id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 februari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.297 Rolnummer: A. 243609/X-18935 Zaak: Arrest 262297 - Verkiezingen, onverenigbaarheden en vervallenverklaringen - 07/02/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-02-11 Raadplegingen: 112 - laatst gezien 2026-06-17 03:23 Fiche Arrest nr 262.297 van 7 februari 2025 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Verkiezingen, onverenigbaarheden en vervallenverklaringen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 262.297 van 7 februari 2025 in de zaak A. 243.609/X-18.935 GEMEENTERAADSVERKIEZING VAN 13 OKTOBER 2024 TE GINGELOM In zake :
- M.B.
- C.F.
- L.F. woonplaats kiezend te -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 28 november 2024, is gericht tegen “de beschikking van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen d.d. 21 november 2024 [i]n de zaak met rolnummer 2425-RVERKB-0022”, waarvan “[d]e nietigverklaring wordt gevraagd”. Verzoekers vragen ook om “de regularisatie van het oorspronkelijke verzoekschrift met rolnummer 2425-RVERKB-0022 en de inschrijving in het definitieve register”. II. Verloop van de rechtspleging
- De Raad voor Verkiezingsbetwistingen heeft het administratief dossier ingediend. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 31 januari
- X-18.935-1/8 Staatsraad David D’Hooghe heeft verslag uitgebracht. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Op 13 oktober 2024 vinden in de gemeente Gingelom gemeenteraadsverkiezingen plaats. Op grond van hun verkiezingsresultaat is aan de deelnemende lijsten het volgende aantal zetels in de gemeenteraad toegewezen: Nr Lijst Stemmen % Zetels 1 Vooruit 3.073 66,2 % 13 8 GRAAG 1.570 33,8% 6 4.643 100% 19
- Verzoekers zijn allen kandidaat voor de lijst GRAAG. Eerste verzoekster is verkozen tot gemeenteraadslid.
- Op 20 november 2024 leggen verzoekers via het digitaal platform bezwaar neer bij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen met betrekking tot de gemeenteraadsverkiezingen van de gemeente Gingelom van 13 oktober
- Bij beschikking van 21 november 2024 heeft de Raad voor Verkiezingsbetwistingen het bezwaar van verzoekers tegen de gemeenteraads- verkiezingen van 13 oktober 2024 te Gingelom als niet ingediend beschouwd: X-18.935-2/8 “Een verzoekschrift moet voldoen aan een aantal vormvereisten. De griffier stelt na controle van het verzoekschrift vast dat volgende vormvereisten ontbreken: - een keuze van een adres in België waarop de griffie brieven kan sturen Daardoor wordt het verzoekschrift niet ingeschreven op het definitieve register, met toepassing van artikel 17, §2, eerste lid Procedurebesluit. Het verzoekschrift is niet geregulariseerd. Niets belet de verzoekende partij evenwel om in het geval dat de decretaal voorgeschreven beroepstermijn nog lopende is een nieuw bezwaar in te dienen dat wel aan de door het Procedurebesluit voorgeschreven vormvereisten voldoet. […] Beslissing van de voorzitter van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen Het verzoekschrift wordt geacht niet te zijn ingediend.” IV. Bevoegdheid van de Raad van State
- In verkiezingszaken treedt de Raad van State op als rechter in hoger beroep en met volle rechtsmacht. Met andere woorden is door de voorliggende vordering de Raad van State geroepen om het gehele geschil te beoordelen en om, zijn beslissing in de plaats stellend van die van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen, uitspraak te doen over de door verzoekers betwiste geldigheid van de gemeenteraadsverkiezing van 13 oktober 2024 te Gingelom. V. Onderzoek van het beroep A. Ontvankelijkheid van het initiële bezwaarschrift Uiteenzetting van verzoeker
- Verzoekers betwisten dat hun bezwaar bij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen als “niet […] ingediend” mocht worden beschouwd “omdat de adressen van de verschillende verzoekende partijen duidelijk vermeld werden” en de bestreden beschikking “niet in overeenstemming [is] met onderstaande KB’s en eerdere arresten van de RvS”. X-18.935-3/8 Verzoekers verwijzen naar artikel 2 van het koninklijk besluit van 15 juli 1956 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, in geval van beroep als bedoeld bij artikel 76bis van de Gemeentekieswet’ (hierna: koninklijk besluit van 15 juli 1956), en naar artikel 2 van het koninklijk besluit van 16 september 1982 ‘tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 juli 1956 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State in geval van beroep als bedoeld bij artikel 76 van de gemeentekieswet’. Beoordeling
- De bestreden beslissing verwerpt het bezwaarschrift van verzoekers omdat het niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 17 van het besluit van de Vlaamse regering van 16 mei 2014 ‘houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges’ (hierna: het besluit van de Vlaamse regering van 16 mei 2014), om reden dat er geen “keuze is gedaan van een adres in België waarop de griffie brieven kan sturen”.
- Artikel 17 – uit afdeling 1 ‘Algemene bepalingen’ – van het besluit van de Vlaamse regering van 16 mei 2014 luidt: “§
- De griffier schrijft elk inkomend verzoekschrift in op een voorlopig register in de volgorde van ontvangst. §
- De griffier schrijft het verzoekschrift niet op het definitieve register in als: 1° de stukken, vermeld in artikel 16, 2°, niet gevoegd zijn bij het verzoekschrift dat uitgaat van een rechtspersoon; 2° het verzoekschrift niet is ondertekend door de verzoeker of zijn raadsman; 3° het verzoekschrift geen woonplaatskeuze in België bevat overeenkomstig artikel 7, § 1; 4° er geen afschrift van de bestreden beslissing of een verklaring van de verzoeker dat hij niet in het bezit is van een dergelijk afschrift, bij het verzoekschrift gevoegd is; 5° de schriftelijke volmacht, vermeld in artikel 16, 3°, niet bij het verzoekschrift gevoegd is; 6° de stukken, vermeld in artikel 16, 4°, niet bij het verzoekschrift gevoegd zijn; X-18.935-4/8 7° er geen inventaris bij het verzoekschrift gevoegd is van de overtuigingsstukken die allemaal overeenkomstig die inventaris genummerd zijn. De griffier schrijft een verzoekschrift houdende vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid onmiddellijk in op het definitieve register. Behalve in geval van verkiezings- of mandaatgeschillen, stelt de griffier, in voorkomend geval, de verzoeker in staat om de vormvereisten, vermeld in het eerste lid, te regulariseren binnen een vervaltermijn van acht dagen die ingaat op de dag na de betekening van het verzoek tot regularisatie. De verzoeker die zijn verzoekschrift tijdig regulariseert, wordt geacht het te hebben ingediend op de datum van de eerste verzending of neerlegging. Een verzoekschrift dat niet, onvolledig of laattijdig is geregulariseerd, wordt geacht niet te zijn ingediend.” In deel 4 ‘Verkiezingsbetwistingen en mandaatgeschillen’, schrijft artikel 107, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse regering van 16 mei 2014 voor: “In afwijking van artikel 17, § 2, kan de verzoeker de vormvereisten niet regulariseren na het verstrijken van de termijn om het verzoekschrift in te dienen.”
- De Raad van State heeft eerder reeds bevestigd dat het geciteerde artikel 17 niet voorziet in de sanctie van de onontvankelijkheid of de rechtsongeldigheid van het ingediende bezwaar. Voorts kan uit de betrokken regeling worden afgeleid dat de betrokken vormvereisten vatbaar zijn voor regularisatie. Mag die regularisatie van de vormvereisten, gelet op artikel 107, tweede lid, juncto artikel 17, § 2, derde lid, van het besluit van de Vlaamse regering van 16 mei 2014, in een verkiezings- of mandaatgeschil niet nog gebeuren na het verstrijken van de termijn om het verzoekschrift in te dienen, bínnen die termijn is ze toegelaten, wat op zijn beurt inhoudt dat de griffier de verzoeker in voorkomend geval tot deze regularisatie in staat stelt.
- De Raad van State stelt vast dat het adres van verzoekers in hun bezwaarschrift wordt vermeld. De bestreden beschikking maakt trouwens melding van het betrokken adres en de beschikking werd ook naar dit adres gestuurd. X-18.935-5/8 Dat niet uitdrukkelijk melding wordt gemaakt van de “keuze” van een adres belet niet dat de gemaakte keuze afdoende blijkt uit het adres dat in het beroepschrift werd opgegeven. Er anders over oordelen komt neer op excessief formalisme, en een ontoelaatbare beperking van de toegang tot de rechter (Zie ook met betrekking tot de gemeenteraadsverkiezingen van 14 oktober 2018 in De Panne RvSt, nr. 243.814, 26 februari 2019).
- Zelfs indien de wijze waarop opgave van het adres werd gedaan, tot ontvankelijkheidsproblemen had kunnen leiden, blijkt niet dat aan verzoeker de gelegenheid tot de regularisatie werd gegeven.
- Uit wat voorafgaat, volgt dat de beschikking van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen verzoekers beroepschrift niet rechtsgeldig heeft verworpen. B. Wat de geldigheid van de gemeenteraadsverkiezing betreft
- Het verzoekschrift bij de Raad van State bevat geen enkele grief aangaande de gemeenteraadsverkiezingen van Gingelom van 13 oktober
- Nochtans werd bij de verzending van de bestreden beslissing uitdrukkelijk vermeld dat bij de Raad van State een beroep tot hervorming mogelijk is, en werd verwezen naar de toepasselijke procedureregels.
- Bijgevolg zijn er ten gronde geen grieven aangaande de gemeenteraadsverkiezingen waarvan de Raad van State kennis kan nemen.
- Het gegeven dat het gehele verkiezingsdossier, met inbegrip van het initiële bezwaar, overeenkomstig artikel 7 van het koninklijk besluit van 15 juli 1956 werd overgemaakt aan de Raad van State, en de Raad van State indirect dus wel kennis kan nemen van de initieel bij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen ingediende bezwaren, doet niet anders besluiten. X-18.935-6/8 De procedurevoorschriften van het koninklijk besluit van 15 juli 1956 (artikel 5) bepalen immers dat van elk ingesteld beroep melding wordt gemaakt in het Belgisch Staatsblad én dat het bij de Raad van State ingediende verzoekschrift op het gemeentesecretariaat ter inzage ligt. Aldus kunnen eventuele belanghebbenden kennis krijgen van het ingediende beroep en beoordelen of zij het nodig vinden in de procedure tussen te komen. Het verzoekschrift met de daarin vermelde grieven is bijgevolg bepalend voor de tussenkomst van belanghebbenden, en bepaalt de contouren van het geding. Het gevolg hiervan is dat de Raad van State bij zijn oordeelsvorming enkel die bezwaren mag betrekken, die het voorwerp hebben uitgemaakt van de ter zake voorziene bekendmaking.
- In het initiële bezwaar verzochten verzoekers om een “[v]eroordeling”, een “ontheffing” en het opleggen van boetes aan verkozen gemeenteraadsleden en een kandidaat-gemeenteraadslid. Op grond van het bij de Raad van State ingediende verzoekschrift dat ter inzage lag, hebben de mogelijk belanghebbende personen geen inschatting kunnen maken van de initiële bezwaren. Dat verklaart allicht ook waarom geen enkele potentiële belanghebbende zich heeft aangediend.
- Het besluit is dat, bij gebrek aan inhoudelijke bezwaren in het verzoekschrift zoals dat bij de Raad van State werd ingediend, het hoger beroep ten aanzien van de grond van de zaak moet worden verworpen. X-18.935-7/8 BESLISSING De Raad van State vernietigt de beschikking van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen van 21 november 2024 en verwerpt het beroep tegen de gemeenteraadsverkiezing van 13 oktober 2024 te Gingelom wegens gebrek aan inhoudelijke bezwaren in het verzoekschrift. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zeven februari tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, kamervoorzitter, Stephan De Taeye, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Jan Clement X-18.935-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.297 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div