← België

Arrest 262264 - Overheidsopdrachten - 05/02/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 februari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.264 Rolnummer: A. 234718/XIV-39569 Zaak: Arrest 262264 - Overheidsopdrachten - 05/02/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-02-10 Raadplegingen: 75 - laatst gezien 2026-06-17 02:46 Fiche Arrest nr 262.264 van 5 februari 2025 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.264 no lien 281413 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 262.264 van 5 februari 2025 in de zaak A. 234.718/XIV-39.569 In zake: de NV M. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Dirk De Keuster en Uschi Steurs kantoor houdend te 2980 Sint-Antonius-Zoersel Handelslei 60 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het UNIVERSITAIR ZIEKENHUIS GENT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Frederik Vandendriessche, Leen De Vuyst en Elise Myin kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 1 oktober 2021, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van het Universitair Ziekenhuis Gent tot niet-selectie van NV Algemene Bouw Maes dd. 28 juli 2021 voor de overheidsopdracht met als voorwerp de ‘snelle oprichting van definitieve hoogbouw met architecturale uitstraling op de campus UZ Gent, incl. alle voorbereidende en uitvoeringsstudies, alle vergunningen, omgevingsaanvraag en alle bijhorende bouwtechnische integratie- en aansluitingswerken’, zoals medegedeeld aan NV Algemene Bouw Maes per aangetekend schrijven dd. 2 augustus 2021”. XIV-39.569-1/3 II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Adjunct-auditeur Lennard Michaux heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 24 oktober
  3. Op 17 december 2024 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Beoordeling
  5. In het auditoraatsverslag wordt de niet-ontvankelijkheid van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.264 XIV-39.569-2/3 beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
  6. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. BESLISSING
  7. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
  8. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vijf februari tweeduizend vijfentwintig door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-39.569-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.264 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.