← België

Arrest 262296 - Verkiezingen, onverenigbaarheden en vervallenverklaringen - 07/02/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 februari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.296 Rolnummer: Zaak: Arrest 262296 - Verkiezingen, onverenigbaarheden en vervallenverklaringen - 07/02/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-02-11 Raadplegingen: 104 - laatst gezien 2026-06-17 03:23 Fiche Arrest nr 262.296 van 7 februari 2025 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Verkiezingen, onverenigbaarheden en vervallenverklaringen Beslissing : Vernietiging Samenvoeging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 262.296 van 7 februari 2025 in de zaak A. 243.599/X-18.933 (I) in de zaak A. 243.694/X-18.941 (II) GEMEENTERAADSVERKIEZING VAN 13 OKTOBER 2024 TE KOEKELARE In de zaak A. 243.599/X-18.933 (I) In zake : T.P. woonplaats kiezend te Belanghebbende partij : P.L. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kurt Vanlerberghe kantoor houdend te 8600 Diksmuide Woumenweg 109 bij wie woonplaats wordt gekozen In de zaak A. 243.694/X-18.941 (II) In zake : P.L. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kurt Vanlerberghe kantoor houdend te 8600 Diksmuide Woumenweg 109 bij wie woonplaats wordt gekozen Belanghebbende partijen :

  1. T.P.
  2. M.D. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stefaan Bonte kantoor houdend te 8550 Zwevegem Otegemstraat 131 bij wie woonplaats wordt gekozen X-18.933 en 18.941-1/12 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de beroepen
  3. Het beroep in de zaak I, ingesteld op 27 november 2024, is gericht tegen “de beslissing van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen, genomen op 20 november 2024, met rolnummer 2425-RVERKB-0018, waarbij het verzoekschrift van [T.P. en M.D.], ingediend op 18 november 2024 tegen de lokale verkiezingen van 13 oktober 2024 te Koekelare, werd geacht niet te zijn ingediend”. Verzoeker vordert “de beslissing van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen d.d. 20 november 2024 […] nietig te verklaren […] [en] verzoeken de Raad van State tevens om de zaak terug te verwijzen naar de Raad voor Verkiezingsbetwistingen, zodat deze de zaak inhoudelijk kan behandelen zoals, oorspronkelijk verzocht in het bezwaar d.d. 18 november 2024”.
  4. Het beroep in de zaak II, ingesteld op 9 december 2024, is gericht tegen “de beschikking van 2 december 2024, waarbij de beschikking van 20 november 2024 […] werd ingetrokken en beslist werd dat de […] opgeworpen standpunten aan tegenspraak dienen te worden onderworpen”. II. Verloop van de rechtspleging
  5. De Raad voor Verkiezingsbetwistingen heeft in beide zaken het administratief dossier ingediend. De belanghebbende partij in de zaak I heeft tijdig een memorie van antwoord ingediend. De belanghebbende partijen in de zaak II hebben hun memorie van antwoord ingediend na de termijn die daarvoor is bepaald. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld. X-18.933 en 18.941-2/12 De partijen in beide zaken zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 31 januari
  6. Staatsraad David D’Hooghe heeft in beide zaken verslag uitgebracht. Advocaat Stefaan Bonte, die verschijnt voor verzoeker in de zaak I, advocaat Severine Falepin, die loco advocaat Kurt Vanlerberghe verschijnt voor verzoeker in de zaak II, advocaat Severine Falepin, die loco advocaat Kurt Vanlerberghe verschijnt voor de belanghebbende partij in de zaak I, advocaat Stefaan Bonte, die verschijnt voor de belanghebbende partijen in de zaak II, zijn gehoord. Eerste auditeur Iris Verheven heeft in beide zaken een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  7. III. Feiten
  8. Op 13 oktober 2024 vinden in de gemeente Koekelare gemeenteraadsverkiezingen plaats. Op grond van hun verkiezingsresultaat is aan de deelnemende lijsten het volgende aantal zetels in de gemeenteraad toegewezen: X-18.933 en 18.941-3/12 Nr Lijst Stemmen % Zetels 1 Vooruit 1.973 41,3% 9 9 Team 8680 1.513 31,6% 6 8 VOOR Koekelare 911 19,1% 3 4 VLAAMS BELANG 384 8% 1 4.781 100% 19
  9. Met een aangetekende zending van 18 november 2024 verzoeken verzoeker in de zaak I en M.D. de Raad voor Verkiezingsbetwistingen om een onderzoek te voeren naar de geldigheid van de gemeenteraadsverkiezingen van de gemeente Koekelare van 13 oktober 2024 en om een hertelling door te voeren.
  10. Bij beschikking van 20 november 2024 heeft de voorzitter van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen het bezwaar van verzoeker in de zaak I en M.D. tegen de gemeenteraadsverkiezingen van 13 oktober 2024 te Koekelare als niet ingediend beschouwd: “Een verzoekschrift moet voldoen aan een aantal vormvereisten. De griffier stelt na controle van het verzoekschrift vast dat volgende vormvereisten ontbreken: - een keuze van een adres in België waarop de griffie brieven kan sturen Daardoor wordt het verzoekschrift niet ingeschreven op het definitieve register, met toepassing van artikel 17, §2, eerste lid Procedurebesluit. Het verzoekschrift is niet geregulariseerd. Niets belet de verzoekende partij evenwel om in het geval dat de decretaal voorgeschreven beroepstermijn nog lopende is een nieuw bezwaar in te dienen dat wel aan de door het Procedurebesluit voorgeschreven vormvereisten voldoet. […] Beslissing van de voorzitter van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen Het verzoekschrift wordt geacht niet te zijn ingediend.” Deze beslissing is het voorwerp van huidig beroep in de zaak I. X-18.933 en 18.941-4/12
  11. Bij e-mail van 23 november 2024 vraagt verzoeker in de zaak I de Raad voor Verkiezingsbetwistingen om de genomen beslissing te herzien. “Vandaag heb ik een aangetekend schrijven kunnen ophalen in de post van jullie omtrent de beslissing in onze zaak. De zaak werd beschouwd als niet ingediend. Dit wegens de volgende vormvereiste: ‘een keuze van een adres in België waarop de griffie kan sturen’. Echter is op ons verzoekschrift wel degelijk een adres vermeld, bewijze het door jullie opsturen van een aangetekend schrijven. Is het mogelijk om meer duiding te geven omtrent wat er juist ontbreekt? Is er nog een mogelijkheid om deze administratieve tekortkoming recht te zetten? Graag wens ik mijn verzoekschrift immers ten gronde te laten behandelen.”
  12. Bij beschikking van 2 december 2024 beslist de voorzitter van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen het volgende: “
  13. De beschikking d.d. 20 november 2024 wordt ingetrokken.
  14. De in de e-mail d.d. 23 november 2024 opgeworpen standpunten dienen aan tegenspraak te worden onderworpen. De procedure wordt voortgezet volgens de gewone rechtspleging.” Deze beschikking maakt het voorwerp uit van een beroep in de zaak II.
  15. Op de zitting van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen van 20 december 2024 worden een aantal getuigen gehoord.
  16. Bij arrest van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen van 23 december 2024 wordt het bezwaar verworpen. Als motief wordt aangevoerd dat de Raad voor Verkiezingsbetwistingen zich “ambtshalve onbevoegd” verklaart om de ingediende bezwaren te behandelen. Volgens de Raad voor Verkiezingsbetwistingen vloeit uit de devolutieve werking van het bij de Raad van State ingestelde beroep en “de volheid X-18.933 en 18.941-5/12 van rechtsmacht van de Raad van State in deze aangelegenheden” voort dat “de Raad voor Verkiezingsbetwistingen zich ambtshalve onbevoegd [dient] te verklaren wegens het gebrek aan rechtsmacht om nog over dit bezwaar te oordelen eens er beroep is ingesteld bij de Raad van State in diezelfde zaak”. IV. Bevoegdheid van de Raad van State - Samenvoeging
  17. In verkiezingszaken treedt de Raad van State op als rechter in hoger beroep en met volle rechtsmacht. Daardoor is, ten gevolge van het beroep sub I, de Raad van State geroepen om het gehele geschil te beoordelen en om, zijn beslissing in de plaats stellend van die van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen, uitspraak te doen over de door verzoeker betwiste geldigheid van de gemeenteraadsverkiezing van 13 oktober 2024 te Koekelare. De betwisting die het beroep sub II aanbrengt, behoort onlosmakelijk tot hetzelfde geschil. De beroepen hangen samen, zodat ze dienen te worden samengevoegd. V. Beoordeling van de beroepen A. Wat de beschikkingen van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen van 20 november 2024 en 2 december 2024 betreft Standpunt van de partijen
  18. Verzoeker in het beroep sub I betoogt dat zijn verzoekschrift werd ingediend “conform de voorschriften […] en verwijzend naar artikel 17, eerste lid van het Procedurebesluit”. X-18.933 en 18.941-6/12 Volgens verzoeker “is nergens aangegeven dat slechts één adres zou moeten worden vermeld of dat er sprake zou moeten zijn van slechts één verzoeker”.
  19. In het verzoekschrift tot tussenkomst in het beroep sub I en in het beroep sub II wordt aangevoerd dat de Raad voor Verkiezingsbetwistingen terecht heeft geoordeeld dat het verzoekschrift geacht moest worden niet te zijn ingediend, en dat er geen reden was om op 2 december 2024 hierop terug te komen. Beoordeling
  20. Zoals in sub randnummer 11 aangegeven, was het beroep dat op 27 november 2024 bij de Raad van State werd ingesteld van aard om de rechtsmacht van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen over de betwisting van de geldigheid van de gemeenteraadsverkiezing van 13 oktober 2024 te Koekelare over te dragen naar de Raad van State. Het wordt, voor zoveel als nodig, bevestigd door de Raad voor Verkiezingsbetwistingen zelf, die op 23 december 2024 expliciet overwoog geen rechtsmacht meer te hebben “eens er beroep is ingesteld bij de Raad van State in diezelfde zaak”.
  21. Uit het voorgaande volgt dat de Raad voor Verkiezingsbetwistingen niet bevoegd was nog haar beschikking van 20 november 2024 op 2 december 2024 in te trekken, nu er immers op 27 november 2024 beroep bij de Raad van State tegen was ingesteld. Er is dan ook reden om, zoals gevorderd in de zaak sub II, de beschikking van 2 december 2024 tot intrekking van de beschikking van 20 november 2024 te vernietigen.
  22. De beschikking van 20 november 2024 verwerpt het bezwaarschrift van verzoeker in de zaak sub I omdat het niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 17 van het besluit van de Vlaamse regering van 16 mei 2014 ‘houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges’ X-18.933 en 18.941-7/12 (hierna: het besluit van de Vlaamse regering van 16 mei 2014), om reden dat er geen “keuze [is gedaan] van een adres in België waarop de griffie brieven kan sturen”.
  23. Artikel 17 – uit deel 1 ‘Algemene bepalingen’ – van het besluit van de Vlaamse regering van 16 mei 2014 luidt: “§
  24. De griffier schrijft elk inkomend verzoekschrift in op een voorlopig register in de volgorde van ontvangst. §
  25. De griffier schrijft het verzoekschrift niet op het definitieve register in als: 1° de stukken, vermeld in artikel 16, 2°, niet gevoegd zijn bij het verzoekschrift dat uitgaat van een rechtspersoon; 2° het verzoekschrift niet is ondertekend door de verzoeker of zijn raadsman; 3° het verzoekschrift geen woonplaatskeuze in België bevat overeenkomstig artikel 7, § 1; 4° er geen afschrift van de bestreden beslissing of een verklaring van de verzoeker dat hij niet in het bezit is van een dergelijk afschrift, bij het verzoekschrift gevoegd is; 5° de schriftelijke volmacht, vermeld in artikel 16, 3°, niet bij het verzoekschrift gevoegd is; 6° de stukken, vermeld in artikel 16, 4°, niet bij het verzoekschrift gevoegd zijn; 7° er geen inventaris bij het verzoekschrift gevoegd is van de overtuigingsstukken die allemaal overeenkomstig die inventaris genummerd zijn. De griffier schrijft een verzoekschrift houdende vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid onmiddellijk in op het definitieve register. Behalve in geval van verkiezings- of mandaatgeschillen, stelt de griffier, in voorkomend geval, de verzoeker in staat om de vormvereisten, vermeld in het eerste lid, te regulariseren binnen een vervaltermijn van acht dagen die ingaat op de dag na de betekening van het verzoek tot regularisatie. De verzoeker die zijn verzoekschrift tijdig regulariseert, wordt geacht het te hebben ingediend op de datum van de eerste verzending of neerlegging. Een verzoekschrift dat niet, onvolledig of laattijdig is geregulariseerd, wordt geacht niet te zijn ingediend.” In deel 4 ‘Verkiezingsbetwistingen en mandaatgeschillen’, schrijft artikel 107, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse regering van 16 mei 2014 voor: X-18.933 en 18.941-8/12 “In afwijking van artikel 17, § 2, kan de verzoeker de vormvereisten niet regulariseren na het verstrijken van de termijn om het verzoekschrift in te dienen.”
  26. De Raad van State heeft eerder reeds bevestigd dat het geciteerde artikel 17 niet voorziet in de sanctie van de onontvankelijkheid of de rechtsongeldigheid van het ingediende bezwaar. Voorts kan uit de betrokken regeling worden afgeleid dat de betrokken vormvereisten vatbaar zijn voor regularisatie. Mag die regularisatie van de vormvereisten, gelet op artikel 107, tweede lid, juncto artikel 17, § 2, derde lid, van het besluit van de Vlaamse regering van 16 mei 2004, in een verkiezings- of mandaatgeschil niet nog gebeuren na het verstrijken van de termijn om het verzoekschrift in te dienen, bínnen die termijn is ze toegelaten, wat op zijn beurt inhoudt dat de griffier verzoeker in voorkomend geval tot deze regularisatie in staat stelt.
  27. De Raad van State stelt vast dat het adres van verzoeker in zijn bezwaarschrift wordt vermeld. De bestreden beschikking maakt trouwens melding van het betrokken adres en de beschikking werd ook naar dit adres gestuurd. Dat niet uitdrukkelijk melding wordt gemaakt van de “keuze” van een adres belet niet dat de gemaakte keuze afdoende blijkt uit het adres dat in het beroepschrift werd opgegeven. Er anders over oordelen komt neer op excessief formalisme, en een ontoelaatbare beperking van de toegang tot de rechter (Zie ook met betrekking tot de gemeenteraadsverkiezingen van 14 oktober 2018 in De Panne RvSt, nr. 243.814, 26 februari 2019).
  28. Zelfs indien de wijze waarop opgave van het adres werd gedaan, tot ontvankelijkheidsproblemen had kunnen leiden, blijkt niet dat aan verzoeker de gelegenheid tot de regularisatie werd gegeven.
  29. Uit wat voorafgaat, volgt dat er reden is om ook de beschikking van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen van 20 november 2024 te vernietigen. X-18.933 en 18.941-9/12 B. Wat de geldigheid van de gemeenteraadsverkiezing betreft
  30. Vastgesteld moet worden dat het verzoekschrift bij de Raad van State in de zaak sub I geen enkele grief aangaande de gemeenteraadsverkiezingen van Koekelare van 13 oktober 2024 bevat. Nochtans werd bij de verzending van de bestreden beslissing van 20 november 2024 uitdrukkelijk vermeld dat bij de Raad van State een beroep tot hervorming mogelijk is, en werd verwezen naar de toepasselijke procedureregels.
  31. Bijgevolg zijn er ten gronde geen grieven aangaande de gemeenteraadsverkiezingen waarvan de Raad van State kennis kan nemen.
  32. Het gegeven dat het gehele verkiezingsdossier, met inbegrip van het initiële bezwaar, overeenkomstig artikel 7 van het koninklijk besluit van 15 juli 1956 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, in geval van beroep als bedoeld bij artikel 76bis van de Gemeentekieswet’ (hierna: koninklijk besluit van 15 juli 1956) werd overgemaakt aan de Raad van State, en de Raad van State indirect dus wel kennis kan nemen van de initieel bij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen ingediende bezwaren, doet niet anders besluiten. De procedurevoorschriften van het koninklijk besluit van 15 juli 1956 (artikel 5) bepalen immers dat van elk ingesteld beroep melding wordt gemaakt in het Belgisch Staatsblad én dat het bij de Raad van State ingediende verzoekschrift op het gemeentesecretariaat ter inzage ligt. Aldus kunnen eventuele belanghebbenden kennis krijgen van het ingediende beroep en beoordelen of zij het nodig vinden in de procedure tussen te komen. Het verzoekschrift met de daarin vermelde grieven is bijgevolg bepalend voor de tussenkomst van belanghebbenden, en bepaalt de contouren van het geding. X-18.933 en 18.941-10/12 Het gevolg hiervan is dat de Raad van State bij zijn oordeelsvorming enkel die bezwaren mag betrekken die het voorwerp hebben uitgemaakt van de ter zake voorziene bekendmaking.
  33. Op grond van het bij de Raad van State ingediende verzoekschrift dat ter inzage lag, hebben de mogelijk belanghebbende personen geen inschatting kunnen maken van de initiële bezwaren. Dat er zich één belanghebbende heeft aangediend, doet niet anders besluiten.
  34. Het besluit is dat, bij gebrek aan inhoudelijke bezwaren in het verzoekschrift zoals dat bij de Raad van State werd ingediend, het hoger beroep ten aanzien van de grond van de zaak moet worden verworpen. VI. Betreffende de kosten
  35. Aan de procedures gevoerd in het kader van het koninklijk besluit van 15 juli 1956 zijn geen kosten verbonden. De bepalingen betreffende de rechtsplegingsvergoeding zijn evenmin toepasselijk. Het verzoek tot de betaling van een rechtsplegingsvergoeding moet bijgevolg hoe dan ook worden verworpen. BESLISSING
  36. De zaken A. 243.599/X-18.933 en A. 243.694/X-18.941 worden gevoegd.
  37. De Raad van State vernietigt de beschikkingen van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen van 20 november 2024 en 2 december 2024, en verwerpt het beroep tegen de gemeenteraadsverkiezing van 13 oktober 2024 te Koekelare wegens gebrek aan inhoudelijke bezwaren in het verzoekschrift. X-18.933 en 18.941-11/12 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zeven februari tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, kamervoorzitter, Stephan De Taeye, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Jan Clement X-18.933 en 18.941-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.296 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.