id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 februari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.248 Rolnummer: A. 243025/X-18846 Zaak: Arrest 262248 - Plannen van aanleg - 04/02/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-02-11 Raadplegingen: 85 - laatst gezien 2026-06-17 02:42 Fiche Arrest nr 262.248 van 4 februari 2025 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Plannen van aanleg Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.248 no lien 281399 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 262.248 van 4 februari 2025 in de zaak A. 243.025/X-18.846 In zake:
- E.V.
- N.V. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jurgen Vervaeck kantoor houdend te 3191 Hever Karabiniersstraat 15 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen:
- de STAD MECHELEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Alisa Konevina en Tom Swerts kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen
- het VLAAMSE GEWEST -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 20 september 2024, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van “[h]et besluit van de gemeenteraad van de stad Mechelen dd. 27 mei 2024 houdende de definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) en plan-MER Spreeuwenhoek-Venne bis”. II. Verloop van de rechtspleging
- De eerste verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een verslag opgesteld. X-18.846-1/16 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 24 januari
- Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jurgen Vervaeck, die verschijnt voor de verzoekende partijen, is gehoord. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten A. De landbouwexploitatie van de verzoekende partijen 3.
- De verzoekende partijen wonen in de Leemputstraat te Muizen (Mechelen) en exploiteren er een rundveebedrijf. Ook percelen gelegen in de Struikheidestraat te Muizen maken deel uit van de landbouwexploitatie. De verzoekende partijen geven aan “alle open ruimte in het projectgebied” te bewerken in het kader van hun landbouwbedrijf. Overeenkomstig het bij koninklijk besluit van 5 augustus 1976 vastgestelde gewestplan ‘Mechelen’ liggen de betrokken percelen deels in woonuitbreidingsgebied, deels in agrarisch gebied. 3.2.
- Bij besluit van 25 oktober 2011 stelt de gemeenteraad van de stad Mechelen het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) ‘Spreeuwenhoek - Venne’ definitief vast. Op 5 januari 2012 keurt de deputatie van de provincieraad van de provincie Antwerpen (hierna: de deputatie) dit gemeentelijk RUP goed (hierna: het gemeentelijk RUP van 2012). X-18.846-2/16 3.2.
- Overeenkomstig het gemeentelijk RUP van 2012 liggen de betrokken percelen in een ‘zone voor wonen 4/zuidgerichte open bebouwing’, een ‘zone voor wonen 7/urban villa’s’, een ‘zone voor wegen - primaire erfontsluiting A’ en in ‘groenstrips’. 3.
- In een tussen de verzoekende partijen, de nv B.C.S.I. en de stad Mechelen gesloten overeenkomst van 29 oktober 2014, die door de gemeenteraad van de stad Mechelen op 25 november 2014 is goedgekeurd, wordt het volgende bepaald: “(B) De onroerende goederen van [de verzoekende partijen], kadastraal gekend wijk D, nrs. 118/21F, 119C en 72B worden door het gemeentelijk RUP Spreeuwenhoek-Venne getroffen. Op deze gronden bevinden zich de woning en de landbouwbedrijfszetel van [de verzoekende partijen]. Op deze en andere gronden in het projectgebied ba[ten] [de verzoekende partijen] hun landbouwbedrijf uit. […] De goederen kadastraal gekend wijk D nrs. 118/2/F en 119C waarop zich ook de woning en de landbouwbedrijfszetel van [de verzoekende partijen] bevindt werden opgenomen in het onteigeningsplan dat op 29 januari 2013 door de gemeenteraad van de stad Mechelen werd goedgekeurd. Het perceel 72B werd niet opgenomen. Per brief dd. 05/08/2013 werd aan [de verzoekende partijen] een onteigeningsbesluit betekend door de stad Mechelen m.b.t. de goederen kadastraal gekend wijk D nrs. 118/2/F en 119C. (C) Bij akte verleden voor het ambt van notaris Schotsmans met standplaats te Mechelen dd. 16 december 2011 kocht de stad Mechelen uit de hand vanwege het OCMW Mechelen enkele percelen landbouwgrond aan te Boortmeerbeek (1e afdeling, sectie D, nrs. 131, 132A, 135 en 136F) en te Kampenhout (1e afdeling, sectie C, nr. 79A). Deze aankoop werd goedgekeurd in zitting van de gemeenteraad van de stad Mechelen dd. 27 september 2011 m.o.o. het tot stand brengen van een ruilovereenkomst tussen [de verzoekende partijen] en de stad Mechelen. (D) De NV [W.] beschikte tot en met 20 juni 2014 over een optie tot aankoop van de onroerende goederen, kadastraal gekend onder afdeling 9, sectie D, perceelnummers 72B (deel), 119/C en 118/2/F, eigendom van [de verzoekende partijen], en tot vestiging van een opstalrecht op de onroerende goederen, kadastraal gekend onder afdeling 9, sectie D, perceelnummer 72B (deel), eigendom van [de verzoekende partijen]. In functie hiervan heeft zij reeds een eerste ontwerp van verkavelingsplan opgemaakt dat als bijlage 1 bij onderhavige overeenkomst zal worden gevoegd en er een onlosmakelijk deel van zal uitmaken. X-18.846-3/16 Partij [W.] maakte ook reeds een eerste ontwerp van inplantingsplan op, dat als bijlage 4 bij huidige overeenkomst wordt gevoegd. Het vormt een indicatie van de wijze waarop partij [W.] wenst over te gaan tot de ontwikkeling van het project Spreeuwenhoek-Venne. […] (E) Partijen erkennen dan ook te beschikken over een gemeenschappelijk belang bij de ontwikkeling van de wijk Spreeuwenhoek-Venne overeenkomstig het gemeentelijk RUP, en wensen middels onderhavige overeenkomst deze ontwikkeling mogelijk te maken en mogelijke geschillen omtrent de realisatie van de gemeenschappelijke doelstelling te vermijden.” Artikel 6 van de overeenkomst luidt: “Artikel 6 – Samenvattend: de diverse ruilingen die werden overeengekomen In de voorgaande artikels van onderhavige overeenkomst werden o.m. diverse ruilingen overeengekomen tussen de stad Mechelen en [de verzoekende partijen] enerzijds, en de stad Mechelen en partij [W.] anderzijds. Deze ruilingen worden tussen partijen overeen gekomen met het oog op de realisatie van het RUP Spreeuwenhoek-Venne zoals hiervoor omschreven, doch onder de opschortende voorwaarden zoals in deze overeenkomst bepaald. Duidelijkheidshalve worden de diverse overeengekomen ruilingen in dit artikel samengevat. […]
- De ruil tussen de stad Mechelen en [de verzoekende partijen] [De verzoekende partijen] z[ullen] ten voordele van de stad Mechelen afstand doen van de nieuw gecreëerde percelen bestemd voor openbaar domein, zijnde loten 1, 2, 3, 4 en 6, en tevens van alle andere mogelijke aanspraken inzake voorkoop-, gebruiks- of pachtrechten die zij zouden kunnen laten gelden binnen de omschrijving van het RUP Spreeuwenhoek-Venne. In ruil voor deze eigendomsoverdracht in haar voordeel betreffende de loten 1, 2, 3, 4 en 6 en de afstand van alle andere mogelijke aanspraken inzake voorkoop-, gebruiks- of pachtrechten die [de verzoekende partijen] zou[den] kunnen laten gelden binnen de omschrijving van het RUP Spreeuwenhoek-Venne, bekom[en] [de verzoekende partijen] vanwege de stad Mechelen de eigendom over de onroerende goederen van de stad Mechelen te Boortmeerbeek (1e afdeling, sectie D, nrs. 131, 132A, 135 en 136F) en te Kampenhout (1e afdeling, sectie C, nr. 79A). De authentieke akte betreffende deze ruil zal door partijen worden verleden uiterlijk op het tijdstip waar de authentieke koop/verkoopovereenkomst tussen [de verzoekende partijen] en partij [W.] zal worden getekend. […]”. 3.4.
- De verkavelingsvergunning die de deputatie op 17 december 2015 aan de private ontwikkelaar nv W. met betrekking tot de gronden gelegen aan ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.248 X-18.846-4/16 de Leemputstraat te Muizen heeft verleend, wordt – na beroep van K.P. – bij arrest nr. RvVb/A/1718/0299 van 5 december 2017 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen (RvVb) vernietigd. De RvVb oordeelt daarbij dat het gemeentelijk RUP van 2012 onwettig is en dat hij het gemeentelijk RUP met toepassing van artikel 159 van de Grondwet “buiten beschouwing laat in de mate dat dit RUP de juridische grondslag vormt voor de bestreden beslissing”. 3.4.
- Kort daarvoor werd het gemeentelijk RUP van 2012 door de RvVb reeds op grond van artikel 159 van de Grondwet buiten toepassing gelaten bij arrest nr. RvVb/A/1718/0280 van 28 november
- Dit arrest werd gewezen op beroep van E.V. tegen een door de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar op 22 juli 2015 verleende stedenbouwkundige vergunning voor de aanleg van wegenis en riolering voor de woonwijk Spreeuwenhoek en de directe omgeving. De RvVb beslist ook in deze zaak dat hij het gemeentelijk RUP van 2012 met toepassing van artikel 159 van de Grondwet “buiten beschouwing laat in de mate dat dit RUP de juridische grondslag vormt voor de bestreden beslissing”. 3.4.
- De voormelde arresten van de RvVb worden hierna “de arresten van de RvVb van 2017” genoemd. 3.
- Met het oog op het verplaatsen van hun landbouwexploitatie naar Boortmeerbeek, wordt aan eerste verzoeker bij ministerieel besluit van 17 mei 2019, in graad van bestuurlijk beroep, een omgevingsvergunning verleend voor de exploitatie en het oprichten van een rundveebedrijf op het perceel gelegen aan de Langedonckstraat te Boortmeerbeek. Met zijn arrest nr. RvVb-A-2021-0180 van 22 oktober 2020 vernietigt de RvVb de voormelde omgevingsvergunning van 17 mei
- Tegelijk geeft de RvVb aan het Vlaamse Gewest het bevel om een nieuwe beslissing over het bij haar ingediende bestuurlijk beroep te nemen. Op 26 februari 2021 weigert de bevoegde Vlaams minister de door de eerste verzoeker gevraagde omgevingsvergunning. Deze weigeringsbeslissing steunt op de volgende motieven: X-18.846-5/16 “De aanvraag werd getoetst aan de decretale beoordelingsgronden van artikel 4.3.1, §2, van de VCRO. Hieruit volgt dat de aanvraag strijdt met de bepalingen ervan en moet geweigerd worden en dit om volgende redenen: op basis van het voorliggende dossier is er onvoldoende informatie beschikbaar om een betekenisvolle aantasting van het aangrenzende natuurreservaat met zekerheid uit te sluiten: Uit de aanvraag blijkt onvoldoende welke maatregelen getroffen worden om de impact op het natuurgebied te voorkomen, er worden alleszins geen gerichte ammoniakemissie-reducerende maatregelen opgenomen; De discipline Biodiversiteit moet diepgaand uitgewerkt worden, gelet op de kwetsbaarheid voor verzuring en eutrofiëring van zure bossen (waaronder qb); In het dossier ontbreekt een volledige impactberekening; Aangezien de kritische last van de vermesting volgens het richtlijnenboek wordt vastgelegd voor oude eikenbossen op 15 kg N/ha/jaar, wordt verwacht dat de impact van het nieuwe ingeplande bedrijf een belangrijke bijdrage zal hebben van de kritische last van de aanwezige boshabitattypes; Naast de mogelijke effecten op de biodiversiteit ten gevolge van luchtemissies zijn er ook aandachtspunten op vlak van het watersysteem, zowel op kwantitatief als kwalitatief vlak; Enerzijds zijn er mogelijke effecten van de reliëfwijziging en mogelijke hydrologische effecten op het naastgelegen reservaat, effecten van de grondwaterwinning op de naastgelegen vallei en grondwaterafhankelijke vegetaties. Deze moeten ook onderzocht […] worden.” 3.
- De door eerste verzoeker gevraagde omgevingsvergunning voor het tijdelijk (tot de herlokalisatie) exploiteren van een rundveebedrijf op het terrein gelegen in de Leemputstraat te Muizen wordt, in graad van bestuurlijk beroep, bij besluit van 20 oktober 2022 van de deputatie geweigerd. Deze weigering steunt op het volgende motief: “Natuurtoets negatief De ammoniakemissie van de inrichting bedraagt 637,6 kg/NH3/jaar en de bijdrage tot de kritische last voor vermesting en verzuring is 0,05%. Het Agentschap voor Natuur en Bos stelt vast dat noch een toetsing van de aanvraag aan de geldende ministeriële instructie inzake stikstof, noch de concrete passende beoordeling/verscherpte natuurtoets, uitsluiten dat de aanvraag een aantasting kan impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszone/er onvermijdbare of onherstelbare schade toegebracht wordt aan de natuur in het VEN. Het advies van het Agentschap wordt integraal gevolgd.” X-18.846-6/16 Met zijn arrest nr. RvVb-A-2324-0165 van 9 november 2023 verwerpt de RvVb het door eerste verzoeker tegen de voormelde weigeringsbeslissing ingestelde beroep. 3.
- Ook de door eerste verzoeker gevraagde omgevingsvergunning voor het tijdelijk (tot de herlokalisatie) exploiteren van een rundveebedrijf op het terrein gelegen in de Struikheidestraat te Muizen wordt, in graad van bestuurlijk beroep, op 20 oktober 2022 door de deputatie geweigerd. Deze weigering steunt op het volgende motief: “Natuurtoets negatief De ammoniakemissie van de inrichting bedraagt 652,4 kg/NH3/jaar en de bijdrage tot de kritische last voor vermesting en verzuring is 0,04%. Het Agentschap voor Natuur en Bos stelt vast dat noch een toetsing van de aanvraag aan de geldende ministeriële instructie inzake stikstof, noch de concrete passende beoordeling/verscherpte natuurtoets, uitsluiten dat de aanvraag een aantasting kan impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszone/er onvermijdbare of onherstelbare schade toegebracht wordt aan de natuur in het VEN. Het advies van het Agentschap wordt integraal gevolgd.” Met zijn arrest nr. RvVb-A-2324-0164 van 9 november 2023 verwerpt de RvVb het door eerste verzoeker tegen de voormelde weigeringsbeslissing ingestelde beroep. 3.
- Met een brief van 29 april 2024 deelt de eerste verwerende partij aan eerste verzoeker het volgende mee: “lk verwijs naar de voorgaande contacten dewelke er zijn geweest naar aanleiding van de onvergunde exploitatie van uw landbouwbedrijf gelegen te Struikheidestraat 3, 2812 Mechelen-Muizen. Op deze site baat u een vergunningsplichtig landbouwbedrijf uit en dit zonder de nodige vergunning. Ten einde deze onvergunde toestand recht te zetten, heeft u een vergunningsaanvraag ingediend dewelke door Stad Mechelen in eerste aanleg werd geweigerd. De Deputatie trad in graad van beroep de visie van Stad Mechelen bij en dit conform het gecoördineerde en tevens negatief advies van de Provinciale Omgevingsvergunningscommissie. Tegen dit weigeringsbesluit van de Deputatie van 20 oktober 2022 leidde u een vernietigingsprocedure in bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. X-18.846-7/16 In het arrest van 9 november 2023 met referte van de Raad RvVb-A-2324-0164 werd uw vernietigingsverzoek ongegrond verklaard. Hiermee werd definitief uitspraak gedaan en blijft de weigeringsbesIissing van de Deputatie van toepassing. Rekening houdende met het bovenstaande baat u een inrichting uit zonder omgevingsvergunning voor ingedeelde inrichtingen of activiteiten. Op grond van art. 16.3.27 van het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid maan ik u aan de nodige actie te ondernemen om een einde te maken aan deze situatie. lk verzoek u dan ook om mij voor 29 mei 2024 een concreet stappenplan te bezorgen waarin u verduidelijkt op welke wijze u uw onvergunde exploitatie ter plaatse stopzet. Indien u de actie niet kan uitvoeren binnen de vooropgestelde termijn, gelieve hiervan onmiddellijk melding te maken. Dit kan de verdere afhandeling van het dossier beïnvloeden. Naar aanleiding van deze feiten, kan ik overwegen om over te gaan tot de opmaak van een proces-verbaal, verslag van vaststelling en/of het nemen van bestuurlijke maatregelen (art. 16.4.5 van het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid).” B. Het gemeentelijk RUP ‘Spreeuwenhoek-Venne bis’ 3.
- Op 18 mei 2020 keurt het college van burgemeester en schepenen van de stad Mechelen de start- en procesnota goed voor de opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Spreeuwenhoek-Venne bis’ (hierna: het gemeentelijk RUP). De doelstelling van het voorgenomen plan wordt in de startnota als volgt omschreven: “De doelstelling van het RUP Spreeuwenhoek-Venne BIS is tweeledig: Enerzijds heeft het RUP tot doel om het bestaande RUP Spreeuwenhoek-Venne te remediëren. Op 28 november 2017 oordeelde de Raad voor Vergunningsbetwisting dat de wettigheid van het RUP Spreeuwenhoek-Venne is aangetast (de volledige voorgeschiedenis is terug te vinden in bijlage 1). Het RUP Spreeuwenhoek-Venne wordt geremedieerd door de stad Mechelen door een nieuw RUP op te maken voor het plangebied. Anderzijds heeft het RUP tot doel om het gebied Spreeuwenhoek-Venne te gaan ontwikkelen met een mix van woontypologieën. Het programma van het RUP Spreeuwenhoek-Venne wordt hierbij herbekeken, maar niet verhoogd ten opzichte van het huidige RUP. Het gebied zal een groenere invulling krijgen dan in het huidige RUP. Het private bos langs de Hanswijkbeek (voormalig hof van Betzenbroeck) dient zoveel mogelijk gevrijwaard te worden van grote infrastructuren en binnen het plangebied ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.248 X-18.846-8/16 dient meer groen te worden voorzien. Daarnaast zal de huidige recreatiezone met voetbalvelden en tennisvelden behouden blijven. Ook het woonprogramma wordt herbekeken. Hierbij staan een compacter ruimtegebruik, de draagkracht van de omgeving en respect voor de afgeleverde vergunningen voorop.” 3.
- Een publieke raadpleging over de start- en procesnota van het gemeentelijk RUP vindt plaats van 29 mei tot 27 juli
- 3.
- Op 25 mei 2021 keurt het college van burgemeester en schepenen van de stad Mechelen de scopingnota goed. 3.
- Op 21 april 2022 vindt een (digitale) plenaire vergadering plaats over het voorontwerp van het gemeentelijk RUP en het ontwerp van plan-milieueffectrapport (plan-MER). 3.
- Op 24 oktober 2022 stelt de gemeenteraad van de stad Mechelen het ontwerp van het gemeentelijk RUP en van het plan-MER voorlopig vast. 3.
- Van 7 november 2022 tot 9 januari 2023 vindt een (eerste) openbaar onderzoek plaats. 3.
- Op 13 maart 2023 brengt de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening van de stad Mechelen (hierna: Gecoro) advies uit, en adviseert “dat het ontwerp-RUP Spreeuwenhoek – Venne bis bijgestuurd wordt, een nieuwe voorlopige aanvaarding door de gemeenteraad wordt voorzien evenals een nieuw openbaar onderzoek”. 3.
- Op 24 april 2023 stelt de gemeenteraad van de stad Mechelen vast dat het college van burgemeester en schepenen het advies van de Gecoro tot bijsturing van het ontwerp van gemeentelijk RUP aanvaardt. Het gemeenteraadsbesluit vermeldt verder: “Concreet betekent dit een herneming van de ontwerpfase om zo te komen tot een nieuw ontwerp RUP en plan-MER, die opnieuw Voorlopig Vastgesteld zal worden door de Gemeenteraad en ter inzage gelegd in een ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.248 X-18.846-9/16 nieuw Openbaar Onderzoek. Deze Voorlopige Vaststelling zal de Voorlopige Vaststelling van 24 oktober 2022 en het ontwerp-RUP en plan MER dat toen ter inzage werd gelegd, vervangen.” 3.
- Op 23 oktober 2023 stelt de gemeenteraad van de stad Mechelen het hernomen ontwerp van het gemeentelijk RUP met bijhorende plan-MER voorlopig vast. 3.
- Van 7 november 2023 tot 9 januari 2024 wordt een openbaar onderzoek over het hernomen ontwerp van het gemeentelijk RUP en plan-MER georganiseerd. Op 7 december 2023 vindt een infomoment plaats. 3.
- Tijdens het openbaar onderzoek dienen de verzoekende partijen een bezwaarschrift in. 3.
- Op 12 maart 2024 brengt de Gecoro in het kader van de hernomen procedure een advies uit. 3.
- Op 6 mei 2024 beoordeelt het team Milieueffectrapportage van de Vlaamse overheid de kwaliteit van het plan-MER als voldoende. 3.
- Op 27 mei 2024 stelt de gemeenteraad van de stad Mechelen het gemeentelijk RUP definitief vast. Van dit besluit wordt melding gemaakt in het Belgisch Staatsblad van 24 juli
- Het grafisch plan is het volgende – de zetel van het landbouwbedrijf van de verzoekende partijen wordt er ter verduidelijking op aangeduid: X-18.846-10/16 Zetel landbouwbedrijf verzoekende partijen De legende bij dit plan is het volgende: X-18.846-11/16 IV. Ontvankelijkheid van het beroep
- Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de door de verwerende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexceptie uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over die exceptie zouden alleen nodig zijn indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. V. Schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. VI. Spoedeisendheid ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.248 X-18.846-12/16 Uiteenzetting van de verzoekende partijen
- De verzoekende partijen voeren aan dat de zaak spoedeisend is. Het is volgens hen immers duidelijk dat zij een ernstig en moeilijk te herstellen nadeel dreigen te lijden indien de bestreden beslissing niet geschorst wordt. Zij wijzen erop dat de RvVb de twee weigeringsbeslissingen van de deputatie voor de exploitatie van hun bedrijf te Muizen niet heeft willen vernietigen. Dit belet evenwel niet dat zij thans een nieuwe aanvraag zouden kunnen indienen. Sinds de tussenkomst van de arresten van de RvVb is er binnen de Vlaamse regering een stikstofakkoord gesloten, zodat er een nieuw kader bestaat waarbinnen zij een nieuwe vergunning zouden kunnen aanvragen. Het bestreden gemeentelijk RUP vormt evenwel een struikelblok. Door de inwerkingtreding van het bestreden gemeentelijk RUP is hun bedrijf strijdig met de planologische bestemming, en dreigt het niet meer voor vergunning in aanmerking te komen. De verzoekende partijen merken op dat, gelet op de onwettigheid van het gemeentelijk RUP van 2012 dat door de RvVb werd vastgesteld, bij een onwettigheid van het thans bestreden gemeentelijk RUP niet moet worden teruggevallen op dit gemeentelijk RUP van 2012 (dat op grond van artikel 159 van de Grondwet buiten toepassing kan worden gelaten), maar dat een vergunning kan worden verleend op basis van de gewestplanbestemming agrarisch gebied. Voor de verzoekende partijen spreekt het voor zich dat het voortbestaan van het landbouwbedrijf bedreigd wordt door het bestreden gemeentelijk RUP. Het ontneemt hen de kans om een nieuwe vergunning te verkrijgen. Een dergelijk nadeel, dat onder andere ook het verlies van de volledige veestapel met zich zou meebrengen, kan in de praktijk niet hersteld worden. Beoordeling 7.
- Het komt er voor een verzoekende partij die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, op aan om van die urgentie te overtuigen aan de hand van de concrete feiten die zij in haar vordering aanvoert. Dit houdt in dat het aan de verzoekende partij toekomt aan de eigen zaak, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.248 X-18.846-13/16 de zaak spoedeisend is, gelet op de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voor haar persoonlijk veroorzaken. 7.
- De verzoekende partijen gaan er zonder meer van uit dat het gegeven dat de RvVb in zijn arresten van 2017 het gemeentelijk RUP van 2012 met toepassing van artikel 159 van de Grondwet onwettig heeft bevonden en buiten beschouwing heeft gelaten in de mate dat het de juridische grondslag vormde voor de met deze arresten vernietigde beslissingen (zie randnummer 3.4), de vergunningverlenende overheid thans zou toelaten om de vóór het gemeentelijk RUP van 2012 geldende gewestplanbestemming agrarisch gebied op een omgevingsvergunningsaanvraag voor hun rundveebedrijf toe te passen. Zij gaan er echter aan voorbij dat zij geen partij waren bij de zaken die hebben geleid tot de arresten van de RvVb van 2017 en dat artikel 159 van de Grondwet zich richt tot de rechter en niet tot de organen van actief bestuur. Zoals de Raad van State reeds meermaals heeft geoordeeld (zie bijvoorbeeld RvS 22 maart 2011, nr. 212.190; RvS 15 juni 2010, nr. 205.173; RvS 30 juni 2008, nr. 184.941), is de vergunningverlenende overheid er als orgaan van actief bestuur toe gehouden om de geldende planvoorschriften toe te passen. Bij een gebeurlijke schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden gemeentelijk RUP, zijn dit de stedenbouwkundige voorschriften van het gemeentelijk RUP van 2012 (zie randnummer 3.2.2). De verzoekende partijen beweren zelfs niet dat hun rundveebedrijf overeenkomstig deze voorschriften zou kunnen worden vergund. Gezien het voormelde, doen de verzoekende partijen er niet van blijken dat een gebeurlijke schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden gemeentelijk RUP hen tot voordeel kan strekken. Dat er inmiddels een nieuw stikstofakkoord binnen de Vlaamse regering is tot stand gekomen, doet niet anders besluiten. 7.
- Het spoedeisend karakter van de vordering is niet aangetoond.
- Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.248 X-18.846-14/16 cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. X-18.846-15/16 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vier februari tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Stephan De Taeye, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Karin Meerschaut, griffier. De griffier De voorzitter Karin Meerschaut Stephan De Taeye X-18.846-16/16 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.248 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div