zijn. X-18.205-6/14
  20. De verzoekende partijen laten evenwel na om, hetzij een nieuw middel te formuleren, hetzij te preciseren waarom dit gegeven op elk van de eerder aangevoerde middelen een determinerende impact zou hebben. De Raad van State ziet dan ook geen redenen om de kwestieuze beweringen betreffende de positie van de betrokken stabiliteitsingenieur in haar verdere beoordeling te betrekken. B. Eerste middel Samenvatting van het middel
  21. De verzoekende partijen voeren de schending aan van de materiëlemotiveringsplicht als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur. Het bestreden besluit steunt volgens hen op een zowel in feite, als in rechte onjuist motief doordat eerste verzoeker wordt aangewezen als eigenaar van het pand te Geraardsbergen, Markt nr. 38, terwijl de tweede verzoekende partij hiervan in werkelijkheid de eigenaar is. Beoordeling
  22. Uit de bestreden beslissing blijkt ondubbelzinnig dat de betrokken maatregelen worden opgelegd aan de eigenaar van het pand gelegen Markt nr.
  23. Beide verzoekende partijen zijn gevestigd op hetzelfde adres. Eerste verzoeker is zaakvoerder van de tweede verzoekende partij en de diverse contacten aangaande de problematiek van de afbraakwerken en stabiliteitsproblemen hebben met eerste verzoeker plaatsgehad. Dat de maatregelen formeel werden opgelegd aan eerste verzoeker – “[T.H.], wonende [V. dreef], 9500 Geraardsbergen, eigenaar en X-18.205-7/14 bouwheer van het naburig pand Markt nr. 38” – en aan hem ter kennis werden gebracht, belet in die omstandigheden niet dat de betrokken maatregelen in werkelijkheid enkel en alleen gericht zijn ten aanzien van de tweede verzoekende partij, zijnde de eigenaar van het pand Markt nr.
  24. Het middel dient dan ook te worden verworpen. C. Tweede middel Samenvatting van het middel 10.
  25. De verzoekende partijen voeren in het tweede middel de schending aan van artikel 135, § 2, eerste lid en tweede lid, 1°, van de Nieuwe Gemeentewet, alsook van het redelijkheids- en proportionaliteitsbeginsel en de materiëlemotiveringsplicht als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. 10.
  26. Zij betogen dat aan de eigenaar van het pand Markt nr. 38 geen maatregelen kunnen worden opgelegd die betrekking hebben op het pand Markt nr. 39 waarvan zij geen eigenaar zijn. Volgens de verzoekende partijen dient “het schoren binnenin het pand Markt nr. 39 te Geraardsbergen te gebeuren” maar zijn zij geen eigenaar van dit pand. De bevoegdheid van de verwerende partij op grond van artikel 135, § 2, van de Nieuwe Gemeentewet biedt volgens de verzoekende partijen geen grondslag “om een private persoon toe te laten c.q. te verplichten om eigendomsrechten van een andere persoon te schenden”. 10.
  27. Bovendien kunnen de bevolen maatregelen bezwaarlijk redelijk en evenredig worden geacht. Minstens bevat het bestreden besluit geen motieven die afdoende staven dat dergelijke maatregelen niet verder reiken dan redelijkerwijze nodig is om de betrachte openbare veiligheid te verzekeren. X-18.205-8/14 Beoordeling
  28. De opgelegde maatregelen beogen “[h]et stabiliseren van de structuren van woning nr. 39 zijnde houten roostering, dak, voor-, rechter- en achtergevels van de woning nr. 39”, maar er wordt niet gepreciseerd op welke wijze dit moet gebeuren. In de mate dat de verzoekende partijen verwijzen naar het voorstel van het stabiliteitsbureau om het pand Markt nr. 39 binnenin te schoren, gaat het om een optie die blijkens het bestreden besluit niet wordt gekozen.
  29. De verzoekende partijen tonen niet aan dat het gegeven dat stabiliteitswerken moeten worden uitgevoerd aan het pand Markt nr. 39 noodzakelijk vergt dat de rechten van de eigenaar van het betrokken pand worden miskend. Het loutere gegeven dat de uitvoering van de bevolen maatregelen zou vergen dat nadere afspraken worden gemaakt met de betrokken eigenaars of zakelijk gerechtigden, toont de onwettigheid van de bestreden beslissing niet aan.
  30. In de mate dat de verzoekende partijen voorhouden dat de opgelegde maatregelen verder gaan dan nodig, komt het hen toe om die grief in concreto te onderbouwen, bijvoorbeeld door nader aan te geven welke specifieke maatregelen niet kunnen kaderen in de vrijwaring van de openbare veiligheid. Zij komen echter niet verder dan algemene beweringen ter zake.
  31. In de mate dat de verzoekende partijen in hun memorie van wederantwoord een onderscheid maken tussen drie categorieën maatregelen, waarbij enkel de eerste categorie maatregelen verantwoord zou zijn om de dreiging voor de openbare veiligheid te ondervangen, gaat het om een laattijdige en derhalve onontvankelijke uitbreiding van het middel. X-18.205-9/14 Bovendien wordt ook die bewering niet nader onderbouwd.
  32. De Raad van State acht het alvast niet onredelijk of disproportioneel dat de verwerende partij, nadat de instabiliteit en een daaruit voortvloeiende gevaarlijke situatie werd vastgesteld, stabiliserende maatregelen oplegt ter vrijwaring van de veiligheid op de openbare weg.
  33. De bestreden beslissing overweegt uitdrukkelijk dat, ten aanzien van de diverse opties die zich aandienen, geopteerd wordt voor “de minst drastische maatregel”: “Gelet op het gegeven dat er een wijze is om de stabiliteit te verzekeren zonder gedeeltelijke afbraak van nr. 39, dient hiervoor te worden geopteerd. Daarenboven zal deze maatregel de gevel met erfgoedwaarde van nr. 40 een hogere bescherming geven dan in het geval dat nr. 39 deels wordt gesloopt.” De verzoekende partijen die deze overwegingen niet bij de aangevoerde wettigheidskritiek betrekken, lichten niet toe waarom de vermelde redenen niet afdoende zouden zijn, noch dat er zich een meer aangepast alternatief aandiende.
  34. Het middel wordt verworpen. C. Derde middel Samenvatting van het middel 18.
  35. De verzoekende partijen voeren in het derde middel de schending aan van artikel 144, eerste lid, van de Grondwet en van artikel 135, § 2, eerste lid en tweede lid, 1°, van de Nieuwe Gemeentewet. X-18.205-10/14 18.
  36. Zij betogen dat de bestreden beslissing gesteund is op de leer van de burenhinder, zoals vastgesteld in een arrest van het Hof van Cassatie van 24 maart
  37. Door zich uit te spreken over burenhinder en door maatregelen op te leggen om het evenwicht tussen de erven te herstellen, doet de verwerende partij uitspraak over een geschil over burgerlijke rechten, hetgeen tot de uitsluitende bevoegdheid van de rechterlijke macht behoort. 18.
  38. De bevoegdheid van de verwerende partij wordt bovendien begrensd door hetgeen de handhaving van de openbare veiligheid vereist. Door te eisen dat de gemene muur opnieuw moet worden gemetseld, gaat het bestreden besluit verder dan te oordelen over de maatregelen die noodzakelijk zijn ter vrijwaring van de openbare veiligheid. Beoordeling
  39. Artikel 135, § 2, eerste lid en tweede lid, 1°, van de Nieuwe Gemeentewet luidt als volgt: “Art. 135, §
  40. De gemeenten hebben ook tot taak het voorzien, ten behoeve van de inwoners, in een goede politie, met name over de zindelijkheid, de gezondheid, de veiligheid en de rust op openbare wegen en plaatsen en in openbare gebouwen. Meer bepaald, en voor zover de aangelegenheid niet buiten de bevoegdheid van de gemeenten is gehouden, worden de volgende zaken van politie aan de waakzaamheid en het gezag van de gemeenten toevertrouwd: 1° alles wat verband houdt met een veilig en vlot verkeer op openbare wegen, straten, kaden en pleinen, hetgeen omvat de reiniging, de verlichting, de opruiming van hindernissen, het slopen of herstellen van bouwvallige gebouwen, het verbod om aan ramen of andere delen van gebouwen enig voorwerp te plaatsen dat door zijn val schade kan berokkenen, of om wat dan ook te werpen dat voorbijgangers verwondingen of schade kan toebrengen of dat schadelijke uitwasemingen kan veroorzaken; voor zover de politie over het wegverkeer betrekking heeft op blijvende of periodieke toestanden, valt zij niet onder de toepassing van dit artikel; […].” X-18.205-11/14 Deze bepaling machtigt de verwerende partij uitdrukkelijk om maatregelen te nemen betreffende “het slopen of herstellen van bouwvallige gebouwen”.
  41. In casu blijkt dat, in aanwezigheid van onder meer eerste verzoeker, werd vastgesteld dat er tijdens de afbraakwerken aan pand Markt nr. 38 stabiliteitsproblemen zijn ontstaan aan het naburige pand Markt nr.
  42. Het verslag van de betrokken stabiliteitsingenieur, waarnaar het bestreden besluit verwijst, vermeldt dat de hoekwoning (pand nr. 38) “onoordeelkundig [werd] afgebroken met instabiliteit van de gemene muur tussen woning 38 en 39 tot gevolg. Dit met de huidige onveilige situatie tot gevolg.”
  43. De verzoekende partijen tonen niet aan dat deze elementen niet verantwoorden om aan de eigenaar van het pand nr. 38 maatregelen op te leggen om woning nr. 39 te stabiliseren en de gemene muur opnieuw op te bouwen, teneinde een gevaar voor de openbare veiligheid te voorkomen.
  44. Dat de bestreden beslissing ook verwijst naar “het arrest van het Hof van Cassatie van 24 maart 2016” om aan te nemen dat het aan de eigenaar die het evenwicht tussen de erven verbreekt, toekomt om het verstoorde evenwicht te herstellen, vormt in die omstandigheden een overtollig motief en maakt het bestreden besluit niet onwettig.
  45. Het derde middel is ongegrond. D. Vierde middel Samenvatting van het vierde middel 24.
  46. De verzoekende partijen voeren de schending aan van het redelijkheids- en proportionaliteitsbeginsel en de materiëlemotiveringsplicht als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. X-18.205-12/14 24.2 Zij betogen dat er niet ernstig gesteld kan worden dat de opgelegde maatregelen een redelijk en proportioneel verband vertonen met enige openbare veiligheidsbehoefte voortvloeiend uit een acuut risico. Ze verwijzen ter zake naar het gegeven dat eerder – op 22 april 2022 – reeds een gelijkluidend besluit was genomen ten aanzien van de eigenaar van het pand Markt nr. 39, waaraan echter geen uitvoering werd gegeven. 24.
  47. Het bestreden besluit verliest volgens de verzoekende partijen zijn draagkracht doordat de overwegingen inzake het acuut veiligheidsrisico reeds ruim een maand eerder werden aangehaald, terwijl de zogenaamd acute maatregel toen niet ten uitvoer werd gelegd. Beoordeling
  48. De bestreden beslissing geeft aan dat er sprake is van een “acuut veiligheidsrisico”. Deze vaststelling verliest haar pertinentie niet door het loutere gegeven dat hetzelfde acute risico een maand eerder ook reeds werd vastgesteld. Veeleer blijkt dat de eerder als onveilig aangemerkte situatie bij het nemen van de bestreden beslissing nog steeds bestond, vermits er nog geen stabiliserende maatregelen waren uitgevoerd. V. Besluit
  49. Daar geen van de middelen kan worden aangenomen, dient het beroep hoe dan ook te worden verworpen. BESLISSING
  50. De Raad van State verwerpt het beroep. X-18.205-13/14
  51. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 22 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vier februari tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, kamervoorzitter, Stephan De Taeye, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, bijgestaan door Karin Meerschaut, griffier. De griffier De voorzitter Karin Meerschaut Jan Clement X-18.205-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.239 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.