id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 februari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.301 Rolnummer: A. 243752/XIV-39699 Zaak: Arrest 262301 - Overheidsopdrachten - 10/02/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-02-11 Raadplegingen: 82 - laatst gezien 2026-06-17 02:54 Fiche Arrest nr 262.301 van 10 februari 2025 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 262.301 van 10 februari 2025 in de zaak A. 243.752/XIV-39.699 In zake: de BVBA N. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Liesbeth Peeters en Cas Verboven kantoor houdend te 2300 Turnhout Parklaan 126, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de GEMEENTE ROTSELAAR bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bert Beelen kantoor houdend te 3000 Leuven Justus Lipsiusstraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 17 december 2024, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente Rotselaar d.d. 2 december 2024, waarbij de overheidsopdracht voor aankoop en plaatsing van columbariummonumenten en urnekelders wordt gegund aan een andere inschrijver dan verzoekende partij […].” II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 januari
- XIV-39.699-1/4 Kamervoorzitter Geert Debersaques heeft verslag uitgebracht. Advocaat Cas Verboven, die verschijnt voor de verzoekende partij, is gehoord. Adjunct-auditeur Anke Meskens heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Afstand
- Nadat bij beschikking van 18 december 2024 de terechtzitting over de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid een eerste maal werd vastgesteld op 8 januari 2025, heeft de verzoekende partij met een brief van 7 januari 2025 aan de Raad van State laten weten afstand te doen van haar vordering. IV. Rechtsplegingsvergoeding Standpunt van de partijen
- De verwerende partij vordert in haar nota een (basis)rechtsplegingsvergoeding van 840 euro. De verzoekende partij van haar kant vraagt om “conform artikel 67 van het besluit van de Regent”, het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding te beperken tot het minimum, “zijnde 140 euro”. XIV-39.699-2/4 Beoordeling 5 Er is te dezen grond om overeenkomstig artikel 30/1, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, de verwerende partij een rechtsplegingsvergoeding toe te kennen nu deze als de in het gelijk gestelde partij dient te worden beschouwd.
- De verwerende partij vordert in haar nota een (basis)rechtsplegingsvergoeding van 840 euro. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid is evenwel niet gepaard gegaan met een beroep tot nietigverklaring, zodat er geen toepassing wordt gemaakt van artikel 67, § 2, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna: de algemene procedureregeling).
- Het verzoek van de verzoekende partij tot verlaging van de rechtsplegingsvergoeding tot het minimum wordt evenmin ingewilligd. Luidens artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de afdeling Bestuursrechtspraak een rechtsplegingsvergoeding toekennen, die een forfaitaire tegemoetkoming is in de kosten en honoraria van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij. Bij een met bijzondere redenen omklede beslissing kan de afdeling Bestuursrechtspraak, de (basis)vergoeding verlagen of verhogen, zonder echter de door de Koning voorziene maximale en minimale bedragen te overschrijden. In haar beoordeling houdt zij rekening met: 1° de financiële draagkracht van de in het ongelijk gestelde partij, 2° de complexiteit van de zaak, 3° de kennelijk onredelijke aard van de situatie. Deze bepaling somt de criteria op waarmee de Raad van State rekening houdt om al dan niet af te wijken van het toe te kennen basisbedrag. Deze opsomming is limitatief zodat de Raad van State niet op andere gronden mag afwijken van het basisbedrag. De verzoekende partij verwijst naar artikel 67[, § 1] van de algemene procedureregeling ter motivering van haar verzoek, maar uit de uiteengezette regeling blijkt dat de enkele omstandigheid dat de Raad van State een minimale bijdrage kan vaststellen, niet volstaat om haar verzoek in te willigen. XIV-39.699-3/4 Voor het overige brengt de verzoekende partij geen enkel element bij waaruit een reden zou moeten blijken waarom het basisbedrag moet worden verlaagd.
- Uit wat voorafgaat volgt dat er geen redenen voorhanden zijn die ertoe nopen het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding te verhogen dan wel te verlagen. Aan de verwerende partij wordt bijgevolg het basisbedrag van 770 euro toegekend. BESLISSING
- De Raad van State verleent akte van de afstand.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op tien februari tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-39.699-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.301 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div